Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3498

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
16-219723-25
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46 SrArt. 47 SrArt. 55 SrArt. 157 SrArt. 26 WWM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen voorbereiding plofkraak met explosieve constructies

Op 22 juli 2025 werd verdachte aangehouden nabij een achtergelaten Volkswagen Golf waarin explosieve constructies, jerrycans en gereedschap werden aangetroffen die gebruikt worden bij plofkraken. De politie startte een achtervolging nadat de auto wegreed van een parkeerplaats in Nieuwegein.

De verdachte verklaarde op de zitting dat hij slechts jerrycans had verplaatst en niet wist van de explosieven, maar de rechtbank verwierp deze verklaring vanwege inconsistenties en eerdere verklaringen. Het NFI bevestigde dat de explosieve constructies geschikt waren voor ontploffingen die gevaar voor goederen en personen opleveren.

De rechtbank achtte bewezen dat verdachte samen met anderen de voorbereidingen voor een plofkraak had getroffen en explosieve wapens van categorie II in bezit had. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar, met aftrek van voorarrest, waarbij rekening werd gehouden met zijn strafblad en de ernst van de feiten.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf voor medeplegen van voorbereiding van een plofkraak en bezit van explosieve constructies.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16-219723-25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 18 juni 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,geboren op [2000] in [geboorteplaats] ,
nu gedetineerd in de [verblijfplaats] ,
(hierna: de verdachte).

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 21 mei 2026. Het onderzoek is gesloten op 18 juni 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. M.R.A. IJzerdoorn;
  • de advocaat van de verdachte: mr. M.G. Vos (hierna: de advocaat).

