Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3679

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
16/350677-24
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 45 SrArt. 47 SrArt. 57 SrArt. 138ab Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gevangenisstraf voor grootschalige phishing en bankfraude met twintig slachtoffers

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 24 juni 2026 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen de verdachte, die werd beschuldigd van phishing, bankfraude, computervredebreuk, medeplegen van oplichting, diefstal en witwassen. De feiten betroffen grootschalige oplichtingspraktijken waarbij twintig slachtoffers betrokken waren.

De rechtbank verklaarde bewezen dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan computervredebreuk, het voorhanden hebben van voorwerpen bestemd voor oplichting, medeplegen van oplichting, diefstal en poging tot oplichting. De verdachte werd vrijgesproken van het witwassen wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank oordeelde dat de verdachte de modus operandi gebruikte waarbij hij zich voordeed als bankmedewerker en slachtoffers telefonisch benaderde om hen te bewegen tot het overmaken van geld of het verstrekken van inloggegevens.

De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, geheel onvoorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast werden de vorderingen van diverse benadeelde partijen, waaronder banken en individuele slachtoffers, toegewezen tot een totaalbedrag van tienduizenden euro's, vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank legde een schadevergoedingsmaatregel op zodat de Staat de incasso namens de benadeelden kan uitvoeren. De verdachte werd veroordeeld tot betaling van de toegewezen bedragen en proceskosten.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf en betaling van schadevergoedingen aan benadeelden, vrijspraak van witwassen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16/350677-24
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 24 juni 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [2003] in [geboorteplaats] (Verenigde Staten),
wonende op het adres [adres] , [woonplaats] ,
(hierna: de verdachte).

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 3 juni 2026. Het onderzoek is gesloten op 24 juni 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. M. Kalsbeek;
  • de advocaat van de verdachte: mr. M. Berndsen (hierna: de advocaat);
  • de benadeelde partij: [slachtoffer 1] ;
  • mevrouw [A] van Slachtofferhulp Nederland namens benadeelde partij [slachtoffer 2] .

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1
in de periode van 27 augustus 2024 tot en met 13 september 2024 in Almere samen met een ander of alleen opzettelijk en wederrechtelijk in de servers van de Rabobank en/of de ING bank en/of de ABN AMRO en/of de computersystemen van rekeninghouders [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [organisatie] is binnengedrongen;
feit 2
op 4 november 2024 in Almere twee iPhones en een laptop voorhanden heeft gehad met daarop materiaal dat bestemd was voor oplichtingspraktijken;
feit 3
in de periode van 4 juli 2024 tot en met 28 oktober 2024 in Almere samen met een ander of alleen, om zichzelf en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam, een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, rekeninghouders van de ABN AMRO bank en/of de Rabobank en/of de ING bank en/of de Bunq bank en/of de KNAB bank heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen en/of het ter beschikking stellen van hun inloggegevens;
feit 4
in de periode van 4 juli 2024 tot en met 28 oktober 2024 in Almere samen met een ander of alleen, geldbedragen van rekeninghouders van de ABN AMRO bank en/of de Rabobank en/of de ING bank en/of de Bunq bank en/of de KNAB bank heeft gestolen, door onrechtmatig verkregen inloggegevens te gebruiken en betalingen of overboekingen van hun bankrekeningen te autoriseren;
feit 5
in de periode van 2 oktober 2024 tot en met 4 november 2024 in Almere samen met een ander of alleen heeft geprobeerd om zichzelf en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam, een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, door drie rekeninghouders van de ABN AMRO bank en/of de Rabobank te bewegen om geldbedragen of inloggegevens af te geven;
feit 6
in de periode van 16 augustus 2024 tot en met 4 november 2024 in Almere diverse designer items en een (groot) geldbedrag heeft witgewassen en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat die voorwerpen van misdrijf afkomstig waren.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.De voorvragen

3.1
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft als preliminair verweer aangevoerd dat er sprake is van nietigheid van het onder feit 6 tenlastegelegde (witwassen), omdat de omschrijving van dit feit (in beide cumulatieve/alternatieve varianten) niet voldoet aan de eisen van artikel 261 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Volgens de raadsman is de dagvaarding onvoldoende feitelijk en onvoldoende specifiek, omdat niet duidelijk is op welke designer items en bedragen er wordt gedoeld.
3.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie licht toe dat het geldbedrag dat in de tenlastelegging wordt genoemd, ziet op de bedragen die zijn bij- en afgeschreven op/van de bankrekening van de verdachte en verwijst daarbij naar de dossierpagina’s vanaf 388, 404 en 408 en verder. Met diverse designer items wordt gedoeld op de merkproducten die onder de verdachte in beslag zijn genomen (met uitzondering van de goederen die reeds aan hem zijn teruggegeven), waar hij geen voldoende concrete en verifieerbare verklaring voor heeft kunnen gegeven. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de dagvaarding ten aanzien van beide punten geldig is.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de dagvaarding met betrekking tot feit 6 voldoende feitelijk en specifiek is, gelezen in samenhang met het onderliggende procesdossier en mede gelet op de toelichting van de officier van justitie ter terechtzitting. De rechtbank oordeelt daarom dat de dagvaarding geldig is.
Verder is deze rechtbank bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.Bewijs

4.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1 tot en met 6 heeft gepleegd. Ten aanzien van feit 6 acht de officier van justitie witwassen in de opzet variant wettig en overtuigend te bewijzen.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van de feiten 1, 3, 4 en 6. Met betrekking tot feit 5 verzoekt de advocaat om gedeeltelijke vrijspraak, te weten ten aanzien van slachtoffer [slachtoffer 5] . Tot slot refereert de advocaat zich ten aanzien van feit 2.
De advocaat heeft verschillende verweren gevoerd over het bewijs, die - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna worden besproken onder paragraaf 4.3.
4.3.1.
Oordeel van de rechtbank
4.3.2.
Bewijsmiddelen t.a.v. alle feiten [1]
De tenlastegelegde feiten 1, 2, 3, 4 en 5 zien op een phishing-constructie gecombineerd met bankhelpdeskfraude. Hoewel de verdachte heeft bekend dat hij gesprekken heeft gevoerd met een aantal (beoogde) slachtoffers, daarbij gebruikmakend van dezelfde modus operandi als bij de ten laste gelegde slachtoffers, heeft hij verklaard niet meer te weten bij welke specifieke slachtoffers hij betrokken is geweest. Namens de verdachte is in het verlengde van dat standpunt bepleit dat ten aanzien van geen van de 17 in de beschuldiging opgenomen slachtoffers kan worden bewezen dat de verdachte betrokken was, nu de ingezette digitale communicatiemiddelen niet steeds bij de verdachte in gebruik waren.
In het hiernavolgende zal de rechtbank de start en de grote lijn van het onderzoek beschrijven en het bewijs bespreken dat relevant is voor alle strafbare feiten. Daarbij zal telkens per slachtoffer specifiek worden verwezen naar de bewijsmiddelen in het dossier.
4.3.3.
Inleiding
Onderzoek Overhang is opgezet naar aanleiding van een aangifte [2] waaruit bleek dat het betreffende slachtoffer een phishing e-mail uit naam van de Kamer van Koophandel had ontvangen, met daarin een link, waar het slachtoffer op had geklikt om vervolgens zijn persoonsgegevens in te vullen. Hierna werd het slachtoffer gebeld door een onbekend telefoonnummer, waarvan de beller zich voordeed als een medewerker van de ABN AMRO bank. Deze beller heeft het slachtoffer onder valse voorwendselen ertoe bewogen om een geldbedrag over te maken. Het bleek dat deze specifieke modus operandi in meerdere aangiften naar voren kwam. Uit één van deze aangiften bleek dat een slachtoffer [3] was gebeld door telefoonnummer [telefoonnummer] . Uit de historische verkeersgegevens van dit telefoonnummer over de periode 8 augustus 2024 tot en met 4 september 2024 bleek dat het telefoonnummer in de voornoemde periode was gebruikt in een telefoontoestel (iPhone 8) met IMEI-nummer [IMEI-nummer] . [4] Uit de historische verkeersgegevens van dit IMEI-nummer bleek dat er in dit telefoontoestel in de bevraagde periode van 3 juni 2024 tot en met 8 oktober 2024 dertien telefoonnummers zijn gebruikt. Ook bleek dat het toestel hoofdzakelijk gebruik maakte van een GSM-mast gevestigd op de [adres] te [woonplaats] . [5] Op basis van de voornoemde feiten heeft het onderzoek zich gericht op het achterhalen van de gebruiker van deze iPhone 8 en de dertien telefoonnummers die hierin zijn gebruikt, om zowel de dader(s) als de slachtoffers van deze specifieke bankhelpdeskfraude te kunnen identificeren.
4.3.4.
Onderzoek naar de dertien telefoonnummers die gebruikt zijn in de iPhone 8
De historische verkeersgegevens zijn opgevraagd van de dertien telefoonnummers die in de bovengenoemde iPhone 8 zijn gebruikt. Hieruit bleek dat deze telefoonnummers in de periode van 1 juni 2024 tot en met 22 oktober 2024 wisselend in vier verschillende telefoontoestellen zijn gebruikt, met IMEI-nummers [IMEI-nummer] (de voormelde iPhone 8), [IMEI-nummer] (Samsung Galaxy A04e), [IMEI-nummer] (Alcatel 1B) en [IMEI-nummer] (iPhone X). Uit de historische verkeersgegevens is gebleken dat alle vier de telefoons in de bevraagde periode dezelfde GSM-masten hebben aangestraald. De GSM-mast die het meest werd aangestraald (ook in de nachtelijke uren), betrof de mast aan de [adres] te [woonplaats] . Daarnaast werd de mast [adres] te [woonplaats] ook vaak aangestraald. Deze GSM-masten lagen op ongeveer 450 meter afstand van elkaar.
Verder volgde uit dezelfde historische verkeersgegevens dat met de dertien telefoonnummers meerdere langdurige gesprekken zijn gevoerd met verschillende tegennummers. Uit onderzoek naar die tegennummers is gebleken dat tenminste vijf van deze personen [6] die door één van de dertien telefoonnummers gebeld zijn, vervolgens aangifte hadden gedaan van bankhelpdeskfraude. [7]
4.3.5.
