Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Status vonnis van 31 december 2024 en van (herstel)vonnis van 5 februari 2025
Ten overvloede merkt de kantonrechter nog het volgende op. Het is juist dat de kantonrechter bericht heeft ontvangen dat de gedaagde partij niet van antwoord kon dienen omdat de aandeelhouders van de gedaagde partij hebben besloten om de vennootschap te liquideren. Deze brief gedateerd op 10 december 2024 en bestemd voor de rolzitting van 11 december 2024 heeft de kantonrechter pas op 13 december 2024 ontvangen. Deze brief is dus te laat ontvangen nu de kantonrechter op de rolzitting van 11 december 2024 al had bepaald om vonnis te wijzen. Schorsing kan niet meer plaatsvinden nadat de dag is bepaald waarop het vonnis zal worden uitgesproken volgens het bepaalde in artikel 225 lid 4 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering.”Daarmee staat de veroordeling van [onderneming] tot betaling van onder meer het loon in rechte vast. Voor zover [gedaagde] in zijn conclusie van antwoord heeft willen betogen dat het vonnis inhoudelijk onjuist is, gaat de kantonrechter daaraan voorbij. De inhoudelijke discussie of de vordering van [eiser] jegens [onderneming] op onjuiste gronden is genomen had in die procedure moeten worden gevoerd. [onderneming] heeft nu juist in die procedure afgezien van het voeren van verweer. Daarmee staat vast dat [onderneming] een betalingsverplichting had jegens [eiser] en dat zij die verplichting niet is nagekomen.
€ 144,00- totaal € 650,00