ECLI:NL:RBMNE:2026:332

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
UTR 25/5964
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:1 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55d Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op Woo-verzoek door gemeente Wijdemeren

Eiseres diende op 28 augustus 2025 een verzoek om informatie in op grond van de Wet open overheid (Woo). De gemeente Wijdemeren, als verweerder, heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van vier weken een besluit genomen. Eiseres stelde de gemeente op 27 september 2025 in gebreke, waarna twee weken verstreken zonder dat een besluit werd genomen.

De rechtbank oordeelt dat de overschrijding van de beslistermijn vaststaat en dat verweerder geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd om een langere termijn te rechtvaardigen. Daarom wordt verweerder opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen op het Woo-verzoek.

Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Omdat het beroep gegrond is verklaard, moet verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 194,- vergoeden. Er zijn geen overige proceskosten toegekend.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de gemeente op binnen twee weken te beslissen, met oplegging van een dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/5964

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijdemeren, verweerder.

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 16 oktober 2025 omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo) van 28 augustus 2025.
Verweerder heeft niet op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1]
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Tussen partijen is niet in geschil dat de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op het Woo-verzoek is verstreken. Eiseres heeft op 28 augustus 2025 een verzoek om informatie op grond van de Woo (Woo-verzoek) ingediend. Verweerder moet binnen vier weken beslissen op het verzoek. Dat staat in artikel 4.4, eerste lid, van de Woo. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden. De rechtbank stelt verder vast dat eiser verweerder op
27 september 2025 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien twee weken zijn verstreken.
4. Omdat verweerder nog geen volledig (nieuw) besluit heeft genomen op het Woo-verzoek, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. De standaardtermijn waarbinnen verweerder alsnog op het verzoek moet beslissen bedraagt in beginsel twee weken na deze uitspraak (artikel 8:55d, eerste lid, Awb). Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen (artikel 8:55d, derde lid, Awb).
5. Nu verweerder geen verweerschrift heeft ingediend, is niet gebleken van een bijzonder geval. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om verweerder een langere beslistermijn toe te kennen. De rechtbank draagt verweerder op om uiterlijk binnen twee weken na de verzending van deze uitspraak een beslissing te nemen op het verzoek van eiseres.
6. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
7. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van Pro de Awb).
8. Omdat het beroep gegrond is, moet verweerder het door eiseres betaalde griffierecht aan haar moet vergoeden. Er zijn geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op uiterlijk twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit op de aanvraag bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 194,- aan eiseres te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2026.
De griffier is buiten staat
te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).