Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3510

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
16-219719-25
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 157 SrArt. 5a WVWArt. 26 WWMArt. 46 SrArt. 47 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen voorbereiding plofkraak en roekeloos rijden tijdens politieachtervolging

Op 22 juli 2025 werd verdachte aangehouden na een politieachtervolging in Utrecht en Nieuwegein waarbij hij met hoge snelheid en gevaarlijk rijgedrag probeerde te ontkomen. In zijn voertuig werden explosieve constructies (fasciapakketten) en andere gereedschappen voor een plofkraak aangetroffen.

De rechtbank achtte bewezen dat verdachte samen met anderen goederen voorhanden had ter voorbereiding van een plofkraak en dat hij roekeloos en in ernstige mate de verkeersregels schond tijdens de achtervolging, waardoor levensgevaar voor anderen te duchten was. De verdachte had op zijn telefoon zoekgeschiedenissen en afbeeldingen die zijn betrokkenheid bij de voorbereiding van de plofkraak onderbouwen.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van twee jaar op en een onvoorwaardelijke rijontzegging van drie jaar, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het belang van speciale en generale preventie. De eis van de officier van justitie werd deels toegewezen, met lagere straffen dan geëist.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf en drie jaar rijontzegging voor medeplegen voorbereiding plofkraak en roekeloos rijden tijdens politieachtervolging.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16-219719-25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 18 juni 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,geboren op [2000] in [geboorteplaats] ,
gedetineerd in de [verblijfplaats] .
(hierna: de verdachte).

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 21 mei 2026. Het onderzoek is gesloten op 18 juni 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. M.R.A. van IJzerdoorn;
  • de advocaat van de verdachte: mr. A.J. Admiraal (hierna: de advocaat).

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1
op 22 juli 2025 in Utrecht, samen met anderen, goederen voorhanden heeft gehad ter voorbereiding van een plofkraak;
feit 2
op 22 juli 2025 in Utrecht, samen met anderen, meerdere fasciapakketten met flitspoeder (wapens van categorie II onder 7 van de Wet Wapens en Munitie) voorhanden heeft gehad;
feit 3
zich op 22 juli 2025 in Nieuwegein en Utrecht, als bestuurder van een personenauto, zodanig heeft gedragen dat levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage 1 bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat alle feiten waarvan de verdachte wordt beschuldigd, kunnen worden bewezen.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte van alle feiten vrij te spreken.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsmiddelen
De rechtbank oordeelt dat de feiten 1, 2 en 3 zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage 2 van dit vonnis staan. De rechtbank legt hieronder uit waarom zij tot dit oordeel komt en gaat daarbij in op de standpunten van de verdediging, voor zover die niet al worden weerlegd door de bewijsmiddelen.
3.3.2.
Bewijsoverwegingen
De feiten
Inleiding
De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen het volgende vast.
Politieagenten reden op 22 juli 2025 omstreeks 19.50 uur in hun dienstauto de parkeerplaats Galecop in Nieuwegein op. Op de parkeerplaats stonden drie voertuigen bij elkaar: een bakwagen en twee personenauto’s, waaronder een zwarte Volkswagen Golf (hierna: de Volkswagen). Rondom deze voertuigen stond een aantal personen. Toen de politieagenten hun kant op reden, reed de Volkswagen weg. De politieagenten reden achter de Volkswagen aan en gaven de bestuurder een stopteken. De Volkswagen begon daarop harder te rijden en negeerde kort daarna ook de sirene en zwaailichten die inmiddels waren aangezet. De Volkswagen reed slingerend, met veel te hoge snelheid en door een rood verkeerslicht vanaf de parkeerplaats naar de snelweg, de A12. Eenmaal op de A12 begon de Volkswagen tegen het verkeer in te rijden, om vervolgens via de eerstvolgende oprit naar de A12 (nog steeds tegen het verkeer in) de parallelweg van de Europalaan in Utrecht op te rijden. De Volkswagen reed vervolgens een fietspad op (parallel aan de Beneluxlaan) en raakte even uit zicht. Kort daarna troffen politieagenten de Volkswagen op het fietspad aan. Er zat niemand meer in.
Tijdens de achtervolging van de Volkswagen is een politiehelikopter ingezet. Een politieagent zag vanuit die helikopter een persoon heel hard rennen in de buurt van de zojuist (achtergelaten) Volkswagen. Deze persoon bleek de verdachte te zijn. Hij werd door de politie gevolgd en aangehouden.
In de (achtergelaten) Volkswagen werden acht volle jerrycans, explosieve constructies, een moker en breekijzers, lege weekendtassen en andere goederen aangetroffen die gebruikt worden bij het plegen van plofkraken. Op de parkeerplaats Galecop in Nieuwegein bleken, in en om de witte bakwagen, ook nog twee jerrycans te zijn achtergebleven.
Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft de explosieve constructies nader onderzocht. Uit dit onderzoek volgt dat de in de Volkswagen aangetroffen explosieve constructies (1) geschikt waren voor het teweegbrengen van een ontploffing waardoor (op zijn minst) gemeen gevaar voor goederen te duchten is en (2) doorgaans worden gebruikt bij het plegen van plofkraken.
Bruikbaarheid audio-opname voor het bewijs
Een aantal weken na zijn aanhouding is een gesprek van de verdachte met zijn bezoekers in de PI (heimelijk) opgenomen. De audio-opname van dit gesprek is door een politieagent beluisterd en uitgewerkt in een proces-verbaal. De advocaat van de verdachte heeft betoogd dat dit proces-verbaal niet voor het bewijs mag worden gebruikt, omdat de transcriptie van de verbalisant niet betrouwbaar is. De audio-opname is van slechte kwaliteit en dergelijke audio-opnames moeten volgens de advocaat door onafhankelijk deskundigen (van het NFI) worden getranscribeerd.
