AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling voor roekeloos rijden met dodelijk verkeersongeval en rijden onder invloed
Op 15 juni 2025 veroorzaakte de verdachte, een beginnend bestuurder onder zware invloed van alcohol, een verkeersongeval op de Noordermeerweg te Rutten. Door zijn roekeloze rijgedrag met een snelheid van minimaal 147 km/u in een gebied met een maximum van 30-60 km/u, kwamen twee passagiers om het leven en liep een derde zwaar lichamelijk letsel op.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte de verkeersregels in ernstige mate en opzettelijk heeft geschonden, waardoor sprake is van roekeloosheid. Het causale verband tussen het gedrag van de verdachte en het ongeval is overtuigend vastgesteld aan de hand van politieonderzoek, forensisch bewijs en getuigenverklaringen.
De officier van justitie eiste vier jaar gevangenisstraf en vijf jaar rijontzegging. De rechtbank hield rekening met de jeugdige leeftijd van de verdachte, zijn persoonlijke omstandigheden en de impact van het ongeval, en legde een gevangenisstraf van 24 maanden op, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, en een rijontzegging van vijf jaar.
De straf wordt uitgevoerd in een penitentiaire inrichting, met aftrek van voorarrest. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, en 5 jaar rijontzegging wegens roekeloos rijden onder invloed met dodelijk ongeval.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16/190075-25;
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 24 juni 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [2006] in [geboorteplaats] ,
verblijvende op het adres [adres] in [woonplaats] ,
hierna: de verdachte.
1.Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 10 juni 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
de verdachte;
de officier van justitie: mr. A. van Weegen;
de advocaat van de verdachte: mr. J.A.C. van den Brink (hierna: de advocaat);
de moeder van het slachtoffer [slachtoffer 1] , mevrouw [A] ;
de vader van het slachtoffer [slachtoffer 1] , de heer [B] ;
de zus van het slachtoffer [slachtoffer 1] , mevrouw [C]
de vader van het slachtoffer [slachtoffer 2] , de heer [D] .
2.Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1
primair
op 15 juni 2025 in Rutten als bestuurder van een motorrijtuig op de Noordermeerweg zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn komen te overlijden en [slachtoffer 3] zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht;
subsidiair
op 15 juni 2025 in Rutten als bestuurder van een motorrijtuig gevaar of hinder op de Noordermeerweg heeft veroorzaakt;
Feit 2
op 15 juni 2025 in Rutten onder invloed van alcohol (1,6 milligram alcohol per milliliter bloed) als beginnend bestuurder een personenauto heeft bestuurd.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3.Bewijs
3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1 primair en 2 heeft gepleegd.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van het onder feit 1 primair ten laste gelegde feit. Voor het onder feit 1 subsidiair tenlastegelegde en voor feit 2 heeft de advocaat zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsmiddelen feiten 1 en 2
De rechtbank oordeelt dat de feiten 1 primair en 2 zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de inhoud van de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
3.3.2.
Bewijsoverwegingen
Feitelijke toedracht
De rechtbank gaat op basis van de gebezigde bewijsmiddelen uit van de volgende toedracht.
Op 15 juni 2025 omstreeks 01:28 uur vond er in Rutten een verkeersongeval plaats. De verdachte, een beginnend bestuurder, was met vier van zijn vrienden vanuit Urk onderweg om in Lemmer nog kebab te gaan eten. Op de Noordermeerweg te Rutten is de Volkswagen Golf van de verdachte in een bocht naar rechts in de linker berm in een slip geraakt en vervolgens in de sloot terecht gekomen.
De personenauto is tegen de wanden van de sloot gebotst en uiteindelijk tegengesteld aan zijn rijrichting met de onderzijde van het voertuig in het water tot stilstand gekomen. Door het verkeersongeval zijn twee passagiers komen te overlijden: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Ook is er door het verkeersongeval zwaar lichamelijk letsel bij een andere passagier, [slachtoffer 3] , ontstaan, te weten: gebroken nekwervels en rugwervels en een gebroken borstbeen.
