Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3473

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
UTR 26/160
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:1 AwbArt. 4.4 WooArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op Woo-verzoek door gemeente Wijdemeren

Eiser diende op 30 september 2025 een verzoek om informatie in op grond van de Wet open overheid (Woo) bij de gemeente Wijdemeren. De gemeente had volgens de wet binnen vier weken moeten beslissen, uiterlijk 28 oktober 2025, maar heeft dit niet gedaan. Eiser stelde de gemeente op 24 november 2025 per e-mail in gebreke en startte vervolgens een beroep bij de rechtbank.

De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat de ingebrekestelling correct is gedaan. Verweerder heeft verzocht om verlenging van de beslistermijn tot 1 juni 2026 vanwege de omvang van het verzoek, capaciteitsgebrek en een gemeentelijke fusie. De rechtbank wijst dit verzoek af en bepaalt dat de gemeente binnen twee weken na de uitspraak alsnog moet beslissen.

Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100 per dag dat de gemeente de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000. Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig beslissen vernietigd en de gemeente wordt verplicht het betaalde griffierecht van € 200 aan eiser te vergoeden. Een proceskostenvergoeding wordt niet toegekend.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de gemeente op binnen twee weken alsnog te beslissen, met oplegging van een dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/160

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijdemeren, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 8 januari 2026 omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek van 30 september 2025 om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo).

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Eiser heeft op 30 september 2025 een verzoek om informatie op grond van de Woo (Woo-verzoek) ingediend. Dit Woo-verzoek is door verweerder ook op 30 september 2025 ontvangen. Verweerder moet binnen vier weken beslissen op dat verzoek. Dat staat in artikel 4.4, eerste lid, van de Woo. Verweerder heeft de beslistermijn niet verdaagd. Verweerder had dus uiterlijk 28 oktober 2025 moeten beslissen. De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is overschreden. De rechtbank stelt verder vast dat eiser verweerder op 24 november 2025 per e-mail in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien twee weken zijn verstreken.
4. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. De standaardtermijn waarbinnen verweerder alsnog op het verzoek moet beslissen bedraagt in beginsel twee weken na deze uitspraak (artikel 8:55d, eerste lid, Awb). Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen (artikel 8:55d, derde lid, Awb).
5. Op 10 februari 2026 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Verweerder heeft daarin verzocht om een langere beslistermijn en wel tot en met 1 juni 2026. De overschrijding en verlenging van de beslistermijn is volgens verweerder gelegen in het zeer omvangrijke verzoek en in de grote achterstanden in de afhandeling van zaken als gevolg van capaciteitsgebrek. Dat hangt ook samen met een gemeentelijke fusie, die onder meer gevolgen heeft voor de inrichting van het ambtelijk apparaat.
6. Gelet op de tijd die is verstreken sinds het indienen van het verweerschrift en de datum waarop de rechtbank uitspraak doet, ziet de rechtbank geen aanleiding een langere termijn op te leggen dan de standaard termijn van twee weken.
7. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
8. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van Pro de Awb).
9. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoeden. Van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 200,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026.
de griffier is verhinderd deze uitspaak
te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.