ECLI:NL:RBMNE:2026:3421

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
UTR 26/2669
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening inzake niet-uitgifte identiteitsbewijs wegens niet-betaling leges niet-ontvankelijk

Verzoeker heeft op 20 maart 2026 een aanvraag gedaan voor een reisdocument bij de gemeente Hilversum. Op 2 april 2026 meldde hij zich bij de afdeling burgerzaken, maar kreeg zijn identiteitsbewijs niet mee omdat hij de leges niet had betaald. Verzoeker diende op 8 april 2026 een verzoek om voorlopige voorziening in bij de rechtbank.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek tot vrijstelling van griffierecht toegekend, omdat verzoeker geen uitkering heeft en geen vaste woon- of verblijfsadres, wat voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling. Vervolgens is het verzoek inhoudelijk beoordeeld op ontvankelijkheid.

Op grond van artikel 8:81 Awb Pro moet een verzoek om voorlopige voorziening betrekking hebben op een bestreden besluit en een bezwaar- of beroepsprocedure (connexiteitsvereiste). Omdat verzoeker geen bezwaar heeft ingediend tegen de weigering van het identiteitsbewijs en het verzoek niet ziet op een beroep tegen een besluit, is het verzoek niet connex en daarom niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter heeft het verzoek niet inhoudelijk behandeld.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van bezwaar of beroep.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/2669

uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 juni 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum, verweerder
(gemachtigde: M. Houtzager).

Waar gaat deze zaak over?

Verzoeker heeft op 20 maart 2026 een aanvraag gedaan voor een reisdocument. Op 2 april 2026 heeft verzoeker zich gemeld bij de afdeling burgerzaken van de gemeente Hilversum. Zijn identiteitsbewijs is niet aan hem meegegeven omdat hij de leges niet heeft betaald.
Verzoeker heeft hierover op 8 april 2026 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Vrijstelling griffierecht
1. De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot vrijstelling van de betaling van het griffierecht toe. Uit het dossier blijkt dat verzoeker geen uitkering heeft en dat hij geen vaste woon- of verblijfsadres heeft. Daarmee is voldoende aannemelijk dat verzoeker voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling.
Het verzoek is niet-ontvankelijk
2. Omdat de voorzieningenrechter kennelijk niet-ontvankelijk is om op het verzoek te beslissen doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk is.
3. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen inzake een bestreden besluit indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
4. Gelet op bovengenoemd artikel moet er sprake zijn van een besluit en een bezwaar of een beroep tegen (het niet tijdig beslissen op) een besluit, voordat een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening inhoudelijk kan worden behandeld. Dit is het zogenaamde connexiteitsvereiste.
5. De voorzieningenrechter stelt vast dat niet is gebleken dat verzoeker een bezwaarschrift heeft ingediend bij het college tegen de weigering om zijn identiteitsbewijs te verstrekken. Evenmin is gebleken dat het verzoek ziet op een beroep inzake het niet tijdig nemen van een besluit. Dit betekent dat het verzoek niet connex is aan een besluit en/of een bezwaar- of beroepsprocedure zodat het verzoek niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Het verzoek zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.