Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3525

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
C/16/611806 / FV RK 26-1294
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel op grond van Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Betrokkene verblijft onder een crisismaatregel bij GGz Centraal. De burgemeester van Amersfoort heeft deze maatregel op 19 mei 2026 afgegeven. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om verlenging van deze maatregel voor drie weken.

Tijdens de zitting op 21 mei 2026 zijn betrokkene, zijn advocaat, een psychiater, arts en verpleegkundige gehoord. Betrokkene betwist de diagnose en het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, maar de rechtbank acht de medische verklaring en toelichting van de psychiater overtuigend. Er is sprake van kenmerken van een psychose en katatonie, met risico op gevaar voor betrokkene en zijn omgeving.

De rechtbank concludeert dat de voorwaarden van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg zijn vervuld en dat verplichte zorg noodzakelijk is. De toegewezen zorgmaatregelen zijn proportioneel en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging wordt verleend tot en met 11 juni 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken wegens een psychische stoornis met onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/611806 / FV RK 26-1294
Datum uitspraak: 21 mei 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1972 in [geboorteplaats] (Pakistan),
hierna: betrokkene,
wonende in [woonplaats] ,
verblijvende bij GGz Centraal, locatie [locatie] in [plaats] ,
advocaat: mr. A.E.M.C. Koudijs.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 20 mei 2026 ontvangen.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 21 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [A] , psychiater;
  • [B] , arts;
  • [C] , verpleegkundige.
1.3.
Voor betrokkene was er een telefonische tolk Urdu aanwezig, H, Syed.

2.Wat vaststaat

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel bij GGz Centraal, [locatie] te [plaats] . De burgemeester van Amersfoort heeft de crisismaatregel op 19 mei 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Er is voldaan aan de voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.3.
De advocaat heeft namens betrokkene de stoornis en het daaruit voortvloeiend onmiddellijk dreigend ernstig nadeel betwist. Betrokkene is van mening dat hij hem niets mankeert, dat hij voldoende in staat is om voor zichzelf te zorgen en dat er geen sprake is van gevaar voor hemzelf of anderen. De rechtbank gaat hieraan voorbij. Uit de medische verklaring, de overige processtukken en de toelichting ter zitting blijkt afdoende dat er sprake is onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, zoals onder 4.2. vermeld, als gevolg van een psychische stoornis. Uit de toelichting van de psychiater blijkt dat het beeld nog wisselend is en er nog tijd nodig is om tot een goede diagnose te komen, omdat het de eerste ontregeling van betrokkene is, maar dat er kenmerken worden gezien van een psychose en katatonie. Er wordt ook achterdocht waargenomen. De medicatie heeft wel enig effect maar nog niet voldoende. Betrokkene heeft geen ziektebesef. Het gevaar is dat betrokkene deze medicatie niet meer inneemt en dat hij niet voor zichzelf zorgt, waardoor er risico’s bestaan voor zowel de mentale als fysieke toestand van betrokkene. Dit, mede gelet op zijn diabetes die intensieve monitoring vereist. Er moet ook goed onderzoek worden gedaan naar de lichamelijke conditie van betrokkene, hetgeen tijd kost, maar het is voor nu voldoende duidelijk dat het ernstig nadeel een gevolg is van de psychische stoornis van betrokkene. Gelet hierop ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de vermoedelijke diagnose en acht verplichte zorg als noodzakelijk.
4.4.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
4.5.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
4.6.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg.
4.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1972 in [geboorteplaats] (Pakistan), wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 11 juni 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026 door mr. H.F. Koenis, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 26 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.