AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling voor overval, diefstal, gevaarlijk rijgedrag en diefstal kentekenplaten
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 24 juni 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte die op 30 april 2025 een overval pleegde op een tankstation in Nagele, waarbij hij met geweld en bedreiging sigaretten stal. Tevens stal hij brandstof en vertoonde hij zeer gevaarlijk rijgedrag op de A6, waarbij hij de verkeersregels ernstig schond en levensgevaar veroorzaakte. Daarnaast stal hij kentekenplaten in Lemmer.
De verdachte bekende de feiten en vroeg geen vrijspraak. De rechtbank achtte de feiten bewezen en strafbaar, waarbij het planmatige karakter en de ernst van de gedragingen zwaar wogen. De verdachte veroorzaakte angst en onveiligheid bij betrokkenen en medeweggebruikers.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 36 maanden op, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden gericht op gedragsverandering en hulpverlening. Tevens werd een onvoorwaardelijke rijontzegging van 6 maanden opgelegd en een gedragsbeïnvloedende maatregel (artikel 38z Sr). Het in beslag genomen voertuig werd verbeurd verklaard.
De rechtbank hield rekening met het strafblad en persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder een complexe levensloop en beperkte medewerking aan onderzoek. De reclassering adviseerde bijzondere voorwaarden en een gedragsbeïnvloedende maatregel om recidive te voorkomen. De opgelegde straf en maatregelen zijn passend geacht gezien de ernst van de feiten en het gevaar dat de verdachte heeft veroorzaakt.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met gedragsbeïnvloedende maatregel en verbeurdverklaring voertuig.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16.132896.25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 24 juni 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [2002] in [geboorteplaats] (Syrië),
op dit moment gedetineerd in de [verblijfplaats] ,
hierna: de verdachte.
1.Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 10 juni 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. M. de Nooij;
- de advocaat van de verdachte: mr. F.H. van der Pol (hierna: de advocaat);
- de ouders en familie van de verdachte.
2.Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1
op of omstreeks 30 april 2025 in Nagele, tankstation [tankstation] heeft overvallen;
feit 2
op of omstreeks 30 april 2025 in Nagele, brandstof heeft gestolen van tankstation [tankstation] ;
feit 3
primairin of omstreeks de periode van 29 april 2025 tot en met 30 april 2025, zich schuldig heeft gemaakt aan zeer gevaarlijk rijgedrag, waarbij levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was;
subsidiairten laste gelegd als gevaarlijk rijgedrag.
feit 4.
primairin of omstreeks de periode van 29 april 2025 tot en met 30 april 2025 in Lemmer en/of in Nagele, kentekenplaten heeft gestolen;
subsidiairten laste gelegd als heling.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3.Bewijs
3. 1. Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3 primair en 4 primair heeft gepleegd.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert geen verweer over het bewijs.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsmiddelen feiten 1 tot en met 4
De verdachte bekent dat hij de feiten 1, 2, 3 primair en 4 primair heeft gepleegd, zoals deze hieronder bewezen zijn verklaard. Door of namens hem is ook niet om vrijspraak van die feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:1
- de verklaring van de verdachte afgelegd tijdens de zitting van 10 juni 2026;
- een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] (feiten 1 en 2);2
- een proces-verbaal van bevindingen (feit 3 primair);3
- een proces-verbaal van bevindingen (feit 3 primair);4
- een proces-verbaal invordering rijbewijs (feit 3 primair);5
- een proces-verbaal van aangifte door [aangever] (feit 4 primair);6
- een proces-verbaal van bevindingen (feit 4 primair);7
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
feit 1
op 30 april 2025 te Nagele, gemeente Noordoostpolder, meerdere pakjes sigaretten, die aan het tankstation [tankstation] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen het tankstation [tankstation] en tegen een medewerker van het tankstation, te weten [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- met een ijzeren staaf het tankstation in te lopen,
- de woorden "Geef sigaretten, geef sigaretten" te roepen,
- met een ijzeren staaf tegen het raam van de kassa te slaan,
- producten door de winkel te gooien en een koeling om te gooien,
- met de ijzeren staaf tegen de deuren van de ingang te slaan en
- tegen de deuren van de ingang te schoppen;
feit 2
op 30 april 2025 te Nagele, gemeente Noordoostpolder, een hoeveelheid brandstof, die aan Tankstation [tankstation] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 3 primair
op 30 april 2025 in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende over de weg, de A6, terwijI hij beginnend bestuurder was, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door, .