De rechtbank gebruikt het proces-verbaal van de politieagent niet voor het bewijs, zodat zij in zoverre niet op het verweer van de advocaat hoeft in te gaan. De rechtbank gebruikt echter wel haar eigen waarneming van de audio-opname als bewijsmiddel. Voor zover de advocaat meent dat (ook) de rechtbank enkel gebruik had mogen maken van transcripties van een onafhankelijk deskundige, vindt dat standpunt geen steun in het recht. De rechtbank heeft bovendien behoedzaamheid betracht bij het beluisteren van de audio-opname.
Betrokkenheid van de verdachte
De verdachte heeft zich tijdens alle verhoren beroepen op zijn zwijgrecht. Hij heeft tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak voor het eerst een verklaring afgelegd, die erop neerkomt dat hij niets te maken heeft met de feiten waarvan hij wordt beschuldigd.
Hij verklaarde dat hij op 22 juli 2025 – toevallig in de buurt van de achtergelaten Volkswagen – op een vriend stond te wachten. De rechtbank begrijpt dat de kruising van de Aziëlaan met de Livingstonelaan, waar de verdachte zich bevond, dichtbij de achtergelaten Volkswagen is. Toen hij de helikopter en sirenes hoorde, is hij gaan rennen, omdat hij ‘er niets mee te maken wilde hebben’. De verdachte wilde niet vertellen met wie en waarom hij op die plek had afgesproken.
De rechtbank gelooft de verdachte niet en wijst daartoe op het volgende.
De verdachte heeft ongeveer vijf uur voor zijn aanhouding goederen gekocht (bruine en blauwe stroomkabels en opvallend groengeel gestreept tape) die overeenkomen met goederen die op of in de explosieve constructies in de Volkswagen zijn aangetroffen. Ook stonden in zijn telefoon afbeeldingen van een groen met zwarte moker die overeenkomt met de moker die in de Volkswagen is aangetroffen. Deze afbeeldingen zijn in de vroege ochtend van 22 juli 2025 gemaakt. Verder heeft de verdachte op 22 juli 2025 verschillende marktplaats-advertenties bezocht waarin jerrycans werden aangeboden en op internet gezocht op de woorden ‘geldautomat gesprengt’ (Duits voor ‘geldautomaat opgeblazen’). Uit onderzoek naar de zoekgeschiedenis op de telefoon van de verdachte volgt ook dat hij al vanaf 2023 veelvuldig heeft gezocht op plofkraken of plofkraakgerelateerde termen.
Hier komt nog bij dat de rechtbank op de eerder in dit vonnis al genoemde audio-opname van het gesprek van de verdachte met zijn bezoekers in de PI (duidelijk) hoort dat één van de gesprekspartners zegt dat hij heeft gereden, om vervolgens de route die hij heeft gereden te omschrijven. Deze route komt grotendeels overeen met de vluchtroute van de Volkswagen op 22 juli 2025. Zo wordt onder meer opgemerkt: ‘ik ga snelweg op, ik ga gelijk links tegen het verkeer in’.
Beoordeling van de feiten 1 en 2
De rechtbank concludeert op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen – en de samenhang tussen de feiten die daaruit volgen – dat de verdachte degene is die zijn bezoekers in de PI vertelde dat hij heeft gereden en dat hij de Volkswagen op 22 juli 2025 heeft bestuurd.
Gelet op wat er in de Volkswagen én op de telefoon van de verdachte is aangetroffen, komt de rechtbank tot de conclusie dat de verdachte wist welke goederen er in de Volkswagen lagen en over die goederen, waaronder de explosieve constructies, kon beschikken. Hij had deze goederen (ook juridisch gezien) dus voorhanden ter voorbereiding van een plofkraak. De rechtbank acht de feiten 1 en 2 dan ook wettig en overtuigend bewezen. Dat de verdachte deze feiten samen met één of meer anderen heeft gepleegd, volgt uit de aard van de feiten en de bewijsmiddelen. De rechtbank leidt daaruit af dat de verdachte met anderen op de parkeerplaats in Nieuwegein heeft afgesproken om (onder meer) de jerrycans vanuit de bakwagen in de Volkswagen te zetten. Ook blijkt uit de verklaring van getuige [getuige] dat er naast de verdachte een bijrijder in de Volkswagen zat.
De verdediging heeft nog naar voren gebracht dat de waarneming van deze getuige niet betrouwbaar is. De rechtbank volgt de verdediging daarin niet. Deze getuige verklaart immers over een auto die werd gevolgd door een politievoertuig met sirene, zodat duidelijk is dat het gaat om de Volkswagen die de getuige heeft waargenomen. De verklaring van deze getuige over het aantal inzittenden van deze Volkswagen wordt daarnaast ook ondersteund door het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 1] . Hij heeft gezien dat zowel de deur aan de bestuurderskant als die aan de bijrijderskant open stond. Dat wijst erop dat er ook een bijrijder in de Volkswagen zat.
Beoordeling van feit 3
De verdachte wordt onder feit 3 beschuldigd van overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW). De rechtbank moet daarom beoordelen of de verdachte als bestuurder van de Volkswagen tijdens de achtervolging (a) de verkeersregels heeft geschonden, (b) of hij dat in ernstige mate heeft gedaan, (c) of hij dat opzettelijk heeft gedaan en (d) of daardoor gevaar was te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen.
a. De verkeersregels
In artikel 5a WVW zijn twaalf gedragingen uitdrukkelijk, maar niet limitatief, benoemd als voorbeeld van het schenden van de verkeersregels. Het overschrijden van de maximumsnelheid, door rood licht rijden en tegen de verkeersrichting inrijden worden uitdrukkelijk in het eerste lid van het artikel genoemd. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte deze (en meer) verkeersregels op 22 juli 2025 heeft overtreden. Hij probeerde aan de politie te ontkomen en reed slingerend, te hard, door rood en (op de snelweg) tegen de verkeersrichting in. Daarnaast heeft hij met de Volkswagen op een fietspad gereden.
