Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 4 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , de heffingsambtenaar
Inleiding
6 december 2023 heeft de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van de woningen gehandhaafd.
Beoordeling door de rechtbank
1 januari 2022. Eiser bepleit in beroep ten aanzien van [adres 1] een lagere waarde van
€ 359.000,- en ten aanzien van [adres 2] een lagere waarde van € 227.000,-. De heffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waarde van respectievelijk
€ 409.000,- en € 267.000,- .
- [adres 3] , verkocht op 13 december 2021 voor € 425.000,-;
- [adres 4] , verkocht op 7 januari 2021 voor € 343.500,-;
- [adres 5] , verkocht op 12 november 2021 voor € 521.300,-.
- [adres 6] , verkocht op 17 november 2021 voor € 309.200,-;
- [adres 7] , verkocht op 25 november 2021 voor € 326.000,-;
- [adres 8] , verkocht op 4 februari 2022 voor € 325.000,-.
€ 280.000,-.
Conclusie en gevolgen
1 januari 2024 dateert.
€ 934,-, een wegingsfactor 1).
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond voor zover dit betrekking heeft op de waardevaststelling van de woning aan de [adres 2] ;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking heeft op de waardevaststelling van de woning aan de [adres 2] ;
- stelt de waarde van de woning aan de [adres 2] vast op € 260.000,- en bepaalt dat de heffingsambtenaar de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig vermindert;
- bepaalt dat deze uitspraak in plaats komt van het vernietigde deel van de uitspraak op bezwaar;
- verklaart het beroep voor zover dit betrekking heeft op de waardevaststelling van de woning aan de [adres 1] ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van € 375,- schadevergoeding aan eiser;
- veroordeelt de Staat tot het betalen van € 1.125,- schadevergoeding aan eiser;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht tot een bedrag van € 51,- aan eiser moet vergoeden;
mr.D. Burggraaf, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2026.