- gedurende een langere tijd met een snelheid van 185 tot 190 km/uur, en aldus een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 130 km/uur te rijden, •
- in strijd met artikel 83 vanPro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een stopteken te negeren en het niet opvolgen van verkeersaanwijzingen van de daartoe op grond van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegde personen,
- de lichten van zijn voertuig uit te zetten terwijl hij in de nachtelijke uren over de A6 reed,
- meermalen een andere weggebruiker via rechts of zonder lichten in de nachtelijke uren en met hoge snelheidin te halen,
- over een vluchtstrook te rijden terwijl dit niet was toegestaan,
- over een puntstrook te rijden,
- plotselinge en abrupte bewegingen te maken waardoor andere weggebruikers dienden uit te wijken,
- in strijd met artikel 19 vanPro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet de snelheid van het door hem bestuurde motorrijtuig op zodanige wijze te regelen dat hij in staat was het motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen
de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover de weg vrij was, met onverminderde snelheid door te rijden en zijn weggedrag niet zodanig aan te passen als gezien de situatie ter plaatse noodzakelijk was,
- de controle over zijn voertuig te verliezen, ,
- zijn snelheid onvoldoende te verminderen en zijn rijstijl onvoldoende aan te passen bij het naderen van een bocht en de afrit, en
- tegen de wegbebording aan te rijden en te botsen en tegen een boom aan te rijden en te botsen,
door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor
zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was;
feit 4 primair
op 29 april 2025 te Lemmer, meerdere kentekenplaten met het nummer [kenteken] , die aan [aangever] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
4.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1: diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;
feit 2:diefstal;
feit 3:overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994;
feit 4:diefstal.
4.2.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
5.Straf en/of maatregel
5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geëist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
- een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar, met daarbij de bijzondere voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd. De officier van justitie heeft daarbij geëist dat de bijzondere voorwaarden en het reclasseringstoezicht direct na de uitspraak van het vonnis ingaan (dadelijk uitvoerbaar zijn);
- een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) van 12 maanden.
De officier van justitie heeft daarnaast geëist dat aan de verdachte wordt opgelegd:
- een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel in de zin van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft verzocht om bij de strafoplegging te volstaan met een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Verder heeft de advocaat verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die slechts een korte periode langer is dan de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zodat de tijd die de verdachte nog in detentie zit kan worden benut voor het aanvragen van een klinische indicatie en het zoeken naar een kliniek en de verdachte vervolgens aansluitend aan detentie naar die kliniek kan gaan. Bovendien heeft de advocaat verzocht geen tbs-maatregel aan de verdachte op te leggen, en ook geen gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z Sr.
De advocaat heeft daarnaast verzocht in strafmatigende zin rekening te houden met onder meer de bekennende en transparante houding van de verdachte, zijn tot nu toe ingewikkelde levensloop, het feit dat dit voor hem de eerste keer is dat hij in detentie verblijft en het gegeven dat de eerdere geweldsdelicten op zijn justitiële documentatie niet vergelijkbaar zijn met het onderhavige delict en inmiddels ruim vijf jaar geleden hebben plaatsgevonden.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de na te noemen straffen en maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich in de nacht van 29 op 30 april 2025 schuldig gemaakt aan een overval op een tankstation. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte met een ijzeren staaf het tankstation is binnengekomen en heeft gezegd "geef sigaretten". Daarbij heeft hij met de ijzeren staaf tegen het raam van de kassa geslagen. Nadat de medewerker 112 heeft gebeld en via een knop bij de kassa de toegangsdeur van de winkel had afgesloten, heeft de verdachte een grote ravage aangericht in de winkel door onder meer stellingen om te gooien, een koeling omver te duwen en lades open te trekken. Nadat hij pakjes sigaretten uit een lade had gepakt, heeft hij op enig moment het tankstation verlaten. Ook heeft hij bij het tankstation getankt zonder te betalen. Na de overval is de verdachte er in een auto met hoge snelheid vandoor gegaan. Op het moment dat de politie ter plaatse was en de verdachte een stopteken gaf, is hij doorgereden. Vervolgens vertoonde hij zeer gevaarlijk rijgedrag, onder meer door met 190 kilometer per uur over de snelweg te rijden, zijn verlichting uit te doen en andere voertuigen via rechts en de vluchtstrook in te halen. Andere voertuigen moesten uitwijken voor de verdachte. Nadat hij een afslag wilde nemen, kwam hij met hoge snelheid tot stilstand tegen een boom. Later bleek bovendien dat de kentekenplaten op de auto die de verdachte bestuurde, eerder door hem gestolen zijn van een ander voertuig.