Uit het politieonderzoek is gebleken dat de verdachte, terwijl hij fors onder invloed van alcohol was (1,6 milligram alcohol per milliliter bloed), over een afstand van ongeveer 2470 meter voor de plek van het ongeval tot ongeveer 750 meter voor de plek van het ongeval, met een minimale gemiddelde snelheid van 147 en een maximale gemiddelde snelheid van 163 kilometer per uur heeft gereden, waar 60 kilometer per uur en op sommige plekken 30 kilometer per uur was toegestaan. Uit het onderzoek aan het voertuig is gebleken dat de snelheid in de bocht in ieder geval hoger dan 109 kilometer per uur moet zijn geweest.
Ook is gebleken dat het op het moment van het verkeersongeval donker was, dat er geen straatverlichting aanwezig was rond de plek van het ongeval en dat de verdachte op hoge snelheid meerdere kruispunten is gepasseerd.
[slachtoffer 1] heeft enkele minuten voor het ongeval een snapchatbericht gestuurd aan zijn vriendin met de tekst: “ We gaan 189 door de bocht. Als ik je morgen niets meer stuur, ben ik dood. Ik hou van je”. [slachtoffer 3] heeft kort voor het ongeval een snapchatbericht gestuurd met de tekst: “ [verdachte] is bezopen en kan voor de kk bi rijden”. De rechtbank leest
– anders dan de raadsman – ‘ [verdachte] ’ als ‘ [verdachte] ’ en ziet geen reden om te twijfelen aan het feit dat deze berichten zien op de onderhavige fatale rit.
Causaliteit
Aan de verdachte is overtreding van artikel 6 vanPro de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) ten laste gelegd. Op grond van dit artikel is het een ieder die aan het verkeer deelneemt verboden zich zodanig te gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval plaatsvindt waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht of komt te overlijden. Dit betekent dat er een tweeledig causaal verband moet worden vastgesteld: ten eerste dat een verkeersongeval heeft plaatsgevonden als gevolg van de gedragingen van de verdachte en ten tweede dat als gevolg van dat ongeval een ander zwaar lichamelijk letsel is toegebracht dan wel is te komen overlijden.
Dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] als gevolg van het ongeval zijn te komen overlijden, lijdt op grond van de schouwverslagen geen twijfel.
Dat [slachtoffer 3] (zwaar) lichamelijk letsel heeft opgelopen, lijdt op grond van zijn verklaring ook geen twijfel. Uit deze verklaring blijkt dat hij ten gevolge van het ongeval meerdere gebroken rug- en nekwervels en een gebroken borstbeen heeft opgelopen. Verder blijkt uit zijn verklaring dat hij een week in het ziekenhuis heeft gelegen, dat hij vijf maanden na het ongeval nog niet aan het werk was en dat het herstel nog enige tijd zou gaan duren. Dit letsel moet naar het oordeel van de rechtbank worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel.
Wat betreft het causale verband tussen de gedragingen van de verdachte en het ongeval overweegt de rechtbank als volgt.
De rechtbank merkt als oorzaak van het ongeval aan dat de verdachte als bestuurder van de auto de maximumsnelheid fors heeft overschreden in combinatie met de omstandigheid dat hij in hoge mate onder invloed van alcohol was. Bovendien heeft verdachte onvoldoende rekening gehouden met de omstandigheden, zoals de duisternis en zijn onbekendheid met de weg. Verdachte heeft in het donker met een veel te hoge snelheid de bocht benaderd, terwijl zijn reactievermogen en zijn vermogen om gevaren in te schatten door zijn alcoholgebruik waren aangetast. Het zijn deze gedragingen geweest die ertoe hebben geleid dat de verdachte de (flauwe) bocht niet of veel te laat heeft opgemerkt, waardoor de auto in een slip is geraakt en uiteindelijk in de sloot tot stilstand is gekomen.
Het ongeval is naar het oordeel van de rechtbank dan ook toe te rekenen aan de verdachte.
Schuld
De verdachte moet daarnaast ten aanzien van het ontstaan van het verkeersongeval een
schuldverwijt kunnen worden gemaakt. Schuld, in juridische zin, kan bestaan in
verschillende gradaties: van aanmerkelijk onvoorzichtig tot roekeloos, waarbij deze laatste
geldt als de zwaarste vorm van schuld. De rechtbank is van oordeel dat van deze zwaarste vorm van schuld sprake is.
Roekeloosheid
Met de Wet aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten heeft
de wetgever het begrip roekeloosheid nader ingevuld en zo het toepassingsbereik daarvan
willen verbreden. Daartoe is in artikel 175 vanPro de WVW aan het tweede lid toegevoegd dat van roekeloosheid in elk geval sprake is als het gedrag tevens als een overtreding van artikel 5a, eerste lid, van de WVW kan worden aangemerkt. De rechtbank begrijpt deze bepaling zo, dat zij dient te beoordelen of het gedrag van de verdachte dat heeft geleid tot het aan zijn schuld te wijten ongeval ook voldoet aan de delictsomschrijving van artikel 5a, eerste lid, van de WVW. Is dat het geval, dan is sprake van roekeloosheid in de zin van artikel 6 WVWPro.
Artikel 5a WVW
De rechtbank moet beoordelen of de verdachte met het hiervoor vastgestelde verkeersgedrag
dat heeft geleid tot het ongeval (a) de verkeersregels heeft geschonden, (b) of hij dat in
ernstige mate heeft gedaan, (c) of hij dat opzettelijk heeft gedaan en (d) of daardoor gevaar
was te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen.
a. a) De verkeersregels
De rechtbank heeft al geoordeeld dat de verdachte de maximumsnelheid fors heeft
overschreden. Op het moment van het ongeluk werd er een snelheid van 109 kilometer per uur (hierna: km/u) geregistreerd, terwijl een maximumsnelheid van 60 km/u was toegestaan. Tevens is uit het bloedonderzoek gebleken dat het alcoholgehalte in het bloed van de verdachte 1,6 milligram per milliliter bloed betrof, terwijl 0,2 milligram per milliliter bloed was toegestaan als beginnend bestuurder. De verdachte heeft dus de verkeersregels geschonden.
b) In ernstige mate
Artikel 5a WVW heeft alleen betrekking op ernstig verkeersgevaarlijk gedrag. In de memorie van toelichting bij deze wet wordt onder meer overwogen dat als is komen vast te staan dat de verdachte een of meer verkeersovertredingen heeft begaan waardoor zeer gevaarlijke situaties zijn ontstaan en bijgevolg door de verdachte onaanvaardbare risico’s zijn genomen, dat gedrag welhaast per definitie het opzettelijk in ernstige mate schenden van de verkeersregels oplevert.
In deze zaak gaat het, zoals hiervoor is overwogen, om twee gedragingen die in direct oorzakelijk verband staan tot het ongeval, namelijk het overschrijden van de maximumsnelheid en het rijden onder invloed. Het gaat hier om voor de verkeersveiligheid zeer belangrijke verkeersregels, die de verdachte in aanzienlijke mate heeft overschreden: hij reed kort voorafgaand aan het ongeval gemiddeld minimaal 147 kilometer per uur, waar maximaal 60 en op sommige stukken 30 kilometer per uur was toegestaan. Dit is een gemiddelde snelheid, waarbij de pieksnelheid zomaar eens veel hoger kan hebben gelegen, ook kijkend naar het snapchatbericht van [slachtoffer 1] kort voor het ongeval. Ook heeft de verdachte gereden terwijl het alcoholgehalte in zijn bloed acht keer meer was dan toegestaan.
Bovendien heeft de verdachte de bocht met minimaal 109 kilometer per uur benaderd. Dit gedrag vond plaats op een weg met gelijkvloerse kruisingen, in het donker en zonder straatverlichting.
Het is evident dat wanneer tijdens een rit de verkeersregels voortdurend en/of bij herhaling worden overtreden de kans op een (ernstig) verkeersongeluk toeneemt.
De rechtbank is van oordeel dat de verdachte de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden.
c) Opzettelijk
Het opzet van de verdachte moet zowel gericht zijn geweest op het schenden van de
verkeersregels als op het in ernstige mate schenden van die regels. Bij het antwoord op de
vraag of sprake was van opzet op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels
moeten de aard en het samenstel van de gedragingen, de omstandigheden waaronder deze
werden verricht en alle overige feitelijke omstandigheden van het geval in ogenschouw
worden genomen. Daaruit moet kunnen worden afgeleid dat de gedragingen in samenhang
bezien naar hun uiterlijke verschijningsvorm op opzettelijke ernstige schending van de
verkeersregels gericht zijn geweest.