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1
op 22 juli 2025 in Utrecht, samen met anderen, goederen voorhanden heeft gehad ter voorbereiding van een plofkraak;
feit 2
op 22 juli 2025 in Utrecht, samen met anderen, meerdere fasciapakketten met flitspoeder (wapens van categorie II onder 7 van de Wet Wapens en Munitie) voorhanden heeft gehad.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage 1 bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat beide feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte van alle feiten vrij te spreken.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsmiddelen
De rechtbank oordeelt dat de feiten 1 en 2 zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage 2 van dit vonnis staan. De rechtbank legt hieronder uit waarom zij tot dit oordeel komt en gaat daarbij in op de verweren van de verdediging, voor zover die niet al worden weerlegd door de bewijsmiddelen.
3.3.2.
Bewijsoverwegingen
De feiten
De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen het volgende vast.
Politieagenten reden op 22 juli 2025 omstreeks 19.50 uur in hun dienstauto de parkeerplaats Galecop in Nieuwegein op. Op de parkeerplaats stonden drie voertuigen bij elkaar: een bakwagen en twee personenauto’s, waaronder een zwarte Volkswagen Golf (hierna: de Volkswagen). Rondom deze voertuigen was een aantal personen actief bezig. Toen de politieagenten hun kant op reden, reed de Volkswagen weg. De politieagenten zetten de achtervolging in en troffen de Volkswagen uiteindelijk – nadat deze heel kort uit zicht was geweest – aan op een fietspad, parallel aan de Beneluxlaan in Utrecht. Er zat niemand meer in.
De verdachte werd vlakbij de achtergelaten Volkswagen aangetroffen en aangehouden. Hij had twee lagen met kleding over elkaar aan. Hij verklaarde op de zitting dat hij op de parkeerplaats in Nieuwegein had geholpen met de jerrycans en tijdens de achtervolging door de politie op de bijrijdersstoel van de Volkswagen Golf had gezeten.
In de (achtergelaten) Volkswagen werden acht volle jerrycans, drie explosieve constructies, een moker en breekijzers, lege weekendtassen en andere goederen aangetroffen die worden gebruikt bij het plegen van plofkraken. Op de parkeerplaats Galecop in Nieuwegein bleken, in en om de witte bakwagen, ook nog twee jerrycans te zijn achtergebleven.
Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft de explosieve constructies nader onderzocht. Uit dit onderzoek volgt dat de in de Volkswagen aangetroffen explosieve constructies (1) geschikt waren voor het teweegbrengen van een ontploffing waardoor (op zijn minst) gemeen gevaar voor goederen te duchten is en (2) doorgaans worden gebruikt bij het plegen van plofkraken.
De verklaringen van de verdachte
De verdachte verklaarde op de zitting dat hij op de parkeerplaats in Nieuwegein had afgesproken, omdat hij honderd euro zou krijgen voor het overladen van een aantal jerrycans. Hij had twee lagen met kleding over elkaar aangetrokken, omdat hij niet wist wat er in de jerrycans zou zitten. Hij wist ook niet wat verder het plan was. Eenmaal op de parkeerplaats heeft hij alleen wat jerrycans in de bakwagen zelf verplaatst, maar niets overgeladen. Toen de politie de parkeerplaats opreed, is hij uit paniek in de Volkswagen Golf gestapt. Hij wist niet wat er, naast de jerrycans, allemaal in die Volkswagen lag.
De rechtbank gelooft de verdachte niet, omdat hij eerder heel andere verklaringen heeft afgelegd. Zo verklaarde hij direct na zijn aanhouding dat hij net ergens had ingebroken, en vertelde hij tijdens (heimelijk opgenomen) telefoongesprekken vanuit de PI dat hij een katvanger was die slechts dingen kwam afleveren. Ook over de hoogte van de beloning die hij zou ontvangen heeft de verdachte niet consistent verklaard Hier komt nog bij dat de rechtbank het onlogisch vindt dat de verdachte werd ingeschakeld om tegen betaling alleen een paar jerrycans te verplaatsen. Volgens de verdachte zelf waren immers nog zes á zeven andere personen aanwezig op de parkeerplaats, terwijl in totaal maar tien jerrycans zijn aangetroffen: twee op de parkeerplaats en acht in de Volkswagen Golf. Dit alles betekent dat de verdachte dus geen aannemelijke verklaring heeft afgelegd die de belastende betekenis van het bewijs wegneemt.
Conclusie
De rechtbank komt op grond van de hiervoor omschreven feiten, naar hun uiterlijke verschijningsvorm bezien, tot de conclusie dat de verdachte op 22 juli 2025 wist welke goederen er in de Volkswagen lagen en over die goederen, waaronder de explosieve constructies, kon beschikken. Hij had deze goederen (juridisch gezien) dus voorhanden ter voorbereiding van een plofkraak. Dat betekent dat de rechtbank bewezen acht dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd. Dat hij dit samen met één of meer anderen heeft gedaan, volgt uit de aard van de feiten en de bewijsmiddelen. De rechtbank leidt daaruit af dat de verdachte met anderen op de parkeerplaats in Nieuwegein heeft afgesproken om (onder meer) de jerrycans vanuit de bakwagen in de Volkswagen te zetten. Vervolgens is hij samen met één van die anderen in de Volkswagen Golf gestapt. Hij had de explosieve constructies in de Volkswagen dan ook samen met die ander voorhanden.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
feit 1
op 22 juli 2025 in Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten opzettelijk een ontploffing teweegbrengen waardoor gemeen gevaar voor goederen te duchten is (ex artikel 157 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht), opzettelijk
  • fasciapakketten met een hoeveelheid flitspoeder en daaraan bevestigde elektriciteitssnoeren/stroomkabels) en
  • Nederlandse kentekenplaten (die gedupliceerd bleken te zijn) en
  • diverse jerrycans met vloeistof en
  • (werk)handschoenen en
  • weekendtassen en
  • een moker en twee breekijzers en
  • een (snelle) personenauto (merk/type: Volkswagen Golf),
kennelijk bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad;
feit 2
op 22 juli 2025 in Utrecht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, wapens van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten fasciapakketten bevattende een hoeveelheid flitspoeder (in totaal ca. 1050 gram), zijnde voorwerpen bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken. De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op.
De eendaadse samenloop van:
medeplegen van voorbereiding van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is
en
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 2º of onderdeel 7º.
4.2.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar. Er zijn geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid wegnemen.