b. In ernstige mate
Artikel 5a WVW heeft alleen betrekking op ernstig verkeersgevaarlijk gedrag. De verdachte heeft gedurende de achtervolging door de politie zeer belangrijke verkeersregels geschonden. Gelet op de aaneenschakeling van gevaarlijke verkeersovertredingen is naar het oordeel van de rechtbank zonder meer sprake van het in ernstige mate schenden van de verkeersregels.
c. Opzettelijk
Volgens de wetgever moet het opzet van de verdachte zowel zijn gericht op het schenden van de verkeersregels als op het in ernstige mate schenden van die regels. Niet vereist is dat het opzet van de verdachte was gericht op het gevolg, namelijk dat door het in ernstige mate schenden van de verkeersregels levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is. Bij de beantwoording van de vraag of sprake was van opzet op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels moeten de aard en het samenstel van de gedragingen, de omstandigheden waaronder deze werden verricht en alle overige feitelijke omstandigheden van het geval in ogenschouw worden genomen. In deze zaak bestond het samenstel van gedragingen van de verdachte er onder meer uit dat hij de maximum toegestane snelheid heeft overschreden, slingerend heeft gereden, door rood licht heeft gereden en op de snelweg tegen het verkeer in heeft gereden. De verdachte beging deze verkeersovertredingen omdat hij aan de politie wilde ontkomen. Hieruit kan worden afgeleid dat de verdachte opzet had op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels.
d. Gevaar te duchten
Om vast te stellen dat gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen te duchten was, moet het gevaar ten tijde van het handelen van de verdachte naar algemene ervaringsregels voorzienbaar zijn geweest. Het is is naar het oordeel van de rechtbank evident dat als gevolg van de hiervoor al omschreven gedragingen van de verdachte, die overdag werden verricht, in het algemeen sprake kan zijn van levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen. Dat van dit gevaar ook daadwerkelijk sprake was blijkt (onder meer) uit de omstandigheid dat meerdere voertuigen voor de verdachte hebben moeten uitwijken om een ongeval te voorkomen. De rechtbank acht dan ook bewezen dat er – als gevolg van de verkeersgedragingen van de verdachte – gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen te duchten was.
Conclusie
Gelet op al het voorgaande vindt de rechtbank feit 3 ook wettig en overtuigend bewezen.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
feit 1
op 22 juli 2025 in Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten opzettelijk een ontploffing teweegbrengen waardoor gemeen gevaar voor goederen voor een ander te duchten is (ex artikel 157 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht), opzettelijk
  • fasciapakketten met een hoeveelheid flitspoeder en daaraan bevestigde elektriciteitssnoeren/stroomkabels) en
  • Nederlandse kentekenplaten (die gedupliceerd bleken te zijn) en
  • diverse jerrycans met vloeistof en
  • (werk)handschoenen en
  • weekendtassen en
  • een moker en twee breekijzers en
  • een (snelle) personenauto (merk/type: Volkswagen Golf),
kennelijk bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad;
feit 2
op 22 juli 2025 in Utrecht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, wapens van categorie II onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten fasciapakketten bevattende een hoeveelheid flitspoeder (in totaal ca. 1050 gram), zijnde voorwerpen bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad;
feit 3
op 22 juli 2025 in Nieuwegein en Utrecht, als bestuurder van een voertuig (Volkswagen Golf type R voorzien van het kenteken [kenteken] ), daarmee rijdende op de weg, de Galecopperlaan, A.C. Verhoefweg, Papendorpseweg, Rijksweg A12, (de parallelweg van de) Europalaan en (een fietspad parallel aan de) Beneluxlaan, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door tijdens een achtervolging door de politie
  • met hoge snelheid weg te rijden en
  • een rood uitstralend verkeerslicht te negeren en
  • met een snelheid van meer dan 107 km/u, althans een hoge snelheid, te rijden en
  • al slingerend over twee rijbanen te rijden en
  • tegen de rijrichting in (al spookrijdend) de Rijksweg A12 op te rijden en
  • vervolgens tegen de rijrichting in (al spookrijdend) de parralelweg van de Europalaan op te rijden en (met een snelheid van meer dan 100 km/u, althans een hoge snelheid) door te blijven rijden en
  • op een fietspad te rijden,
door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feiten 1 en 2
de eendaadse samenloop van:
medeplegen van voorbereiding van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is
en
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 2º of onderdeel 7º.
feit 3
overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994.
4.2.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar. Er zijn geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid wegnemen.

5.Straf

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
  • een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar, met aftrek van het voorarrest;
  • een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) van vijf jaar.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank de verdachte een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan het voorarrest, zodat de verdachte niet langer hoeft vast te zitten. De verdachte is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten en wil graag zo snel mogelijk beginnen aan een opleiding tot kok.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf van twee jaar en een rijontzegging van drie jaar op. Bij het bepalen van deze straffen houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorbereiden van een plofkraak (het tot ontploffing brengen van een geldautomaat). Hij reed op 22 juli 2025 in een auto waarin explosieve constructies, breekijzers, lege weekendtassen en andere goederen lagen waarmee de plofkraak kon worden gepleegd. Politieagenten zagen de verdachte rijden en gaven hem een stopteken, waarop de verdachte er met hoge snelheid vandoor ging. Tijdens de achtervolging door de politie heeft de verdachte de verkeersveiligheid ernstig in gevaar gebracht, onder meer door spookrijdend op de snelweg te rijden terwijl achterin zijn auto explosieven en volle jerrycans (met vermoedelijk benzine) lagen. De explosieven die in de auto zijn aangetroffen bevatten samen zo’n 1050 gram flitspoeder, een zeer explosieve stof die gevoelig is voor (onbedoelde) ontsteking door bijvoorbeeld wrijving. De achtervolging is geëindigd op een fietspad, midden in een woonwijk. Vanwege het explosieve materiaal in de auto van de verdachte moesten de omliggende flatgebouwen worden ontruimd. De bewoners konden pas uren na de ontruiming hun woningen weer in.
