Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de advocaat van de verdachte: mr. G.L.D. Thomas (hierna: de advocaat);
- de officier van justitie: mr. A. van Weegen;
- [A] en [B] , reclasseringswerkers bij GGZ Reclassering Inforsa Utrecht.
2.Tenlastelegging
3.Procesbekwaamheid van de verdachte
4.Bewijs
5.Kwalificatie en strafbaarheid
6.Maatregel
harde criteria). Hiervoor is bewezen verklaard dat de verdachte een misdrijf heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het strafblad van de verdachte van 29 april 2026 blijkt dat de verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan 13 februari 2026 meer dan driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf, terwijl het in dit vonnis bewezenverklaarde feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen. Ook blijkt uit de hiervoor genoemde rapportage, dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan. De rechtbank overweegt daarnaast dat de veiligheid van personen en goederen het opleggen van de ISD-maatregel eist, gezien de ernst en het aantal door de verdachte begane soortgelijke feiten.
zachte criteria). Uit zijn strafblad blijkt immers dat tegen de verdachte in de afgelopen vijf jaren meer dan tien processen-verbaal voor meer dan tien misdrijven zijn opgemaakt, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde misdrijf.
nietin mindering gebracht op de duur van de maatregel, zodat de maximale looptijd van de ISD-maatregel volledig kan worden benut.
7.Toegepaste wetsartikelen
8.De beslissing
- legt aan de verdachte op de
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht,