In deze zaak vordert de vereffenaar namens de erfgenamen de ontruiming van de woning van de overleden eigenaar, waar de partner zonder recht of titel verbleef. De overledene had geen testament en de nalatenschap bestaat voornamelijk uit de woning met een hypothecaire lening.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de partner zonder recht in de woning verblijft en wijst de ontruimingsvordering toe. Gezien de belangen van de erfgenamen om de woning snel te kunnen verkopen en de belangen van de partner die dertien jaar samenwoonde en recent een urgentieverklaring voor nieuwe woonruimte ontving, wordt een langere ontruimingstermijn toegestaan.
Deze termijn is echter afhankelijk gesteld van de verplichting van de partner om de hypotheekbetalingen vanaf juni 2026 te voldoen en mee te werken aan de verkoop van de woning. Bij niet-naleving kan ontruiming binnen een week plaatsvinden, maar uiterlijk moet de woning op 30 september 2026 worden verlaten.
De partner wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom bij overtreding en tot vergoeding van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de vordering tot eerdere betekening wordt afgewezen.