De rechtbank is van oordeel dat het rijden met een zo veel te hoge snelheid, gedurende langere tijd, op een de verdachte niet bekende weg zonder straatverlichting en terwijl de verdachte onder invloed was van alcohol, niet anders dan opzettelijk kan zijn gedaan. Daarmee is gelet op de aard en de ernst van de verkeersovertredingen ook het opzet op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels gegeven.
d) Gevaar te duchten
In zijn algemeenheid acht de rechtbank het voorzienbaar dat een zeer gevaarlijke situatie
ontstaat door het onder genoemde omstandigheden veel te hard en onder invloed van alcohol rijden, zoals de verdachte heeft gedaan. Dat die situatie zich in dit geval ook daadwerkelijk heeft voorgedaan, blijkt wel uit het feit dat de verdachte een ongeluk heeft veroorzaakt waarbij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn te komen overlijden en [slachtoffer 3] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.
Het voorgaande maakt dat het verkeersgedrag van de verdachte dat tot het ongeval heeft geleid, tevens kan worden aangemerkt als een overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994. Daarmee heeft de verdachte de zwaarste vorm van schuld aan dat ongeval; er is naar het oordeel van de rechtbank sprake geweest van roekeloosheid.
Conclusie
Gelet op het voorgaande is de rechtbank met betrekking tot het onder feit 1 primair tenlastegelegde en feit 2 van oordeel dat beide feiten wettig en overtuigend zijn bewezen.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
feit 1:
primair
op 15 juni 2025, te Rutten als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk/type Volkswagen Golf), daarmede rijdende over de weg, de Noordermeerweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos
onder invloed van alcohol en als beginnend bestuurder,
over een afstand van ongeveer 2470 meter tot ongeveer 750 meter voor de plaats van het
verkeersongeval met een minimale gemiddelde snelheid van 147 kilometer per uur, zijnde hoger dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheden van 30 kilometer per uur en/of 60 kilometer per uur,
te rijden en
met een snelheid van ten minste 109 kilometer per uur, zijnde hoger dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur, een bocht te benaderen, waarbij hij, verdachte, niet in staat was zijn motorrijtuig onder controle te houden en tijdig op de weg tot stilstand te brengen en
met de door hem bestuurde personenauto in de sloot te belanden,
waardoor
[slachtoffer 2] (bijrijder van voornoemde personenauto) werd gedood en
[slachtoffer 1] (bijrijder van voornoemde personenauto) werd gedood en
[slachtoffer 3] (bijrijder van voornoemde personenauto) zwaar lichamelijk letsel, te weten
meerdere wervelfracturen en meerdere nekwervelfracturen en een gebroken borstbeen,
terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994;
feit 2:
op 15 juni 2025 te Rutten als bestuurder van een motorrijtuig, een personenauto, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,6 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en nog geen vijf jaren waren verstreken sedert de datum waarop aan hem voor de eerste maal een rijbewijs is afgegeven, zijnde een datum waarop hij de leeftijd van 18 jaar had bereikt;
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
Taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
4.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1 primair
overtreding van artikel 6 vanPro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994, meermalen gepleegd,
en
overtreding van artikel 6 vanPro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994;
feit 2
overtreding van artikel 8 vanPro de Wegenverkeerswet 1994.
4.2.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
5.Straf
5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
een gevangenisstraf van vier jaar, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van een jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar;
een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) van vijf jaar, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs al ingevorderd of ingehouden is geweest.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt om bij een strafoplegging rekening te houden met de leeftijd van de verdachte, het feit dat hij zelf letsel heeft opgelopen, de verstandhouding met de slachtoffers en nabestaanden, het feit dat de verdachte eerder getuige is geweest van een ongeval waarbij zijn zusje is komen te overlijden en het feit dat de verwerking en het psychische herstel van de verdachte in sterke mate afhankelijk is van zijn sociale omgeving.
De advocaat verzoekt dan ook om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft op 15 juni 2025 een ongeval veroorzaakt, waardoor twee van zijn goede vrienden zijn komen te overlijden en een andere goede vriend zwaargewond is geraakt. Verdachte is, nadat hij minstens acht keer de voor een beginnend bestuurder toegestane hoeveelheid alcohol had gedronken, opgetreden als chauffeur voor vier vrienden. Hij heeft vervolgens, langere tijd, met veel te hoge snelheid in het donker over een hem niet bekende weg gereden. Daarbij heeft hij geen verantwoordelijkheid genomen voor de veiligheid van de inzittenden. Blijkens het dossier heeft één van de inzittenden zelfs ‘stop’ geroepen, maar gelet op de in de bocht gereden snelheid heeft verdachte zich hier niets van aangetrokken.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich aldus niet alleen zeer gevaarzettend heeft gedragen, maar zich ook onverschillig heeft getoond voor de veiligheid van de inzittenden van zijn auto. Ten gevolge hiervan zijn twee jonge mensen overleden.
