Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. A. van Weegen;
- de advocaat van de verdachte: mr. J.A.C. van den Brink (hierna: de advocaat);
- de moeder van het slachtoffer [slachtoffer 1] , mevrouw [A] ;
- de vader van het slachtoffer [slachtoffer 1] , de heer [B] ;
- de zus van het slachtoffer [slachtoffer 1] , mevrouw [C]
- de vader van het slachtoffer [slachtoffer 2] , de heer [D] .
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
We gaan 189 door de bocht. Als ik je morgen niets meer stuur, ben ik dood. Ik hou van je”. [slachtoffer 3] heeft kort voor het ongeval een snapchatbericht gestuurd met de tekst: “
[verdachte] is bezopen en kan voor de kk bi rijden”. De rechtbank leest
- onder invloed van alcohol en als beginnend bestuurder,
- over een afstand van ongeveer 2470 meter tot ongeveer 750 meter voor de plaats van het
- met een snelheid van ten minste 109 kilometer per uur, zijnde hoger dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur, een bocht te benaderen, waarbij hij, verdachte, niet in staat was zijn motorrijtuig onder controle te houden en tijdig op de weg tot stilstand te brengen en
- met de door hem bestuurde personenauto in de sloot te belanden,
- [slachtoffer 2] (bijrijder van voornoemde personenauto) werd gedood en
- [slachtoffer 1] (bijrijder van voornoemde personenauto) werd gedood en
- [slachtoffer 3] (bijrijder van voornoemde personenauto) zwaar lichamelijk letsel, te weten
- meerdere wervelfracturen en meerdere nekwervelfracturen en een gebroken borstbeen,
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
- een gevangenisstraf van vier jaar, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van een jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar;
- een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) van vijf jaar, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs al ingevorderd of ingehouden is geweest.
6.Toegepaste wetsartikelen
- artikelen 14a, 14b, 14c, van het Wetboek van Strafrecht];
- artikelen 6, 8, 175, 176, 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
7.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 primair en 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
gevangenisstrafvan
24 (vierentwintig) maanden;
12 (twaalf) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast;
ontzegtverdachte ter zake van het onder feit 1 bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
5 jaar;
proces-verbaal Forensisch onderzoek Verkeer [2] van 20 september 2025 volgt het volgende, zakelijk weergegeven:
schouwverslag betreffende [slachtoffer 2] [5] van 15 juni 2025, is het volgende vermeld, zakelijk weergegeven:
schouwverslag betreffende [slachtoffer 1] [7] van 15 juni 2025, is het volgende vermeld, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van verhoor slachtoffer [9] van 15 november 2025 blijkt dat [slachtoffer 3] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] [12] van 15 juni 2025 blijkt dat [getuige] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
proces-verbaal van bevindingen [14] van 14 oktober 2025 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
proces-verbaal van bevindingen [16] , inclusief bijlagen, van 15 november 2025 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
proces-verbaal rijden onder invloed [18] , inclusief bijlagen, van 29 augustus 2025 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd: