Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 januari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres diende op 6 maart 2024 een wijziging van haar gezondheid in bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Omdat verweerder niet tijdig op deze aanvraag besliste, stelde eiseres dat zij op 6 mei 2024 een ingebrekestelling had verzonden om verweerder aan te manen binnen twee weken alsnog te beslissen.
Verweerder betwistte de ontvangst van deze ingebrekestelling. De rechtbank overwoog dat volgens vaste rechtspraak de verzender moet aantonen dat en wanneer een brief per reguliere post is verzonden. Eiseres bracht een kopie van de ingebrekestelling in, maar dit stuk toonde geen bewijs van verzending. De brief van 6 mei 2024 stelde slechts dat de ingebrekestelling die dag per post zou worden verzonden.
Omdat de brief niet als ingebrekestelling kon worden aangemerkt, was niet voldaan aan de wettelijke voorwaarde uit artikel 6:12 Awb Pro. Hierdoor kon het beroepschrift niet ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank wees het beroep af wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een tijdige ingebrekestelling.