ECLI:NL:RBMNE:2026:3497

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
UTR 25/6287
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 ParticipatiewetArt. 18 ParticipatiewetAVG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling plan van aanpak en verplichting tot taallessen in kader Participatiewet

Eiseres, een bijstandsgerechtigde, is verplicht gesteld taallessen te volgen in het kader van haar re-integratie volgens het plan van aanpak van verweerder, het dagelijks bestuur van de Regionale Sociale Dienst. Eiseres maakte bezwaar tegen deze verplichting vanwege haar analfabetisme en intensieve mantelzorg voor haar echtgenoot en zoon. Verweerder handhaafde het plan en wees het verzoek om ontheffing af.

De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende onderzoek heeft gedaan naar de situatie van eiseres, waaronder een adviesrapportage en meerdere uitnodigingen om haar omstandigheden te onderbouwen. Eiseres heeft geen bewijsstukken overlegd en meldde zich regelmatig af voor afspraken. Verweerder mocht om onderbouwing van afwezigheid vragen zonder inbreuk te maken op de AVG.

De rechtbank stelt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet in staat is de taallessen te volgen en dat het plan van aanpak is afgestemd op haar mogelijkheden en omstandigheden. De motivering van verweerder is voldoende, ook al erkent deze de zorgtaken en eerdere trajectmislukkingen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het plan van aanpak en de verplichting tot taallessen wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6287

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juni 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: A. Azaroiali),
en

Het dagelijks bestuur van de RDWI, Regionale Sociale Dienst, verweerder

(gemachtigde: V.V. Tuchkova).

