ECLI:NL:RBMNE:2026:3395
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Verzoeker heeft op 27 februari 2026 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland. De voorzieningenrechter heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat het griffierecht van €200,- niet is betaald, wat een vereiste is volgens artikel 8:82 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank heeft verzoeker op 13 maart 2026 per aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen twee weken, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het verzoek niet-ontvankelijk verklaard kan worden. Deze brief is op 17 maart 2026 bezorgd en ontvangen door verzoeker.
Omdat het griffierecht niet is ontvangen en verzoeker geen geldige reden heeft opgegeven voor het uitblijven van betaling, heeft de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk behandeld en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.