De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.
Niet alleen de verdachte zal moeten leven met de wetenschap dat hij verantwoordelijk is geweest voor de dood van zijn twee vrienden, ook de nabestaanden van de slachtoffers valt het zeer zwaar om met hun verlies te leven, zoals ook blijkt uit de verklaringen van de nabestaanden ter zitting.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 30 april 2026, waaruit blijkt dat hij eerder een strafbeschikking heeft gekregen voor een overtreding in het verkeer, maar niet eerder is veroordeeld voor een verkeersmisdrijf.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De verdachte is nog maar twintig jaar oud en zal voor de rest van zijn leven met de wetenschap moeten leven dat hij verantwoordelijk is voor het overlijden van twee vrienden.
Strafkader
De rechtbank is zich ervan bewust dat binnen de kring van nabestaanden uiteenlopende gevoelens leven, variërend van vergeving tot een zekere drang naar vergelding. De strafrechter moet zich echter ook richten op het bredere belang van recht en orde in de samenleving. Dit onderstreept dat strafoplegging een zorgvuldig afgewogen proces is.
Gelet op de aard en de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf, alsmede een langdurige ontzegging van de rijbevoegdheid.
De rechtbank acht de eis van de officier van justitie, gelet op de ernst van de feiten, niet onbegrijpelijk. De rechtbank houdt echter in strafverminderende zin rekening met de jeugdige leeftijd van de verdachte en de impact die het feit op de verdachte heeft gehad.
Hij zal immers moeten leven met de wetenschap dat hij verantwoordelijk is voor de dood van twee jonge mensen. Hoewel de verdachte zegt dat hij zich van de fatale rit niets herinnert, heeft hij tijdens de zitting wel uitgesproken dat hij zich schuldig voelt en beseft dat hij degene is geweest die achter het stuur zat en die de auto de sloot in heeft gereden.
De rechtbank wijkt vanwege de genoemde omstandigheden af van de strafeis.
De rechtbank acht passend om een gevangenisstraf van 24 maanden op te leggen, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast zal de rechtbank ten aanzien van feit 1 een ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen voor de duur van vijf jaar, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs al ingehouden of ingevorderd is geweest.
Tenuitvoerlegging van de straf
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen een penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.
6.Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straffen zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
artikelen 14a, 14b, 14c, van het Wetboek van Strafrecht];
artikelen 6, 8, 175, 176, 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
7.De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 primair en 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder feit 1 primair en feit 2 bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstrafvan 24 (vierentwintig) maanden;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 12 (twaalf) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt daarbij een proeftijdvan 2 (twee) jarenvast;
- ontzegtverdachte ter zake van het onder feit 1 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van 5 jaar;
- bepaalt dat de duur van de ontzegging wordt verminderd met de tijd gedurende welke het rijbewijs vóór het tijdstip waarop de straf ingaat, ingevorderd en ingehouden is geweest;
Dit vonnis is gewezen door mr. B.F. Hammerle, voorzitter, mr. P.C. Quak en
mr. J.A. Koorevaar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.D. Brenker, griffier,
en is in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
feit 1:
primair
hij, op of omstreeks 15 juni 2025, te Rutten, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk
als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk/type Volkswagen Golf), daarmede
rijdende over de weg, de Noordermeerweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te
wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door
roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
- onder invloed was van alcohol en/of als beginnend bestuurder,
- over een afstand van ongeveer 2470 meter tot ongeveer 750 meter voor de plaats van het
verkeersongeval met een minimale gemiddelde snelheid van 147 kilometer per uur, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 30
kilometer per uur en/of 60 kilometer per uur, te rijden en/of
- met een snelheid van ten minste 109 kilometer per uur, althans met een (aanzienlijk) hogere
snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur, een bocht te benaderen, in elk geval onvoldoende zijn snelheid te verminderen bij het naderen van een bocht, waarbij hij, verdachte, niet in staat was zijn motorrijtuig onder controle te houden en/of tijdig op de weg tot stilstand te brengen en/of
