Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3433

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
16.046577-25 (P)
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte van medeplegen gewapende overval op juwelier in Almere

Op 14 januari 2025 vond een gewapende overval plaats op een juwelier in Almere waarbij (dummy)sieraden werden gestolen en geweld werd gebruikt tegen twee slachtoffers. De verdachte werd primair beschuldigd van medeplegen van deze overval en subsidiair van medeplichtigheid door het verschaffen van gelegenheid en middelen.

Tijdens de zitting op 26 mei 2026 en het daaropvolgende onderzoek heeft de rechtbank het bewijs beoordeeld. Camerabeelden toonden dat medeverdachten de overval uitvoerden en dat een auto, geregistreerd op naam van de moeder van de verdachte en gebruikt door de verdachte, betrokken was. De verdachte ontkende betrokkenheid en het dossier bevatte geen overtuigend bewijs dat hij daadwerkelijk deelnam aan de overval.

De officier van justitie en de verdediging stelden beiden vrijspraak voor wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. De rechtbank oordeelde dat ondanks aanwijzingen richting de verdachte, niet kon worden vastgesteld dat hij betrokken was bij de overval. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.

De benadeelde partij had een schadevergoeding van ruim €12.000,- gevorderd, maar werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte werd vrijgesproken. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs; benadeelde partij niet-ontvankelijk in schadevordering.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16.046577-25 (P)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 18 juni 2026 in de strafzaak van:
[verdachte],
geboren op [2005] in [geboorteplaats] (Verenigd Koninkrijk),
wonende aan de [adres] , [woonplaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 26 mei 2026. Het onderzoek is gesloten op 9 juni 2026.
Op de zitting van 26 mei 2026 waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. S.K. Lanning;
  • de advocaat van de verdachte: mr. R.J. Jager (hierna: de advocaat);
  • de benadeelde partij [slachtoffer 1] , bijgestaan door een medewerker van Slachtofferhulp Nederland.

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan, samengevat, dat:
primair
hij op 14 januari 2025 in Almere samen met (een) ander(en) of alleen een gewapende overval heeft gepleegd op [juwelier] , waarbij (dummy)sieraden zijn gestolen en gebruik is gemaakt van (bedreiging met) geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] door met een bedekt gezicht naar voornoemde personen te lopen, te zeggen ‘handen omhoog’ en ‘overval’, een voorwerp (dat op een vuurwapen leek) te tonen en op voornoemde personen te richten en [slachtoffer 1] bij haar pols te pakken;
subsidiair
[medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of (een) onbekend gebleven mededader(s) op 14 januari 2025 in Almere de onder primair omschreven gewapende overval hebben gepleegd, en de verdachte daarbij opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid of middelen heeft verschaft, door [medeverdachte 2] op te halen en nabij de plaats delict te brengen, bijeen te komen met voornoemde personen en hen instructies met betrekking tot de uitvoering van de overval te geven en aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] een tas, een hamer, handschoenen en een bivakmuts te verschaffen.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage bij dit vonnis.

