Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. V.H. van der Horst;
- de advocaat van de verdachte: mr. R.M. Wagenaar (hierna: de advocaat);
- het slachtoffer: [slachtoffer] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Op 28 februari 2025 vond in Utrecht een poging tot gewapende overval plaats bij een drankwinkel. De verdachte werd ervan beschuldigd het slachtoffer met een vuurwapen te hebben bedreigd en geslagen, en het vuurwapen op een voorbijganger te hebben gericht. De zaak werd inhoudelijk behandeld op 26 mei 2026.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van dertig maanden, terwijl de verdediging vrijspraak vorderde wegens gebrek aan bewijs. De enige aanwijzing was een herkenning van de verdachte op camerabeelden door een tipgever, die echter voorkennis had en zich baseerde op kenmerken die niet zichtbaar waren op de beelden.
De rechtbank oordeelde dat de overeenkomsten tussen de verdachte en de dader op de beelden algemeen waren en dat de herkenning onvoldoende betrouwbaar was. Er was geen ander bewijs dat de verdachte de dader was. Daarom werd de verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs van poging tot gewapende overval.