Koppeling van IMEI-nummers [IMEI-nummer] , [IMEI-nummer] , [IMEI-nummer] en [IMEI-nummer] aan de verdachte
Vanaf 29 oktober 2024 is de telecommunicatie opgenomen die met de vier telefoontoestellen werd gevoerd. Opvallend is dat er voornamelijk vanaf het toestel met IMEI-nummer eindigend op [IMEI-nummer] (de iPhone 8) uitgaande gesprekken plaatsvonden. Telkens was te horen hoe de gebruiker van het betreffende toestel zich voorstelde als medewerker van de bank en een overeenkomstige modus operandi werd gebruikt. [8] Uit de mastgegevens blijkt dat in de bevraagde periode tijdens de uitgaande gesprekken, maar ook kort daarvoor en daarna telkens dezelfde zendmast werd aangestraald, aan de [adres] te [woonplaats] .
Het adres van de verdachte bevindt zich binnen het dekkingsgebied van deze zendmast. [9]
Op 4 november 2024 werd een technisch hulpmiddel ingezet om de locatie van de iPhone 8 te lokaliseren. Het toestel bleek in gebruik in de woning aan de [adres] te [woonplaats] . Dit betreft de woning van de verdachte. Uit het telecomverkeer waarmee live werd meegeluisterd, bleek dat er een uitgaand gesprek plaatsvond waarbij wederom te horen was hoe de dader volgens dezelfde modus operandi zich voorstelde als de heer [valse naam 1] / [valse naam 1] , medewerker van de bankafdeling Veiligheidszaken. Hierop is de politie in de woning binnengetreden en trof de verdachte aan, terwijl hij op dat moment het slachtoffer [slachtoffer 6] [10] aan de lijn van de iPhone 8 had. [11]
Uit het onderzoek naar de afgeluisterde telecommunicatie blijkt dat de gebruiker van deze iPhone 8 op 29, 30 en 31 oktober en 4 november 2024 steeds dezelfde persoon is geweest. De rechtbank stelt vast dat dit de verdachte is geweest, aangezien zijn stem is herkend in meerdere telefoongesprekken die tot zijn aanhouding met dit toestel zijn gevoerd. Te horen was dat meerdere slachtoffers volgens dezelfde modus operandi werden opgelicht. [12]
4.3.6.
Meerdere koppelingen tussen de beschuldigingen onder feit 1 tot en met 5 (de computervredebreuk, diverse diefstallen en (pogingen tot) oplichtingen en het voorhanden hebben van materiaal daarvoor) en de verdachte

Aangetroffen telefoons en laptops in de woning van de verdachte
De aanhouding van de verdachte op 4 november 2024 werd gevolgd door een doorzoeking in zijn woning aan de [adres] te [woonplaats] . Tijdens de doorzoeking werden onder andere de volgende goederen aangetroffen: 11 telefoons (8 iPhones, 2 Samsung telefoons, 1 Alcatel telefoon) en 3 laptops (2 HP laptops en 1 Dell laptop). [13] De verdachte had beschikkingsmacht over deze devices. Deze zijn immers bij hem op zijn slaapkamer aangetroffen. Van deze goederen zijn de hiernavolgende specifiek relevant gebleken.
- iPhone 8 (IMEI-nummer eindigend op [IMEI-nummer] )
Uit het onderzoek aan de aangetroffen iPhone 8 is gebleken dat er naast standaard telefoonapplicaties verschillende extra applicaties waren geïnstalleerd, waaronder teamviewer QuickSupport en Anydesk. Dit zijn apps waarmee op afstand verbinding kan worden gemaakt met een computer of telefoon, om mee te kijken of het apparaat over te nemen. Daarnaast waren ook de apps Linphone en Zoiper op de telefoon geïnstalleerd. Dit zijn apps voor het bellen via Voice-over-Internet Protocol (VOIP: bellen via internet), die vaak in combinatie worden gebruikt met
spoofing(het tijdelijk aannemen van een valse identiteit, zoals bijvoorbeeld een vals telefoonnummer). In de logbestanden van de apps is geconstateerd dat beide apps in de laatste helft van oktober 2024 zijn gebruikt. [14]
Verder zijn er ook 68 notities op de telefoon aangetroffen. Dit betroffen voornamelijk korte notities van twee regels, waarbij notities met een naam, datum, telefoonnummer, e-mailadres of een combinatie opvielen. Tijdens een zoekslag naar één van de telefoonnummers uit de notities, waarbij ook een datum stond vermeld, kwam in de politiesystemen een aangifte naar voren van een aangever die op dezelfde datum zou zijn gebeld door een man die zich voordeed als medewerker van de ABN AMRO Bank, wat opnieuw overeenkomt met de modus operandi van de verdachte. [15]
- iPhone 15 (IMEI-nummer [IMEI-nummer] )
Aan de iPhone 15 is het telefoonnummer [telefoonnummer] gekoppeld, dat op naam staat van de verdachte. In dit telefoontoestel zijn nog meer persoonlijke gegevens van de verdachte aangetroffen, zoals e-mailadressen, de ingestelde Apple ID, Whatsappberichten en foto’s. [16] Uit de afbeeldingen die op de telefoon zijn aangetroffen, bevonden zich onder andere – zoals ter terechtzitting waargenomen door de rechtbank – een foto van een gedeelte van een leadlijst, een foto van de verdachte uit juni 2024 met een stapel bankbiljetten aan zijn oor bij wijze van telefoon, de verdachte met een dikke stapel bankbiljetten in zijn hand en de verdachte in een Louis Vuitton winkel. [17]
Ook werden er in de telefoon notities aangetroffen, waarin persoons- en bankgegevens, e-mailadressen, bedragen en een begin van een belscript stonden. [18]