5.Straf

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar, met aftrek van het voorarrest.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft vrijspraak bepleit en heeft geen standpunt ingenomen over een eventueel op te leggen straf.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank legt aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar op.
Bij het bepalen van deze straffen houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorbereiden van een plofkraak (het tot ontploffing brengen van een geldautomaat). Hij zat op 22 juli 2025 als bijrijder in een auto waarin explosieve constructies, jerrycans, breekijzers, lege weekendtassen en andere goederen lagen waarmee de plofkraak kon worden gepleegd. Plofkraken zijn ernstige misdrijven waarbij vaak niet alleen sprake is van veel materiële schade, maar ook van (levens)gevaar voor omwonenden of toevallige voorbijgangers. Geldautomaten bevinden zich immers vaak in de nabijheid van winkels en woningen. Dit alles heeft de verdachte er niet van weerhouden een plofkraak voor te bereiden; de verdachte had kennelijk alleen oog voor zijn eigen financiële gewin.
Hoewel de plofkraak niet daadwerkelijk is gepleegd, hebben de verdachte en zijn mededaders ook bij de voorbereiding al gevaar veroorzaakt voor anderen door in een auto te stappen waarin zowel explosieven als jerrycans vol met (vermoedelijk) benzine lagen. De explosieven die in de auto zijn aangetroffen bevatten samen namelijk zo’n 1050 gram flitspoeder, een zeer explosieve stof die gevoelig is voor (onbedoelde) ontsteking door bijvoorbeeld wrijving.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Uit het meest recente strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van de verdachte blijkt dat hij in 2023 in Duitsland nog tot een langdurige gevangenisstraf is veroordeeld voor het plegen van een plofkraak. Dit heeft de verdachte er niet van weerhouden opnieuw de fout in te gaan. De rechtbank houdt hier in strafverzwarende zin rekening mee bij het bepalen van de (hoogte van de) straf.
Strafkader
Gelet op de aard en ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd, is de rechtbank van oordeel dat aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van die straf gelet op de straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en op de omstandigheid dat sprake is van eendaadse samenloop van de door de verdachte gepleegde feiten.
De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geen aanleiding om hem een gevangenisstraf op te leggen die, bijvoorbeeld, gelijk is aan het voorarrest. De rechtbank vindt het vanuit het oogpunt van zowel speciale als generale preventie van belang dat in de strafoplegging tot uiting komt dat misdrijven als de onderhavige op de lange termijn niet lonen en dat op het plegen daarvan een stevige reactie van de strafrechter volgt.
De rechtbank legt de verdachte, alles afwegende, een onvoorwaardelijk gevangenisstraf op van twee jaar met aftrek van het voorarrest.
Dit is een lagere gevangenisstraf dan door de officier van justitie geëist, omdat de rechtbank vindt dat met deze straf voldoende recht wordt gedaan aan de aard en ernst van de feiten.
Tenuitvoerlegging van de straf
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

6.In beslag genomen voorwerp

De Volkswagen Golf (de vluchtauto) is op 22 juli 2025 in beslag genomen en tot op heden niet teruggegeven. Uit het procesdossier volgt dat de auto is gestolen. De rechtbank kan uit het dossier echter niet afleiden wie de rechthebbende van de auto is. Zij zal daarom gelasten dat de auto ten behoeve van de rechthebbende wordt bewaard.

7.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
  • 46, 47, 55 en 157 van het Wetboek van Strafrecht;
  • 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