De verdachte heeft deze gedragingen bekend en aangegeven dat zijn doel was om geld te verkrijgen. Hij heeft aangegeven zich te hebben voorbereid op de overval door donkere kleding te dragen en de ijzeren staaf mee te nemen. Ook het stelen van de kentekenplaten maakte volgens hem deel uit van zijn plan. Hieruit volgt dat sprake was van een planmatige en doelgerichte actie. Dit rekent de rechtbank de verdachte aan.
De gedragingen van de verdachte hebben een zeer dreigende en beangstigende situatie veroorzaakt voor de medewerker van het tankstation en een omstander die ten tijde van het feit aanwezig was in het tankstation. Bovendien ontstond na de overval ook een zeer gevaarlijke situatie op de weg, waarbij verdachte levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor medeweggebruikers en politie heeft veroorzaakt. De verdachte heeft met zijn rijgedrag de verkeersregels in sterke mate geschonden en de veiligheid van anderen en ook die van zichzelf op het spel gezet. Deze gedragingen hebben invoelbaar flinke gevoelens van angst en onveiligheid bij de betrokkenen teweeggebracht. Daarbij kunnen dergelijke feiten ook bijdragen aan een gevoel van onveiligheid in de samenleving als geheel. Dit alles rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan.
Naast de dreigende en gevaarlijke situaties die de verdachte heeft veroorzaakt, heeft hij ook aanzienlijke overlast en schade veroorzaakt, zoals de ravage die hij heeft aangericht in het tankstation, maar ook door het stelen van de kentekenplaten en brandstof. Ook deze gedragingen acht de rechtbank ernstig.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van de verdachte van 7 juli 2025. Daaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor geweldsdelicten. Deze delicten zijn echter van langer geleden en van een andere aard dan onderhavige, zodat de rechtbank dit niet ten voordele en niet ten nadele van verdachte zal meewegen.
De rechtbank heeft verder rekening gehouden met een Pro Justitia-rapport van 27 februari 2026. De verdachte is hiervoor onderzocht door een psycholoog, een psychiater en een milieuonderzoeker. Uit het rapport volgt dat de verdachte slechts ten dele heeft meegewerkt aan het onderzoek. Hij is weliswaar in gesprek gegaan met de onderzoekers, maar heeft beperkt toestemming gegeven voor het opvragen van informatie, niet meegewerkt aan testdiagnostiek en geen compleet beeld gegeven van zijn leven. Door deze beperkingen in het onderzoek hebben de onderzoekers geen concluderende uitspraken kunnen doen over de aanwezigheid, ernst of aard van een eventuele stoornis bij de verdachte, en daardoor ook niet over de aanwezigheid van een stoornis ten tijde van het plegen van de feiten. Wel hebben de onderzoekers met enige voorzichtigheid geconcludeerd dat een aanzienlijk aantal risicofactoren aanwezig is en dat slechts in beperkte mate sprake is van beschermende factoren.