Daarnaast zijn er meerdere gesprekken gevonden op Telegram, Snapchat en Signal, die zagen op het plegen van strafbare feiten. Dit waren gesprekken over het kopen van leadlijsten, live gesprekken over acties tijdens het bellen in het kader van bankhelpdeskfraude, vragen over geldbedragen voor iPhones en uitgewisselde screenshots met gegevens van overboekingen van slachtoffers en bestellingen van producten. [19]
De gebruiker van de telefoon heeft op Telegram de naam ‘ [Telegram naam 1] ’ gebruikt, die later is vervangen door ‘ [Telegram naam 2] ’. In een gesprek tussen [Telegram naam 1] en ‘ [Telegram naam 3] ’ tussen 22 augustus 2024 en 3 oktober 2024 zijn cryptoadressen, bestelgegevens van pakketten en tientallen e-mailadressen met elkaar gedeeld. [20] In een ander gesprek dat plaatsvond tussen [Telegram naam 1] en ‘ [Telegram naam 4] ’, in de periode tussen 13 december 2023 en 29 december 2024, heeft [Telegram naam 1] vooral cryptoadressen en betaalverzoeken verstuurd en screenshots met e-mailadressen en bestelgegevens van pakketten ontvangen. [21]
Verder is er op Google gezocht naar de naam ‘ [naam] ’ en is de LinkedIn pagina van [naam] bezocht. Tot slot is er in de periode van 5 tot en met 30 oktober 2024 frequent gezocht naar alarmnummers van verschillende Nederlandse banken en Cardstop. [22]
- Alcatel (IMEI-nummers [IMEI-nummer] en eindigend op [IMEI-nummer] )
De bij verdachte aangetroffen Alcatel telefoon maakte gebruik van twee IMEI-nummers. Het IMEI-nummer eindigend op [IMEI-nummer] is, zoals eerder besproken, onderzocht. Uit de historische verkeersgegevens is gebleken dat er met dit toestel in de periode van 4 juli 2024 tot en met 31 oktober 2024 in totaal 209 keer is gebeld. Meerdere tegennummers die zijn gebeld, zijn in gebruik bij personen die melding of aangifte van bankfraude hebben gedaan. Verder werd in deze telefoon een Telegram app aangetroffen, waarbij er opnieuw gebruik werd gemaakt van de naam ‘ [Telegram naam 1] ’. Daarnaast blijkt uit de webgeschiedenis van de telefoon dat er gezocht is op termen voor apps voor spoofing, zoals Linphone, en werd deze app ook op de telefoon aangetroffen. [23]
- HP laptop (goednummer AAJZ2590NL)
De HP laptop is tijdens de aanhouding aangetroffen op het bed van de verdachte. Uit het eerste onderzoek aan deze laptop blijkt dat er in de documenten en downloads folders diverse leadlijsten zijn aangetroffen, waaronder één met ongeveer 12.000 regels van contactgegevens van verschillende personen. Er zijn ook meerdere tekstbestanden gevonden, waarin werd bijgehouden welke leads wel en niet succesvol waren. Meerdere personen van wie de naam in deze leadlijsten voorkwam, konden gekoppeld worden aan aangiften. [24] Verder zijn er twee bestanden aangetroffen genaamd Scripts, waarin een voorbeeld gesprek voor bankhelpdeskfraude werd beschreven, en energiecontracten op namen en adressen van verschillende personen. [25]
In het opvolgende onderzoek van deze laptop is het volgende aangetroffen. In de downloads map genaamd stond een html bestand van de e-mailinbox [e-mail adres] @protonmail.com. De titels van de mails hierin verwezen veelal naar leadlijsten. Verder zijn er 47 energiecontracten met persoonsgegevens en 55 andere leadlijsten aangetroffen, evenals tekstbestanden die het verloop en de status van de leads bijhielden. Uit de internethistorie blijkt dat er websites zijn bezocht die illegale beldiensten aanbieden (zoals spoofing). Ook zijn de webversies van de apps Telegram en Discord bezocht en werd de website van Amazon vaak bezocht. Er is daarnaast nog een zoekopdracht gedaan naar ‘ [naam] ’. Op de laptop zijn verder verschillende apps geïnstalleerd zoals Anydesk, teamviewer QuickSupport en Mulladvpn. Met de laatstgenoemde app kan de gebruiker van een laptop een ander IP-adres aannemen. [26]
- Simkaarten
Tijdens de doorzoeking zijn ook verschillende simkaarten aangetroffen. [27] Zes simkaarten die in de slaapkamer van de verdachte zijn gevonden, zijn onderzocht. Uit dit onderzoek is gebleken dat vijf van deze simkaarten gekoppeld waren aan telefoonnummers, waarvan er drie in de iPhone 8 van de verdachte hebben gezeten en één gebruikt is om meerdere slachtoffers te bellen. [28]

De verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 3 juni 2026
De verdachte heeft op zitting van 3 juni 2026 in de kern het hiernavolgende verklaard. De rechtbank merkt de verklaring van de verdachte in zoverre aan als bekennend en bezigt deze voor het bewijs. De verdachte heeft verklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het (pogen tot) oplichten van slachtoffers. Hij heeft verklaard dat hij tot aan zijn aanhouding hiermee bezig is geweest en dit bij een aantal slachtoffers is gelukt. Het klopt dat hij tijdens zijn aanhouding alleen in zijn slaapkamer was en op dat moment nog bezig was met het oplichten van een slachtoffer. Het klopt dat er toen meerdere telefoons en laptops bij hem zijn aangetroffen.
