ECLI:NL:RBMNE:2026:3617

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
UTR 25/2082
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M. Coenen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:41 AwbBesluit tarieven in strafzaken 2003
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding voor medische deskundige bij ingetrokken beroep tegen UWV-besluit

Verzoekster heeft haar beroep tegen een besluit van het UWV ingetrokken nadat het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar heeft genomen die tegemoetkomt aan haar verzoek. Zij verzocht om vergoeding van proceskosten en de kosten van een ingeschakelde medisch adviseur. Het UWV stemde in met een proceskostenvergoeding van 2,5 punten maar verzette zich tegen vergoeding van de deskundigenkosten vanwege een ongespecificeerde factuur.

De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen en dat vergoeding van proceskosten daarom passend is. Hoewel de factuur van de medisch adviseur geen urenverantwoording en uurtarief bevatte, achtte de rechtbank het onredelijk om de kosten geheel niet te vergoeden. Daarom stelde de rechtbank zelf een redelijke vergoeding vast op basis van het geldende tarief en een redelijke inschatting van de bestede tijd.

De totale proceskostenvergoeding, inclusief de kosten van de medisch adviseur en de beroepsmatig verleende rechtsbijstand, werd vastgesteld op € 3.909,26. Daarnaast wees de rechtbank erop dat verzoekster het griffierecht rechtstreeks bij het UWV kan claimen.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 3.909,26 aan proceskosten aan verzoekster, inclusief een redelijke vergoeding voor de medisch adviseur.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2082

