Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2026 in de zaak tussen
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
te ondertekenen
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster heeft op 18 februari 2026 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen een besluit van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 17 februari 2026. De voorzieningenrechter heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat dit niet noodzakelijk was en verzoekster het griffierecht van €397,- niet heeft betaald.
De rechtbank heeft verzoekster op 7 maart 2026 per aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen twee weken, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het verzoek niet-ontvankelijk verklaard kan worden. Deze brief is op 10 maart 2026 in ontvangst genomen. Ondanks deze kennisgeving heeft verzoekster het griffierecht niet voldaan en geen geldige reden voor de niet-betaling gegeven.
Daarom heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet inhoudelijk behandeld en het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.