ECLI:NL:RBMNE:2026:3591
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in bestuursrechtelijke beroepszaken
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de drie rechters die de beroeps- en herzieningszaken behandelden, omdat hij meende dat zij vooringenomen waren door het afwijzen van een aanhoudingsverzoek, het niet gesplitst behandelen van zaken, het toelaten van een te laat ingediend verweerschrift en het omgaan met gelakte stukken.
De rechters stelden dat hun beslissingen procesbeslissingen waren die geen grond voor wraking vormden en dat verzoeker voldoende gelegenheid had gehad om stukken in te zien en te reageren. De wrakingskamer onderzocht of er objectief gerechtvaardigde redenen waren om aan te nemen dat de onpartijdigheid van de rechters was geschaad.
De wrakingskamer concludeerde dat de motivering van de procesbeslissingen niet wijst op vooringenomenheid en dat de overige aangevoerde gronden onvoldoende zijn om de onpartijdigheid in twijfel te trekken. De kamer wees het wrakingsverzoek af en bepaalde dat de procedure in de oorspronkelijke stand wordt voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.