ECLI:NL:RBMNE:2026:3555

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
21 juni 2026
Zaaknummer
11945484 \ MC EXPL 25-5953
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:1 BWArt. 7 van de toepasselijke algemene bepalingenArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitleg tussentijdse opzegmogelijkheid huurovereenkomst en toekenning contractuele boete

Partijen zijn in geschil over de uitleg van een tussentijdse opzegmogelijkheid in een allonge bij een huurovereenkomst en de toekenning van een contractuele boete wegens het staken van exploitatie van het gehuurde.

De kantonrechter overweegt dat de tussentijdse opzegmogelijkheid niet beperkt is tot de eerste huurperiode van vijf jaar, maar ook geldt voor de daaropvolgende periodes, gelet op de bedoeling van partijen en de omstandigheden waaronder de allonge is gesloten. Gemeente Hilversum heeft het besluit genomen om het aantal JGZ-locaties terug te brengen van drie naar twee, waardoor de opzegging rechtsgeldig was.

Verder is vastgesteld dat de gemeente vanaf 1 mei 2025 niet meer voldeed aan haar exploitatieverplichting, waardoor zij een contractuele boete van €250 per dag verschuldigd is over de periode van 18 juli 2025 tot en met 30 november 2025. De gemeente kon niet met succes een beroep doen op redelijkheid en billijkheid of matiging van de boete.

De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en compenseert de proceskosten tussen partijen.

Uitkomst: De huurovereenkomst is rechtsgeldig tussentijds opgezegd en de gemeente Hilversum is veroordeeld tot betaling van een contractuele boete van €34.000.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 11945484 \ MC EXPL 25-5953
Vonnis van 10 juni 2026
in de zaak van

1.[eiser sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser sub 1] ,
2.
[eiseres sub 2] B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres sub 2] ,
gemachtigde: mr. M.W. Kox,
tegen
DE PUBLIEKRECHTELIJKE RECHTSPERSOON GEMEENTE HILVERSUM,
zetelend te Hilversum,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Gemeente Hilversum,
gemachtigden: mrs. K. Bol, E.Y. Sackey en N. Amiel.

1.De procedure

1.1
[eiser sub 1] en [eiseres sub 2] hebben op 22 oktober 2025 Gemeente Hilversum gedagvaard om voor de kantonrechter te verschijnen. Daarbij hebben [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] elf producties meegestuurd. Gemeente Hilversum heeft op de dagvaarding geantwoord. Daarbij heeft Gemeente Hilversum dertien producties overgelegd. De kantonrechter heeft besloten dat de zaak op een zitting verder besproken moet worden. Voorafgaand de mondelinge behandeling hebben [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] aanvullend productie 12 ingediend.
1.2
De zaak is op 17 april 2026 bij de kantonrechter besproken. [eiser sub 1] is verschenen, voor zichzelf en in zijn hoedanigheid als eigenaar van [eiseres sub 2] . Hij werd bijgestaan door mr. Kox. Namens Gemeente Hilversum is de heer [A] – teammanager vastgoed – verschenen, bijgestaan door mrs. Sackey en Amiel. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat op de zitting is besproken.
1.3
De kantonrechter heeft besloten dat vandaag schriftelijk uitspraak wordt gedaan.
2 De kern van de zaak
2.1
Partijen hebben een aanvullende afspraak gemaakt over de mogelijkheid van tussentijdse beëindiging van de huurovereenkomst. Partijen verschillen van mening over de uitleg die aan die afspraak gegeven moet worden. [eiser sub 1] meent dat de tussentijdse opzegmogelijkheid alleen voor de eerste huurperiode van vijf jaar geldt, zodat de opzegging van Gemeente Hilversum niet rechtsgeldig is en de huurovereenkomst om die reden niet is geëindigd. Gemeente Hilversum meent dat de tussentijdse opzegmogelijkheid ook voor alle volgende huurperiodes geldt, zodat haar opzegging rechtsgeldig is en de huurovereenkomst is geëindigd. [eiser sub 1] vraagt in deze procedure een verklaring voor recht dat de tussen partijen geldende huurovereenkomst tenminste doorloopt tot en met 30 november 2028. Gemeente Hilversum heeft hoe dan ook de exploitatie voortijdig gestaakt. Daarom wil [eiser sub 1] dat Gemeente Hilversum een contractuele boete betaalt van € 250,00 per dag, te rekenen vanaf 18 juli 2025. In deze zaak staat de vraag centraal of Gemeente Hilversum de huurovereenkomst tussentijds mocht opzeggen.
2.2
De kantonrechter is van oordeel dat Gemeente Hilversum op basis van de aanvullende afspraak de huurovereenkomst tussentijds mocht opzeggen. Dit betekent dat Gemeente Hilversum de huurovereenkomst op 29 juli 2025 rechtsgeldig heeft opgezegd tegen 1 december 2025. Wel is Gemeente Hilversum over de periode vanaf 18 juli 2025 tot 1 december 2025 een contractuele boete van € 250,00 per dag aan [eiser sub 1] verschuldigd. De proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd. Hierna wordt uitgelegd waarom.

