ECLI:NL:RBMNE:2026:3299
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning kamergewijze verhuur aan statushouders
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woudenberg op 16 april 2026 aan Omnia heeft verleend voor kamergewijze verhuur van een eengezinswoning aan drie alleengaande statushouders voor maximaal vijf jaar. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze vergunning en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing.
De voorzieningenrechter beoordeelde of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft en of het bestreden besluit zodanig gebrekkig is dat schorsing gerechtvaardigd is. De vergunning wijkt af van het bestemmingsplan "Bebouwde kom Woudenberg" omdat de woning niet meer door één huishouden wordt bewoond, maar kamergewijs verhuurd wordt. Het college heeft echter gemotiveerd dat deze afwijking noodzakelijk is vanwege de taakstelling voor huisvesting van statushouders en dat de gekozen vorm de druk op de woningmarkt beperkt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college bevoegd is om van de beleidsregels af te wijken bij bijzondere omstandigheden en dat de motivering van het college voldoende is om de afwijking te rechtvaardigen. Ook zijn maatregelen getroffen om overlast te beperken, zoals sociaal beheer en beperking van het aantal bewoners.
Gezien de belangenafweging en het financiële belang van het college bij de subsidieregeling HAR+ ziet de voorzieningenrechter geen reden om de vergunning te schorsen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De uitspraak bindt niet in een eventuele bodemprocedure en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor kamergewijze verhuur aan statushouders wordt afgewezen.