Voor het bellen van de slachtoffers gebruikte de verdachte telkens de iPhone 8. Over de iPhone 15 heeft de verdachte verklaard dat hij deze als zijn privételefoon gebruikte, en daarom zijn persoonlijke gegevens en apps daarop had ingesteld. Hiermee had hij ook contact met zijn vriendin. Op de HP laptop die in zijn slaapkamer is gevonden, stonden leadlijsten die hij heeft gebruikt om willekeurige telefoonnummers van slachtoffers te kiezen en op te bellen. Tijdens de gesprekken hanteerde de verdachte een script. Telkens belde hij de slachtoffers naar aanleiding van het feit dat de slachtoffers zouden zijn ingegaan op een e-mail die zogenaamd uit naam van de Kamer van Koophandel, DigiD of MijnOverheid zou zijn verzonden. De verdachte stelde de slachtoffers vragen over hun bankrekening en gaf daarna aan dat er een bepaald geldbedrag door de slachtoffers diende te worden geblokkeerd, zodat er geen mogelijke frauduleuze handelingen vanaf hun bankrekening konden worden verricht. Vervolgens zorgde de verdachte ervoor dat de slachtoffers een link via de mail kregen waar zij op moesten klikken en hun gegevens invullen, zodat er zogenaamd een blokkade zou zijn ingesteld, terwijl er in werkelijkheid een betaling van hun rekening werd verricht. Het klopt dat de mailboxen van Rabobank Hoofdkantoor en ING Hoofdkantoor de mailboxen zijn vanaf waar mails naar de slachtoffers werden verzonden.
Verder klopt het dat de bijnaam van de verdachte ‘ [bijnaam verdachte] ’ is en dat hij de eigenaar was van een eenmanszaak met de naam ‘ [eenmanszaak] ’. Tot slot klopt het dat hij wel eens op LinkedIn heeft gezocht naar de naam ‘ [naam] ’.
4.3.7.
Partiële vrijspraak t.a.v. feit 1 (computervredebreuk)
De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat uit het dossier volgt dat slachtoffer [slachtoffer 4] en/of [organisatie] mee is gegaan in het verhaal van de verdachte en vervolgens zelf overboekingen heeft gedaan. Niet is gebleken dat er in de beveiligde internetbankieren omgeving van het slachtoffer is binnengedrongen. Evenmin is gebleken dat er in haar computersysteem is binnengedrongen, aangezien er volgens de Anydesk logs van de HP laptop die bij de verdachte is aangetroffen geen verbinding is gemaakt op 13 september 2024 (de pleegdatum die in de aangifte van het slachtoffer is opgenomen). De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van betrokkenheid bij dit slachtoffer.
4.3.8.
Bewijsoverwegingen t.a.v. computervredebreuk (feit 1), voorhanden hebben van materiaal bestemd voor oplichting (feit 2), oplichting van 17 slachtoffers (feit 3), diefstal van geldbedragen van 7 slachtoffers (feit 4) en de poging tot oplichting van 3 slachtoffers (feit 5)
De verdachte heeft onderdelen van feiten 2, 3 en 4 bekend. De advocaat heeft (al dan niet gedeeltelijke) vrijspraak bepleit van de feiten 1, 3, 4 en 5. De rechtbank zal daarom ingaan op de gedeelten die, in het licht van de gevoerde verweren en de hierboven genoemde bewijsmiddelen, een nadere motivering behoeven. Allereerst is de vaststelling van het volgende van belang.

Toerekening van de devices/telefoonnummers en bespreking van het alternatief scenario
Volgens het alternatieve scenario van de verdachte zouden in ieder geval de iPhone 8, de iPhone 15 en de HP laptop in de ten laste gelegde periodes niet uitsluitend in zijn bezit zijn geweest en zou hij daarom niet (als enige) verantwoordelijk zijn geweest voor de beschuldigingen onder feit 1 tot en met 5. Volgens de verdachte zou hij de iPhone 8 en de HP laptop telkens voor een zekere periode van een ander manspersoon, bij hem slechts bekend onder de bijnaam ‘ [bijnaam] ’, hebben gekregen voor het uitvoeren van de oplichtingspraktijken, waarna hij deze devices weer aan deze persoon afstond. De verdediging stelt zich op het standpunt dat het – nu niet kan worden vastgesteld wanneer welk device precies in gebruik was bij wie – mogelijk is dat deze onbekende persoon in plaats van de verdachte de dader was. De verdachte heeft verklaard dat hij denkt dat deze onbekende persoon zich in de buurt van zijn huis heeft opgehouden tijdens het plegen van de strafbare feiten, wat het aanstralen van de zendmasten door die devices nabij zijn woning zou moeten verklaren. Ook zou de verdachte zijn privételefoon, de iPhone 15, regelmatig voor enige tijd aan deze persoon hebben afgegeven. Hij zou deze telefoon van deze persoon hebben overgenomen, maar omdat er nog materiaal van deze persoon op de telefoon stond wilde die hem soms terug hebben. De belastende Snapchat en Telegram gesprekken die op deze telefoon zijn aangetroffen, zou hij niet hebben gevoerd.
De verdachte heeft in het midden gelaten op welk moment zijn betrokkenheid zou zijn begonnen. Hij duidt die betrokkenheid als kortstondig, door hem geschat op enkele weken.
De rechtbank neemt in aanmerking dat de verdachte onvoldoende concrete aanknopingspunten heeft aangedragen om het alternatieve scenario te kunnen verifiëren. Van het daadwerkelijke bestaan van een persoon met de bijnaam [bijnaam] is niet gebleken. Er is geen telefoon- of berichtenverkeer aangetroffen wat erop duidt dat de verdachte een samenwerkingsverband met deze persoon heeft gehad waarbij devices telkens werden overgedragen. De verklaring van de verdachte over [bijnaam] biedt overigens ook geen enkel concreet aanknopingspunt voor het verrichten van zinvol nader onderzoek naar de identiteit van deze persoon. De verdachte heeft immers slechts een zeer vage en algemene beschrijving gegeven van deze persoon, wat te denken geeft in het licht van de door hem gestelde samenwerking.
De rechtbank gaat er voorts ook van uit dat de verdachte de uitsluitende gebruiker van de iPhone 15 was. Het is op zich al weinig geloofwaardig dat de verdachte zijn privételefoon, waarop persoonlijke gegevens, foto’s en dergelijke zijn opgeslagen, frequent aan een ander zou uitlenen.
Op deze iPhone 15 zijn voorts Snapchat en Telegram gesprekken gevonden, die zien op het plegen van strafbare feiten. De verdachte ontkent dat hij deze gesprekken heeft gevoerd. Op Snapchat noemde de gebruiker zichzelf [Telegram naam 2] (gebruikersnaam [Snapchat gebruikernaam verdachte] ). Ook is er een Snapchatgesprek aangetroffen waarin [Telegram naam 2] zich voorstelde als [bijnaam verdachte] . [29] De verdachte heeft op zitting van 3 juni 2026 bevestigd dat [bijnaam verdachte] zijn bijnaam is. Hij heeft ook bevestigd dat hij een eenmanszaak heeft met de naam [eenmanszaak] . [30] Verder werd op de iPhone 15 (evenals op de Alcatel telefoon die bij hem is aangetroffen [31] ) de Telegram naam [Telegram naam 1] gebruikt, die later is gewijzigd naar [Telegram naam 2] . Op basis van het voorgaande concludeert de rechtbank dat verdachte de gebruikersnamen [Telegram naam 2] en [Telegram naam 1] hanteert, waaruit volgt dat hij vanaf de iPhone 15, zijn privételefoon, de gesprekken heeft gevoerd die zien op strafbare feiten. [32]
Uit het onderzoek naar de historische verkeersgegevens van deze telefoontoestellen is verder gebleken dat telkens dezelfde GSM-mast (op de [adres] te [woonplaats] ) is aangestraald, dat het dekkingsgebied bestrijkt waar de woning van de verdachte zich bevindt. Bovendien is de verdachte op heterdaad aangehouden, terwijl er live werd meegeluisterd hoe de dader zich in een gesprek met een slachtoffer volgens de gebruikelijke modus operandi voorstelde als een medewerker van de bank. In alle meegeluisterde en getapte telefoongesprekken met slachtoffers is zijn stem herkend. Verder zijn bij hem aangetroffen telefoontoestellen en een laptop gebruikt voor het plegen van deze feiten.
Op basis van de bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen, schuift de rechtbank het alternatieve scenario waarin een onbekende derde de feiten zou hebben gepleegd als niet aannemelijk terzijde. De rechtbank concludeert dat verdachte in de ten laste gelegde periodes – en dus aanzienlijk langer dan hijzelf heeft verklaard – de gebruiker is geweest van de aangetroffen devices en van de betreffende telefoonnummers die in diverse telefoontoestellen zijn gebruikt om de slachtoffers telefonisch te benaderen.

Ten aanzien van feit 1
Ten aanzien van feit 1 oordeelt de rechtbank op basis van de aangifte van slachtoffer [slachtoffer 3] [33] en de Anydesk logs van de HP laptop [34] die bij de verdachte is aangetroffen, dat hij heeft binnengedrongen in het computersysteem van het slachtoffer en dat hij dit heeft gedaan door middel van materialen en gegevens die hij voorhanden had voor het plegen van oplichting. Immers is de verdachte degene waarbij de laptop is aangetroffen en heeft hij zelf verklaard hiervan gebruik te hebben gemaakt. De rechtbank stelt vast dat op de laptop de app Anydesk geïnstalleerd stond [35] en dat uit de logs hiervan is gebleken dat op 27 augustus 2024 middels deze app verbinding is gemaakt met een ander apparaat, waarvan het IP-adres op naam van het slachtoffer stond. [36] De rechtbank concludeert daarom dat de verdachte als gebruiker van de laptop op 27 augustus 2024 via de Anydesk toegang moet hebben verkregen tot de iPad van het slachtoffer.
Aangezien de rechtbank de verdachte onder punt 4.3.6. heeft vrijgesproken ten aanzien van het tweede slachtoffer onder feit 1, oordeelt de rechtbank dat er geen sprake is van een langere pleegperiode. De rechtbank oordeelt uitsluitend wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 27 augustus 2024 is binnengedrongen in het computersysteem van slachtoffer [slachtoffer 3] . Dit betekent dat de rechtbank de verdachte partieel zal vrijspreken, te weten van de overige tenlastegelegde periode. Ook zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van het bestanddeel medeplegen.

