Uitspraak
1.De procedure
2.De kern van het geschil
3.De beoordeling
€ 1.839,30.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft een vordering ingediend tot erkenning en verificatie van zijn vorderingen in het faillissement van een energiebedrijf waarbij hij een energiecontract had. Na het faillissement kon het bedrijf niet meer leveren, waardoor eiser een duurdere energieovereenkomst moest afsluiten bij een derde partij. De schade werd berekend op basis van het tariefverschil over de resterende looptijd van het contract.
De curator betwistte aanvankelijk een deel van de vordering, maar erkende deze uiteindelijk volledig om verdere vertraging in de faillissementsafwikkeling te voorkomen. De rechtbank oordeelt dat de vordering van eiser voldoende is onderbouwd en erkend door de curator, en wijst de vordering toe voor een bedrag van € 1.839,30.
Daarnaast wordt de curator veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, begroot op € 201,50. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Vordering van € 1.839,30 erkend en curator veroordeeld tot betaling van proceskosten.