Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3415

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
C/16/609899 / JE RK 26-528
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c lid 2 BWArt. 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige bij grootouders

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 19 mei 2026 uitspraak gedaan over het verzoek van de gecertificeerde instelling De Jeugd- en Gezinsbeschermers tot verlenging van de ondertoezichtstelling (OTS) en de machtiging tot uithuisplaatsing (MUHP) van een minderjarige geboren in 2011. De minderjarige verblijft sinds 2022 in een netwerkpleeggezin bij haar grootouders moederszijde, nadat zij onder toezicht werd gesteld en uit huis geplaatst.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de doelen van de ondertoezichtstelling nog niet zijn bereikt en dat de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds bedreigd wordt. De moeder en juridische vader zijn belast met het ouderlijk gezag, maar de minderjarige heeft minimaal contact met de moeder en geen contact met de juridische vader of biologische vader. De GI verzoekt verlenging van de OTS en MUHP voor een jaar, met het verzoek de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De rechtbank onderschrijft het perspectiefbesluit van de GI dat het opgroeiperspectief van de minderjarige bij de grootouders ligt en dat terugplaatsing bij de moeder niet meer aan de orde is. De moeder heeft tijdens de zitting geen verweer gevoerd tegen dit besluit en accepteert dat de minderjarige bij de grootouders zal opgroeien, met behoud van een goede omgang. De rechtbank benadrukt het belang van duidelijkheid voor de minderjarige en het streven naar een stabiele, onbelaste omgang tussen moeder en kind.

De beschikking wordt verlengd tot 21 mei 2027 en is direct uitvoerbaar, ook bij hoger beroep. De rechtbank stuurt een persoonlijke brief aan de minderjarige waarin de beslissing en het belang van haar mening worden toegelicht. De moeder en grootouders worden betrokken bij de therapie en de gezinsvoogd zal het contact begeleiden. De rechtbank erkent de emotionele last voor de moeder maar benadrukt haar blijvende rol in het leven van de minderjarige.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de grootouders tot 21 mei 2027 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/609899 / JE RK 26-528
Datum uitspraak: 19 mei 2026
Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van:
de gecertificeerde instelling
DE JEUGD- EN GEZINSBESCHERMERS,
gevestigd in Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
wonende in [woonplaats 1] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. R.W. de Gruijl,
[de juridische vader],
wonende in [woonplaats 2] , gemeente [gemeente] ,
hierna te noemen: de juridische vader
[de grootouders] , de netwerkpleegouders,
wonende in [woonplaats 2] , gemeente [gemeente] ,
hierna te noemen: de grootouders.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 10 april 2026;
  • de brief van de grootouders, ontvangen op 12 mei 2026, waarin zij zich afmelden voor de zitting van 19 mei 2026;
  • het bericht van 13 mei 2026 van mr. De Gruijl;
  • de brief van 15 mei 2026 van de GI.
1.2.
De rechtbank heeft het verzoek van mr. De Gruijl om de zitting van 19 mei 2026 uit te stellen afgewezen, omdat de GI hiertegen bezwaar heeft gemaakt en er geen klemmende redenen zijn aangevoerd.
1.3.
De rechtbank heeft aan [minderjarige] gevraagd wat zij van de verzoeken vindt. [minderjarige] heeft hierover op [geboortedatum] 2026 gesproken met de kinderrechter.
1.4.
De zitting van de meervoudige kamer heeft plaatsgevonden op 19 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • mevrouw [A.] , namens de GI,
  • de moeder en de juridische vader.

2.De feiten

2.1.
[minderjarige]is geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] .
Zij is erkend door de juridische vader, de huidige partner van de moeder.
2.2.
De moeder en de juridische vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.3.
[minderjarige] verblijft in een netwerkpleeggezin, bij de grootouders moederszijde.
2.4.
[minderjarige] heeft minimaal contact met de moeder. [minderjarige] heeft geen contact met de juridische vader, noch met de biologische vader.
2.5.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft [minderjarige] bij beschikking van 21 november 2022 onder toezicht gesteld van de GI. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 21 mei 2026.
2.6.
Ook is bij beschikking van 21 november 2022 de machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen bij de grootouders moederszijde. Sindsdien heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] steeds verlengd, voor het laatst tot 21 mei 2026.

3.De verzoeken

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de grootouders te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Daarnaast vraagt de GI om het besluit over het opgroeiperspectief van [minderjarige] te bekrachtigen.

4.De standpunten

Wat vindt [minderjarige] ?
4.1.
[minderjarige] wil graag bij haar grootouders blijven wonen en goed contact met haar moeder hebben. Zij vindt het heel belangrijk dat de volwassenen om haar heen geen ruzie maken. [minderjarige] heeft veel behoefte aan duidelijkheid over waar zij zal opgroeien.
Wat vindt de moeder?
4.2.
De moeder zou het liefst zelf voor [minderjarige] zorgen, maar zij accepteert dat [minderjarige] bij de grootouders zal opgroeien, omdat dat de wens van [minderjarige] is.
Wat vindt de juridische vader?
4.3.
De juridische vader staat achter het standpunt van de moeder.
Wat vinden de grootouders?
4.4.
De grootouders hebben geen verweer gevoerd.

5.De beoordeling

Ondertoezichtstelling
5.1.
De rechtbank zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar, dus tot 21 mei 2027. De rechtbank is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De rechtbank legt hieronder uit waarom.
5.2.
De doelen van de ondertoezichtstelling zijn nog niet behaald en [minderjarige] wordt daarom nog steeds in haar ontwikkeling bedreigd. [minderjarige] is uit huis geplaatst bij de grootouders en zij heeft geen regelmatige, onbelaste omgang met de moeder. Daarom is de ondertoezichtstelling nog steeds nodig. De moeder is het daarmee eens.
Machtiging tot uithuisplaatsing
5.3.
De rechtbank zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, dus tot 21 mei 2027. De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] is noodzakelijk in het belang van haar verzorging en opvoeding. [2] Hierna zal de rechtbank uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.
5.4.
De GI is van mening dat [minderjarige] niet meer teruggeplaatst kan worden bij de moeder en dat het perspectief van [minderjarige] bij de grootouders ligt. De GI heeft de rechtbank gevraagd om zich uit te laten over het opgroeiperspectief van [minderjarige] .
5.5.
De rechtbank stelt voorop dat de wijze van uitvoering van de ondertoezichtstelling onder het bereik van de GI valt. Gedurende de uithuisplaatsing kan de GI tot de conclusie komen dat terugplaatsing bij de ouder(s) niet meer aan de orde is en dat het opgroei-perspectief van de kinderen ergens anders ligt. Deze conclusie van de GI wordt in de praktijk aangeduid als ‘perspectiefbesluit’. Het perspectiefbesluit werkt door in de manier waarop de GI omgaat met de uithuisplaatsing, want de hulpverlening is dan niet meer gericht op een terugkeer van de kinderen naar de ouder(s).
5.6.
De ouders, de kinderen en de pleegouders hebben belang bij inzicht in en duidelijkheid over het standpunt van de GI over het opgroeiperspectief van de kinderen. In dat opzicht vervult het perspectiefbesluit een belangrijke functie. Hoewel het perspectiefbesluit duidelijkheid kan bieden, heeft het als zodanig geen wettelijke grondslag. De wet verbindt aan zo’n besluit geen rechtsgevolgen en voorziet niet in een specifieke rechtsgang om het ter beoordeling aan de rechter voor te leggen. Wel zijn er verschillende procedures waarin het opgroeiperspectief van de minderjarige een rol speelt. Een verschil van mening tussen de ouder(s) en de GI over het opgroeiperspectief van het kind zal bijvoorbeeld aan de orde kunnen komen in het kader van een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. [3] De rechtbank trekt hieruit de conclusie dat een perspectiefbesluit in een rechterlijk oordeel kan worden betrokken voor zover dat noodzakelijk is voor de beoordeling van beslissingen, maatregelen en verzoeken die (mede) voortvloeien uit of samenhangen met dat perspectiefbesluit. [4] De beslissing op het verzoek van de GI tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] is een maatregel die (mede) samenhangt met het perspectiefbesluit, en daarom zal de rechtbank zich hierover uitlaten.
5.7.
[minderjarige] is vijftien jaar oud en zij groeit van jongs af aan op bij de grootouders, eerst in het vrijwillige kader en later met een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De moeder en de grootouders verschillen sterk van mening over de reden dat [minderjarige] destijds bij de grootouders is gaan wonen, waardoor de verstandhouding tussen de moeder en de grootouders verstoord is geraakt. [minderjarige] ontwikkelt zich goed bij de grootouders, maar zij heeft last van het conflict tussen de voor haar belangrijke volwassenen. [minderjarige] is aangemeld voor PMT (psychomotorische therapie) om hiermee om te kunnen gaan. De onzekerheid over waar zij zal opgroeien en de gesprekken met de kinderrechters daarover zijn erg belastend voor [minderjarige] . Zij wil zeker weten dat zij bij haar grootouders kan blijven wonen. Ook wil [minderjarige] graag normaal contact met haar moeder hebben.
5.8.
Op verzoek van de GI heeft het Leger des Heils een beoordelingsboog uitgevoerd en naar aanleiding daarvan in oktober 2025 geadviseerd dat [minderjarige] bij de grootouders zal opgroeien. Vervolgens heeft de GI het besluit genomen dat het perspectief van [minderjarige] niet meer bij de moeder ligt en dat er in het kader van de ondertoezichtstelling niet meer zal worden toegewerkt naar een thuisplaatsing. De hoop van de GI is dat er door de duidelijkheid over het perspectief van [minderjarige] meer ruimte komt voor het vormgeven van onbelast contact tussen [minderjarige] en de moeder.
5.9.
Tijdens de zitting heeft de moeder besloten om geen verweer (meer) te voeren tegen het perspectiefbesluit. Dit is erg moeilijk en emotioneel voor de moeder, omdat zij daarmee haar persoonlijke wens dat [minderjarige] weer bij haar komt wonen opgeeft. De moeder accepteert dat [minderjarige] zal opgroeien bij de grootouders, omdat zij het belang van [minderjarige] voorop wil stellen. Zij vindt het belangrijk dat [minderjarige] kan genieten van haar tienerjaren, zonder verdere strijd of onrust over haar verblijfplaats. De moeder legt zich daarom neer bij de wens van [minderjarige] om bij de grootouders op te groeien. Dit betekent niet dat de moeder haar opgeeft, maar juist dat de moeder zich volledig wil richten op het opbouwen van een goed contact met [minderjarige] . De moeder is de dag voor de zitting, met het halfzusje van [minderjarige] , op verjaardagsvisite bij [minderjarige] geweest bij de grootouders thuis. Dit bezoek is goed verlopen en de moeder hoopt dat dit een nieuw begin zal zijn voor een normaal en fijn contact.
5.10.
De rechtbank onderschrijft het perspectiefbesluit van de GI. De rechtbank vindt dat door de GI goed is onderbouwd waarom het perspectief van [minderjarige] bij de grootouders ligt. Het is heel belangrijk – zo bleek ook tijdens het gesprek tussen [minderjarige] en de kinderrechter – dat [minderjarige] duidelijkheid krijgt over haar opgroeiperspectief.
De rechtbank heeft veel respect voor de stap die de moeder heeft gezet in het belang van [minderjarige] . Het zal [minderjarige] rust geven dat zij weet dat de moeder erachter staat dat zij bij de grootouders zal opgroeien.
5.11.
Het komende jaar zal de GI zich richten op het vormgeven van een stabiele en onbelaste omgang tussen de moeder en [minderjarige] . De GI verwacht dat hiervoor meer ruimte is dan eerst, omdat er geen onzekerheid meer is over de verblijfplaats van [minderjarige] . Zowel [minderjarige] als de moeder willen graag een nieuwe start maken en voortaan goed contact met elkaar hebben, zonder moeilijke gesprekken over het verleden. De goed verlopen verjaardagsvisite bij de grootouders thuis is hopelijk een kantelpunt hierin geweest. Ook zal de GI inzetten op het verbeteren van de verstandhouding tussen de moeder en de grootouders. Het is voor [minderjarige] erg belangrijk dat de voor haar belangrijke volwassenen normaal met elkaar kunnen omgaan, zonder spanningen. In dit kader zullen de moeder en de grootouders ook worden betrokken bij de PMT voor [minderjarige] . Ten slotte zal de GI het komende jaar met de moeder de mogelijkheden bespreken voor het aanpassen van het juridische vaderschap, het gezag van de juridische vader en/of de geslachtsnaam van [minderjarige] . De rechtbank is het eens met dit beleid van de GI.
5.12.
De rechtbank begrijpt dat het moeilijk en verdrietig is voor de moeder om niet zelf voor [minderjarige] te kunnen zorgen. De moeder zal wel altijd een belangrijke rol in het leven van [minderjarige] blijven vervullen. De rechtbank ziet dat de moeder van [minderjarige] houdt en de moeder kan door de omgang een goede band met [minderjarige] blijven onderhouden. Dat is heel belangrijk voor de ontwikkeling van [minderjarige] .
Gezagsregister
5.13.
De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [5]
Uitvoerbaar bij voorraad
5.14.
