Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3575

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
21 juni 2026
Zaaknummer
12089913 \ UC EXPL 26-1033
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:248 lid 2 BWArt. 6:119a BWArt. 6:96 BWArt. 237 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling facturen internetdiensten toegewezen, vergoeding resterende termijnen afgewezen

Proximedia Nederland B.V. en de gedaagde sloten een overeenkomst voor internetdiensten, waaronder het maken van een website en een advertentiecampagne, met een looptijd van 24 maanden. De gedaagde betaalde niet, waarna Proximedia haar werkzaamheden opschortte en betaling van openstaande facturen en een vergoeding voor resterende termijnen vorderde.

De kantonrechter oordeelde dat de gedaagde de facturen van € 1.584,45 moet betalen omdat Proximedia daadwerkelijk werkzaamheden heeft verricht, waaronder het maken van een website en het voeren van een Google Ads-campagne. De vordering voor vergoeding van resterende termijnen van € 1.512,40 werd afgewezen omdat betaling daarvoor onredelijk is, gezien het beperkte karakter van de werkzaamheden en het ontbreken van een redelijke vergoeding voor gederfde winst.

Daarnaast werd de gedaagde veroordeeld tot betaling van wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten, gematigd tot € 237,67. De proceskosten van Proximedia van € 1.073,42 werden eveneens aan de gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De gedaagde moet de openstaande facturen en incassokosten betalen, maar niet de vergoeding voor resterende termijnen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 12089913 \ UC EXPL 26-1033 RJ/58605
Vonnis van 10 juni 2026
in de zaak van
PROXIMEDIA NEDERLAND B.V., HANDELENDE ONDER DE NAAM BEUP EN MKB CLICKSERVICE,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Proximedia,
gemachtigde: M.A. Nouta (Nouta Westland Gerechtsdeurwaarderskantoor B.V.),
tegen
[gedaagde] , H.O.D.N. [handelsnaam],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1
De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen:
  • de dagvaarding van 13 januari 2026 met producties 1 tot en met 12;
  • het verslag (proces-verbaal) van de civiele rolzitting van 11 februari 2026, waarin de mondelinge reactie van [gedaagde] op de dagvaarding is vastgelegd;
  • de bij brief van 30 april 2026 gevoegde aanvullende producties 13 en 14 van Proximedia.
1.2
Op 13 mei 2026 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Daarbij was namens Proximedia mevrouw
[A] ( [functie] ) aanwezig, samen met de gemachtigde, de heer M.A. Nouta. [gedaagde] was ook aanwezig.
1.3
De kantonrechter heeft bepaald dat het vonnis in deze zaak vandaag wordt uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1
Proximedia en [gedaagde] hebben een overeenkomst gesloten op grond waarvan [gedaagde] maandelijks € 277,09 zou betalen aan Proximedia en Proximedia onder andere een website en een advertentiecampagne zou maken voor de bakkerij van [gedaagde] . [gedaagde] betaalde de facturen niet, waarna Proximedia haar werkzaamheden heeft opgeschort. Proximedia vordert in deze procedure betaling van de facturen van in totaal € 1.584,45 en een vergoeding voor de resterende termijnen van € 1.512,40. [gedaagde] wil niets aan Proximedia betalen, omdat Proximedia volgens hem geen werkzaamheden heeft verricht. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] wel de facturen moet betalen, maar niet een vergoeding voor de resterende termijnen.