3.De achtergrond van het geschil

3.1
Gemeente Hilversum heeft met ingang van 20 juli 2006 van de rechtsvoorganger van [eiser sub 1] de bedrijfsruimte aan de [adres] in ( [postcode] ) [plaats] (hierna: het gehuurde) gehuurd. Het gehuurde maakt onderdeel uit van een bedrijvencomplex.
3.2
In het gehuurde heeft Gemeente Hilversum een consultatiebureau gevestigd.
3.3
Op 4 februari 2014 heeft Gemeente Hilversum aanvullende afspraken met de rechtsvoorganger van [eiser sub 1] (hierna: de oude verhuurder) gemaakt, waaronder de mogelijkheid om de huurovereenkomst tussentijds op te zeggen. Die aanvullende afspraken zijn vastgelegd in een allonge.
3.4
Nadien is [eiser sub 1] eigenaar van het gehuurde geworden.
3.5
Het beheer van het gehuurde heeft [eiser sub 1] uit handen gegeven aan [eiseres sub 2] .
3.6
Per 1 mei 2025 is het consultatiebureau uit het gehuurde vertrokken en verhuisd naar een andere locatie.
3.7
Op 29 juli 2025 heeft Gemeente Hilversum de huurovereenkomst opgezegd tegen 1 december 2025.
3.8
[eiser sub 1] heeft Gemeente Hilversum bericht dat hij niet akkoord was met opzegging van de huurovereenkomst. Hij verzocht Gemeente Hilversum aan haar exploitatieverplichting te voldoen door het gehuurde weer in gebruik te nemen overeenkomstig de bestemming kantoor-/praktijkruimte ten behoeve van een consultatiebureau, bij gebreke waarvan [eiser sub 1] aanspraak zal maken op de contractuele boete van € 250,00 per dag totdat Gemeente Hilversum weer zou voldoen aan haar exploitatieverplichting.

4.De beoordeling

De niet-ontvankelijkheid van [eiseres sub 2]
4.1
is als eisende partij in de dagvaarding vermeld. Dat is niet juist. [eiseres sub 2] is geen partij bij de huurovereenkomst. Zij is de beheerder van het gehuurde. Niet gesteld of is gebleken dat [eiseres sub 2] enig vorderingsrecht op Gemeente Hilversum heeft op grond waarvan zij bevoegd is deze procedure tegen Gemeente Hilversum te starten. Op de zitting heeft [eiser sub 1] toegelicht dat hij [eiseres sub 2] alleen zekerheidshalve als eiseres in de dagvaarding heeft opgenomen, omdat [eiseres sub 2] in de stukken voorkomt en om eventuele discussies te voorkomen. [eiseres sub 2] is, gelet op het voorgaande, niet-ontvankelijk in haar vorderingen op Gemeente Hilversum.
De uitleg van de allonge bij de huurovereenkomst
De allonge
4.2
In de allonge bij de huurovereenkomst is het volgende opgenomen:

Komen overeen dat:
- ingaande 1 december 2013 de huurovereenkomst tussen partijen wordt voortgezet
voor een periode van vijf jaar, derhalve tot en met 30 november 2018, met dien
verstande dat de overeenkomst tussentijds beëindigd kan worden als gevolg van
besluitvorming binnen het College van B&W en/of de Gemeenteraad waaruit blijkt dat JGZ van 3 naar 2 locaties gaat en de onderhavige locatie wordt opgeheven, e.e.a. met inachtneming van een opzegtermijn van 4 kalendermaanden.
- de overeenkomst vervolgens steeds stilzwijgend wordt verlengd met vijf jaar.
- de opzegtermijn vier (4) maanden tegen het eind van enige huurperiode bedraagt.
(…)
4.3
Partijen verschillen van mening of de mogelijkheid om de huurovereenkomst tussentijds op te zeggen is blijven bestaan, nadat de huurovereenkomst na 30 november 2018 is verlengd.
4.4
[eiser sub 1] meent dat de tussentijdse opzegmogelijkheid alleen gold voor de uitdrukkelijk genoemde huurperiode van 1 december 2013 tot en met 30 november 2018 (hierna: de eerste huurperiode). Daarna geldt de reguliere opzegmogelijkheid, namelijk vier maanden voor het einde van de betreffende huurperiode. De opzegging van 29 juli 2025 is dus niet rechtsgeldig en heeft dan ook geen effect gesorteerd. De huurovereenkomst is dus niet per 1 december 2025 geëindigd, maar loopt door tot (tenminste) 1 december 2028.
4.5
Gemeente Hilversum meent dat de tussentijdse opzegmogelijkheid niet beperkt is tot alleen de eerste huurperiode, maar ook geldt voor de daaropvolgende huurperiodes. De opzegging van 29 juli 2025 is dus rechtsgeldig. De huurovereenkomst is dan ook per 1 december 2025 beëindigd.
4.6
De kantonrechter gaat mee met de uitleg van Gemeente Hilversum. De bepaling in de allonge moet zo uitgelegd worden dat de tussentijdse opzegmogelijkheid – als blijkt dat de Jeugdgezondheidszorg (hierna: JGZ) teruggaat van drie naar twee locaties – ook geldt voor de huurperiodes ná 1 december 2018 (de eerste huurperiode). De kantonrechter overweegt daartoe als volgt.
Het Haviltex criterium
4.7
De overeenkomst moet worden uitgelegd aan de hand van het
Haviltex-criterium. [1] Dat houdt in dat bij de beantwoording van de vraag wat de betekenis is van de door partijen gemaakte afspraken het niet alleen aankomt op een taalkundige uitleg, maar ook op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze afspraken mochten toekennen en op hetgeen zij daaromtrent redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, zulks in het licht van alle omstandigheden van het geval.
4.8
Wat betreft de taalkundige uitleg hebben partijen het volgende aangevoerd.
4.9
Volgens [eiser sub 1] gold de tussentijdse opzegmogelijkheid alleen voor de eerste huurperiode. Dat de tussentijdse opzeggingsmogelijkheid alleen gold voor de eerste huurperiode volgt uit de wijze hoe de verschillende bepalingen in de allonge zijn opgenomen, namelijk de opsomming in verschillende gedachtestreepjes met daarachter de tekst (opdeling in ‘blokjes’). Uit het eerste gedachtestreepje volgt expliciet dat gedurende de eerste huurperiode de huurovereenkomst op twee wijzen opgezegd kon worden, namelijk door (i) tussentijdse opzegging met een opzegtermijn van vier maanden als het college Burgemeester en Wethouders en/of de Gemeenteraad besluit het aantal JGZ-locaties terug te brengen van drie naar twee locaties of door (ii) reguliere opzegging met een opzegtermijn van vier maanden tegen het einde van de lopende huurperiode. Bovendien suggereert het woord ‘
vervolgens’ in het tweede gedachtestreepje dat er een nieuwe situatie van kracht is, namelijk de stilzwijgende verlenging van de huurovereenkomst voor de opvolgende huurperiodes ná 1 december 2018 waarin niet is voorzien in de mogelijkheid om tussentijds de huurovereenkomst op te zeggen en aldus voor die huurperiodes de reguliere opzegmogelijkheid van vier maanden tegen het einde van de betreffende huurperiode geldt. Als de tussentijdse opzegmogelijkheid voor álle huurperiodes zou gelden dan had die tussentijdse opzegmogelijkheid in de allonge op een andere plek gestaan of had de keuze voor een contract voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van vier maanden meer voor de hand gelegen, aldus [eiser sub 1] . [eiser sub 1] onderbouwt zijn stelling met de verklaring van mevrouw [B] , de voormalige beheerder van het gehuurde en ook de dochter van de oude verhuurder (hierna: [B] ).
4.1
Gemeente Hilversum zegt dat de tussentijdse opzegmogelijkheid niet beperkt was tot slechts één huurperiode. Zij leidt dit af uit de e-mail van 20 november 2013 van (de toenmalige beheerder van) de toenmalige verhuurder (zie productie 3 van Gemeente Hilversum). Daarin staat: ‘
de huurtermijn wordt ingaande 1 december 2013 gesloten voor 5 jaar met dien verstande dat de overeenkomst tussentijds beëindigd kan worden als gevolg van besluitvorming binnen het College en/of de Raad.’. Deze tekst is later ook bijna letterlijk in de definitieve allonge opgenomen. In de allonge staat bovendien niet dat de tussentijdse opzegmogelijkheid na de eerste huurperiode zou komen te vervallen.
4.11
De kantonrechter kan de taalkundige uitleg van beide partijen volgen. Beide partijen hebben punten naar voren gebracht die hun lezing over de bepaling van de tussentijdse opzegmogelijkheid in de allonge ondersteunen en maken dat de taalkundige uitleg van partijen beide aannemelijk kan zijn. Wat betreft de taalkundige uitleg staan partijen daarom gelijk.
4.12
Dan komt het aan op wat de bedoeling van partijen is geweest voor het sluiten van de allonge en het opnemen van de tussentijdse opzegmogelijkheid.
4.13
Gemeente Hilversum stelt dat zij al in 2012 – geruime tijd vóór het sluiten van de allonge – bezig was met de concentratie, heroriëntatie en modernisering van de JGZ-locaties, waar de consultatiebureaus onder vallen (zie productie 1 van Gemeente Hilversum). Het plan om het aantal JGZ-locaties in Hilversum terug te brengen van drie naar twee is in die tijd genomen. Het stond dus al vast dat dit zou gaan gebeuren, alleen het tijdstip stond nog niet vast, omdat dit mede afhankelijk zou zijn van de voortgang van de locatieontwikkeling. Het terugbrengen van het aantal JGZ-locaties zou op den duur ook gevolgen hebben voor de huurovereenkomst van het gehuurde, omdat het gehuurde – gevestigd in een inmiddels verouderd pand – volgens Gemeente Hilversum niet meer voldeed aan de wens van modernisering van JGZ-locaties. In 2013 stond Gemeente Hilversum voor de keuze de huurovereenkomst van het gehuurde te verlengen of tegen 30 november 2013 op te zeggen en het consultatiebureau elders te huisvesten. Gemeente Hilversum heeft toen de huurovereenkomst met de toenmalige verhuurder opgezegd. De toenmalige verhuurder maakte op 10 mei 2013 bezwaar tegen de opzegging en verzocht Gemeente Hilversum de huurrelatie voort te zetten. Omdat de concentratie, heroriëntatie en modernisering van de JGZ-locaties nog onvoldoende concreet, nog de nodige tijd zou vergen en gelet op het dringend verzoek van de toenmalige verhuurder, was Gemeente Hilversum bereid om te spreken over een verlenging van de huurovereenkomst. Duidelijk uitgangspunt in die overleggen was dat het aantal JGZ-locaties in Hilversum zou worden teruggebracht van drie naar twee en het consultatiebureau in het gehuurde op enig moment elders zou worden ondergebracht. De enige onzekere factor was het tijdstip waarop de samensmelting van de verschillende JGZ-locaties zou plaatsvinden. Het was dus nog niet zeker dat de samensmelting van de verschillende JGZ-locaties binnen vijf jaar – en dus in de eerste huurperiode – zou gaan gebeuren. Gemeente Hilversum wilde daarom de flexibiliteit hebben om de huurovereenkomst te zijner tijd als het nadere besluit van het College B&W en/of de Gemeenteraad er zou zijn tussentijds op te zeggen en dat zij niet de huurovereenkomst alsnog uit zou hoeven te dienen. Tegen deze achtergrond hebben de onderhandelingen tussen Gemeente Hilversum en de oude verhuurder plaatsgevonden. Na langdurige onderhandelingen zijn Gemeente Hilversum en de toenmalige verhuurder tot afspraken gekomen. Dit heeft onder meer geresulteerd in de tussentijdse opzegmogelijkheid. Het een en ander is vervolgens door (de beheerder van) de toenmalige verhuurder bevestigd in zijn e-mail van 20 november 2013 (zie productie 3 van Gemeente Hilversum) en uiteindelijk vastgelegd in de allonge. Dat het beleid ten aanzien van de JGZ-locaties niet gewijzigd is (en dus geen gelegenheidsargument is om van de huurovereenkomst af te komen zoals [eiser sub 1] stelt) volgt uit het informatiedocument ‘
Herhuisvestiging consultatiebureau’s in Hilversum’ van 13 december 2021 (zie productie 4 van Gemeente Hilversum). Het zou in het licht van het voorgaande dan ook onlogisch zijn als de tussentijdse opzegmogelijkheid slechts beperkt zou zijn tot één huurperiode. De bedoeling was dan ook dat de tussentijds opzegmogelijkheid mogelijk was als het nadere besluit van het College B&W en/of de Gemeenteraad zou worden genomen en was dus niet beperkt tot de eerste huurperiode. De keuze voor vaste blokken van een verhuurtermijn van vijf jaar en niet gelijk voor onbepaalde tijd kwam bovendien van de toenmalige verhuurder. Gemeente Hilversum heeft daarmee ingestemd om de toenmalige verhuurder tegemoet te komen.
4.14
Tegenover deze gemotiveerde onderbouwing van Gemeente Hilversum heeft [eiser sub 1] onvoldoende naar voren gebracht om een andere bedoeling aan te nemen. Weliswaar heeft [eiser sub 1] twee verklaringen van [B] in het geding gebracht, alleen wordt in beide verklaringen slechts ingegaan op de taalkundige uitleg van de bepaling over de tussentijdse opzegmogelijkheid. [B] heeft in het geheel niets verklaard over de bedoeling van partijen en/of hoe de bepaling tot stand is gekomen. [eiser sub 1] heeft nog een bewijsaanbod gedaan om [B] daarover te horen. De kantonrechter gaat voorbij aan dit bewijsaanbod, omdat [B] al twee keer een verklaring heeft afgelegd en daarbij haar visie over (de lezing en bedoeling) van de allonge heeft kunnen geven. De laatste verklaring van [B] was bovendien een reactie op de conclusie van antwoord van Gemeente Hilversum, waarin Gemeente Hilversum uiteen heeft gezet wat volgens haar de bedoeling van partijen is geweest. [B] had in haar reactie op de conclusie van antwoord van Gemeente Hilversum daarover wat kunnen verklaren. Dat heeft [B] niet gedaan en [eiser sub 1] heeft haar daar kennelijk niet nader over bevraagd.
4.15
Het voorgaande leidt ertoe dat de kantonrechter meegaat in de uitleg van Gemeente Hilversum. Dit betekent dat Gemeente Hilversum de mogelijkheid heeft om de huurovereenkomst tussentijds op te zeggen als het College B&W en/of de Gemeenteraad besluit dat de JGZ-locaties van drie naar twee worden teruggebracht en het consultatiebureau in het gehuurde wordt opgeheven. Gemeente Hilversum heeft gesteld – en is door [eiser sub 1] niet betwist – dat het College B&W en/of de Gemeenteraad het voornoemde besluit heeft genomen: de JGZ-locaties gaan van drie naar twee locaties terug en het consultatiebureau in het gehuurde wordt opgeheven. Daarmee is voldaan aan de voorwaarde om de huurovereenkomst tussentijds op te zeggen. Gemeente Hilversum heeft op 29 juli 2025, met een opzegtermijn van vier maanden, de huurovereenkomst tegen 1 december 2025 opgezegd. De opzegging heeft aldus rechtsgeldig plaatsgevonden. De huurovereenkomst tussen partijen is per 1 december 2025 geëindigd. De verklaring voor recht dat de huurovereenkomst ten minste doorloopt tot en met 30 november 2028 wordt om die reden dan ook afgewezen.
De contractuele boete
4.16
