ECLI:NL:RBMNE:2026:3561

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
21 juni 2026
Zaaknummer
12168300 \ MC EXPL 26-1786
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Erkenning en verificatie van vordering in faillissement energiecontract

Eiser heeft een vordering ingediend tot erkenning en verificatie van zijn vorderingen in het faillissement van een energiebedrijf waarbij hij een energiecontract had. Na het faillissement kon het bedrijf niet meer leveren, waardoor eiser een duurdere energieovereenkomst moest afsluiten bij een derde partij. De schade werd berekend op basis van het tariefverschil over de resterende looptijd van het contract.

De curator betwistte aanvankelijk een deel van de vordering, maar erkende deze uiteindelijk volledig om verdere vertraging in de faillissementsafwikkeling te voorkomen. De rechtbank oordeelt dat de vordering van eiser voldoende is onderbouwd en erkend door de curator, en wijst de vordering toe voor een bedrag van € 1.839,30.

Daarnaast wordt de curator veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, begroot op € 201,50. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Vordering van € 1.839,30 erkend en curator veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12168300 \ MC EXPL 26-1786
Vonnis van 10 juni 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats] ,
eiser tot verificatie,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,
tegen
MR. J.M. VAN RAAIJEN, CURATOR INZAKE HET FAILLISSEMENT VAN [bedrijf] B.V.,
te [plaats] ,
verweerder tot verificatie,
hierna te noemen: de curator,
advocaat: mr. J.M. van Raaijen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het proces-verbaal van de niet pro forma voortzetting van de verificatievergadering gehouden op 2 maart 2026,
- de conclusie van eis van [eiser] van 4 april 2026,
- het antwoord van de curator van 13 mei 2026.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De kern van het geschil

2.1
[eiser] heeft met [bedrijf] B.V (hierna: [bedrijf] ) een overeenkomst gesloten voor de levering van energie. Na het sluiten van de overeenkomst is [bedrijf] in staat van faillissement verklaard. Als gevolg van dit faillissement kon [bedrijf] haar leveringsverplichtingen niet langer nakomen. [eiser] was hierdoor genoodzaakt een nieuwe energieovereenkomst af te sluiten bij een derde partij tegen een hoger tarief. De gestelde schade die [eiser] hierdoor lijdt, bestaat uit het tariefverschil tussen de oorspronkelijke overeenkomst met [bedrijf] en de nieuwe, duurdere overeenkomst. Berekend over de resterende looptijd van het contract, heeft [eiser] deze schade in eerste instantie begroot op € 2.130,34. Dat was een berekening op basis van verwacht gebruik.
2.2
Nadat de daadwerkelijke verbruiksgegevens bekend werden, heeft [eiser] de vordering aangepast naar € 1.839,30. Dit bedrag bestaat uit € 1.596,61 aan hogere energiekosten en € 242,69 op basis van een eindafrekening.
2.3
Aanvankelijk heeft de curator de vordering van [eiser] betwist voor een deel van € 2.097,65 en op basis van de nieuwe berekening voor een deel van € 1.806.39. Uit proceseconomische overwegingen en ter voorkoming van verdere vertraging in de afwikkeling van het faillissement, heeft de curator de gehele vordering in deze procedure alsnog erkend. Tevens heeft de curator toegezegd de door [eiser] betaalde griffierechten in deze renvooiprocedure te zullen vergoeden.

3.De beoordeling

3.1
Nu de stellingen van [eiser] de vordering kunnen dragen en deze door de curator uitdrukkelijk zijn erkend, ligt de vordering voor toewijzing gereed. De vordering van [eiser] dient op de lijst van erkende schuldeisers te worden geplaatst voor een bedrag van
€ 1.839,30.
3.2
De curator is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
93,00
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
201,50

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
verifieert en erkent de vordering van [eiser] in het faillissement van [bedrijf] tot een bedrag van € 1.839,30,
4.2
veroordeelt de curator in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 201,50,
4.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.4
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.M. Steenberghe en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.