- met de door hem bestuurde personenauto in de sloot te belanden,
waardoor een ander, te weten
- [slachtoffer 2] (bijrijder van voornoemde personenauto) werd gedood en/of
- [slachtoffer 1] (bijrijder van voornoemde personenauto) werd gedood en/of
- [slachtoffer 3] (bijrijder van voornoemde personenauto) zwaar lichamelijk letsel, te weten een of
meerdere wervelfracturen en/of een of meerdere nekwervelfracturen en/of een gebroken
borstbeen, althans zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of
verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,
terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde,
vierde of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een
bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, zevende of negende lid van genoemde wet;
subsidiair
hij, op of omstreeks 15 juni 2025, te Rutten, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk/type Volkswagen Golf), daarmede rijdende over de weg, de Noordermeerweg,
- onder invloed was van alcohol en/of als beginnend bestuurder,
- over een afstand van ongeveer 2,47 kilometer tot ongeveer 750 meter voor de plaats van het
verkeersongeval met een minimale gemiddelde snelheid van 147 kilometer per uur, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 30
kilometer per uur en/of 60 kilometer per uur, heeft gereden en/of
- met een snelheid van ten minste 109 kilometer per uur, althans met een (aanzienlijk) hogere
snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur, een bocht
heeft benaderd, in elk geval onvoldoende zijn snelheid heeft verminderd bij het benaderen van een bocht, waarbij hij, verdachte, niet in staat was zijn motorrijtuig onder controle te houden en/of tijdig op de weg tot stilstand te brengen en/of
- met de door hem bestuurde personenauto in de sloot is beland/terecht gekomen,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden
veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
feit 2:
hij op of omstreeks 15 juni 2025 te Rutten, althans in Nederland als bestuurder van een
motorrijtuig, een personenauto, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van
alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn bloed bij een onderzoek, als bedoeld in
artikel 8, derde lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,6 milligram, in elk geval hoger dan 0,2 milligram, alcohol per milliliter bloed bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en nog geen vijf jaren waren verstreken sedert de datum waarop aan hem voor de eerste maal een rijbewijs is afgegeven, zijnde een datum waarop hij de leeftijd van 18 jaar had bereikt, dan wel zijnde een datum waarop hij de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en waarop hem voor het eerst een rijbewijs van categorie B is afgegeven;
Uit het proces-verbaal Forensisch onderzoek Verkeer [2] van 20 september 2025 volgt het volgende, zakelijk weergegeven:
Bij dit verkeersongeval was het volgende voertuig betrokken:
Voertuig: Personenauto
Fabrieksmerk : Volkswagen
Type: Golf
Kenteken: [kenteken]
(…)
Op zondag 15 juni 2025, omstreeks 01:32 uur, werd er door het Operationeel Centrum van de politie een melding geregistreerd van een verkeersongeval waarbij een voertuig te water was geraakt op de Noordermeerweg ter hoogte van perceelnummer [perceelnummer] te Rutten. De bestuurder van de personenauto reed op de Noordermeerweg, komende uit de richting van de Westermeerweg en gaande in de richting van de Gemaalweg. In de personenauto zaten vijf inzittenden.
In een bocht naar rechts was de personenauto in de linker berm en vervolgens in een met water gevulde sloot terechtgekomen. Bij het verkeersongeval zijn twee van de inzittenden, beide passagiers, ter plaatse overleden. [3]
(…)
Op de Noordermeerweg reed de bestuurder van de personenauto tussen de ongeveer 2,47 km en ongeveer 750 meter vóór de plaats van het verkeerongeval met een minimale gemiddelde snelheid van 147 km per uur en een maximale gemiddelde snelheid van 163 km per uur. Op dit gedeelte van de Noordermeerweg was één T-kruispunt waar de toegestane maximumsnelheid 30 km per uur was. Op de gedeelten van de Noordermeerweg waar de maximumsnelheid geen 30 km per uur betrof, was de toegestane maximumsnelheid 60 km per uur. Tijdens het verkeersongeval was er storing ontstaan in een regeleenheid waarbij een (niet-gevalideerde gecorrigeerde) snelheid van tussen de 109 en 110 km per uur geregistreerd was. Deze snelheid kan als ondergrens van de werkelijke voertuigsnelheid worden beschouwd op het moment dat de personenauto zich in de sloot bevond. De snelheid die het voertuig in de bocht had gehad was daarom in ieder geval hoger dan 109 km per uur.
