Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3429

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
16/195360-25; 16/030575-26 (ttz gev); 16/041711-25 (vord tul)
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak voor verkeersongeval, taakstraf voor gevaar op de weg en belediging politieambtenaar

Op 28 mei 2025 reed de verdachte op een bromfiets zonder helm met een bijrijder toen hij door de politie werd gestopt. De verdachte negeerde het stopteken en vluchtte, waarbij hij diverse verkeersovertredingen beging. Uiteindelijk botste hij tegen een politievoertuig, waarbij de bijrijder ernstig letsel opliep.

De rechtbank kon niet vaststellen dat de verdachte het ongeval veroorzaakte door te hard rijden of niet tijdig remmen en sprak hem vrij van artikel 6 WVW Pro (letsel door schuld). Ook werd vrijspraak gegeven voor artikel 5a WVW (gevaar in ernstige mate). Wel werd bewezen verklaard dat de verdachte gevaar en hinder op de weg veroorzaakte (artikel 5 WVW Pro) en een politieambtenaar in functie beledigde.

De rechtbank legde een taakstraf van 30 uur op voor het veroorzaken van gevaar en hinder op de weg, met een rijontzegging van 6 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk. Voor de belediging van de politieambtenaar werd eveneens een taakstraf van 30 uur opgelegd. Tevens werd de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke taakstraf van 60 uur gelast. De bromfiets werd verbeurd verklaard.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van schuld aan verkeersongeval, veroordeeld tot taakstraffen en rijontzegging voor gevaar op de weg en belediging politieambtenaar.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummers: 16/195360-25; 16/030575-26 (ttz gev); 16/041711-25 (vord tul)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 18 juni 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [2006] in [geboorteplaats] ,
verblijvende op het adres [straat 1] [nummer] , [postcode] in [plaats]
(hierna: de verdachte).

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 21 mei 2026. Het onderzoek is gesloten op 18 juni 2026 en op die datum is uitspraak gedaan.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. M. Jansen;
  • de advocaat van de verdachte: mr. J. Verstegen (hierna: de advocaat).

