ECLI:NL:RBMNE:2026:346

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 januari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
UTR 25/3561-V
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond wegens dubbel geregistreerd beroepschrift tegen niet tijdig beslissen herbeoordeling

Deze uitspraak betreft het verzet van de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank van 18 december 2025. In die uitspraak werd het beroep gegrond verklaard wegens het niet tijdig beslissen op een verzoek om herbeoordeling.

De rechtbank had de eerdere uitspraak zonder zitting gedaan omdat zij geen twijfel had over de uitkomst, conform artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Opposante stelde echter dat er al een eerdere uitspraak was gedaan op een soortgelijk beroep, waardoor het huidige beroepschrift dubbel geregistreerd was.

De rechtbank bevestigt dat het beroepschrift van 10 juni 2025 dubbel geregistreerd is en dat de uitspraak van 18 december 2025 daarom onjuist is. Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere uitspraak vervalt. De zaak wordt administratief doorgehaald en niet inhoudelijk voortgezet.

De beslissing is genomen zonder zitting en is definitief, hoger beroep is niet mogelijk.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere uitspraak van 18 december 2025 vervalt wegens dubbele registratie van het beroepschrift.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/3561-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 januari 2026 op het verzet van

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,te Utrecht, opposante,

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat geopposeerde heeft ingediend omdat opposante niet op tijd heeft beslist op haar verzoek om herbeoordeling.
In de uitspraak van 18 december 2025 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard.
Opposante is tegen deze uitspraak in verzet gegaan.
Opposante heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 18 december 2025 het beroep gegrond verklaard, omdat opposante niet tijdig een besluit heeft genomen op het verzoek van geopposeerde.
Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposante gelijk heeft met haar beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 18 december 2025 niet juist was.
3. Volgens opposante is de uitspraak van de rechtbank van 18 december 2025 niet juist, omdat de rechtbank op 4 augustus 2025 (zaaksnummer 25/3483) al een uitspraak heeft gedaan op het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het verzoek om herbeoordeling van 9 augustus 2022 inzake mevrouw [A] .
4. De rechtbank volgt opposante hierin. Zowel in de zaak met nummer 25/3483 als in de onderhavige zaak gaat het om hetzelfde beroep tegen het niet tijdig beslissen. Dit beroepschrift is van 10 juni 2025 en is door de rechtbank per abuis dubbel geregistreerd. Dat betekent dat de uitspraak van 18 december 2025 onjuist is. Om die reden had de rechtbank het beroep niet zonder zitting mogen afdoen. Het verzet is dus gegrond, de uitspraak van 18 december 2025 vervalt (artikel 8:55, negende lid, van de Awb). Anders dan artikel 8:55, negende lid van de Awb bepaalt, wordt het onderzoek niet voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Omdat het beroepschrift zaak dubbel is geregistreerd, zal deze zaak administratief worden doorgehaald.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het verzet gegrond;
  • verklaart de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 18 december 2025 met zaaknummer UTR 25/3561 vervallen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2026.
De griffier is buiten staat
te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.