RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/156077-25
Proces-verbaal van de openbare terechtzitting van de kantonrechter op 15 juni 2026
Aanwezig:
mr. K. de Meulder, kantonrechter,
M.J.E. Doornenbal, griffier.
Aanwezig namens het Openbaar Ministerie:
mr. C.S.T. Geenen, officier van justitie.
De kantonrechterlaat de zaak tegen de verdachte uitroepen.
De kantonrechterstelt vast dat als verdachte aanwezig is:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [plaats] .
De verdachtewordt bijgestaan door mr. A.H.T de Haas.
De kantonrechterstelt vast dat als meegebrachte getuige aanwezig is: [getuige] . De getuige is nog niet in de zittingszaal.
De kantonrechterzegt tegen de verdachte dat hij goed moet opletten en dat hij niet verplicht is om vragen te beantwoorden.
De kantonrechterbespreekt kort de inhoud van het dossier en stelt daarover vragen aan de verdachte.
De kantonrechtergeeft daarna aan de officier van justitie en de advocaat de gelegenheid om vragen te stellen aan de verdachte.
De verdachteverklaart:
We reden in de file met ongeveer dertig km per uur. Even daarvoor hadden we helemaal stilgestaan. Ik had voldoende afstand tot mijn voorganger. Degene voor mij ging op de rem, ik had goed zicht op de achterkant van zijn auto en dat ging heel plotseling. Ik kon een aanrijding toen niet meer voorkomen.
U vraagt of ik zicht had op de auto’s vóór mijn voorganger die ook betrokken waren bij de botsing. Dit had ik niet, ik reed in een relatief lage auto en keek tegen achterkant van de auto van mijn voorganger. U benoemt dat mijn vriendin destijds heeft verklaard dat mijn voorganger heel schokkerig reed. Dat klopt, hij reed heel brake-check-achtig.
De boete kan ik betalen, dit is een principekwestie.
De kantonrechterlaat de getuige de zittingszaal binnenkomen en stelt haar identiteit vast.
De getuigegeeft de volgende gegevens op:
[getuige] , geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats] , ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [plaats] . De getuige verklaart dat zij geen familie van de verdachte is en niet met hem is gehuwd of een geregistreerd partnerschap heeft.
De getuigelegt op de bij de wet voorgeschreven wijze de eed af de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen. De getuige staat daarmee onder ede.
De kantonrechtergeeft de advocaat en de verdachte als eerste de gelegenheid vragen te stellen aan de getuige en tegen de verklaring van de getuige in te brengen wat van belang kan zijn voor de verdediging. Daarna stellen de kantonrechter en de officier van justitie vragen aan de getuige.
De getuigeverklaart:
Ik zat in de auto naast de verdachte, mijn partner. Het klopt dat ik bij de politie heb verklaard dat onze voorganger kort en onnodig aan het remmen was. Ik herinner me nog dat ik zag dat hij op het moment van het ongeluk stapvoets op de linkerbaan reed en plotseling remde, terwijl de voertuigen daarvoor wel doorreden. Ik zag dat de persoon voor ons plots stil stond. Dit zag ik doordat de remlichten opeens verschenen terwijl we daarvoor stapvoets reden. Dit maakte het voor de verdachte onmogelijk om op tijd te remmen. Het was heel plots, de voorgaande bestuurders reden wél door. We waren met elkaar aan het praten maar niet op een afleidende manier.
De officier van justitievoert het woord. De officier van justitie vordert dat de kantonrechter:
- de strafbeschikking vernietigt;
- de verdachte veroordeelt voor het feit waarvan hij wordt beschuldigd;
- aan de verdachte een geldboete oplegt ter hoogte van € 460, bij niet voldoen te vervangen door 4 dagen hechtenis.
De advocaatvoert het woord:
Mijn cliënt kreeg onverwacht te maken met ernstige verkeershinder, naar verluidt omdat de bestuurder van de auto voor hem onder invloed ernstig verkeersgedrag vertoonde waardoor een kopstaartbotsing ontstond. Mijn cliënt heeft een botsing daardoor niet kunnen voorkomen. Buiten zijn toedoen werd de weg voor mijn cliënt immers volstrekt onverwacht onvoldoende vrijgehouden. De bestuurder van de voor mijn cliënt rijdende auto had THC in zijn bloed en heeft verklaard voorafgaand aan het ongeluk drie halve liters bier te hebben gedronken. Gelet op de onvoorspelbare situatie stelt de verdediging dat mijn cliënt in de kern de kop-staartbotsing niet heeft kunnen voorkomen. Om die reden is strafrechtelijke aansprakelijkheid niet aan de orde. Voor zover dat wel het geval is, verzoek ik om mijn cliënt schuldig te verklaren zonder straf op te leggen. Ik wijs daarvoor op het blanco strafblad, de verklaring van de werkgever en de overschrijding van de redelijke termijn van berechting.
De kantonrechtergeeft de officier van justitie de gelegenheid om te reageren op het standpunt van de verdediging.
De officier van justitiemaakt daarvan geen gebruik.
De verdachtekrijgt als laatste het woord. Hij verklaart:
Ik hoop dat dit rechtvaardig verloopt, ik vind mezelf niet schuldig. Dit proces valt zwaar, ik zit hier met spanning.
De kantonrechtersluit het onderzoek en doet onmiddellijk mondeling uitspraak. De kantonrechter spreekt het vonnis uit.
De kantonrechterzegt dat tegen dit vonnis binnen veertien dagen hoger beroep kan worden ingesteld.
AANTEKENING VAN HET MONDELINGE VONNIS