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
16/195360-25 (hierna: feit 1)
op 28 mei 2025 in Utrecht, als bestuurder van een bromfiets zich zodanig heeft gedragen (roekeloos in elk geval zeer, of anders aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend) dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor zwaar lichamelijk letsel is ontstaan bij [slachtoffer] ;
en voor het geval die beschuldiging niet tot een veroordeling zou leiden (subsidiair): opzettelijk de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden, waardoor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was;
en voor het geval ook die beschuldiging niet tot een veroordeling zou leiden (meer subsidiair): gevaar of hinder op de weg heeft veroorzaakt;
16/030575-26 (hierna: feit 2)
op 29 januari 2026 in Utrecht hoofdagent [verbalisant 3] heeft beledigd.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte feit 1 (parketnummer 16/195360-25) heeft gepleegd, in de vorm van de primaire beschuldiging, met uitzondering van het inrijden van een straat die gesloten is. De officier van justitie verwijt de verdachte dat hij zich in het verkeer roekeloos heeft gedragen door een stopteken en optische signalen van de politie te negeren, door te hard te rijden, door te slingeren, door over de stoep rijden, door tegen het verkeer in te rijden en door geen richting aan te geven. Doordat hij niet tijdig heeft geremd is hij tegen het politievoertuig aangereden. Door dit roekeloze gedrag is een verkeersongeval ontstaan waarbij bijrijder [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Daarnaast vindt zij ook feit 2 (parketnummer 16/030575-26) wettig en overtuigend bewezen.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – verder besproken in paragraaf 3.3.2 en 3.3.3.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van feit 1 (parketnummer 16/195360-25) in de primaire en subsidiaire variant. Met betrekking tot het meer subsidiair ten laste gelegde refereert ze zich aan het oordeel van de rechtbank. Met betrekking tot de gedachtestreepjes die gaan over het inrijden van een gesloten weg en het tegen het verkeer in rijden verzoekt zij de rechtbank de verdachte vrij te spreken.
Met betrekking tot feit 2 (parketnummer 16/030575-26) refereert ze zich aan het oordeel van de rechtbank.
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.2 en 3.3.3.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
Feit 1 (16/195360-25)
3.3.1
Verkeersongeval van 28 mei 2025
De rechtbank stelt op grond van de dossierstukken het volgende vast. Op 28 mei 2025 zien politieambtenaren de verdachte zonder helm op een bromfiets (scooter) rijden. Bij hem achterop zit het latere slachtoffer. De politieambtenaren geven de verdachte een stopteken. Als de verdachte het stopteken negeert zet het politievoertuig de achtervolging in en voert daarbij optische geluidsignalen. Tijdens de achtervolging verhoogt de verdachte zijn snelheid en maakt hij een aantal verkeersovertredingen; hij geeft onder meer geen richting aan en rijdt over een trottoir. Om aan de achtervolging een einde te maken, blokkeert het politievoertuig ten slotte het fietspad waar de verdachte en zijn bijrijder rijden. De verdachte komt niet tijdig tot stilstand en de bromfiets raakt de voorkant van het politievoertuig waardoor de verdachte en het slachtoffer ten val komen. Daarna rent de verdachte weg. De bijrijder blijft met een ernstige beenwond op de grond liggen.
3.3.2
Juridisch kader van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro (WVW) (primair)
De verdachte wordt er primair van beschuldigd dat hij artikel 6 WVW Pro heeft overtreden, doordat hij schuld heeft gehad aan een verkeersongeval, waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Voor een bewezenverklaring van deze schuld, is het nodig dat kan worden vastgesteld dat dit verkeersongeval heeft plaatsgevonden
doordatde verdachte zich als verkeersdeelnemer op zijn minst aanmerkelijk onvoorzichtig of aanmerkelijk onoplettend heeft gedragen. Hiervan is sprake, wanneer de verkeershandelingen van de verdachte die tot het ongeval hebben geleid, tekortschoten ten opzichte van de handelingen die van een gemiddelde verkeersdeelnemer in een vergelijkbare verkeerssituatie mogen worden verwacht.
Vrijspraak van het primair tenlastegelegde (artikel 6 WVW Pro)
Bij de beoordeling van de (mate van) schuld die de verdachte aan het verkeersongeval heeft gehad, gaat de rechtbank uit van de hiervoor onder 3.3.1 vastgestelde feiten en omstandigheden.