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juni 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. D.E. de Hoop),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: mr. W. van de Graaff-Eggink).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het Uwv in de proceskosten en de kosten van de ingeschakelde medisch adviseur. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van het Uwv van 12 februari 2025. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat het Uwv dit besluit heeft vervangen door de gewijzigde beslissing op bezwaar van 1 mei 2026.
1.1.
De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het Uwv heeft de rechtbank meegedeeld zich te kunnen vinden in het toekennen van 2,5 procespunten. Het Uwv verzet zich tegen vergoeding van de kosten van de ingeschakelde medisch adviseur omdat de factuur niet is gespecificeerd, en voor zover de rechtbank van oordeel is dat de kosten van de medisch adviseur voor vergoeding in aanmerking komen, de hoogte van het te vergoeden bedrag te bepalen conform het Besluit tarieven in strafzaken 2003.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe tot een bedrag van € 3.906,26. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het Uwv aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het Uwv geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen. Het Uwv heeft op 1 mei 2026 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen waarbij de uitkering van verzoekster wordt berekend naar een mate aan het van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Hiermee is het Uwv tegemoetgekomen beroep van verzoekster.
Kosten van de ingeschakelde deskundige
5. Verzoekster heeft verzocht om vergoeding van de kosten voor het inschakelen van een eigen deskundige van het door [naam] , verzekeringsarts – medisch adviseur, uitgebrachte rapport. Uit de door verzoekster overgelegde factuur van 3 juli 2025 blijkt dat deze kosten totaal € 1.739,38 inclusief 21% BTW bedragen.
5.1.
Het Uwv verzet zich tegen vergoeding van deze kosten omdat de factuur niet is gespecificeerd. Als de rechtbank alsnog van oordeel is dat de kosten voor de ingeschakelde medisch adviseur voor vergoeding in aanmerking komen, dan verzoekt het Uwv om de hoogte van het te vergoeden bedrag te bepalen conform het Besluit tarieven in strafzaken 2003.
5.2.
De kosten van een deskundige komen op de voet van artikel 8:75 van Pro de Awb voor vergoeding in aanmerking als het inroepen van die deskundige redelijk was en de deskundigenkosten zelf redelijk zijn. Bij de beantwoording van de vraag of het inroepen van een niet-juridisch deskundige, zoals hier aan de orde, redelijk was, kan in het algemeen als maatstaf worden gehanteerd of degene die deze deskundige heeft ingeroepen, gezien de feiten en omstandigheden zoals die bestonden ten tijde van inroeping, ervan mocht uitgaan dat de deskundige een relevante bijdrage zou leveren aan een voor hem gunstige beantwoording door de rechter van een voor de uitkomst van het geschil mogelijk relevante vraag. Aan dit criterium is naar het oordeel van de rechtbank voldaan.
5.3.
De rechtbank dient vervolgens te toetsen of, gelet op het Besluit proceskosten bestuursrecht, de door verzoekster gevraagde kostenvergoeding redelijk is. In dat kader stelt de rechtbank vast dat in de factuur geen urenbesteding is verantwoord. Uit de factuur van Triage medisch adviesbureau blijkt ook niet welk uurtarief is gehanteerd. De specificatie bevat als omschrijving enkel “verzekeringsgeneeskundig advies” en aantal 1. Daarvoor wordt € 1.437,50 (exclusief BTW) in rekening gebracht. Gezien het ontbreken van een tijdsverantwoording en specificatie van het uurtarief is de rechtbank van oordeel dat vergoeding van de kosten van de deskundige niet kan geschieden op basis van de factuur.
5.4.
Daar staat tegenover dat verzoekster wel kosten voor werkzaamheden van de medisch adviseur heeft gemaakt. De rechtbank vindt het niet redelijk om de kosten voor het inschakelen van de medisch adviseur in het geheel niet aan verzoekster te vergoeden. De rechtbank zal daarom zelf vaststellen welk bedrag in redelijkheid voor vergoeding in aanmerking komt.
5.5.
Wat betreft het tarief stelt de rechtbank, gelet op artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, in samenhang met artikel 6 van Pro het Besluit tarieven in strafzaken 2003, zoals die luidde ten tijde van de opdracht aan de deskundige in 2025 [3] , de kostenvergoeding vast tegen een uurtarief van € 162,63. Daarbij dient er afgerond te worden op hele en halve uren. De rechtbank stelt op grond van de rapportage van de deskundige van 3 juli 2025 vast dat deze 105 minuten heeft besteed aan het spreekuur met verzoekster (anamnese en onderzoek). De rechtbank acht gezien de omvang en inhoud van de rapportage daarnaast een urenbesteding van 360 minuten redelijk voor het opstellen van het verzekeringsgeneeskundig advies. De rechtbank rondt de totale tijdbesteding af naar 8 uur en stelt de vergoeding aan de hand van het hoogst geldende tarief vast op 8 x € 162,63: € 1.301,04.
5.6.
Op grond van artikel 15 van Pro het Besluit tarieven in strafzaken 2003 wordt het bedrag verhoogd met de omzetbelasting die daarover is verschuldigd. Dat is in dit geval een bedrag van in totaal € 273,22. De vergoeding voor de kosten voor de ingeschakelde deskundige bedraagt in totaal dus € 1.574,26.
Kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand
6. De rechtbank veroordeelt het Uwv in de door verzoekster gemaakte kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De rechtbank stelt deze vergoeding vast aan de hand van van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarbij wordt 1 punt toegekend voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor het indienen van een schriftelijke reactie naar aanleiding van het rapport van de door de rechtbank ingeschakelde deskundige, met een waarde per punt van € 934,-- en een wegingsfactor 1. De proceskostenvergoeding voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand stelt de rechtbank vast op € 2.335,--.
7. De totale proceskostenveroordeling, bestaande uit kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand en deskundigenkosten, bedraagt dan € 3.909,26.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
8. De rechtbank wijst erop dat het Uwv verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. [4] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het Uwv wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het Uwv tot betaling van € 3.909,26 aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Coenen, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.G. van Dijk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Zie artikel I en artikel III van het Besluit van 4 december 2025 tot wijziging van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 in verband met de verhoging van de vergoedingen en declareerbare uren voor Pro Justitia rapporteurs en de jaarlijkse indexering van de vergoedingen voor Pro Justitia rapporteurs en van het minimumtarief voor tolken 2026, Staatsblad 2025, 417.
4.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.