Ten aanzien van feit 2
De rechtbank oordeelt dat feit 2 wettig en overtuigend bewezen is, aangezien de ten laste gelegde iPhone 8, iPhone 15 en de HP laptop met daarop materiaal dat bestemd was voor oplichtingspraktijken in de woning van de verdachte zijn aangetroffen en de verdachte heeft bekend dat hij degene was die deze voorhanden heeft gehad. De rechtbank ziet onvoldoende bewijs voor medeplegen, zodat van dat onderdeel wordt vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 3 en 4
De rechtbank zal hieronder per aangever uiteenzetten waarom zij tot een bewezenverklaring komt. Voordat de rechtbank ingaat op de afzonderlijke aangevers, is het volgende van belang.
Modus operandi
Uit de hiervoor beschreven bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte telkens gebruik heeft gemaakt van een specifieke modus operandi. Dit houdt in dat de wijze waarop de verdachte te werk is gegaan, veelal dezelfde is geweest, met mogelijk kleine variaties. De verdachte heeft ook erkend dat hij deze modus operandi heeft toegepast. De verdachte benaderde de slachtoffers telefonisch en stelde zich telkens voor als de heer [valse naam 1] / [valse naam 1] van de Rabobank, ING of ABN AMRO, afdeling Veiligheidszaken. Vervolgens gaf de verdachte als zogenaamde bankmedewerker aan dat er een melding van een verdachte inlogregistratie op de rekening van een slachtoffer was geconstateerd. Daarna vroeg de verdachte of het slachtoffers mogelijk via een phishingmail van de Kamer van Koophandel, DigiD of MijnOverheid gegevens had ingevuld en gaf aan dat er betalingen met de rekening plaatsvonden die geblokkeerd moesten worden. Als slachtoffers meegingen in dit verhaal, bewoog de verdachte hen om handelingen uit te voeren om de zogenaamde blokkeringen door te voeren. In werkelijkheid voerden slachtoffers daarmee echter betalingen uit aan verschillende webshops. [37] Dat overwegend deze modus operandi is gebruikt, sluit niet uit dat de verdachte in enkele gevallen mogelijk (iets) anders te werk is gegaan. Sommige slachtoffers werden bijvoorbeeld ook bewogen tot het installeren van programma’s, waarna hun computers konden worden overgenomen en weer andere slachtoffers werden bewogen om hun fysieke bankpas en/of creditcard af te geven aan iemand die deze in persoon bij hen thuis kwam ophalen.
1.
[slachtoffer 7]
Uit de aangifte [38] blijkt dat slachtoffer [slachtoffer 7] telefonisch is benaderd. Het slachtoffer is gebeld door een zogenaamde beveiliger van de Rabobank wegens frauduleuze handelingen op haar bankrekening en het feit dat haar bankpas een virus zou hebben. Een ander persoon kwam de bankpas en Raboscanner bij het slachtoffer ophalen en noemde ter legitimatie een code. Vervolgens moest het slachtoffer zogenaamd een nieuwe pincode verzinnen door eerst na een pieptoon de oude pincode in te spreken. Er is daarna geld van haar bankrekening gepind. Ook moest de aangever iets voor haar KNAB rekening installeren, waarna er een betaling heeft plaatsgevonden aan Amazon.
Op basis van het volgende is deze aangifte te koppelen aan de verdachte. Dezelfde modus operandi is gebruikt. Het slachtoffer is gebeld door het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] , dat in de iPhone 8 van de verdachte heeft gezeten. [39] Tevens is de simkaart van dit telefoonnummer in de woning van de verdachte aangetroffen. [40] De iPhone 8 heeft in de periode, waarin tevens de pleegdatum met betrekking tot dit slachtoffer valt, voornamelijk gebruik gemaakt van de GSM-mast aan de [adres] te [woonplaats] . De woning van de verdachte ligt binnen het bereik van deze mast. [41]
2.
[slachtoffer 8]
Uit de aangifte [42] blijkt dat slachtoffer [slachtoffer 8] middels een mail gevolgd door een telefoontje is benaderd. Het slachtoffer is gebeld door een zogenaamde bankmedewerker, zich noemend [valse naam 2] . Het slachtoffer kreeg vervolgens een mail uit naam van de ABN AMRO met daarin een link naar de website van [website] .nl. Het slachtoffer heeft hierop geklikt en moest iets bevestigen, waarna er geld is afgeschreven.
Op basis van het volgende is deze aangifte te koppelen aan de verdachte. Dezelfde modus operandi is gebruikt. Het terugkerende e-mailadres [e-mail adres] .eu is gebruikt om het slachtoffer te mailen. Het slachtoffer is gebeld door het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] , dat in de iPhone 8 van de verdachte heeft gezeten. [43] Tevens is de simkaart van dit telefoonnummer in de woning van de verdachte aangetroffen. [44] Uit de locatiegegevens blijkt dat de iPhone 8 vooral de GSM-mast aan de [adres] te [woonplaats] aanstraalde. [45] De woning van de verdachte ligt binnen het bereik van deze mast. [46]
3.