Op grond van artikel 6.1 van de op de huurovereenkomst toepasselijke algemene bepalingen, moest Gemeente Hilversum in beginsel het gehuurde – gedurende de gehele duur van de huurovereenkomst – daadwerkelijk, geheel, behoorlijk en zelf gebruiken overeenkomstig de in de huurovereenkomst aangegeven bestemming (hierna: de exploitatieverplichting). Vast staat dat Gemeente Hilversum de exploitatie van het gehuurde met ingang van 1 mei 2025 heeft gestaakt. [eiser sub 1] heeft in verband daarmee aanspraak gemaakt op de in artikel 7 van Pro de algemene bepalingen genoemde boete van € 250,00 per dag vanaf 18 juli 2025 tot het einde van de huurovereenkomst (in dit geval 1 december 2025). Gemeente Hilversum meent met een beroep op de redelijkheid en billijkheid dat de contractuele boete moet worden afgewezen en subsidiair dat de contractuele boete gematigd moet worden.
4.17
De kantonrechter is van oordeel dat Gemeente Hilversum de contractuele boete van € 250,00 per dag over de periode van 18 juli 2025 tot en met 30 november 2025 aan [eiser sub 1] moet betalen. De kantonrechter overweegt daartoe als volgt.
4.18
Volgens vaste rechtspraak moet een vordering van een verhuurder tot nakoming van een exploitatieverplichting worden afgewezen als het vorderen van nakoming in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dat kan bijvoorbeeld aan de orde zijn indien de exploitatie van het gehuurde door de huurder structureel verliesgevend is. Als het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om van de huurder nakoming van de exploitatieverplichting te vorderen, is de huurder wegens het niet nakomen van de exploitatieverplichting ook geen contractuele boete verschuldigd.
4.19
De kantonrechter is van oordeel dat in de gegeven omstandigheden Gemeente Hilversum geen beroep op de redelijkheid en billijkheid toekomt. Gemeente Hilversum was bekend met het feit dat het consultatiebureau, dat in het gehuurde was gehuisvest, gehuurd was met de daarbij behorende verplichtingen uit de huurovereenkomst, de toepasselijke algemene bepalingen en de bepalingen uit de allonge. Dat blijkt ook uit de beleidstukken van Gemeente Hilversum (zie productie 1 ‘
Plan van Aanpak Overdracht Consultatiebureaus naar Gemeenten’ en productie 5 ‘
Het raadsvoorstel van 9 maart 2021’(hierna: het raadsvoorstel). In de allonge is expliciet bepaald dat de huurovereenkomst tussentijds – met inachtneming van een opzegtermijn van 4 maanden – opgezegd kan worden in het geval het College B & W en/of de Gemeenteraad besluit dat het aantal JGZ-locaties (consultatiebureaus) daadwerkelijk teruggaat van drie naar twee locaties. Op enig moment in 2025 heeft Gemeente Hilversum te horen gekregen dat de nieuwe locatie voor de samengevoegde JGZ-locaties zou worden opgeleverd. Ook is door Gemeente Hilversum op enig moment besloten dat het consultatiebureau in het gehuurde per 1 mei 2025 zou overgaan naar de nieuwe locatie. Echter, is Gemeente Hilversum – en dat erkend Gemeente Hilversum ook – vergeten tijdig de huurovereenkomst op te zeggen met het gevolg dat Gemeente Hilversum daardoor vanaf 1 mei 2025 niet meer heeft gehouden aan haar exploitatieverplichting uit de huurovereenkomst en nu geconfronteerd wordt met de daaraan verbonden contractuele boete van € 250,00 per dag. Gemeente Hilversum kan niet achteraf haar eigen fout – het niet tijdig opzeggen van de huurovereenkomst – recht breien door wat zij heeft aangevoerd om haar beroep op de redelijkheid en billijkheid te rechtvaardigen om de contractuele boete niet te hoeven betalen. Van Gemeente Hilversum mag worden verwacht dat zij bij de uitvoering van haar besluiten de nodige zorgvuldigheid in acht neemt en rekening houdt met de belangen van de betrokken partijen – in dit geval de belangen van [eiser sub 1] . Als Gemeente Hilversum daarin vervolgens steken laat vallen, zoals dat nu is gebeurd door niet tijdig de huurovereenkomst op te zeggen, komt haar dan ook geen beroep op de redelijkheid en billijkheid toe. De redelijkheid en billijkheid is namelijk niet bedoeld om eigen gemaakte fouten (achteraf) te repareren en/of te corrigeren. Dat Gemeente Hilversum goede redenen had om pas op te zeggen – omdat zij zeker wilde weten dat alles goed functioneerde op de nieuwe locatie – dat is haar goed recht, maar leidt niet tot een ander oordeel. Gemeente Hilversum heeft daarvoor zelf gekozen en is niet met de verhuurder of de beheerder in overleg getreden over de mogelijke gevolgen van die keuze. Gemeente Hilversum kan de eventuele (financiële) gevolgen als gevolg van haar eigen keuze daarom niet afwentelen op [eiser sub 1] .