Het besturen van een bromfiets vraagt in het algemeen voortdurende voorzichtigheid en oplettendheid van de bestuurder. De verdachte heeft op klaarlichte dag, terwijl er verkeer op de weg was, gevaarlijke manoeuvres met zijn bromfiets uitgehaald. Zo heeft hij op de zitting verklaard dat hij te hard reed en het stopteken en de optische geluidssignalen van de politie heeft genegeerd. Ook heeft hij op de stoep gereden en geen richting aangegeven.
Een belangrijk onderdeel van de tenlastelegging zijn de verkeersovertredingen zoals hierboven omschreven. De rechtbank heeft uit het dossier en uit de verklaring ter zitting van de verdachte afgeleid dat hij deze verkeersovertredingen heeft gepleegd, met uitzondering van het tegen het verkeer in rijden en het inrijden van een gesloten weg.
De rechtbank stelt echter vast dat het negeren van het stopteken en de optische geluidssignalen, het op de stoep rijden, het slingeren en geen richting aangeven niet hebben geleid tot het ongeval. De enige omstandigheden die daar wel een rol bij kunnen hebben gespeeld zijn te hard rijden en het niet tijdig remmen. Daarvoor geldt het volgende.
Met betrekking tot het (te) hard rijden merkt de rechtbank op dat uit het dossier niet volgt hoeveel kilometer per uur de verdachte te hard heeft gereden. De politieambtenaar heeft verklaard dat de verdachte 50 km/u reed, de verdachte heeft verklaard dat hij vermoedelijk 60 km/u reed. Vaststaat dat de verdachte zich niet aan de toegestane snelheid voor een bromfiets heeft gehouden. Wat zijn snelheid was vlak voor de aanrijding blijkt echter niet uit het dossier.
Met betrekking tot het niet (tijdig) remmen, is het volgende van belang. Uit de camerabeelden blijkt dat het politievoertuig rijdend op de parallelle rijbaan de verdachte rijdend op het fietspad met hoge snelheid inhaalt, vervolgens het fietspad op rijdt en het voertuig op korte afstand voor de brommer van de verdachte tot stilstand brengt. Enkele ogenblikken later botst de bromfiets tegen het politievoertuig. De politieambtenaar die het voertuig bestuurde, heeft verklaard dat de verdachte niet heeft geremd voordat hij en de bromfiets tegen elkaar botsten. Uit die verklaring volgt niet dat het voor de verdachte redelijkerwijs nog mogelijk was om te remmen. De verdachte heeft verklaard dat hij weliswaar heeft geremd maar vanwege de korte afstand tussen hem en het politievoertuig, niet tijdig tot stilstand kon komen. Uit de verkeersongeval analyse is gebleken dat het politievoertuig maximaal 86 km/u heeft gereden. De rechtbank overweegt dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat de verdachte tijd had om te remmen toen het politievoertuig het fietspad opreed en het ongeval daarmee had kunnen voorkomen
Samenvattend heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen dat de verdachte het verkeersongeval heeft veroorzaakt door te hard rijden of niet tijdig te remmen. Nu het causaal verband tussen de verweten gedragingen en het verkeersongeval niet vaststaat spreekt de rechtbank de verdachte vrij van het primaire feit te weten overtreding van artikel 6 WVW Pro (letsel door schuld in het verkeer).
3.3.3
Het juridisch kader van artikel 5a Wegenverkeerswet (WVW) (subsidiair)
De rechtbank dient te beoordelen of de verdachte met zijn rijgedrag (I) de verkeersregels heeft geschonden, (II) of hij dat in ernstige mate heeft gedaan, (III) of hij dat opzettelijk heeft gedaan en (IV) of daardoor gevaar was te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen. Om te kunnen beoordelen of gelet op het bewezenverklaarde gedrag waarmee de verkeersregels in ernstige mate zijn geschonden, levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was, moet worden vastgesteld of dit gevaar naar algemene ervaringsregels te voorzien was.
Vrijspraak van het subsidiair tenlastegelegde (art. 5a WVW)
Vaststaat dat de verdachte zich gevaarlijk in het verkeer heeft gedragen door een aantal verkeersovertredingen te begaan. De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of hij zich dusdanig heeft gedragen dat levensgevaar of gevaar voor lichamelijk letsel voor een ander te duchten was. Uit de dossierstukken blijkt dat voorbijgangers ‘verschrikt’ keken toen de verdachte langsreed en dat mensen op het voetpad opzij stapten om niet geraakt te worden door de snorfiets. De rechtbank overweegt hierbij dat onduidelijk is waar deze personen zich bevonden, wat de situatie was, waar het concrete gevaar uit bestond en hoe hard de verdachte op dat moment reed. De rechtbank kan niet komen tot de vaststelling dat naar algemene ervaringsregels er levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was. De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van het subsidiaire feit te weten overtreding van artikel 5a WVW.
3.3.4
Bewijs ten aanzien van het meer subsidiair tenlastegelegde (art. 5 WVW Pro)