(…)
Door het verkeersongeval zijn twee van de inzittenden, beide passagiers, ter plaatse overleden aan hun verwondingen. [4]
In het schouwverslag betreffende [slachtoffer 2] [5] van 15 juni 2025, is het volgende vermeld, zakelijk weergegeven:
De uitwendige lijkschouwing toont met name hoofd- en nekletsel. Het letselbeeld is passend bij de gemelde toedracht.
(…)
Gezien de omstandigheden en het letselbeeld is sprake van een direct oorzakelijk verband tussen het verkeersongeval en het overlijden.
Uit het proces-verbaal van verhoor slachtoffer [9] van 15 november 2025 blijkt dat [slachtoffer 3] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
Ik zat in de auto met [verdachte] als bestuurder. [10]
(…)
V: Heeft u letsel opgelopen ten gevolge van de aanrijding?A: Ik heb een paar rugwervels gebroken, twee nekwervels gebroken en een borstbeentje gebroken. Het herstel gaat nog wel even duren en hoop volgend jaar weer te gaan werken.Ik heb een week in het ziekenhuis gelegen. [11]
Uit het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] [12] van 15 juni 2025 blijkt dat [getuige] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
Ik zag dat de bestuurder met zijn bovenlichaam half uit het raam van de bestuurder hing. Ik zag dat het om een jongeman ging. Ik zag dat hij achter het stuur zat van het voertuig. Ik zag dat collega [E] , met een gordelsnijder de gordel doorsneed van de bestuurder. Ik heb samen met mijn collega's de bestuurder uit zijn stoel gehaald. Ik hoorde dat het ging om ene [verdachte] . [13]
Verbalisant [verbalisant 1] heeft in een proces-verbaal van bevindingen [14] van 14 oktober 2025 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
Op de telefoon, met als aannemelijke gebruiker [slachtoffer 3] , zag ik het volgende:
Om 01:25:58 uur
Een via Snapchat verzonden bericht:
Inhoud bericht: [verdachte] is bezopen en kan voor de kk bi rijden
Verzonden door: [Snapchataccount naam slachtoffer 3] [15]
Verbalisant [verbalisant 2] heeft in een proces-verbaal van bevindingen [16] , inclusief bijlagen, van 15 november 2025 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
Door mij is een e-mail ontvangen van de vader van de overleden persoon [slachtoffer 1] . In deze mail staat onder andere het volgende:
(…)
Op deze Snapchat-video uit het account van onze zoon is ook zichtbaar dat [naam] tijdens de rit zijn telefoon in de hand heeft met verlicht scherm ' vermoedelijk was hij ook aan het filmen tijdens de rit.
[slachtoffer 2] zou Stop, stop! hebben geroepen en dit zou gefilmd zijn.
In bovengenoemde Snapchat-video, verstuurd tijdens de fatale rit van [slachtoffer 1] aan zijn
vriendinnetje, schrijft onze zoon:
"We gaan 189 door de bocht. Als ik je morgen niets meer stuur, ben ik dood. Ik hou
Verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] hebben in een proces-verbaal rijden onder invloed [18] , inclusief bijlagen, van 29 augustus 2025 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
Bij controle bleek dat de bestuurder in het bezit was van een rijbewijs waarvan
sedert de datum waarop aan hem voor de eerste maal een rijbewijs is afgegeven nog
geen vijf jaren zijn verstreken en dat hij op die datum van afgifte de leeftijd van
Op dinsdag 15 juli 2025 om 04:15 uur, heeft de verpleegkundige, GGD verpleegkundige in aanwezigheid van mij, [verbalisant 4] , de verdachte bloed afgenomen conform Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer.
(…)
Ik heb het opdrachtformulier Toxicologisch onderzoek voorzien van een
genummerde en op naam gestelde SIN-sticker "Analyse" met het nummer TADA2761NL.
(…)
Eindresultaat in bloed met TADA2761NL: 1,60 milligram per milliliter. [20]