4.2
De kantonrechter zal om dezelfde redenen als hiervoor is overwogen ten aanzien van de redelijkheid en billijkheid niet overgaan tot matiging van de contractuele boete. Daarnaast heeft Gemeente Hilversum ook geen andere omstandigheden en/of feiten naar voren gebracht die leiden tot een ander oordeel.
4.21
Vaststaat dat Gemeente Hilversum vanaf 1 mei 2025 niet heeft voldaan aan haar exploitatieverplichting door het vertrek van het consultatiebureau uit het gehuurde. Verder staat vast dat [eiser sub 1] op 10 juli 2025 conform het bepaalde in artikel 7 van Pro de toepasselijke algemene bepalingen Gemeente Hilversum heeft aangeschreven voor de contractuele boete van € 250,00 per dag vanaf 18 juli 2025 (zie productie 8 van [eiser sub 1] ). De huurovereenkomst is per 1 december 2025 geëindigd. Gemeente Hilversum is daarom de contractuele boete verschuldigd over de periode van 18 juli 2025 tot en met 30 november 2025, zijnde het bedrag van € 34.000,00 (= 136 dagen (= 14 dagen voor de maand juli 2025 + 31 dagen voor de maand augustus 2025 + 30 dagen voor de maand september 2025 + 31 dagen voor de maand oktober 2025 + 30 dagen voor de maand november 2025) x € 250,00). Dit bedrag van € 34.000,00 wordt aan contractuele boete toegewezen. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
De uitvoerbaar voorraad verklaring
4.22
Gemeente Hilversum maakt bezwaar tegen de gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad. Volgens Gemeente Hilversum is er sprake van een reëel restitutierisico ten aanzien van [eiseres sub 2] als zij van dit vonnis in hoger beroep gaat. De kantonrechter gaat voorbij aan dit bezwaar van Gemeente Hilversum.
4.23
Op grond van artikel 233 van Pro het Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) kan het vonnis uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Omdat Gemeente Hilversum hiertegen bezwaar heeft gemaakt moeten de belangen van partijen worden afgewogen in het licht van de omstandigheden van het geval. Daarbij moet worden nagegaan of het belang van degene die de veroordeling verkrijgt zwaarder weegt dan het belang van de wederpartij bij behoud van de bestaande toestand tot op het rechtsmiddel is beslist. Degene die een veroordeling tot betaling van een geldsom verkrijgt wordt vermoed het vereiste belang bij uitvoerbaarverklaring bij voorraad te hebben, een restitutierisico moet geconcretiseerd worden. Gemeente Hilversum heeft ten aanzien van [eiseres sub 2] het restitutierisico toegelicht, maar zoals hiervoor is overwogen is [eiseres sub 2] geen partij in deze procedure zodat een eventuele restitutierisico van [eiseres sub 2] er niet toe doet en niet mee zal wegen in de belangenafweging. Dat er ten aanzien van [eiser sub 1] ook een reëel restitutierisico is, zoals Gemeente Hilversum op de mondelinge behandeling stelt, is de kantonrechter niet gebleken en is verder door Gemeente Hilversum ook niet onderbouwd. De kantonrechter zal dit vonnis dan ook uitvoerbaar bij voorraad verklaren zoals is gevorderd.
De proceskosten
4.24
Omdat beide partijen deels ongelijk krijgen, worden de proceskosten tussen hen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1
veroordeelt Gemeente Hilversum om aan [eiser sub 1] tegen bewijs van kwijting te betalen € 34.000,00 aan contractuele boete over de periode van 18 juli 2025 tot en met 30 november 2025,
5.2
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.3
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op
10 juni 2026.
HHt/37278