De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij zoveel mensen in gevaar heeft gebracht, enkel en alleen om aan de politie te ontkomen. Daar komt bij dat plofkraken ernstige misdrijven zijn waarbij vaak niet alleen sprake is van veel materiële schade, maar ook van (levens)gevaar voor omwonenden of toevallige voorbijgangers. Geldautomaten bevinden zich immers vaak in de nabijheid van winkels en woningen. Dit alles heeft de verdachte er niet van weerhouden een plofkraak voor te bereiden; de verdachte had kennelijk alleen oog voor zijn eigen financiële gewin.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Uit het meest recente strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van de verdachte blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Het strafblad van de verdachte heeft in die zin dus geen invloed op de strafoplegging.
Strafkader
Gelet op de aard en ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd, is de rechtbank van oordeel dat aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van die straf gelet op de straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en op de omstandigheid dat sprake is van eendaadse samenloop van de feiten 1 en 2.
De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geen aanleiding om hem een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan het voorarrest. De rechtbank vindt het vanuit het oogpunt van zowel speciale als generale preventie van belang dat in de strafoplegging tot uiting komt dat misdrijven als de onderhavige op de lange termijn niet lonen en dat op het plegen daarvan een stevige reactie van de strafrechter volgt.
De rechtbank legt de verdachte, alles afwegende, een onvoorwaardelijk gevangenisstraf op van twee jaar met aftrek van het voorarrest. De rechtbank legt de verdachte daarnaast een onvoorwaardelijke rijontzegging op voor de duur van drie jaar, omdat de verdachte de verkeersveiligheid ernstig in gevaar heeft gebracht door tijdens de achtervolging door de politie roekeloos te rijden in een auto waarin ook nog explosieven met ongeveer 1050 gram flitspoeder lagen. Een (klein) ongeluk met deze auto had al kunnen leiden tot een ernstige ontploffing, met alle gevolgen van dien.
De rechtbank legt lagere straffen op dan door de officier van justitie geëist, omdat zij vindt dat met deze straffen voldoende recht wordt gedaan aan de aard en ernst van de feiten.
Tenuitvoerlegging van de straf
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

6.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straffen zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
  • 46, 47, 55, 57 en 157 van het Wetboek van Strafrecht;
  • 5a, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994;
  • 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

7.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
  • verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 en 3 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
  • verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvan
twee (2) jaar;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
-
ontzegtverdachte
ter zake van het onder feit 3bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
drie (3) jaar.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. Reijnierse, voorzitter, mr. R.P. den Otter en
mr. S.E. Garvelink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Lindeman als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
feit 1
hij op of omstreeks 22 juli 2025 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten opzettelijk een ontploffing teweegbrengen waardoor gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is (ex artikel 157 lid 1 en Pro lid 2 Wetboek van Strafrecht), opzettelijk
  • meerdere fasciapakketten met een hoeveelheid flitspoeder en daaraan bevestigde elektriciteitssnoeren/stroomkabels) en/of
  • één of meerdere (Nederlandse) kentekenplaten (waarvan één of meerdere gedupliceerd ble(e)k(en) te zijn) en/of
  • diverse jerrycans met vloeistof en/of
  • meerdere (werk)handschoenen en/of
  • meerdere telefoons en/of
  • meerdere weekendtassen en/of
  • een moker en/of twee breekijzers en/of
  • een (snelle) personenauto (merk/type: Volkswagen Golf),
kennelijk bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd,
doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;
feit 2
hij op of omstreeks 22 juli 2025 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten meerdere fasciapakketten bevattende een hoeveelheid flitspoeder (in totaal ca. 1050 gram), zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft/hebben gehad;
feit 3
hij op of omstreeks 22 juli 2025 te Nieuwegein en/of Utrecht, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (Volkswagen Golf type R voorzien van het kenteken [kenteken] ), daarmee rijdende op de weg, de Galecopperlaan, A.C. Verhoefweg, Papendorpseweg, Rijksweg A12, (de parallelweg van de) Europalaan en/of (een fietspad parallel aan de) Beneluxlaan, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door (tijdens een achtervolging door de politie)
  • met hoge snelheid weg te rijden en/of
  • een rood uitstralend verkeerslicht te negeren en/of
  • met een snelheid van meer dan 107 km/u, althans een hoge snelheid, te rijden en/of
  • al slingerend over twee rijbanen te rijden en/of
  • tegen de rijrichting in (al spookrijdend) de Rijksweg A12 op te rijden en/of (met hoge snelheid) door te blijven rijden en/of
  • (vervolgens) tegen de rijrichting in (al spookrijdend) de parralelweg van de Europalaan op te rijden en/of (met een snelheid van meer dan 100 km/u, althans een hoge snelheid) door te blijven rijden en/of
  • op een fietspad te rijden,
door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was.