3.Vrijspraak

3.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat weliswaar sprake is van wettig, maar niet van overtuigend bewijs tegen de verdachte. Zij heeft om die reden gevorderd de verdachte vrij te spreken van hetgeen hem primair en subsidiair ten laste is gelegd.
3.2
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft bepleit de verdachte vrij te spreken van het primair en subsidiair tenlastegelegde, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.
3.3
Oordeel van de rechtbank
Voor het beantwoorden van de vraag of de verdachte betrokken is geweest bij de overval op [juwelier] in Almere op 14 januari 2025 overweegt de rechtbank het volgende.
Op basis van de bewijsmiddelen in het dossier kan worden vastgesteld dat de overval heeft plaatsgevonden omstreeks 14.30 uur en dat deze overval is uitgevoerd door de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Uit camerabeelden blijkt dat medeverdachte [medeverdachte 2] op 14 januari 2025 vlak voor 13.00 uur in [woonplaats] is ingestapt in een auto. Deze auto stond op naam van de moeder van de verdachte en werd door de verdachte gebruikt. Op de beelden is zichtbaar dat zich op dat moment twee andere personen in de auto bevonden en dat de auto wegreed nadat [medeverdachte 2] was ingestapt. De verdachte ontkent dat hij op de dag van de overval in de auto heeft gereden en op de beelden is niet zichtbaar of hij een van de inzittenden van de auto is geweest. Omstreeks 13.20 uur straalde de telefoon van de verdachte aan op een zendmast in Almere nabij de locatie van [juwelier] . Omstreeks 14.00 uur maakte deze telefoon gebruik van een zendmast in Naarden. Nader onderzoek in de telefoon van de verdachte heeft niet plaatsgevonden. Medeverdachte [medeverdachte 1] is na de overval aangehouden in een steeg aan de [straat] in Almere. Op camerabeelden is zichtbaar dat omstreeks 14.30 uur, het tijdstip van de overval, twee personen deze steeg inliepen en dat de kleding van één van hen overeenkomsten vertoonde met de kleding van een van de inzittenden van voornoemde auto. De verdachte ontkent iedere betrokkenheid bij de overval.
Hoewel uit het dossier blijkt van omstandigheden die wijzen in de richting van de verdachte, kan op grond van de vaststaande feiten en omstandigheden niet worden vastgesteld dat de verdachte (op welke wijze dan ook) betrokken is geweest bij de overval. Dit betekent dat de rechtbank de verdachte zal vrijspreken van het primair en het subsidiair tenlastegelegde wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.

4.Vordering benadeelde partij

4.1
Vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer 1] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 12.021,35, bestaande uit € 2.021,35 ter vergoeding van materiële schade en € 10.000,- ter vergoeding van immateriële schade (smartengeld).
De benadeelde partij heeft gesteld dat de gewapende overval is gepleegd door meerdere personen en verzoekt daarom de verdachte en de medeverdachte(n) hoofdelijk te veroordelen tot betaling van het toe te wijzen bedrag. Ook is verzocht het toe te wijzen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
4.2
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft, gelet op de gevorderde vrijspraak van de verdachte, de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.
4.3
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft, gelet op de bepleite vrijspraak, verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.
4.4
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de verdachte geheel vrijspreken. Volgens de wet kan de strafrechter dan geen schadevergoeding toekennen aan een benadeelde. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.
Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering, zal de rechtbank de kosten compenseren, in die zin dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

5.Beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het primair en subsidiair tenlastegelegde niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;
Vordering benadeelde partij [slachtoffer 1](primair en subsidiair)
  • verklaart [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in haar vordering;
  • compenseert de proceskosten van de benadeelde partij [slachtoffer 1] en de verdachte, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, mr. R.B. Eigeman en mr. drs.
S.M. van Meer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.R. Horst, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026.
De voorzitter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage: Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
primair
hij op of omstreeks 14 januari 2025 te Almere-Buiten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (dummy)sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [juwelier] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door- met een bedekt gezicht en een hand in/onder een tas op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] af te lopen,- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] meermalen de woorden toe te voegen “handen omhoog” en/of “overval”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ,- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te richten op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , en/of- die [slachtoffer 1] bij haar pols vast te pakken;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of één of meer onbekend gebleven mededaders op of omstreeks 14 januari 2025 te Almere-Buiten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar en/of een of meer anderen, althans alleen, (dummy)sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [juwelier] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of zijn/hun mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door- met een bedekt gezicht en een hand in/onder een tas op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] af te lopen,- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] meermalen de woorden toe te voegen “handen omhoog” en/of “overval”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ,- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te richten op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , en/of- die [slachtoffer 1] bij haar pols vast te pakken,bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 14 januari 2025 te Almere-Buiten en/of te Hilversum, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door- die [medeverdachte 2] op te halen in [woonplaats] ,- die [medeverdachte 2] nabij de plaats delict in Almere-Buiten te brengen,- bijeen te komen met die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of één of meer onbekend gebleven mededaders,- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] instructies (met betrekking tot de uitvoering van de overval) te geven, en/of- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] een tas, een hamer, handschoenen en/of een bivakmuts te verschaffen.