De rechtbank vindt wel bewezen dat de verdachte gevaar en hinder op de weg heeft veroorzaakt. De verdachte bekent dat hij de ten laste gelegde handelingen heeft gepleegd, zoals die hieronder bewezen zijn verklaard, met uitzondering van een feitelijk onderdeel van ondergeschikte betekenis, te weten het slingeren op de weg. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert.
Bewijsmiddelen [1]
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 21 mei 2026;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 28 mei 2025, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , genummerd PL900-2025175449-13, pagina 48-50;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 28 mei 2025, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] , genummerd PL900-2025175449-16, pagina 56-59.
De rechtbank vindt ook bewezen dat de verdachte heeft geslingerd. Verbalisant [verbalisant 1] heeft in zijn proces-verbaal opgeschreven dat de scooter die de verdachte bestuurde op de [straat 3] van links naar rechts slingerde. [2] Ook [verbalisant 2] relateert dat de snorfiets op de [straat 3] erg aan het slingeren was. [3]
Partiële vrijspraak (meer subsidiair)
Met de officier van justitie en de advocaat is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende aanknopingspunten aanwezig zijn om aan te nemen dat de verdachte met zijn bromfiets een gesloten weg is ingereden. De rechtbank heeft vastgesteld dat aan het begin van de straat waar de verdachte in reed een bord stond dat aangaf dat de weg gesloten was voor weggebruikers, uitgezonderd fietsers en bromfietsers. Ten aanzien van het inrijden van een gesloten weg spreekt de rechtbank verdachte dan ook vrij.
Verder volgt de rechtbank de advocaat in haar standpunt dat niet is gebleken dat de verdachte op de [straat 2] in Utrecht tegen het verkeer in heeft gereden. Het fietspad waarop de verdachte reed, is bestemd voor verkeer in twee richtingen. Op het fietspad geeft een onderbroken streep een scheiding in twee rijrichtingen aan. De rechtbank spreekt de verdachte ook van dit onderdeel vrij.
Feit 2 (16/030575-26)
Bewijsmiddelen
De rechtbank oordeelt dat het feit (eenvoudige belediging van een politieambtenaar) is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de volgende bewijsmiddelen: [4]
Een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 3] , werkzaam als hoofagent van de Eenheid Midden-Nederland van 30 januari 2026, pagina 10-14:
Op 29 januari 2026 was ik, verbalisant, belast met de incidenten afhandeling voor de Eenheid Midden-Nederland. Ik liep samen met collega [verbalisant 4] de portiek uit van de flat in Utrecht waar [verdachte] woonachtig is. Ik hoorde [verdachte] direct luid roepen: "Hey ga weg joh! Jullie hebben echt niets beter te doen! Nietsnutten!"
Ik opende mijn raam en hoorde [verdachte] luid roepen: "Opkankeren!
Ook zei hij “Kankerwout”. Ik zag dat [verdachte] in mijn richting keek op het moment dat hij deze uitspraken deed. Omdat [verdachte] mij ruim tien keer aanriep met "Je kankermoeder" en "Kankerwout" besloot ik samen met collega [verbalisant 4] om [verdachte] aan te houden.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
Feit 1 (16/195360-25)
meer subsidiairop 28 mei 2025, te Utrecht, als bestuurder van een voertuig(bromfiets), daarmee rijdende op de weg, (fietspad gelegen aan) de [straat 2] , de [straat 3] , de [straat 1] en de [straat 4]
- nadat hem, verdachte, door de politie een stopteken was gegeven - door middel van een politietransparant met de tekst "STOP POLITIE" in combinatie met optische signalen en geluidssignalen - dit stopteken te negeren en is blijven negeren en zijn snelheid juist te verhogen en
- daarbij met een te hoge snelheid te rijden en
- daarbij meermalen op het midden van de weg te rijden en te slingeren en
- meermalen geen richting aan te geven en
- vervolgens over het trottoir van de [straat 1] en/of de [straat 4] te rijden door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd.
16/030575-26op 29 januari 2026 te Utrecht, opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 3] , hoofdagent bij de Eenheid Midden-Nederland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem meermaals de woorden toe te voegen:
- "opkankeren"
- "je kankermoeder",
- "kankerwout" en
- "hebben jullie echt niets beters te doen, nietsnutten".
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1 (16/195360-25)
Meer subsidiair: overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994;
Feit 2 (16/030575-26)eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
4.2.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die met zich brengen dat de verdachte niet strafbaar is.

