Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn Woo-verzoek, nadat eerdere uitspraken van de rechtbank verweerder hadden opgedragen binnen een gestelde termijn te beslissen. Ondanks deze opdrachten heeft verweerder nog steeds geen besluit genomen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden en wijst erop dat eiser eerst een ingebrekestelling heeft gestuurd, zoals vereist volgens de Awb. Verweerder voert aan dat de complexiteit van de zaak, achterstanden en een ICT-inbreuk de vertraging verklaren, maar de rechtbank acht dit onvoldoende reden voor verdere uitstel.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog moet beslissen en legt een dwangsom van €250 per dag op, met een maximum van €37.500, om verweerder te stimuleren tot spoedige besluitvorming. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan eiser toegekend. Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard.