ECLI:NL:RBMNE:2026:349

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
UTR 25/6104
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:1 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken tijdige ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen bestuursorgaan

Eiseres diende op 6 maart 2024 een wijziging van haar gezondheid in bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Omdat verweerder niet tijdig op deze aanvraag besliste, stelde eiseres dat zij op 6 mei 2024 een ingebrekestelling had verzonden om verweerder aan te manen binnen twee weken alsnog te beslissen.

Verweerder betwistte de ontvangst van deze ingebrekestelling. De rechtbank overwoog dat volgens vaste rechtspraak de verzender moet aantonen dat en wanneer een brief per reguliere post is verzonden. Eiseres bracht een kopie van de ingebrekestelling in, maar dit stuk toonde geen bewijs van verzending. De brief van 6 mei 2024 stelde slechts dat de ingebrekestelling die dag per post zou worden verzonden.

Omdat de brief niet als ingebrekestelling kon worden aangemerkt, was niet voldaan aan de wettelijke voorwaarde uit artikel 6:12 Awb Pro. Hierdoor kon het beroepschrift niet ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank wees het beroep af wegens niet-ontvankelijkheid.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een tijdige ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6104

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 januari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , te [plaats] , eiseres,

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 6 maart 2024.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Eiseres heeft op 6 maart 2024 een wijziging van haar gezondheid doorgegeven. Met de brief van 6 mei 2024 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld. Verweerder stelt de ingebrekestelling niet te hebben ontvangen.
4. De rechtbank overweegt dat uit vaste rechtspraak volgt dat als een geadresseerde stelt dat zij een per reguliere post verzonden brief niet heeft ontvangen, het in beginsel aan de verzender is om aannemelijk te maken dat en wanneer de brief is verzonden. Eiseres stelt dat zij de ingebrekestelling op 6 mei 2024 heeft verzonden. Ter onderbouwing hiervan heeft eiseres een kopie van de ingebrekestelling ingebracht. Uit dit stuk blijkt niet dat er sprake is van een verzending. Eiseres heeft verweerder bij brief van 6 mei 2024 in kennis gesteld dat zij diezelfde dag de ingebrekestelling per post zal verzenden.
Eiseres heeft hiermee niet aannemelijk gemaakt dat zij de ingebrekestelling op 6 mei 2024 naar het adres van verweerder heeft verzonden.
5. Omdat de brief van 6 mei 2024 niet kan worden aangemerkt als een ingebrekestelling, is niet voldaan aan de voorwaarde van artikel 6:12, tweede lid, onder b, van de Awb. Het beroepschrift kon daarom nog niet worden ingediend. De rechtbank zal het beroep van eiseres om die reden dan ook niet-ontvankelijk verklaren.
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.