3.De beoordeling

[gedaagde] moet de facturen van in totaal € 1.584,45 betalen
3.1
De kantonrechter wijst de vordering van Proximedia tot betaling van het gefactureerde totaalbedrag van € 1.584,45 toe. De reden daarvoor is dat Proximedia en [gedaagde] op 24 oktober 2024 een overeenkomst hebben gesloten en Proximedia vanaf dat moment werkzaamheden voor [gedaagde] heeft verricht. Volgens [gedaagde] zou de overeenkomst pas later starten, omdat zijn bakkerij pas in februari 2025 open zou gaan, maar dit blijkt nergens uit. Als een dergelijke afspraak zou zijn gemaakt dan zou dit volgens Proximedia in het contract zijn opgenomen en dat is niet gebeurd. De kantonrechter gaat dan ook uit van 24 oktober 2024 als startdatum van de overeenkomst, zoals volgt uit de overeenkomst die door beide partijen is ondertekend. [gedaagde] heeft ook nog aangevoerd dat Proximedia geen werkzaamheden voor hem heeft verricht en geen website heeft gemaakt, maar ook dat argument volgt de kantonrechter niet. Uit productie 5 en 6 bij de dagvaarding blijkt dat Proximedia wel een website voor [gedaagde] heeft gemaakt ( [website] ) en uit productie 14 van Proximedia blijkt dat er een Google Ads-campagne is gevoerd. Dat Proximedia voor de website geen foto’s en/of video-opname(s) van de producten van [gedaagde] heeft gebruikt kan Proximedia niet worden verweten. [gedaagde] stelt dat is afgesproken dat Proximedia langs zou komen om foto’s en video-opname(s) van zijn producten te maken (en dat zij dat niet heeft gedaan), maar Proximedia betwist dat dit is afgesproken en ook deze afspraak blijkt nergens uit. Daarbij komt dat Proximedia meermaals heeft geprobeerd om in contact te komen met [gedaagde] door hem te bellen en te e-mailen, maar [gedaagde] geen gehoor gaf. Dat [gedaagde] op het moment van bellen met zijn handen in het deeg stond en dat Proximedia volgens [gedaagde] naar een oud, niet meer door hem gebruikt e-mailadres heeft gemaild maakt het oordeel niet anders. [gedaagde] had Proximedia terug kunnen bellen en Proximedia heeft [gedaagde] gemaild op het e-mailadres dat [gedaagde] zelf aan Proximedia heeft doorgegeven. Bovendien blijkt ook uit de KvK dat dit e-mailadres bij de bakkerij van [gedaagde] hoort. [1] Dat [gedaagde] dit e-mailadres niet meer gebruikt, komt voor zijn eigen rekening en risico. Het lag op de weg van [gedaagde] om aan Proximedia zijn nieuwe e-mailadres door te geven. De conclusie is dat Proximedia haar kant van de overeenkomst (voor zover mogelijk) is nagekomen door een website voor [gedaagde] te maken en een Google Ads-campagne te voeren. Daarom moet [gedaagde] het gefactureerde totaalbedrag van € 1.584,45 aan Proximedia betalen.
[gedaagde] hoeft geen vergoeding voor de resterende termijnen te betalen
3.2
Proximedia heeft op 5 april 2025 haar werkzaamheden opgeschort en vordert op grond van artikel 8.3 van de overeenkomst een vergoeding van 40% voor de resterende termijnen van de overeenkomst, wat neerkomt op in totaal € 1.512,40. De kantonrechter wijst deze vordering af en legt dat hierna uit.
3.3
[gedaagde] heeft meermaals benadrukt dat hij niets van deze vordering begrijpt, dat hij de gang van zaken niet netjes vindt en dat hij het niet netjes vindt dat hij moet betalen voor een periode waarin Proximedia geen werkzaamheden heeft verricht. De kantonrechter begrijpt dit verweer van [gedaagde] als een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. Op grond van artikel 6:248 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is een tussen partijen geldende regel niet van toepassing voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van de redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Hoewel de kantonrechter terughoudend moet zijn met het toepassen van dit artikel (omdat het uitgangspunt is dat partijen zich moeten houden aan de afspraken die ze hebben gemaakt), ziet de kantonrechter in deze zaak aanleiding om dit artikel toe te passen.
3.4
Ten eerste is voor dit oordeel van belang dat Proximedia een relatief grote onderneming is (opererend op Europees niveau) die in dit geval op eigen initiatief een kleine onderneming, de eenmanszaak van [gedaagde] , heeft benaderd terwijl hij in zijn (toekomstige) bakkerij aan het werk was en direct, ter plekke met [gedaagde] de overeenkomst heeft gesloten. Ten tweede is van belang dat Proximedia daarna alleen op 13 januari 2025 telefonisch contact met [gedaagde] heeft gehad en [gedaagde] toen heeft aangegeven dat zijn bakkerij nog niet open was omdat hij nog op een vergunning aan het wachten was. Toch zijn tot 5 april 2025 werkzaamheden verricht, zonder enige input van [gedaagde] . Ten derde zijn de door Proximedia verrichte werkzaamheden beperkt gebleven tot het maken van een (eenvoudige) website (dus zonder enige input van [gedaagde] ) en het opzetten van een Google Ads-campagne. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Proximedia toegelicht dat zij een “aanvang heeft gemaakt met de uitvoering van de overeenkomst”. Desondanks maakt Proximedia, naast het gefactureerde totaalbedrag van € 1.584,45 aanspraak op betaling van een aanzienlijk bedrag van € 1.512,40 (40% van de maandelijkse bijdrage x de resterende looptijd van 19 maanden). Bij toewijzing van deze vergoeding zou [gedaagde] moeten betalen voor diensten die niet zijn geleverd. Zoals Proximedia zelf tijdens de mondelinge behandeling ook heeft aangegeven is “het bouwen van een website een creatief proces dat gezamenlijk wordt doorlopen”. Tot slot is door Proximedia niet gesteld en ook is niet gebleken dat betaling van het door haar gevorderde bedrag van € 1.512,40, naast het bedrag dat [gedaagde] moet betalen voor de vijf gefactureerde maanden, een redelijke vergoeding is voor door haar geleden verlies of gederfde winst. Dit betekent dat Proximedia bij toewijzing van de vordering aanzienlijke inkomsten verkrijgt waar geen werkzaamheden of noemenswaardige kosten tegenover staan.
3.5
Al met al is de kantonrechter dus van oordeel dat het in dit geval niet redelijk is dat [gedaagde] naast de facturen, ook nog de vergoeding voor de resterende termijnen moet betalen. Met andere woorden: toepassing van artikel 8.3 van de overeenkomst is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. De vordering tot betaling van een vergoeding voor de resterende termijnen wordt om deze reden afgewezen.
[gedaagde] moet wettelijke handelsrente betalen
3.6
Proximedia vordert wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW. [gedaagde] is deze wettelijke handelsrente over het gefactureerde totaalbedrag van € 1.584,45 verschuldigd omdat hij de gefactureerde bedragen niet heeft betaald binnen de daarvoor gegeven betalingstermijn. De wettelijke handelsrente is een vergoeding voor de vertraging van die betaling. Daarom wijst de kantonrechter de wettelijke handelsrente toe over de verschillende gefactureerde bedragen vanaf de verschillende vervaldata van de facturen (dus met ingang van de achtste dag na de factuurdatum [2] ) tot het moment waarop [gedaagde] volledig heeft betaald.
[gedaagde] moet buitengerechtelijke incassokosten betalen
3.7
Proximedia vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Partijen zijn een vergoeding overeengekomen die van de wettelijke regeling afwijkt (artikel 7 van Pro de overeenkomst). Omdat [gedaagde] heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, mag van de wettelijke regeling worden afgeweken. Daarom wordt de vordering getoetst aan de oriëntatiepunten in het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. Het bedrag dat Proximedia heeft gevorderd is hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Gesteld noch gebleken is dat de werkelijk gemaakte kosten hoger zijn dan dat tarief. Gelet op de toe te wijzen hoofdsom (€ 1.584,45), matigt de kantonrechter het bedrag daarom tot € 237,67.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.8
[gedaagde] is de partij die grotendeels ongelijk krijgt en hij wordt daarom in de kosten veroordeeld. [3] Dit betekent dat hij zijn eigen proceskosten moet dragen en de proceskosten (inclusief nakosten) van Proximedia aan haar moet betalen. Omdat een gedeelte van de vordering wordt afgewezen, dient het griffierecht, voor zover dit een bedrag van € 397,00 te boven gaat, als nodeloos veroorzaakt voor rekening van Proximedia te blijven. Ook het salaris van de gemachtigde is afgestemd op de vordering zoals deze toewijsbaar is gebleken. De proceskosten van Proximedia worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
133,92
- griffierecht
397,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.073,42
De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard
3.9
De kantonrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals Proximedia heeft gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
4 De beslissing
De kantonrechter:
4.1
veroordeelt [gedaagde] om aan Proximedia te betalen een bedrag van € 1.584,45, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,
4.2
veroordeelt [gedaagde] om aan Proximedia te betalen een bedrag van € 237,67 aan buitengerechtelijke incassokosten,
4.3
veroordeelt [gedaagde] in de kosten; hij moet de proceskosten van Proximedia van € 1.073,42 aan haar betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.5
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Ramsaroep en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.

Voetnoten

1.Productie 13 van Proximedia.
2.Zie artikel 7 van Pro de overeenkomst.
3.Artikel 237 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).