Ook heeft de rechtbank acht geslagen op een rapport van de reclassering van 27 mei 2026. Uit dit rapport komt naar voren dat de verdachte een belaste voorgeschiedenis kent. Zo groeide hij op in een gezin waarin huiselijk geweld plaatsvond. Daarnaast heeft hij gedurende een groot deel van zijn jeugd onder toezicht gestaan en is tweemaal een machtiging tot uithuisplaatsing afgegeven vanwege de onrust in de thuissituatie. Desondanks lijkt hij voorheen redelijk goed te hebben gefunctioneerd zonder opvallend probleemgedrag en heeft hij een mbo-opleiding afgerond. Op 18-jarige leeftijd kwam hij voor het eerst in aanraking met justitie en op 22-jarige leeftijd heeft hij een psychose doorgemaakt, waarna hij met een crisismaatregel is opgenomen geweest in een GGZ-instelling. Hij is hiervan hersteld door het gebruik van medicatie, maar is daar later mee gestopt. Op dit moment verblijft de verdachte op een gestructureerde afdeling in de [verblijfplaats] waar hij medicatie krijgt. De reclassering vraagt zich echter af of hij medicatietrouw blijft indien deze structuur wegvalt. De reclassering schat de risico's op herhaling, het veroorzaken van letsel en het onttrekken aan voorwaarden in als gemiddeld tot hoog.
Qua strafadvies overweegt de reclassering dat met de huidige informatie en het feit dat de Pro Justitia onderzoekers zich onthouden van enig advies, geen uitspraak kan worden gedaan over de vraag welke voorwaarden nodig zijn om recidive te voorkomen. De verdachte lijkt in ieder geval gebaat te zijn bij hulpverlening, maar het is niet duidelijk waar die hulpverlening zich precies op moet richten. Een klinische opname kan op dit moment niet gerealiseerd worden, omdat thans geen indicatie kan worden aangevraagd bij Indicatiestelling Forensische Zorg (IFZ). Mocht de rechtbank echter bij vonnis een klinische opname opleggen, zal IFZ de aanvraag hiervoor wel in behandeling nemen.
Om een hulpverleningstraject uit te zetten, is het volgens de reclassering nodig dat er duidelijkheid komt over de diagnostiek en welke risicofactoren gerelateerd zijn aan het delictgedrag, zodat daar passende interventies op kunnen worden uitgezet en zodoende het risico op recidive te verminderen.
De reclassering adviseert negatief over een TBS-maatregel met voorwaarden, omdat gelet op de conclusies uit het Pro Justitia-rapport geen voorwaarden kunnen worden geformuleerd.
De reclassering adviseert een aantal bijzondere voorwaarden, voor het geval de rechtbank een voorwaardelijk strafdeel oplegt. De reclassering benadrukt daarbij dat hiervoor alleen mogelijkheden worden gezien indien een klinische opname ten behoeve van diagnostiek als voorwaarde wordt opgenomen.
Verder heeft de reclassering geadviseerd om bij een veroordeling tot een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf een GYM in de zin van artikel 38z Sr op te leggen, zodat gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende voorwaarden kunnen worden toegepast na afloop van de gevangenisstraf. Dit vanwege het beperkte probleem besef van de verdachte en de mogelijkheid dat hij zonder een verplicht kader zijn eigen plan trekt. Met een GYM kan ook na detentie nog verplichte hulpverlening worden ingezet.
Straf
Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, kunnen strafrechters werken met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op straffen die in andere, vergelijkbare zaken zijn opgelegd. Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen bij een overval op een benzinestation bedraagt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 of 3 jaar, afhankelijk van de mate van geweld of bedreiging. De rechtbank gaat in dit concrete geval uit van de categorie 'licht geweld/bedreiging', waarvoor een gevangenisstraf van 2jaar staat vermeld. Hoewel aanzienlijke schade is ontstaan, heeft de verdachte geen fysiek geweld tegen personen gebruikt. Naast dit oriëntatiepunt geldt dat bij diefstal het uitgangspunt doorgaans een geldboete of taakstraf is. Voor artikel 5a WVW 1994 bestaan geen oriëntatiepunten, maar vergelijkbare zaken tonen aan dat hiervoor vaak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd.
De rechtbank acht de vier feiten, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang bezien, zeer ernstig. De verdachte heeft verschillende bedreigende en gevaarlijke situaties gecreëerd, waarvan diverse omstanders getuige waren, en wat voor hen bijzonder schokkend moet zijn geweest. De rechtbank neemt in strafverzwarende zin mee dat de feiten voortkwamen uit een doelbewust plan. De verdachte is in de nachtelijke uren, gekleed in donkere kleding en voorzien van een ijzeren staaf en gestolen kentekenplaten, overgegaan tot het plegen van de feiten. Daarmee heeft hij voorbereidingen getroffen om zowel de overval als de daaropvolgende vlucht te vergemakkelijken. Het rijgedrag van de verdachte is vervolgens dusdanig ernstig geweest, dat van geluk mag worden gesproken dat er geen gewonden of zelfs doden zijn gevallen. De ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd, alsmede de bedoelde landelijke oriëntatiepunten en de strafoplegging in vergelijkbare zaken, brengen mee dat een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is.
In het voordeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat hij op bepaalde punten opening van zaken heeft gegeven en een bekennende verklaring heeft afgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de persoon van de verdachte. Naast afstraffing acht de rechtbank het van groot belang dat door middel van voorwaarden passende hulpverlening wordt ingezet om het risico op recidive te beperken. De rechtbank geeft er de voorkeur aan deze voorwaarden te verbinden aan een voorwaardelijk strafdeel, in plaats van deze op te leggen in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling, zodat voor de verdachte spoedig een indicatie kan worden afgegeven en een passende behandelplek kan worden gezocht. De rechtbank zal daarom een gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen en daaraan bijzondere voorwaarden verbinden die zijn gericht op gedragsverandering en het verminderen van het recidiverisico. De rechtbank zal de in het reclasseringsadvies genoemde bijzondere voorwaarden grotendeels overnemen.
Het voorgaande neemt niet weg dat de rechtbank, gelet op de ernst van de feiten, ook wanneer deze afzonderlijk worden beschouwd, een hogere onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend acht dan door de officier van justitie is geëist.
Alles afwegende zal de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 36 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. De rechtbank verbindt aan de proeftijd, kortgezegd, de volgende bijzondere voorwaarden:
* meldplicht bij reclassering;
* indicatiestelling en opneming in een zorginstelling (ten behoeve van diagnostiek en een behandeladvies);
* ambulante behandeling;
* verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
* verbod en controle harddrugs en softdrugs;
* verbod en controle alcohol;
* dagbesteding;
* kennisgeving van adreswijzigingen.
De precieze inhoud en tekst van de voorwaarden staat vermeld in de beslissing in paragraaf 8. De rechtbank beveelt verder dat deze bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering dadelijk uitvoerbaar zijn, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank acht niet noodzakelijk om een locatieverbod voor het tankstation aan de verdachte op te leggen. Verder acht de rechtbank van belang dat de verdachte eventuele adreswijzigingen doorgeeft aan de reclassering.
Daarnaast zal de rechtbank voor feit 3 primair aan de verdachte een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen opleggen voor de duur van 6 maanden. De rechtbank acht dit op zijn plaats gezien het zeer gevaarlijke rijgedrag van de verdachte, maar vindt de door de officier van justitie gevorderde 12 maanden rijontzegging bovenmatig.
Maatregel
De rechtbank legt naast de hiervoor genoemde straf de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel in de zin van artikel 38z Sr aan de verdachte op. De rechtbank vindt deze maatregel noodzakelijk ter bescherming van de veiligheid van anderen. Aan de vereisten die de wet stelt aan de maatregel is voldaan. In het bijzonder overweegt de rechtbank dat weliswaar geen letsel is ontstaan, maar dat de bewezen verklaarde feiten wel gevaar veroorzaakten voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
6.In beslag genomen voorwerpen
6.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verzocht om het in beslag genomen voorwerp, te weten de Chevrolet, voorwerpnummer PL0900-2025 l40032-G3520693, verbeurd te verklaren.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om de auto - ondanks dat deze vatbaar is voor verbeurdverklaring - terug te doen geven aan de verdachte.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal het in beslag genomen voorwerp verbeurd verklaren. Met behulp van en met betrekking tot dit voorwerp zijn de bewezen verklaarde feiten begaan. De rechtbank ziet onvoldoende aanleiding om te bepalen dat het voertuig terug dient te worden gegeven aan de verdachte.
7.Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straffen, maatregel en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
14a, 14b, 14c, 33, 33a, 38z, 57,310,312 van het Wetboek van Strafrecht; 5a, 176, 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
8.De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3 primair en 4 primair heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf
4.1
is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 36 (zesendertig) maanden;bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 12 (twaalf maanden,niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jarenvast;
- als voorwaarde geldt dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:
* zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij de reclasseringsorganisatie in de regio van de klinische plaatsing;
* zich tijdens de proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, laat opnemen in en behandelen door een forensische zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start aansluitend aan detentie. De verdachte werkt mee aan deze klinische opname ten behoeve van diagnostiek en/of het geven van een behandeladvies. De duur van deze opname is maximaal een jaar. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling en, indien voorgeschreven, zal verdachte daartoe medicatie gebruiken;
* zich houdt aan de huisregels en de aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren;
* meewerkt aan indicatiestelling en plaatsing indien de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt;
* zich gedurende de proeftijd laat behandelen door een forensisch ambulante zorgverlener te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering die ambulante behandeling nodig vindt. De behandeling start, indien geïndiceerd, aansluitend aan de klinische opname. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. Indien nodig bevonden in het kader van de ambulante behandeling zal de verdachte voorgeschreven medicatie gebruiken;
* gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start aansluitend aan de klinische opname, indien geïndiceerd. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
* gedurende de proeftijd geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor beperkt gebruik;
* gedurende de proeftijd geen alcohol gebruikt, tenzij de reclassering vooraf toestemming heeft gegeven voor beperkt gebruik;
* gedurende de proeftijd zal meewerken aan controles op het gebruik van verdovende middelen en/of alcohol door middel van urineonderzoek en/of ademonderzoek en/of speekseltest. De reclassering bepaalt wanneer, hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
* zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur;
* gedurende de proeftijd de reclassering voorafgaand op de hoogte zal stellen van eventuele wijzigingen van zijn woonadres;
- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering dadelijk uitvoerbaarzijn;
- ontzegtde verdachte ter zake van het onder feit 3 primair bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van 6 (zes) maanden;
maatregel
- legt aan de verdachte op de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkendemaatregelals bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht;
beslag (feiten 1 tot en met 4)
verklaart het voorwerp, Chevrolet, voorwerpnummer PL0900-2025140032-G3520693,
verbeurd.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Quak, voorzitter, mr. B.F. Hammerle en mr. R.L.M. van Opstal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Dam, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.
mr. Van Opstal is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na nadere omschrijving van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
op of omstreeks 30 april 2025 te Nagele, gemeente Noordoostpolder, althans
in Nederland, een of meerdere pakjes sigaretten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan het tankstation [tankstation] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen het tankstation [tankstation] en/of tegen een medewerker van het tankstation, te weten [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- met een ijzeren staaf het tankstation in te lopen,
- de woorden "Geef sigaretten, geef sigaretten" te roepen, althans woorden van gelijke (dreigende) strekking en/of aard,
- met een ijzeren staaf tegen het raam van de kassa te slaan,
- producten door de winkel te gooien en/of een koeling om te gooien,
- met de ijzeren staaf tegen de deuren van de ingang te slaan en/of
- tegen de deuren van de ingang te schoppen;
2
op of omstreeks 30 april 2025 te Nagele, gemeente Noordoostpolder, althans in Nederland, een hoeveelheid brandstof, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Tankstation [tankstation] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3.
