Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3560

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
21 juni 2026
Zaaknummer
12168261 \ MC EXPL 26-1768
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verificatie en erkenning vordering in faillissement met proceskostenveroordeling curator

Eiser heeft een overeenkomst gesloten voor de levering van energie met een bedrijf dat failliet is verklaard. Na een geschil over een niet uitgekeerde welkomstbonus en verhoogde tarieven, vordert eiser een schadevergoeding van € 2.032,44, bestaande uit de misgelopen bonus en het tariefverschil.

Het faillissement van het energiebedrijf werd uitgesproken waarna eiser zijn vordering ter verificatie indiende bij de curator. De curator betwistte aanvankelijk een deel van de vordering, maar erkende uiteindelijk de volledige vordering uit proceseconomische overwegingen om vertraging te voorkomen. Tevens beloofde de curator de griffierechten te vergoeden.

De rechtbank oordeelt dat de vordering van eiser voldoende is onderbouwd en erkend door de curator, waardoor deze op de lijst van erkende schuldeisers wordt geplaatst. De curator wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 201,50. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Vordering van € 2.032,44 erkend en curator veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 201,50.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12168261 \ MC EXPL 26-1768
Vonnis van 10 juni 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats] ,
eiser tot verificatie,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,
tegen
MR. J.M. VAN RAAIJEN, curator in het faillissement van [bedrijf] B.V.,
te Almere,
verweerder tot verificatie,
hierna te noemen: de curator,
advocaat: mr. J.M. van Raaijen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het proces-verbaal van de niet pro forma voortzetting van de verificatievergadering gehouden op 2 maart 2026,
- het renvooischrift van [eiser] van 2 april 2026,
- het antwoord van de curator van 13 mei 2026.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De kern van de zaak

2.1
[eiser] heeft een overeenkomst voor de levering van energie gesloten met [bedrijf] B.V (hierna: [bedrijf] ). Na de mededeling van [bedrijf] dat de welkomstbonus niet zou worden uitgekeerd en de tarieven zouden worden verhoogd, heeft [eiser] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend ter hoogte van € 2.032,44. Dit bedrag heeft betrekking op de misgelopen welkomstbonus en de schade als bestaande uit het tariefverschil tussen de oorspronkelijke overeengekomen tarieven met [bedrijf] en de nieuwe, duurdere tarieven.
2.2
Kort daarna is het faillissement van [bedrijf] uitgesproken. [eiser] heeft de hiervoor genoemde vordering ter verificatie ingediend bij de curator. De curator heeft de vordering van [eiser] aanvankelijk betwist voor een deel van € 1.862,15. Uit proceseconomische overwegingen en ter voorkoming van verdere vertraging in de afwikkeling van het faillissement, heeft de curator de gehele vordering alsnog erkend. Tevens heeft de curator toegezegd de door [eiser] betaalde griffierechten in deze renvooiprocedure te zullen vergoeden.

3.De beoordeling

De vordering
3.1
Nu de stellingen van [eiser] de vordering kunnen dragen en deze door de curator uitdrukkelijk zijn erkend, ligt de vordering voor toewijzing gereed. De vordering van [eiser] dient op de lijst van erkende schuldeisers te worden geplaatst voor een bedrag van € 2.032,44.
Proceskosten
3.2
De curator is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
- nakosten
93,00
108,50
Totaal
201,50

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
verifieert en erkent de vordering van [eiser] in het faillissement van [bedrijf] tot een bedrag van € 2.032,44,
4.2
veroordeelt de curator in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 201,50,
4.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
4.4
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.M. Steenberghe en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.