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het plan van aanpak dat verweerder in het kader van artikel 9 van Pro de Participatiewet (Pw) heeft opgesteld en de verplichting tot taallessen die met het plan is opgelegd.
2. Verweerder heeft in het kader van de re-integratie van eiseres afspraken vastgelegd in het plan van aanpak van 27 maart 2025 (het primaire besluit). Eiseres heeft met de brief van 25 april 2025 bezwaar gemaakt tegen het plan van aanpak.
2.1.
Daarnaast heeft eiseres met de brief van 19 mei 2025 verzocht om ontheffing van de leer- en arbeidsplicht. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen met het besluit van 30 juli 2025. Eiseres heeft ook bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
2.2.
Met het besluit van 18 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de afspraken in het plan van aanpak gehandhaafd. Het bezwaar tegen de afwijzing van de ontheffing heeft verweerder met het besluit van 6 oktober 2025 ongegrond verklaard.
2.3.
Eiseres heeft afzonderlijk beroep ingesteld tegen de besluiten van 18 september 2025 (UTR 25/6287) en 6 oktober 2025 (UTR 25/6288). Verweerder heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep, samen met het beroep UTR 25/6288, op 23 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
2.5.
Aan het einde van de behandeling ter zitting heeft eiseres het beroep met zaaknummer UTR 25/6288 ingetrokken.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiseres ontvangt een bijstandsuitkering op grond van de Pw. Om haar kansen op de arbeidsmarkt te vergroten, heeft verweerder een gesprek met eiseres gevoerd en een plan van aanpak opgesteld. Hierin is vastgelegd dat eiseres nog niet bemiddelbaar is naar betaald werk. Wel zal verweerder eiseres aanmelden voor taallessen bij [instelling] . Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Zij stelt dat verweerder bij het opstellen van het plan voorbij is gegaan aan de omstandigheden dat zij analfabeet is en intensieve zorgtaken heeft voor haar echtgenoot en zoon. Volgens eiseres is het, gelet op deze omstandigheden, onrealistisch om haar te verplichten om taallessen te volgen.
3.1.
Verweerder heeft met het bestreden besluit het plan van aanpak gehandhaafd. Verweerder legt hieraan ten grondslag dat het niet kan vaststellen dat eiseres niet in staat is om taallessen te volgen en dat het volgen van taallessen niet kan worden gecombineerd met haar zorgtaken/thuissituatie. Het plan van aanpak is opgesteld in overeenstemming met de op dat moment geconstateerde situatie en de van eiseres verwachte inspanningen. Eiseres is door verweerder meerdere malen in de gelegenheid gesteld om bewijsstukken te overleggen ter onderbouwing van haar situatie en dat het volgen van taallessen niet mogelijk is. Eiseres heeft hier niet aan voldaan. Verweerder verklaart het bezwaar van eiseres daarom ongegrond.
4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Zij stelt zich onder andere op het standpunt dat verweerder onvoldoende zorgvuldig onderzoek heeft verricht. Verweerder had een sociaal-medisch onderzoek, leefbaarheidsonderzoek of enige vorm van deskundige beoordeling moeten laten verrichten. Verweerder had in ieder geval onderzoek moeten doen naar de cognitieve mogelijkheden, de feitelijke leerbaarheid en taalniveau, de omvang en zwaarte van de mantelzorg, de haalbaarheid van trajectdeelname en de reden van eerdere trajectmislukkingen.
4.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende onderzoek verricht naar de situatie van eiseres. Voorafgaand aan het gesprek en het opstellen van het plan van aanpak is de situatie van eiseres onderzocht en beoordeeld in de adviesrapportage [deskundige] . Daarnaast heeft verweerder eiseres meerdere malen in de gelegenheid gesteld om tijdens gesprekken en met stukken te onderbouwen waarom zij niet in staat zou zijn om de taallessen te volgen. Eiseres heeft zich meerdere keren voor deze afspraken afgemeld en heeft geen stukken overgelegd. De rechtbank overweegt dat verweerder dan ook geen aanleiding heeft hoeven zien om nader (medisch) onderzoek te verrichten.
5. Eiseres stelt zich ook op het standpunt dat verweerder in strijd met de AVG, de Pw en vaste rechtspraak herhaaldelijk heeft verzocht om medische informatie rechtstreeks te verstrekken. Verweerder had een medisch deskundige moeten aanwijzen.
5.1.
Verweerder heeft eiseres meerdere malen uitgenodigd om in gesprek te gaan over haar situatie. Eiseres heeft zich vanwege ziekte voor meerdere van deze afspraken afgemeld. Verweerder heeft haar daarom verzocht om de gestelde ziekte te onderbouwen met stukken. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder toegelicht dat verweerder hiermee doelt op bijvoorbeeld een afsprakenkaartje. Verweerder is niet op zoek naar medische stukken. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder aan eiseres mogen verzoeken om haar afwezigheid tijdens de geplande afspraken met stukken te onderbouwen.
6. Verder stelt eiseres zich op het standpunt dat het bestreden besluit ondeugdelijk is gemotiveerd. Verweerder erkent dat eiseres analfabeet is, meerdere trajecten heeft geprobeerd en grote zorgtaken heeft, maar motiveert niet waarom taalles toch haalbaar is, hoe zij trajecten kan volgen terwijl zij 24/7 mantelzorg verricht en hoe eerdere mislukte trajecten geen invloed hebben op de haalbaarheid nu. Verweerder heeft de eerder mislukte taallessen en de onleerbaarheid onvoldoende betrokken of daar onvoldoende gewicht aan toegekend.
6.1.
De rechtbank stelt voorop dat een bijstandsgerechtigde verplicht is om gebruik te maken van een door verweerder aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling, alsmede mee te werken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling en, indien van toepassing, mee te werken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak. [1] De betrokkene kan geen ontheffing krijgen van deze verplichting. Wel dient verweerder de aangeboden voorziening en het plan van aanpak af te stemmen op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende. [2]
6.2.
De rechtbank overweegt dat eiseres niet heeft onderbouwd dat zij de hele week dag en nacht mantelzorg verleent. Daarnaast heeft de gemachtigde van verweerder ter zitting toegelicht dat het aantal uur taalles in de week dat eiseres kan volgen aan de hand van haar situatie wordt bepaald. Hierbij kan rekening worden gehouden met de door eiseres gestelde zorgtaken en de redenen waarom eerdere taallessen niet het gewenste resultaat hadden. De verplichte taallessen uit het plan van aanpak worden dan ook afgestemd op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van eiseres. Gelet op het voorgaande, volgt de rechtbank de stelling van eiseres dat verweerder het bestreden besluit ondeugdelijk heeft gemotiveerd niet. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug en krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. N.J. Biswane, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 9, eerste lid, onder b, van de Pw.
2.Op grond van artikel 18, eerste lid, van de Pw.