Bijlage II: Bewijsmiddelen [1]
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
De achtervolging en aanhouding van de verdachte
Een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2025248330-15, opgesteld door verbalisant [verbalisant 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 22 juli 2025 omstreeks 19:50 uur reed ik in ons dienstvoertuig met collega [verbalisant 3] de parkeerplaats Galecop te Nieuwegein op. Ik zag in het hoekje van de parkeerplaats een bakwagen staan. Bij deze bakwagen stonden een station auto en een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] . Ik zag minimaal drie personen bij deze voertuigen staan. Toen ik ons dienstvoertuig draaide in de richting van de bakwagen, zag ik dat de zwart Golf naar voren bewoog. Ik reed achter de zwarte Golf aan. Ik zag dat de Golf een type "R" betrof. Ik gaf de zwarte Golf R een stopteken. Ik zag dat de zwarte Golf R versnelde. Enkele seconde na het geven van het stopteken besloot ik om de optische en geluidsignalen van mijn dienstvoertuig aan te zetten. Op dat moment zag ik dat de zwarte Golf R zijn snelheid nog steeds niet verminderde. Bij het kruispunt Galecopperlaan, A.C. Verhoefweg zag ik dat de zwarte Golf R met hoge snelheid door rood reed. Ik zag dat de zwarte Golf R op de Galecopperlaan linksaf ging, de A.C. Verhoefweg opreed, in de richting van de A12. [2] Ik reed op de A.C. Verhoefweg richting de A12 en zag dat ik 107 kilometer per uur reed. Ik zag dat de zwarte Golf R op mij uit liep. Ik reed achter de zwarte Golf R aan en zag dat hij slingerend over de twee rijbanen wegreed. Bij de oprit Papendorpseweg A12 zag ik dat de zwarte Golf R de oprit richting knooppunt Ouderrijn nam. Ik zag dat de zwarte Golf R een bocht naar links maakte en tegen het verkeer in reed. Ik zag dat de zwarte Golf R op de A12 richting knooppunt Lunetten reed, in tegengestelde richting. Op dit punt heb ik de achtervolging gestaakt.
Na de achtervolging ben ik terug gereden naar de parkeerplaats Galecop te Nieuwegein. Hier zag ik in precies dezelfde hoek waar ik de eerdere voertuigen zag staan een witte jerrycan op de grond liggen. De bakwagen stond er nog. Ik zag dat de achterklep en de passagiersdeuren
van de bakwagen openstonden. In de bakwagen zag ik één witte lege jerrycan staan. [3]
Een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2025248330-18, opgesteld door verbalisant [verbalisant 3] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 22 juli 2025 om 19.50 uur reden verbalisant [verbalisant 2] en ik parkeerplaats Galecop te Nieuwegein op. Ik zag dat er minimaal twee personenauto’s stonden en een witte bakwagen. Ik zag dat er meerdere personen rondom die voertuigen actief bezig waren. Ik zag dat één van de voertuigen, een zwarte Volkswagen Golf R met kenteken [kenteken] , met de neus richting ons geparkeerd stond. Ik zag dat de lampen van het voertuig aanstonden.
Ik zag dat collega [verbalisant 2] ons dienstvoertuig in de richting van de Golf R stuurde. De Golf R reed snel in de richting van de Galecopperlaan. Ik zag dat het voertuig plots fors versnelde waarop collega [verbalisant 2] de achtervolging inzette. Ik zag dat de Golf R linksaf de rotonde [4] op slaan, over de Galecopperlaan, in de richting van de A.C. Verhoefweg. Op het kruispunt A.C. Verhoefweg met de Taludweg, zag ik dat het voertuig door rood reed en linksaf sloeg in de richting van de Papendorpseweg. Ik zag dat het verkeerslicht al meer dan drie (3) seconden op rood stond. Daarnaast zag ik dat, toen de Golf R midden op het kruispunt was, meerdere voertuigen abrupt moesten stoppen of moesten uitwijken om een ongeluk te voorkomen. Daarnaast zag ik dat de Golf R, bij het linksaf slaan, teveel snelheid had waardoor de bestuurder van de Golf R uit de bocht vloog en met zijn rechterzijde de stoeprand raakte. De bestuurder van de Golf R vervolgde hierna zijn weg in de richting van de Papendorpseweg. Ik zag dat de Golf R met een aanzienlijk hoge snelheid van ons weg reed. Hij reed met een veel hogere snelheid ten opzichte van het overige verkeer. Ik zag vervolgens dat de Golf R bij de verkeerslichten op de T-splitsling, linksaf sloeg om de A12 in de richting van Den Haag op te gaan. Ik zag dat de Golf R op de A12 draaide en tegen het verkeer in reed in de richting van Arnhem. Hier hebben wij de achtervolging gestaakt. [5]
Een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2025248330-11, opgesteld door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 22 juli 2025 waren wij, verbalisanten, in Utrecht en hoorden wij over de achtervolging van de zwarte Volkswagen met kenteken [kenteken] . Wij reden naar de oprit van de rijksweg A12 richting Den Haag.
Om 19:53 uur zagen wij dat het bovengenoemde voertuig met hoge snelheid tegengesteld de oprit bij de Europalaan van de Rijksweg A12 afreed. Wij zagen dat het voertuig met hoge snelheid reed. Wij schatten dat het voertuig tussen de 100 en 150 kilometer per uur reed. Er reden toen twee voertuigen de oprit van de rijksweg A12 richting Den Haag op. Wij zagen dat deze voertuigen moesten uitwijken om een botsing met de zwarte Volkswagen te voorkomen.