in of omstreeks de periode van 29 april 2025 tot en met 30 april 2025 te Nagele, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende over de weg, de A6, terwijl hij beginnend bestuurder was, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door,
- gedurende een langere tijd met een snelheid van 185 tot 190 km/uur, althans een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 130 km/uur te rijden,
- meermalen, althans eenmaal, in strijdt met artikel 83 vanPro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een stopteken te negeren en/of het niet opvolgen van verkeersaanwijzingen van de daartoe op grond van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegde personen,
- meermalen, althans eenmaal, de lichten van zijn voertuig uit te zetten terwijl hij in de nachtelijke uren over de A6 reed,
- meermalen, althans eenmaal, een andere weggebruiker via rechts en/of zonder lichten in de nachtelijke uren en/of met hoge snelheid, in elk geval gevaarlijk, in te halen,
- over een vluchtstrook te rijden terwijl dit niet was toegestaan,
- over een puntstrook te rijden,
- meermalen, althans eenmaal, plotselinge en abrupte bewegingen te maken waardoor andere weggebruikers diende uit te wijken,
- in strijd met artikel 19 vanPro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet de snelheid van het door hem bestuurde motorrijtuig op zodanige wijze te regelen dat hij in staat was het motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover de weg vrij was, althans met onverminderde snelheid door te rijden, althans zijn weggedrag niet zodanig aan te passen als gezien de situatie ter plaatse noodzakelijk was,
- de controle over zijn voertuig te verliezen, althans het motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid te besturen,
- zijn snelheid onvoldoende te verminderen en/of zijn rijstijl onvoldoende aan te passen bij het naderen van een bocht en/of de afrit, althans onvoldoende te anticiperen op de wegsituatie en/of
- tegen de wegbebording aan te rijden en/ofte botsen en/of tegen een boom aan te rijden en/of te botsen,
door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
in of omstreeks de periode van 29 april 2025 tot en met 30 april 2025 te Nagele, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende over de weg, de A6,
terwijl hij beginnend bestuurder was,
- met een snelheid van 185 tot 190 km/uur, althans een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 130 km/uur heeft gereden,
- meermalen, althans eenmaal, in strijdt met artikel 83 vanPro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een stopteken heeft genegeerd en/of verkeersaanwijzingen niet
heeft opgevolgd van de daartoe op grond van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegde personen,
- meermalen, althans eenmaal, de lichten van zijn voertuig uit heeft uitgezet terwijl hij in de nachtelijke uren over de A6 reed,
- meermalen, althans eenmaal, een andere weggebruiker via rechts of zonder lichten in dé nachtélijke urén en/of mét hoge snelheid, in elk geval gevaarlijk, heeft ingehaald,
- over een vluchtstrook heeft gereden waar dit niet was toegestaan,
- over een puntstrook heeft gereden,
- meermalen, althans eenmaal, plotselinge en abrupte bewegingen heeft gemaakt waardoor andere weggebruikers diende uit te wijken,
- in strijd met artikel 19 vanPro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet de snelheid van het door hem bestuurde motorrijtuig op zodanige wijze heeft geregeld dat hij in staat was het motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover de weg vrij was, althans met onverminderde snelheid heeft doorgereden, althans zijn weggedrag niet zodanig heeft aangepast als gezien de situatie ter plaatse noodzakelijk was,
- de controle over zijn voertuig is verloren, althans het motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd,
- zijn snelheid onvoldoende heeft verminderd en/of zijn rijstijl onvoldoende heeft aangepast bij het naderen van een bocht en/of de afrit, althans onvoldoende heeft geanticipeerd op de wegsituatie,
- tegen de wegbebording is aangereden en/of is gebotst en/of
- tegen een boos is aangereden en/of is gebotst,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
4.
in of omstreeks de periode van 29 april 2025 tot en met 30 april 2025 te Lemmer en/ofte Nagele, gemeente Noordoostpolder, althans in Nederland, een of meerdere kentekenplaten met het nummer [kenteken] , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [aangever] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
in of omstreeks de periode van 29 april 2025 tot en met 30 april 2025 te Lemmer en/of te Nagele, gemeente Noordoostpolder, althans in Nederland, een of meer kentekenplaten met het nummer [kenteken] , althans een goed heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina's, zijn dit pagina ·s uit het dossier van politie eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer MD2R025057, doorgenummerd pagina 1 tot en met 205. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerstePro lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden de=e alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.