8.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
  • verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
  • verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvan
twee (2) jaar;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
beslag
- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de zwarte Volkswagen Golf met goednummer: 3563131.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. Reijnierse, voorzitter, mr. R.P. den Otter en
mr. S.E. Garvelink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Lindeman als griffier
en is in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
feit 1
hij op of omstreeks 22 juli 2025 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten opzettelijk een ontploffing teweegbrengen waardoor gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is (ex artikel 157 lid 1 en Pro lid 2 Wetboek van Strafrecht), opzettelijk
  • meerdere fasciapakketten met een hoeveelheid flitspoeder en daaraan bevestigde elektriciteitssnoeren/stroomkabels) en/of
  • één of meerdere (Nederlandse) kentekenplaten (waarvan één of meerdere gedupliceerd ble(e)k(en) te zijn) en/of
  • diverse jerrycans met vloeistof en/of
  • meerdere (werk)handschoenen en/of
  • meerdere telefoons en/of
  • meerdere weekendtassen en/of
  • een moker en/of twee breekijzers en/of
  • een (snelle) personenauto (merk/type: Volkswagen Golf),
kennelijk bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd,
doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;
feit 2
hij op of omstreeks 22 juli 2025 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten meerdere fasciapakketten bevattende een hoeveelheid flitspoeder (in totaal ca. 1050 gram), zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft/hebben gehad.
Bijlage II: Bewijsmiddelen [1]
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
De aanhouding van de verdachte
Een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2025248330-15, opgesteld door verbalisant [verbalisant 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 22 juli 2025 omstreeks 19:50 uur reed ik in ons dienstvoertuig met collega [verbalisant 2] de parkeerplaats Galecop te Nieuwegein op. Ik zag in het hoekje van de parkeerplaats een bakwagen staan. Bij deze bakwagen stonden een station auto en een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] . Ik zag minimaal drie personen bij deze voertuigen staan. Toen ik ons dienstvoertuig draaide in de richting van de bakwagen, zag ik dat de zwart Golf naar voren bewoog. Ik reed achter de zwarte Golf aan. Ik zag dat de Golf een type "R" betrof. Ik weet dat een Golf type R een van de snelste type van Volkswagen is. Ik gaf de zwarte Golf R een stopteken. Ik zag dat de zwarte Golf R versnelde. Enkele seconde na het geven van het stopteken besloot ik om de optische en geluidsignalen van mijn dienstvoertuig aan te zetten. Op dat moment zag ik dat de zwarte Golf R zijn snelheid nog steeds niet verminderde en wegreed. Bij de oprit Papendorpseweg A12 zag ik dat de zwarte Golf R de oprit richting knooppunt Ouderrijn nam. Ik zag dat de zwarte Golf R een bocht naar links maakte en tegen het verkeer in reed. Ik zag dat de zwarte Golf R op de A12 richting knooppunt Lunetten reed, in tegengestelde richting. Op dit punt heb ik de achtervolging gestaakt.
Na de achtervolging ben ik terug gereden naar de parkeerplaats Galecop te Nieuwegein. Hier zag ik in precies dezelfde hoek waar ik de eerdere voertuigen zag staan een witte jerrycan op de grond liggen. De bakwagen stond er nog. Ik zag dat de achterklep en de passagiersdeuren
van de bakwagen openstonden. In de bakwagen zag ik één witte lege jerrycan staan. [2]
Een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2025248330-18, opgesteld door verbalisant [verbalisant 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 22 juli 2025 om 19.50 uur reden verbalisant [verbalisant 1] en ik parkeerplaats Galecop te Nieuwegein op. Ik zag dat er minimaal twee personenauto’s stonden en een witte bakwagen. Ik zag dat er meerdere personen rondom die voertuigen actief bezig waren. Ik zag dat één van de voertuigen, een zwarte Volkswagen Golf R met kenteken [kenteken] , met de neus richting ons geparkeerd stond. Ik zag dat de lampen van het voertuig aanstonden. Ik zag dat collega [verbalisant 1] ons dienstvoertuig in de richting van de Golf R stuurde. De Golf R reed snel in de richting van de Galecopperlaan. Ik zag dat het voertuig plots fors versnelde waarop collega [verbalisant 1] de achtervolging inzette. [3]
Een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2025248330-11, opgesteld door verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 22 juli 2025 waren wij, verbalisanten, in Utrecht en hoorden wij over de achtervolging van de zwarte Volkswagen met kenteken [kenteken] . Wij reden naar de oprit van de rijksweg A12 richting Den Haag.