Wij zagen dat het voertuig onderaan de oprit linksaf de eerste straat in sloeg. Dit is een parallelstraat van de Europalaan. Wij zagen dat het voertuig met hoge snelheid op deze parellelbaan wegreed in de richting van het Europaplein. Wij zagen dat het voertuig tegengesteld reed op deze parallelweg. Wij draaiden ons dienstvoertuig om en reden richting het Europaplein achter het voertuig aan. Wij reden niet harder dan 100 kilometer per uur en zagen dat het voertuig op ons uitliep. Wij zagen het voertuig voor het laatst op de kruising van het Europaplein met de Beneluxlaan. Wij zagen dat onze collega’s in het dienstvoertuig achter ons linksaf sloegen het fietspad van de Beneluxlaan op. Om 19.56 uur hoorden wij dat de Volkswagen stil stond op de Beneluxlaan en dat er niemand meer in zat. [6]
Een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2025248330-13, opgesteld door verbalisant [verbalisant 6] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik reed op 22 juli 2025 met een collega in ons dienstvoertuig in Utrecht. Omstreeks 19:50 uur hoorde ik van de achtervolging vanaf de Galecop in Nieuwegein. Wij reden naar de Beneluxlaan in Utrecht, richting de A12. Ik hoorde dat het om een zwarte Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] zou gaan. Ik reed enkele meters voor het kruispunt Europalaan en Australiëlaan, toen ik op de parallelbaan, aan mijn rechterzijde, een zwart voertuig zag komen aanrijden. Ik draaide mijn dienstvoertuig en zette de achtervolging in. Ik zag dat er vlak voor mij nog een dienstvoertuig reed. Ik zag dat het voertuig richting het fietspad reed, die parallel ligt aan de Beneluxlaan. Ik besloot om het fietspad op te rijden. Ik zag even verderop een zwarte Volkswagen Golf staan. Ik zag dat het voertuig was voorzien van het kenteken [kenteken] . [7]
Een proces-verbaal van verhoor, documentcode MD2R025122-49, opgesteld door verbalisant [verbalisant 7] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven als verklaring van getuige [getuige] :
Op 22 juli, omstreeks 19:45 uur, bevond ik mij op de Europalaan t.h.v. de Australielaan te
Utrecht. Toen ik daar was hoorde ik sirenes. Ik zag dat er een auto met hoge snelheid naderde. Voor mijn gevoel was dit voertuig aan het racen. Ik zag dat dit voertuig, globaal gezien, vanaf de Rijksweg A12 kwam en richting het Europaplein reed. Ik zag dat het voertuig zich op de parellelbaan bevond. Ik zag dat er twee personen voorin het voertuig zaten. Deze zaten op de bestuurders- en bijrijdersstoel.
Ik zag dat er één politievoertuig het voertuig volgde. Ik zag dat dit politievoertuig uit dezelfde richting kwam als het voertuig waar ik van was geschrokken. Ik hoorde dat de sirenes van het politievoertuig aanstonden. [8]
Een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2025248330-19, opgesteld door verbalisant [verbalisant 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 22 juli 2025 omstreeks 19:50 uur reed ik op de Europalaan in de richting van de A12. Ik zag een zwarte Volkswagen Golf parallel over de Europalaan rijden. Wij zijn hier vervolgens achteraan gereden. Ik zag dat het voertuig op het fietspad naast de Beneluxlaan ter hoogt van [adres] stil stond. Ik liep vervolgens langs het voertuig. Ik zag dat het kenteken van het voertuig [kenteken] betrof. Ik zag dat de bestuurder en bijrijder deur van het voertuig open stonden. [9]
Een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2025248330-16, opgesteld door verbalisant [verbalisant 8] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 22 juli 2025 omstreeks 19.50 uur was ik, verbalisant, belast met een surveillancedienst in de helikopter. Wij waren meegevlogen in verband met een achtervolging op de A12 in Utrecht. Op het moment dat het vluchtende voertuig even uit zicht was, begonnen wij te zoeken op de laatst bekende locatie. Ik zag omstreeks 19.55 uur vanaf de kruising van de Aziëlaan met de Livingstonelaan in Utrecht een persoon met hoge snelheid rennen. Ik zag dat deze persoon de Aziëlaan bleef volgen. Ik zag dat de persoon in een blauwe auto stapte en wegreed. We hebben deze auto in beeld gehouden en de politie gevraagd dit voertuig te controleren, wat ook gebeurde. [10]
De verklaring van de verdachte op de zitting van 21 mei 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik ben de persoon die verbalisant [verbalisant 8] op 22 juli 2025 vanuit de helikopter heeft zien rennen vanaf de kruising van de Aziëlaan met de Livingstonelaan in Utrecht. Ik ben verderop in een blauwe auto gestapt en weggereden. De politie heeft mij vervolgens aangehouden.
De parkeerplaats en de Volkswagen met kenteken [kenteken]
Een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2025248330-39, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 22 juli 2025 om 21:50 uur kwam ik voor een forensisch onderzoek aan bij het parkeerterrein Galecop te Nieuwegein. [11] Op het parkeerterrein stond een bestelauto [de rechtbank begrijpt: de bakwagen]. Binnen het door lint afgezette deel zag ik een blauwe AH tas met daarin ammoniac, waarvan 2 zonder dop die leeg waren en één met dop waar nog vloeistof in zat. Op een meter afstand van de AH-tas zag ik een jerrycan staan die ongeveer voor een kwart gevuld was met een vloeistof, waarschijnlijk benzine. Op een afstand van 1,5 meter van de jerrycan lag een zwarte gieter. Enkele meters naast deze goederen zag ik twee blauwe SIM-kaarten liggen. Ik onderzocht de bestelauto en zag in de laadruimte een jerrycan staan. [12]
Een proces-verbaal van bevindingen, genummerd MD2R025122-50, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Het kenteken van de op 22 juli 2025 aangetroffen Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] bleek gedupliceerd te zijn. Uit het politiesysteem is gebleken dat dit voertuig thuishoort in Duitsland. Bij het voertuig hoort een ander kenteken. Uit onderzoek bleek dat de [de rechtbank begrijpt: originele] kentekenplaten nog op het voertuig zaten van de tenaamgestelde. [13]
Een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2025248330-24, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 22 juli zag ik op het fietspad naast de Beneluxlaan in Utrecht, ter hoogte van de [adres] te [plaats] , een voertuig staan voorzien van kenteken: [kenteken] . Ik zag in het voertuig verschillende grote jerrycans met een licht gekleurde vloeistof staan. Ik rook in de nabijheid een sterke benzinelucht. Mij is ambtshalve bekend dat bij het plegen van plofkraken grote hoeveelheden brandstof wordt meegenomen ten einde de vluchtauto tijdens de rit snel bij te kunnen tanken. Ik zag dat er in totaal ongeveer 8 grote jerrycans in het voertuig stonden allen gevuld met dezelfde licht gekleurde vloeistof, vermoedelijk benzine.
