Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3285

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
UTR 24/8330
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens tegemoetkoming door bestuursorgaan

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de Dienst Toeslagen om compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen te weigeren. Na de beslissing op bezwaar heeft verzoekster het beroep ingetrokken en een vergoeding van proceskosten gevraagd.

De rechtbank beoordeelt het verzoek zonder zitting, omdat voldoende informatie beschikbaar is. Verweerder heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen vergoeding van de proceskosten. De rechtbank stelt vast dat verweerder verzoekster als gedupeerde heeft aangemerkt, waarmee tegemoet is gekomen aan verzoekster.

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten. Daarnaast is verweerder verplicht het griffierecht van € 51,- te vergoeden. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 12 juni 2026.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/8330

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] (Groot-Brittannië), verzoekster

(gemachtigde: mr. P.W.E. Ros),
en

Dienst Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft op 23 december 2024 beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 10 december 2024, waarin verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond heeft verklaard en is gebleven bij de weigering om compensatie toe te kennen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (lichte toets).
Verzoekster het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
Verweerder heeft op 16 oktober 2025 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen
.Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Verweerder heeft op 16 oktober 2025 gereageerd op het verzoek van verzoekster en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoekster te betalen.
4. De rechtbank overweegt als volgt. Verzoekster heeft de rechtbank bericht dat verweerder haar inmiddels heeft aangemerkt als gedupeerde. De rechtbank stelt vast dat verweerder daarmee tegemoet is gekomen aan verzoekster. De rechtbank zal verweerder daarom veroordelen tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,-) bij wegingsfactor 1 wordt dus € 934,- toegekend. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster, voor zover verweerder dit nog niet heeft gedaan.
5. Op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb is verweerder verplicht het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van
J.B. Overtoom, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.