ECLI:NL:RBMNE:2026:3361

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
UTR 25/6765
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep op Woo-besluit

Verzoeker stelde op 26 november 2025 beroep in tegen het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wegens het niet tijdig beslissen op zijn verzoeken om informatie openbaar te maken op grond van de Wet open overheid (Woo).

Op 25 november 2025 nam het college alsnog een besluit en wees het verzoek gedeeltelijk toe. Hierop trok verzoeker het beroep in en vroeg vergoeding van zijn proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat alleen het betaalde griffierecht van €194,- als proceskostenvergoeding kan worden toegekend, conform artikel 8:41, zevende lid, Awb. Omdat verzoeker geen andere kosten aannemelijk maakte en het college niet reageerde, werd het verzoek tot vergoeding afgewezen. Verzoeker wordt verwezen om het griffierecht rechtstreeks bij het college te verhalen.

Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen, behalve het griffierecht dat verzoeker rechtstreeks bij het college kan verhalen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6765

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 mei 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoeker heeft ingesteld op 26 november 2025, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn verzoeken om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo) van
5 oktober 2025.
Op 25 november 2025 heeft verweerder alsnog een besluit genomen op het verzoek van verzoeker en het verzoek gedeeltelijk toegewezen.
Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd van zijn proceskosten.
Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. De rechtbank is niet gebleken dat eiseres andere kosten heeft gemaakt dan het betaalde griffierecht. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoeker zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden. Het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt daarom afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van
J.B. Overtoom, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026.
De griffier is niet in de gelegenheid
te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.