De rechtbank Midden-Nederland heeft op 19 mei 2026 uitspraak gedaan over het verzoek van de gecertificeerde instelling De Jeugd- en Gezinsbeschermers tot verlenging van de ondertoezichtstelling (OTS) en de machtiging tot uithuisplaatsing (MUHP) van een minderjarige geboren in 2011. De minderjarige verblijft sinds 2022 in een netwerkpleeggezin bij haar grootouders moederszijde, nadat zij onder toezicht werd gesteld en uit huis geplaatst.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de doelen van de ondertoezichtstelling nog niet zijn bereikt en dat de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds bedreigd wordt. De moeder en juridische vader zijn belast met het ouderlijk gezag, maar de minderjarige heeft minimaal contact met de moeder en geen contact met de juridische vader of biologische vader. De GI verzoekt verlenging van de OTS en MUHP voor een jaar, met het verzoek de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De rechtbank onderschrijft het perspectiefbesluit van de GI dat het opgroeiperspectief van de minderjarige bij de grootouders ligt en dat terugplaatsing bij de moeder niet meer aan de orde is. De moeder heeft tijdens de zitting geen verweer gevoerd tegen dit besluit en accepteert dat de minderjarige bij de grootouders zal opgroeien, met behoud van een goede omgang. De rechtbank benadrukt het belang van duidelijkheid voor de minderjarige en het streven naar een stabiele, onbelaste omgang tussen moeder en kind.
De beschikking wordt verlengd tot 21 mei 2027 en is direct uitvoerbaar, ook bij hoger beroep. De rechtbank stuurt een persoonlijke brief aan de minderjarige waarin de beslissing en het belang van haar mening worden toegelicht. De moeder en grootouders worden betrokken bij de therapie en de gezinsvoogd zal het contact begeleiden. De rechtbank erkent de emotionele last voor de moeder maar benadrukt haar blijvende rol in het leven van de minderjarige.