Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
Samenvatting
Procesverloop
18 december 2024 heeft het Uwv vastgesteld dat eiseres per 21 juli 2021 45,63% arbeidsongeschikt is. De restverdiencapaciteit is door het Uwv vastgesteld op € 2.709,62.
€ 9.595,08 teveel aan voorschot heeft ontvangen. Het Uwv vordert dit bedrag terug. Eiseres heeft bezwaar gemaakt.
Beoordeling door de rechtbank
“Ik ga nu proberen mijn eerdere werkzaamheden als zelfstandige weer te hervatten met werkzaamheden waar ik niet ziek van wordt. Daardoor zijn mijn inkomsten op dit moment lager [zijn] omdat ik weer opnieuw ga opbouwen. Ik wil daarom vragen of ik in aanmerking kan komen voor een hogere WIA uitkering”.Eiseres heeft dus zelf verzocht om een hogere uitkering, maar zij heeft daarbij ook aangegeven dat haar inkomsten lager waren. Op 25 september 2023 heeft het Uwv het voorschot verhoogd naar € 1.686,28 bruto per maand, uitgaande van verwachte inkomsten van € 1.375,04 per maand. Op de zitting in onder meer afgesproken dat het Uwv in de systemen, die voorafgaand aan en tijdens de zitting wegens een storing niet benaderbaar waren, zou nagaan hoe het voorschot tot stand is gekomen. Uit de door het Uwv ingebrachte telefoonregistraties maakt de rechtbank het volgende op. In tegenstelling tot wat eiseres op de zitting heeft verklaard, blijkt uit deze registraties dat telefonisch contact heeft plaatsgevonden naar aanleiding van de melding van eiseres. De rechtbank maakt uit de telefoonregistratie van 25 september 2023 op dat eiseres tijdens dat gesprek informatie heeft gekregen dat wanneer zij niet de helft van de restverdiencapaciteit verdient, zij een vervolguitkering krijgt. Ook is uitgelegd waarom het voorschot was verlaagd. Uit de telefoonregistraties blijkt dat het voorschot in overleg met eiseres en naar aanleiding van de winstprognose die zij heeft doorgegeven is verhoogd:
“Uitgebreid met client gesproken over haar WIA-uitkering. Client heeft doorgegeven dat de winst van haar onderneming dit jaar boven de 16500 euro uitkomt. Daarom client haar voorschot aangepast naar een LAU2 uitkering.”Eiseres voert nog aan dat een winstprognose van € 16.500 niet reëel was en dat zij hiermee haar inkomsten over het gehele jaar bedoelde. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Weliswaar is de doorgegeven winstverwachting als zelfstandige hoger dan in het formulier van 27 april 2023 is doorgegeven, maar het dienstverband was inmiddels ook beëindigd. In de telefoonregistraties ziet de rechtbank geen aanknopingspunten dat het Uwv had moeten twijfelen aan de juistheid van de winstprognose. Uit de registraties maakt de rechtbank op dat is gesproken over de gevolgen van het al dan niet halen van de inkomenseis en over de verhoging van het voorschot, op verzoek van eiseres. Er is geen reden waarom het Uwv in dit geval niet had mogen uitgaan van de door eiseres zelf doorgegeven geschatte winstverwachting. Bovendien blijkt uit de telefoonregistraties dat ook op 8 november 2023 nog contact heeft plaatsgevonden over de hoogte van het voorschot, waarbij eiseres heeft aangegeven dat de winstverwachting nog steeds hetzelfde was:
“Client gesproken naar aanleiding van een terugbelverzoek. Besproken wat er bij de WIA gebeurd nu client ZW ontvangt. De winstverwachting van client is nog steeds hetzelfde. Dus het voorschot op de WIA laten we hetzelfde.”De rechtbank is van oordeel dat de voorschotverlening op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Uit het dossier volgt naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet dat het Uwv een aandeel heeft gehad in de oorzaak van de terugvordering of dat deze daardoor onnodig hoog is opgelopen.