De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
De brief aan [minderjarige]
5.15.
Tegelijkertijd met de beschikking stuurt de rechter een brief aan [minderjarige] :
“Beste [minderjarige] ,
Deze brief gaat over de beslissing die ik heb genomen, samen met twee andere kinderrechters, over de verlenging van jouw ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Ik heb jou hierover gesproken op jouw verjaardag, op [geboortedatum] 2026, en jij hebt mij verteld wat jij ervan vindt. Na ons gesprek heb ik met jouw moeder, juridische vader en gezinsvoogd gesproken. Daarna heb ik de beslissing genomen die ik voor jou het beste vind. Die beslissing is dat ik de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing voor een jaar heb verlengd.
Jij hebt mij verteld dat jij behoefte hebt aan duidelijkheid dat jij bij jouw oma en opa mag blijven wonen. Ook wil jij graag normaal contact met jouw moeder. Daarnaast vind jij het belangrijk dat jouw moeder en jouw oma en opa geen ruzie meer met elkaar maken. Dit heb ik tijdens de zitting besproken met jouw moeder en de gezinsvoogd.
Jouw moeder heeft tijdens de zitting verteld dat zij het (inmiddels) goed vindt dat jij bij jouw oma en opa blijft wonen, omdat dat jouw wens is. Jouw moeder houdt veel van jou en zij vindt het belangrijk dat jij kan genieten van jouw tienerjaren, zonder verdere onrust over jouw verblijfplaats. Dat vind ik heel fijn, want dan is er geen onzekerheid meer over waar jij woont. Daarmee stelt jouw moeder jouw belang op de eerste plaats en dat vind ik heel knap van haar. Iedereen het is er dus over eens dat jij tot aan je volwassenheid bij jouw oma en opa zal wonen. Ook de gezinsvoogd en de kinderrechters staan daarachter. Hopelijk geeft dit jou rust.
Jouw moeder wil graag een goed contact met jou opbouwen. Tijdens de zitting heeft zij verteld dat zij, samen met jouw halfzusje, op verjaardagsvisite bij jou is geweest bij oma en opa thuis. Jouw moeder vond dit een fijn bezoek en zij hoopt dat dit een nieuw begin zal zijn voor een normaal en fijn contact met jou (en jouw oma en opa). De gezinsvoogd zal jullie gaan helpen bij het vormgeven van dit contact. Ook zullen jouw moeder en jouw oma en opa worden betrokken bij jouw therapie (PMT). Ik weet dat jij in het verleden teleurgesteld bent, maar ik hoop dat er de komende periode een nieuwe start wordt gemaakt en dat jij een gezellig en regelmatig contact met jouw moeder krijgt, zoals jullie allebei wensen.
Jij blijft dus wonen bij jouw oma en opa. Jouw moeder (en juridische vader) zal samen met de gezinsvoogd de beslissingen over jou blijven nemen. Elk jaar zullen de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing moeten worden verlengd (tenzij iedereen het eens is en er geen hulpverlening meer nodig is). In de wet staat namelijk dat een rechter elk jaar toestemming moet geven voor de hulp van een gezinsvoogd en ook voor de uithuisplaatsing. Jij krijgt daarom elk jaar een uitnodiging om jouw mening hierover aan de kinderrechter te vertellen. Ik weet dat jij dat vervelend vindt, maar jij hoeft niet verplicht op gesprek bij de kinderrechter. In de jaarlijkse uitnodigingsbrief van de rechtbank staat ook een e-mailadres. Jij mag ervoor kiezen om de kinderrechter een e-mail te sturen met jouw mening. Jij kan ook een e-mail sturen waarin jij vertelt dat jij niets wil zeggen en dat jij niet komt. Alles wat jij kiest is goed.
Voor nu wens ik jou al het goede en ik hoop dat jij na de zomer van school kan wisselen.
De kinderrechter”

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 21 mei 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de grootouders moederszijde tot 21 mei 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026 door mr. A.G. Bakker, mr. D. Riani el Achhab en mr. F.D.M. Osinga, kinderrechters, in samenwerking met mr. A. Verouden, griffier, en op schrift gesteld op 1 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
3.Hoge Raad 1 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1148.
4.Zie in dat kader ook bijvoorbeeld Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 12 september 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2882 en Gerechtshof Den Haag, 28 augustus 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1583.
5.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.