Ik zag dat er een moker en 2 breekijzers tussen de jerrycans lagen. Ik zag dat er 2 grote weekendtassen in de auto lagen. Ik zag dat deze tassen leeg waren. Ik zag dat bij het achterportier aan de bijrijderszijde nog eenzelfde tas lag. Ik opende de tas en zag 2 hoeken van twee voorwerpen die waren ingetaped met duct tape. Ik zag ook enkele rollen met witte kabels in de tas zitten. De explosieve opruimingsdienst defensie heeft de pakketten veilig gesteld. [14]
Een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2025248330-62, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Wij hebben op 2 augustus 2025 een forensisch onderzoek verricht in het voertuig met kenteken [kenteken] . [15] Wij zagen in het dashboardkastje van het voertuig werkhandschoenen liggen. [16] Daarnaast zagen wij bij de voetenruimte aan de rechterzijde van de achterbank twee 9 volt batterijen in verpakking liggen. [17]
De explosieve constructies (fasciapakketten)
Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 15 december 2025, getiteld ‘Explosievenonderzoek aan drie vermeende explosieve constructies die zijn aangetroffen in
een voertuig in Utrecht op 22 juli 2025’, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Politieregistratienummer: PL0900-2025248330. [18]
De onderzoeksaanvraag van de Politie Eenheid Midden-Nederland bevatte bij 'Korte omschrijving van het delict' onder andere de volgende informatie:
Het voertuig was na een melding van verdachte omstandigheden op 22 juli 2025 omstreeks 20:00 uur bij het zien van de collega's op de vlucht geslagen. Dit heeft geleid tot een achtervolging eindigend op de Beneluxlaan. Bij nadere inspectie van het voertuig troffen wij onder meer drie fasciapakketen aan en jerrycans gevuld met een vloeistof. Vanuit de fascia pakketten zijn drie monsters veiliggesteld. [19]
Op grond van de onderzoeksresultaten wordt het volgende geconcludeerd:
De opbouw en werking van de explosieve constructies
De drie constructies bestonden allen uit een met grijze tape omwikkeld pakket waaruit een lang elektrasnoer met witte isolatiemantel stak. Het doffe, grijze poeder van [de onderzoeksmaterialen] zijn de door de EODD genomen monsters van de explosieve lading die afkomstig zijn uit de aangetroffen pakketten. De tapepakketten waren nagenoeg volledig gevuld en in elk pakket stak de kop van een gloeipil in de explosieve lading. Het doffe, grijze poeder betreft 'flitspoeder' op basis van kaliumperchloraat en aluminium. Flitspoeders zijn krachtige explosieve stoffen. Van flitspoeders zijn mij geen toepassingen bekend anders dan in pyrotechniek.
De explosieve constructies met deze opbouw zijn conceptueel deugdelijk. De opbouw en werking van de aangetroffen explosieve constructie is als volgt:
  • een met tape omwikkeld pakket is gevuld met een explosieve lading op basis van flitspoeder
  • een gloeipil dient als elektrische ontsteker. Het lange elektrasnoer is bedoeld om voor de gebruiker/plaatser van de explosieve constructie een veilige afstand te creëren.
  • Om de gloeipil te activeren -en zo een ontploffing te bewerkstelligen- dienen de draden aan het uiteinde van het elektrasnoer te worden aangesloten op de polen van een stroombron. In principe voldoet een 'huis-tuin-en-keuken' batterij (9V blokbatterij, etc.).
Gewicht flitspoeder
Door de Explosieve Opruiming Dienst Defensie (EODD) is vastgesteld dat de brutogewichten van de met tape omwikkelde pakketten met daarin de volledige hoeveelheid explosieve lading respectievelijk circa 488; 532 en 284 gram bedroegen. Bij eerdere NFI-onderzoeken is vastgesteld dat de (lege) tapeverpakkingen zelf, inclusief een gloeipil tientallen tot een honderdtal grammen kunnen wegen. Hier rekening mee houdend is geschat dat de netto explosieve ladingen flitspoeder respectievelijk circa 400; 450 en 200 gram moeten zijn geweest [de rechtbank begrijpt: circa 1050 gram in totaal]. [21]
Wat is de gevaarzetting wanneer een dergelijke explosieve constructie tot ontploffing komt?Bij een ontploffing van een met tape omwikkeld pakket met dergelijke hoeveelheden flitspoeder (circa 400, 450 en 200 gram) zullen effecten als hitte, kortstondige vuurverschijnselen en een drukgolf met een zeer luide knal optreden. Het met tape omwikkelde pakket wordt uiteengereten en de tape verbrandt gedeeltelijk. Materiële schade aan in de directe nabijheid aanwezige omgevingsmaterialen is een gegeven. Er kan scherfwerking optreden van deze omgevingsmaterialen, waarbij scherven/brokstukken met veel energie weggeslingerd worden. Dit vergroot de gevaarzetting voor personen en andere goederen. [22]
Valt een dergelijke constructie onder de WWM?
Ja, technisch gezien voldoen de aangetroffen explosieve constructies aan de definitie van:
"een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing", zoals vermeld in artikel 2, lid 1, categorie II, 7° van de Wet wapens en munitie.
Het is daar zeker voor geschikt. Het is mij bekend dat dergelijke constructies gebruikt worden voor het veroorzaken van ontploffingen, zoals bij zogenaamde plofkraken. [23]
De betrokkenheid van de verdachte
De verklaring van de verdachte op de zitting van 21 mei 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
De zwarte iPhone 12 die op 22 juli 2025 onder mij in beslag is genomen is van mij. Ik ben de gebruiker van die telefoon.
