ECLI:NL:RBMNE:2026:3421
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening inzake niet-uitgifte identiteitsbewijs wegens niet-betaling leges niet-ontvankelijk
Verzoeker heeft op 20 maart 2026 een aanvraag gedaan voor een reisdocument bij de gemeente Hilversum. Op 2 april 2026 meldde hij zich bij de afdeling burgerzaken, maar kreeg zijn identiteitsbewijs niet mee omdat hij de leges niet had betaald. Verzoeker diende op 8 april 2026 een verzoek om voorlopige voorziening in bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek tot vrijstelling van griffierecht toegekend, omdat verzoeker geen uitkering heeft en geen vaste woon- of verblijfsadres, wat voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling. Vervolgens is het verzoek inhoudelijk beoordeeld op ontvankelijkheid.
Op grond van artikel 8:81 Awb Pro moet een verzoek om voorlopige voorziening betrekking hebben op een bestreden besluit en een bezwaar- of beroepsprocedure (connexiteitsvereiste). Omdat verzoeker geen bezwaar heeft ingediend tegen de weigering van het identiteitsbewijs en het verzoek niet ziet op een beroep tegen een besluit, is het verzoek niet connex en daarom niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter heeft het verzoek niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van bezwaar of beroep.