Om 19:53 uur zagen wij dat het bovengenoemde voertuig met hoge snelheid tegengesteld de oprit bij de Europalaan van de Rijksweg A12 afreed. Wij zagen dat het voertuig onderaan de oprit linksaf de eerste straat in sloeg. Dit is een parallelstraat van de Europalaan. Wij zagen dat het voertuig met hoge snelheid op deze parellelbaan wegreed in de richting van het Europaplein. Wij reden richting het Europaplein achter het voertuig aan. Wij zagen het voertuig voor het laatst op de kruising van het Europaplein met de Beneluxlaan. Wij zagen dat onze collega’s in het dienstvoertuig achter ons linksaf sloegen het fietspad van de Beneluxlaan op. Om 19.56 uur hoorden wij dat de Volkswagen stil stond op de Beneluxlaan en dat er niemand meer in zat. [4]
De verklaring van de verdachte op de zitting van 21 mei 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik ben op 22 juli 2025 naar de parkeerplaats Galecop in Nieuwegein gegaan. Ik heb daar geholpen met het verplaatsen van jerrycans. We waren daar met zes á zeven mensen. Ik ben vervolgens samen met iemand in de zwarte Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] gestapt. Ik zat tijdens de achtervolging door de politie vanaf de parkeerplaats naar het fietspad op de Beneluxlaan in Utrecht op de bijrijdersstoel van de auto. Eenmaal op de Beneluxlaan ben ik uitgestapt en weggerend. Kort daarna ben ik aangehouden.
De parkeerplaats en de Volkswagen
Een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2025248330-39, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 22 juli 2025 om 21:50 uur kwam ik voor een forensisch onderzoek aan bij het parkeerterrein Galecop te Nieuwegein. [5] Op het parkeerterrein stond een bestelauto [de rechtbank begrijpt: de bakwagen]. Binnen het door lint afgezette deel zag ik een blauwe AH tas met daarin ammoniac, waarvan 2 zonder dop die leeg waren en één met dop waar nog vloeistof in zat. Op een meter afstand van de AH-tas zag ik een jerrycan staan die ongeveer voor een kwart gevuld was met een vloeistof, waarschijnlijk benzine. Op een afstand van 1,5 meter van de jerrycan lag een zwarte gieter. Enkele meters naast deze goederen zag ik twee blauwe SIM-kaarten liggen. Ik onderzocht de bestelauto en zag in de laadruimte een jerrycan staan. [6]
Een proces-verbaal van bevindingen, genummerd MD2R025122-50, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Het kenteken van de op 22 juli 2025 aangetroffen Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] bleek gedupliceerd te zijn. Uit het politiesysteem is gebleken dat dit voertuig thuishoort in Duitsland. Bij het voertuig hoort een ander kenteken. Uit onderzoek bleek dat de [de rechtbank begrijpt: originele] kentekenplaten nog op het voertuig zaten van de tenaamgestelde. [7]
Een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2025248330-24, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 22 juli zag ik op het fietspad naast de Beneluxlaan in Utrecht, ter hoogte van de [adres] te [woonplaats] , een voertuig staan voorzien van kenteken: [kenteken] . Ik zag in het voertuig verschillende grote jerrycans met een licht gekleurde vloeistof staan. Ik rook in de nabijheid een sterke benzinelucht. Mij is ambtshalve bekend dat bij het plegen van plofkraken grote hoeveelheden brandstof wordt meegenomen ten einde de vluchtauto tijdens de rit snel bij te kunnen tanken. Ik zag dat er in totaal ongeveer 8 grote jerrycans in het voertuig stonden allen gevuld met dezelfde licht gekleurde vloeistof, vermoedelijk benzine.
Ik zag dat er een moker en 2 breekijzers tussen de jerrycans lagen. Ik zag dat er 2 grote weekendtassen in de auto lagen. Ik zag dat deze tassen leeg waren. Ik zag dat bij het achterportier aan de bijrijderszijde nog eenzelfde tas lag. Ik opende de tas en zag 2 hoeken van twee voorwerpen die waren ingetaped met duct tape. Ik zag ook enkele rollen met witte kabels in de tas zitten. De explosieve opruimingsdienst defensie heeft de pakketten veilig gesteld. [8]
Een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2025248330-62, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Wij hebben op 2 augustus 2025 een forensisch onderzoek verricht in het voertuig met kenteken [kenteken] . [9] Wij zagen in het dashboardkastje van het voertuig werkhandschoenen liggen. [10] Daarnaast zagen wij bij de voetenruimte aan de rechterzijde van de achterbank twee 9 volt batterijen in verpakking liggen. [11]
De explosieve constructies (fasciapakketten)
Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 15 december 2025, getiteld ‘Explosievenonderzoek aan drie vermeende explosieve constructies die zijn aangetroffen in
