De rechtbank Midden-Nederland heeft op 16 juni 2026 besloten de PIJ-maatregel van de jeugdige met zes maanden te verlengen. De jeugdige is veroordeeld voor poging tot doodslag, openlijke geweldpleging in vereniging en diefstal en vertoont positieve ontwikkelingen in behandeling, onderwijs en verloftraject.
Ondanks deze vooruitgang is het vinden van een passende woonplek problematisch gebleken. Er zijn dertig afwijzingen geweest en een aanvraag op grond van de Wet langdurige zorg is afgewezen. Wel is een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning toegekend, wat nieuwe financieringsmogelijkheden biedt.
De rechtbank benadrukt het belang van een passende woonvoorziening om de overgang naar een minder beveiligde setting via het scholings- en trainingsprogramma (STP) mogelijk te maken. De frustratie van de jeugdige over de onduidelijkheid wordt erkend, maar de verlenging is noodzakelijk voor de veiligheid en ontwikkeling.
Het rapport 'Problemen met de PIJ' en de reactie van de staatssecretaris tonen aan dat het probleem van uitstroom breed speelt en nog geen snelle oplossing kent. De rechtbank spreekt de hoop uit dat er spoedig een landelijke oplossing komt om jongeren niet te demotiveren.
De beslissing is genomen door de voorzitter en twee rechters, waarbij de voorzitter en griffier verhinderd waren mede te ondertekenen.