5.Straffen

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
- een taakstraf van 180 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 90 dagen hechtenis;
- een gevangenisstraf van één maand, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;
- een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) gelijk aan de tijd dat het rijbewijs is ingehouden;
- een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) van 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van deze straffen houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd
Verdachte is nadat de politie hem zonder helm op zijn bromfiets zag rijden met het latere slachtoffer achterop op de vlucht geslagen. Tijdens de achtervolging door Utrecht heeft hij een aantal verkeersovertredingen begaan waardoor hij gevaar op de weg heeft veroorzaakt. Uiteindelijk heeft de politieauto het fietspad waar de verdachte en het slachtoffer reden geblokkeerd. Als gevolg van de botsing van de bromfiets tegen de politieauto is het slachtoffer ernstig gewond geraakt aan zijn onderbeen. Het slachtoffer heeft als gevolg van het ongeval vier afgesneden pezen in zijn onderbeen opgelopen en heeft een periode niet kunnen werken. Hoewel niet kan worden bewezen dat de verdachte schuld heeft aan het verkeersongeval neemt de rechtbank het de verdachte wel kwalijk dat hij niet is gestopt toen de politie een stopteken gaf. Als hij gewoon was gestopt was het ongeval niet gebeurd en had hij in gesprek kunnen gaan met de politieambtenaren.
Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan belediging van een politieambtenaar in functie, die simpelweg zijn werk deed. Opsporingsambtenaren moeten onder normale omstandigheden hun werk kunnen doen. Wie de politie uitscheldt, vraagt om straf.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van de verdachte van 14 mei 2026, waaruit blijkt dat hij op 11 juli 2025 door de politierechter van de rechtbank Midden-Nederland voor onder meer het beledigen van een politieambtenaar in functie is veroordeeld tot een taakstraf (deels voorwaardelijk). Uit het strafblad blijkt niet dat hij eerder is veroordeeld voor verkeersdelicten.
Strafkader
De rechtbank heeft gekeken naar de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd.
De rechtbank legt een lagere straf op dan is geëist. De officier van justitie heeft namelijk een straf geëist voor een zwaarder misdrijf, terwijl de rechtbank de verdachte daarvan vrijspreekt.
De rechtbank legt de verdachte voor het verkeersdelict een taakstraf van 30 uur op, bij niet of niet naar behoren verrichten te vervangen door 15 dagen hechtenis. Daarnaast zal de rechtbank aan de verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd dat de verdachte zijn rijbewijs al kwijt is geweest, opleggen. Het voorwaardelijk deel van deze bijkomende straf wordt opgelegd met het doel om de verdachte ervan te weerhouden opnieuw gevaar op de weg te veroorzaken.
Met betrekking tot het beledigen van een politieambtenaar in functie legt de rechtbank de verdachte een taakstraf van 30 uur op, bij niet of niet naar behoren verrichten te vervangen door 15 dagen hechtenis.

6.In beslag genomen voorwerpen

6.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de in beslag genomen bromfiets (Piaggio) verbeurd moet worden verklaard.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte de bromfiets terug wil.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
Verbeurdverklaring
De rechtbank zal het in beslag genomen voorwerp, te weten de bromfiets (Piaggio) verbeurd verklaren. Met behulp van dit voorwerp is het bewezen verklaarde feit onder parketnummer 16/195360-25 begaan.

7.Vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf

De politierechter in Utrecht heeft aan de verdachte in de zaak met parketnummer 16/041711-25 op 11 juli 2025 een taakstraf van 60 uur voorwaardelijk opgelegd, met een proeftijd van twee jaar.
7.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de rechtbank de vordering toewijst, zodat de voorwaardelijk aan de verdachte opgelegde straf ten uitvoer wordt gelegd. Volgens de officier van justitie heeft de verdachte zich niet gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig mag maken aan een strafbaar feit.
7.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat laat de beslissing over de vordering tot tenuitvoerlegging aan de rechtbank over.
7.3.
Oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan een strafbaar feit. Om die reden zal deze straf alsnog ten uitvoer gelegd worden.

8.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straffen en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
  • artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 62, 266, 267 van het Wetboek van Strafrecht;
  • artikelen 5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart het primair en subsidiair ten laste gelegde feit (parketnummer 16/195360-25) niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
bewezenverklaring
  • verklaart bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 16/195360-25 (feit 1) meer subsidiair ten laste gelegde feit en het onder parketnummer 16/030575-26 (feit 2) ten laste gelegde feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
  • verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straffen
16/195360-25 (feit 1)
- veroordeelt verdachte tot
een taakstrafvan
30 uren;
- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 15 dagen hechtenis;
-
ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van

6 maanden;

- bepaalt dat de duur van de ontzegging wordt verminderd met de tijd die het rijbewijs vóór het tijdstip waarop de straf ingaat, ingevorderd en ingehouden is geweest;
- bepaalt dat van de ontzegging een gedeelte, groot
3 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt daarbij een proeftijd van
twee jarenvast;
16/030575-26 (feit 2)
- veroordeelt verdachte tot een
taakstrafvan
30 uren;
- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 15 dagen hechtenis;
beslag (16/195360-25)
- verklaart het volgende voorwerp
verbeurd:
 bromfiets Piaggio (goednummer 3534607);
vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 16/041711-25
- wijst de vordering toe;
- gelast de tenuitvoerlegging van de door de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland (locatie Utrecht) bij vonnis van 11 juli 2025 opgelegde voorwaardelijke taakstraf voor de duur van
60 uur, in het geval dat verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf te vervangen door 30 dagen hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. den Otter, voorzitter, mrs. L.M. Reijnierse en S.E. Garvelink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.A. van Loon als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
16/195360-25
hij op of omstreeks 28 mei 2025 te Utrecht, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bromfiets), daarmede rijdende over de weg, (het fietspad gelegen aan de) de [straat 2] , in elk geval een voor het openbaar verkeer openstaande weg zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
- nadat hem, verdachte, door de politie een stopteken was gegeven - door middel
van een politietransparant met de tekst "STOP POLITIE" in combinatie met
optische signalen en geluidssignalen - dit stopteken te negeren en/of is blijven
negeren en/of zijn snelheid (juist) te verhogen en/of
- (vervolgens) de [straat 3] in te rijden en/of daarbij een voor zijn, verdachtes,
rijrichting bedoelde geslotenverklaring (aangegeven met een bord C2 van bijlage I
Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) te negeren en/of
- daarbij met een (te) hoge snelheid, althans met een snelheid die (veel) hoger was
dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur te rijden
en/of
- (daarbij) meermalen, althans eenmaal, op het midden van de weg te rijden en/of
te slingeren, althans onvoldoende rechts te houden en/of
- meermalen geen richting aan te geven en/of
- (vervolgens) over het trottoir (van de [straat 1] en/of de [straat 4] )
te rijden en/of
- (vervolgens) op het fietspad tegen het verkeer in te rijden (zogenaamd
"spookrijden") en/of
- (daarbij) niet of in onvoldoende mate te letten op het direct voor hem, verdachte,
gelegen weggedeelte van die weg en/of
- (vervolgens) niet tijdig en/of voldoende af te remmen waarna verdachte tegen een
opvallend politievoertuig op het fietspad is aangereden en/of aangebotst,
waardoor een ander, te weten, [slachtoffer] (de bijrijder van verdachte) zwaar
lichamelijk letsel, te weten een wond op zijn rechterscheenbeen met doorgesneden
pezen naar de voet, werd toegebracht, of zodanig lichamelijk letsel werd