Ik was op 22 juli 2025 omstreeks 15.00 uur met een vriend bij de Gamma. We hebben daar huishoudsnoeren, bindband, krimpkous en isolatieband gekocht. Ik had de bon van deze aankopen bij mij toen ik werd aangehouden.
Een proces-verbaal van bevindingen, genummerd MD2R025122-51, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Bij de aanhouding van de verdachte [verdachte] op 22 juli 2025 werd bij hem een zwarte iPhone 12
inbeslaggenomen (goednummer 3563099). Uit onderzoek aan deze telefoon volgt dat:
- de gebruiker van de telefoon op 22 juli 2025 verschillende advertenties voor jerrycans op
Markplaats heeft bezocht;
  • de gebruiker van de telefoon op 22 juli 2025 met interesse op Marktplaatsadvertenties heeft gereageerd waarin jerrycans werden aangeboden;
  • op de telefoon een grote hoeveelheid afbeeldingen te zien is van 22 juli 2025 met daarop
jerrycans, vermoedelijk afkomstig van het internet;
- op de telefoon op 22 juli 2025 is gezocht naar de term ‘geldautomat gesprengt’, een Duitse term voor een plofkraak op een geldautomaat; [24]
- op de telefoon vanaf februari 2023 vaker is gezocht naar plofkraak gerelateerde termen. [25]
Een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2025248330-154, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 22 juli 2025 was de EODD ter plaatse om het aangetroffen explosief/fasciapakket in de VW Golf met kenteken [kenteken] te ontmantelen. Hierbij werden fotografische opnamen gemaakt. [26] Ik zag dat er groengeel tape en blauw tape werd gebruikt bij de constructie. Ik zag ook dat er een twee-aderige stroomkabel was gebruikt met een bruin en blauw stroomdraad.
Onder de verdachte [verdachte] werd een kassabon van de Gamma aangetroffen. Wij hebben de artikelnummers op de kassabon gekoppeld aan de producten op de website van de Gamma met hetzelfde artikelnummer. Wij hebben vervolgens foto’s genomen van die producten op de website, waaronder van:
  • Isolatieband/tape;
  • Stroomkabel 2-aderig.
Deze foto’s zijn opgenomen in dit proces-verbaal (onderaan op pagina 433). [27]
Ook werden er foto’s gemaakt van de overige in het voertuig aanwezige goederen. Ik zag dat in het voertuig een bijl/moker met groen/zwart handvat werd aangetroffen. Ik zag dat er op de telefoon van [verdachte] (goednummer 3563099) drie afbeeldingen stonden van een groen/zwarte bijl op de telefoon van [verdachte] stonden met Creation time: 22 juli 2025 omstreeks 04:00 uur. [28]
De eigen waarneming van de meervoudige kamer van de rechtbank ter terechtzitting van 21 mei 2026
Op pagina 433 van het procesdossier (proces-verbaalnummer PL0900-2025248330-154) staan afbeeldingen van twee producten van de Gamma. De rechtbank ziet op de ene afbeelding een rol met verschillende kleuren isolatieband/tape, waaronder groengeel en blauw isolatieband. Op de andere afbeelding is een witte 2-aderige stroomkabel te zien met een bruin en blauw stroomdraad.
Op pagina 434 staan afbeeldingen van de moker/bijl die in het voertuig [kenteken] is aangetroffen. Op pagina 435 staan afbeeldingen die op de telefoon van de verdachte stonden. De rechtbank neemt waar dat de moker/bijl die in de Volkswagen is aangetroffen sterk lijkt op de moker/bijl die is te zien op de afbeeldingen in de telefoon van de verdachte. Verschillen zijn er niet.
De eigen waarneming van de meervoudige kamer van de rechtbank ter terechtzitting van 21 mei 2026
De verdachte kreeg op 2 augustus 2025 bezoek in de Penitentiaire Inrichting. Het gesprek van de verdachte met zijn bezoekers is (heimelijk) opgenomen. De audio-opname is op de zitting van 21 mei 2026 afgespeeld. De rechtbank hoort daarop één van de gesprekspartners het volgende zeggen:
  • Ik ga jou vertellen.
  • Ik stap in.
  • 2-3 zijn onderweg Ik rij over die brug, ik rij over de Zandweg.
  • Ik ga naar links
  • Ik ga linksaf, ik ga rechtdoor, rechtdoor.
  • Ik ga naar links, ik ga snelweg op, ik ga gelijk links tegen het verkeer in.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2025248330 (onderzoek RENDIER) doorgenummerd pagina 1 tot en met 493 en pagina’s uit het Forensisch Dossier van politie eenheid Midden-Nederland met hetzelfde proces-verbaalnummer, doorgenummerd pagina 1 tot en met 111. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste Pro lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
2.Pagina 10.
3.Pagina 11.
4.Pagina 20.
5.Pagina 21.
6.Pagina 26.
7.Pagina 39.
8.Pagina 158.
9.Pagina 46.
10.Pagina 221.
11.Pagina 11 van het Forensisch Dossier.
12.Pagina 12 van het Forensisch Dossier.
13.Pagina 159.
14.Pagina 57.
15.Pagina 38 van het Forensisch Dossier.
16.Pagina 39 van het Forensisch Dossier.
17.Pagina 40 van het Forensisch Dossier.
18.Pagina 63 van het Forensisch Dossier.
19.Pagina 64 van het Forensisch Dossier.
20.Pagina 70 van het Forensisch Dossier.
21.Pagina 68 van het Forensisch Dossier.
22.Pagina 71 van het Forensisch Dossier.
23.Pagina 72 van het Forensisch Dossier.
24.Pagina 181.
25.Pagina 196.
26.Pagina 432.
27.Pagina 433.
28.Pagina’s 434-435.