ECLI:NL:RBMNE:2026:3351

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
UTR 25/6102
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens gedeeltelijke tegemoetkoming bestuursorgaan

Stichting House of Animals heeft op 22 oktober 2025 beroep ingesteld tegen de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur vanwege het niet tijdig beslissen op een Woo-verzoek. Op 21 november 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen en het verzoek gedeeltelijk toegewezen. Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken en een vergoeding van proceskosten gevraagd.

De rechtbank heeft het verzoek tot vergoeding van proceskosten beoordeeld zonder partijen te horen, omdat voldoende informatie beschikbaar was. Op grond van de artikelen 8:75 en 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht kan de rechtbank proceskosten toewijzen als het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen.

De minister heeft geen bezwaar gemaakt tegen betaling van de proceskosten. De rechtbank stelt vast dat de minister met het besluit van 21 november 2025 aan verzoekster is tegemoetgekomen en veroordeelt de minister tot betaling van € 467,- aan proceskosten. Daarnaast is de minister verplicht het griffierecht van € 385,- te vergoeden, waarvoor verzoekster zich rechtstreeks tot de minister moet wenden.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan Stichting House of Animals na gedeeltelijke tegemoetkoming en intrekking van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6102

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 mei 2026 in de zaak tussen

Stichting House of Animals, gevestigd te Amsterdam, verzoekster

(gemachtigde: mr. H. van Drunen),
en

de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.
Verzoekster heeft beroep ingesteld op 22 oktober 2025, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar verzoeken om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo) van
8 augustus 2025.
Op 21 november 2025 heeft verweerder alsnog een besluit genomen op het verzoek van verzoekster en het verzoek gedeeltelijk toegewezen.
Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd van haar proceskosten.
Verweerder heeft op 30 december 2025 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Verweerder heeft op 30 december 2025 gereageerd op het verzoek van verzoekster en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoekster te betalen.
4. De rechtbank stelt vast dat verweerder met het besluit van 21 november 2025 tegemoet is gekomen aan verzoekster. De rechtbank stelt daarom de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5).
5. Op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb is verweerder verplicht het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van
J.B. Overtoom, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.