Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. E.C.A. Bakker;
- de advocaat van de verdachte: mr. N. Hannaart (hierna: de advocaat).
2.Tenlastelegging
bijlage Ibij dit vonnis.
3.Bewijs
Achternaam: [slachtoffer 1]
Voornamen: [slachtoffer 1]
(de rechtbank begrijpt: op de [adres 1] in [plaats] ). Ik zag dat [verdachte] bij de bank stond en zich omdraaide, en met zijn rechterhand uithaalde naar mij. Deze klap kon ik ontwijken, doordat ik mij op de bank liet vallen. Ik zag en voelde dat [verdachte] zich daarna met zijn hele gewicht op [6] mijn borst liet vallen. Ik voelde de druk van deze klap op mijn borst. Toen [verdachte] weer stond zag en voelde ik dat hij met zijn vuisten of vlakke handen verschillende klappen gaf op mijn gezicht. Hij was daarbij letterlijk aan het maaien. Het waren heel veel klappen. [verdachte] sloeg met kracht. Ik zag dat mijn gezicht hevig bloedde. Ik voelde hevige pijn op mijn borst. Ik heb nu nog steeds last van pijn op mijn borst. [7]
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
6.Vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf
7.Toegepaste wetsartikelen
8.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte het feit onder parketnummer 16/122891-25, subsidiair en het feit onder parketnummer 16/349551-25 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
een gevangenisstraf van 2 maanden;