een voertuig in Utrecht op 22 juli 2025’, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Politieregistratienummer: PL0900-2025248330. [12]
De onderzoeksaanvraag van de Politie Eenheid Midden-Nederland bevatte bij 'Korte omschrijving van het delict' onder andere de volgende informatie:
Het voertuig was na een melding van verdachte omstandigheden op 22 juli 2025 omstreeks 20:00 uur bij het zien van de collega's op de vlucht geslagen. Dit heeft geleid tot een achtervolging eindigend op de Beneluxlaan. Bij nadere inspectie van het voertuig troffen wij onder meer drie fasciapakketen aan en jerrycans gevuld met een vloeistof. Vanuit de fascia pakketten zijn drie monsters veiliggesteld. [13]
Op grond van de onderzoeksresultaten wordt het volgende geconcludeerd:
De opbouw en werking van de explosieve constructies
De drie constructies bestonden allen uit een met grijze tape omwikkeld pakket waaruit een lang elektrasnoer met witte isolatiemantel stak. Het doffe, grijze poeder van [de onderzoeksmaterialen] zijn de door de EODD genomen monsters van de explosieve lading die afkomstig zijn uit de aangetroffen pakketten. De tapepakketten waren nagenoeg volledig gevuld en in elk pakket stak de kop van een gloeipil in de explosieve lading. Het doffe, grijze poeder betreft 'flitspoeder' op basis van kaliumperchloraat en aluminium. Flitspoeders zijn krachtige explosieve stoffen. Van flitspoeders zijn mij geen toepassingen bekend anders dan in pyrotechniek.
De explosieve constructies met deze opbouw zijn conceptueel deugdelijk. De opbouw en werking van de aangetroffen explosieve constructie is als volgt:
  • een met tape omwikkeld pakket is gevuld met een explosieve lading op basis van flitspoeder
  • een gloeipil dient als elektrische ontsteker. Het lange elektrasnoer is bedoeld om voor de gebruiker/plaatser van de explosieve constructie een veilige afstand te creëren.
  • Om de gloeipil te activeren -en zo een ontploffing te bewerkstelligen- dienen de draden aan het uiteinde van het elektrasnoer te worden aangesloten op de polen van een stroombron. In principe voldoet een 'huis-tuin-en-keuken' batterij (9V blokbatterij, etc.).
Gewicht flitspoeder
Door de Explosieve Opruiming Dienst Defensie (EODD) is vastgesteld dat de brutogewichten van de met tape omwikkelde pakketten met daarin de volledige hoeveelheid explosieve lading respectievelijk circa 488; 532 en 284 gram bedroegen. Bij eerdere NFI-onderzoeken is vastgesteld dat de (lege) tapeverpakkingen zelf, inclusief een gloeipil tientallen tot een honderdtal grammen kunnen wegen. Hier rekening mee houdend is geschat dat de netto explosieve ladingen flitspoeder respectievelijk circa 400; 450 en 200 gram moeten zijn geweest [de rechtbank begrijpt: circa 1050 gram in totaal]. [15]
Wat is de gevaarzetting wanneer een dergelijke explosieve constructie tot ontploffing komt?Bij een ontploffing van een met tape omwikkeld pakket met dergelijke hoeveelheden flitspoeder (circa 400, 450 en 200 gram) zullen effecten als hitte, kortstondige vuurverschijnselen en een drukgolf met een zeer luide knal optreden. Het met tape omwikkelde pakket wordt uiteengereten en de tape verbrandt gedeeltelijk. Materiële schade aan in de directe nabijheid aanwezige omgevingsmaterialen is een gegeven. Er kan scherfwerking optreden van deze omgevingsmaterialen, waarbij scherven/brokstukken met veel energie weggeslingerd worden. Dit vergroot de gevaarzetting voor personen en andere goederen. [16]
Valt een dergelijke constructie onder de WWM?
Ja, technisch gezien voldoen de aangetroffen explosieve constructies aan de definitie van:
"een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing", zoals vermeld in artikel 2, lid 1, categorie II, 7° van de Wet wapens en munitie.
Het is daar zeker voor geschikt. Het is mij bekend dat dergelijke constructies gebruikt worden voor het veroorzaken van ontploffingen, zoals bij zogenaamde plofkraken. [17]

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2025248330, doorgenummerd pagina 1 tot en met 493 en pagina’s uit het Forensisch Dossier van politie eenheid Midden-Nederland met hetzelfde proces-verbaalnummer, doorgenummerd pagina 1 tot en met 111. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste Pro lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
2.Pagina 11.
3.Pagina 20.
4.Pagina 26.
5.Pagina 11 van het Forensisch Dossier.
6.Pagina 12 van het Forensisch Dossier.
7.Pagina 159.
8.Pagina 57.
9.Pagina 38 van het Forensisch Dossier.
10.Pagina 39 van het Forensisch Dossier.
11.Pagina 40 van het Forensisch Dossier.
12.Pagina 63 van het Forensisch Dossier.
13.Pagina 64 van het Forensisch Dossier.
14.Pagina 70 van het Forensisch Dossier.
15.Pagina 68 van het Forensisch Dossier.
16.Pagina 71 van het Forensisch Dossier.
17.Pagina 72 van het Forensisch Dossier.