ECLI:NL:RBMNE:2026:3603
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om proceskostenvergoeding na ingetrokken beroep wegens vertraagde besluitvorming afgewezen
Verzoekster stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar handhavingsverzoek van 7 september 2025. Verweerder nam alsnog op 13 februari 2026 een besluit. Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.
De rechtbank stelde vast dat verweerder met het besluit tegemoet was gekomen aan verzoekster, waardoor zij in beginsel recht had op proceskostenvergoeding. Echter, omdat verzoekster geen advocaat of professionele juridische hulpverlener had ingeschakeld, konden alleen kosten van dergelijke hulpverleners worden vergoed.
Verzoekster vroeg alleen vergoeding van het door haar betaalde griffierecht, dat volgens artikel 8:41, zevende lid, Awb rechtstreeks door verweerder moet worden vergoed. De rechtbank wees het verzoek om overige proceskosten af en verwees verzoekster naar verweerder voor de griffierechtvergoeding.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting, omdat de rechtbank voldoende informatie had om het verzoek te beoordelen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat verzoekster geen professionele juridische hulpverlener inschakelde; alleen griffierechtvergoeding is mogelijk.