Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 4 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , de heffingsambtenaar
Inleiding
€ 539.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2022. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan eiseres als eigenaar van deze woning ook een aanslag onroerendzaakbelasting opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
13 oktober 2023 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
Beoordeling door de rechtbank
1 januari 2022. Eiseres bepleit in beroep een lagere waarde van € 441.000,- De heffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waarde € 539.000,-.
- [adres 2] , verkocht op 1 april 2022 voor € 610.000,-;
- [adres 3] , verkocht op 24 juni 2022 voor € 550.000,-;
- [adres 4] , verkocht op 1 februari 2022 voor € 652.000,-.
Conclusie en gevolgen
€ 116,75 aan proceskosten moet vergoeden en de Staat € 116,75. Het griffierecht krijgt eiseres niet terug, omdat de redelijke termijn na 31 mei 2024 is overschreden. [3]
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van € 187,50 schadevergoeding aan eiseres;
- veroordeelt de Staat tot het betalen van € 1.312,50 schadevergoeding aan eiseres;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 116,75 aan proceskosten aan eiseres;
- veroordeelt de Staat tot een betaling van € 116,75 aan proceskosten aan eiseres;
mr.D. Burggraaf, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2026.