toegebracht, dat daaruit tijdelijke kiekte of verhindering in de uitoefening van de
normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 28 mei 2025 te Utrecht, althans in Nederland, als bestuurder van
een voertuig (bromfiets), daarmee rijdende op de weg, (fietspad gelegen aan de) de
[straat 2] , de [straat 3] , de [straat 1] en/of de [straat 4] , zich
opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden
geschonden door
- nadat hem, verdachte, door de politie een stopteken was gegeven - door middel
van een politietransparant met de tekst "STOP POLITIE" in combinatie met
optische signalen en geluidssignalen - dit stopteken te negeren en/of is blijven
negeren en/of zijn snelheid (juist) te verhogen en/of
- (vervolgens) de [straat 3] in te rijden en/of daarbij een voor zijn, verdachtes,
rijrichting bedoelde geslotenverklaring (aangegeven met een bord C2 van bijlage I
Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) te negeren en/of
- daarbij met een (te) hoge snelheid, althans met een snelheid die (veel) hoger was
dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur te rijden
en/of
- (daarbij) meermalen, althans eenmaal, op het midden van de weg te rijden en/of
te slingeren, althans onvoldoende rechts te houden en/of
- meermalen geen richting aan te geven en/of
- (vervolgens) over het trottoir (van de [straat 1] en/of de [straat 4] )
te rijden en/of
- (vervolgens) op het fietspad tegen het verkeer in te rijden (zogenaamd
"spookrijden") en/of
- (daarbij) niet of in onvoldoende mate te letten op het direct voor hem, verdachte,
gelegen weggedeelte van die weg en/of
- (vervolgens) niet tijdig en/of voldoende af te remmen waarna verdachte tegen een
opvallend politievoertuig op het fietspad is aangereden en/of aangebotst,
door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar
lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden:
hij, op of omstreeks 28 mei 2025, te Utrecht, althans in Nederland, als bestuurder
van een voertuig(bromfiets), daarmee rijdende op de weg, (fietspad gelegen aan de)
de [straat 2] , de [straat 3] , de [straat 1] en/of de [straat 4]
- nadat hem, verdachte, door de politie een stopteken was gegeven - door middel
van een politietransparant met de tekst "STOP POLITIE" in combinatie met
optische signalen en geluidssignalen - dit stopteken te negeren en/of is blijven
negeren en/of zijn snelheid (juist) te verhogen en/of
- (vervolgens) de [straat 3] in te rijden en/of daarbij een voor zijn, verdachtes,
rijrichting bedoelde geslotenverklaring (aangegeven met een bord C2 van bijlage I
Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) te negeren en/of
- daarbij met een (te) hoge snelheid, althans met een snelheid die (veel) hoger was
dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur te rijden
en/of
- (daarbij) meermalen, althans eenmaal, op het midden van de weg te rijden en/of
te slingeren, althans onvoldoende rechts te houden en/of
- meermalen geen richting aan te geven en/of
- (vervolgens) over het trottoir (van de [straat 1] en/of de [straat 4] )
te rijden en/of
- (vervolgens) op het fietspad tegen het verkeer in te rijden (zogenaamd
"spookrijden") en/of
- (daarbij) niet of in onvoldoende mate te letten op het direct voor hem, verdachte,
gelegen weggedeelte van die weg en/of
- (vervolgens) niet tijdig en/of voldoende af te remmen waarna verdachte tegen een
opvallend politievoertuig op het fietspad is aangereden en/of aangebotst,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,
althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,
althans kon worden gehinderd;
16/030575-26
hij op of omstreeks 29 januari 2026 te Utrecht, opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 3] , hoofdagent bij de Eenheid Midden-Nederland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling
heeft beledigd, door hem meermaals de woorden toe te voegen:
- "opkankeren"
- "je kankermoeder",
- "kankerwout" en/of
- "hebben jullie echt niets beters te doen, nietsnutten",
althans woorden van
gelijke beledigende aard en/of strekking.

Voetnoten

2.Pagina 48.
3.Pagina 49.