[slachtoffer 3]
Uit de aangifte [47] blijkt dat slachtoffer [slachtoffer 3] middels een mail gevolgd door een telefoontje is benaderd. Het slachtoffer had eerst een mail ontvangen uit naam van DigiD via [e-mail adres] .eu met een link daarin, waarop het slachtoffer had geklikt en haar gegevens had ingevuld. Daarna is het slachtoffer gebeld door een zogenaamde medewerker van de Rabobank. Het slachtoffer heeft Anydesk en Quicksupport moeten installeren, waardoor een remote verbinding met haar iPad kon worden gemaakt en geld is afgeschreven.
Op basis van het volgende is deze aangifte te koppelen aan de verdachte. Dezelfde modus operandi is gebruikt. Het terugkerende e-mailadres [e-mail adres] .eu is gebruikt om het slachtoffer te mailen. Het slachtoffer is gebeld door het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] , dat in de iPhone 8 van de verdachte heeft gezeten. [48] Tevens is de simkaart van dit telefoonnummer in de woning van de verdachte aangetroffen. [49] Verder komt het IP-adres van het slachtoffer voor in de Anydesk logs in de HP laptop van de verdachte. [50] Tot slot blijkt uit de locatiegegevens dat dit telefoontoestel vooral de GSM-mast aan de [adres] te [woonplaats] aanstraalde. [51] De woning van de verdachte ligt binnen het bereik van deze mast. [52]
4.
[slachtoffer 4] en/of [organisatie]
Uit de aangifte [53] blijkt dat slachtoffer [slachtoffer 4] (ook namens [organisatie] ) telefonisch is benaderd. Het slachtoffer is gebeld door een zogenaamde medewerker van de fraudeafdeling van de ING bank, genaamd [naam] ., wegens frauduleuze handelingen die geconstateerd waren op haar bankrekening. Het slachtoffer heeft voor zowel de ING als ABN AMRO bedragen moeten overmaken en heeft tevens Anydesk moeten installeren, waarna er ook geld van haar bankrekening is afgeschreven.
Op basis van het volgende is deze aangifte te koppelen aan de verdachte. Dezelfde modus operandi is gebruikt, waaronder de terugkerende naam [naam] . Op de iPhone 15 van de verdachte, die in zijn woning is aangetroffen, is tevens een LinkedIn pagina op naam van ‘ [naam] ’ bezocht. [54] De verdachte heeft dit ter terechtzitting erkend. Het slachtoffer is gebeld door het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] , dat in de iPhone 8 van de verdachte heeft gezeten. [55] Uit de locatiegegevens blijkt dat dit telefoontoestel vooral de GSM-mast aan de [adres] te [woonplaats] aanstraalde. [56] De woning van de verdachte ligt binnen het bereik van deze mast. [57]
5.
[slachtoffer 9]
Uit de aangifte [58] blijkt dat slachtoffer [slachtoffer 9] telefonisch is benaderd. Het slachtoffer is zogenaamd gebeld door een medewerker van de fraudeafdeling van de ING, genaamd [valse naam 3] , wegens frauduleuze handelingen die geconstateerd waren op haar bankrekening. Het slachtoffer is gevraagd naar gegevens van haar creditcard, om een blokkade te zetten op uitgaande betalingen. Toen het slachtoffer controleerde of het telefoonnummer dat haar belde ( [telefoonnummer] ) daadwerkelijk de ING fraude telefoonlijn betrof, leek dit te kloppen. Bij dit slachtoffer is blijkbaar gebruik gemaakt van spoofing, aangezien zij in contact leek te staan met de echte alarmlijn van de ING. Vervolgens heeft er een creditcardafschrijving plaatsgevonden aan Amazon.
Op basis van het volgende is deze aangifte te koppelen aan de verdachte. Dezelfde modus operandi is gebruikt. Het slachtoffer dacht te zijn gebeld door een telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] , maar werd in werkelijkheid gebeld door het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] , dat in de iPhone 8 van de verdachte heeft gezeten. [59] Op deze telefoon zijn de applicaties Linphone en Zoiper aangetroffen, die doorgaans in combinatie met spoofing worden gebruikt. [60] Het is aannemelijk dat de verdachte ten aanzien van dit slachtoffer gebruik heeft gemaakt om zijn echte telefoonnummer te verhullen. Verder blijkt uit de locatiegegevens dat de iPhone 8 vooral de GSM-mast aan de [adres] te [woonplaats] aanstraalde. [61] De woning van de verdachte ligt binnen het bereik van deze mast. [62]
6.
[slachtoffer 10]
Uit de aangifte [63] blijkt dat slachtoffer [slachtoffer 10] telefonisch is benaderd. Het slachtoffer is gebeld door een zogenaamde medewerker van de Rabobank, omdat er internetcriminelen bezig waren en het geld van het slachtoffer moest worden veiliggesteld. Het slachtoffer moest daarom geld overmaken, hetgeen het slachtoffer deed. Een seconde later was dat bedrag weer teruggeboekt, wat daarna nogmaals van haar bankrekening is afgeschreven.
Op basis van het volgende is deze aangifte te koppelen aan de verdachte. Dezelfde modus operandi is gebruikt. Het slachtoffer is gebeld door het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] dat in de Alcatel telefoon van de verdachte heeft gezeten, die in zijn slaapkamer is aangetroffen. [64] Uit de locatiegegevens blijkt dat dit telefoontoestel vooral de GSM-mast aan de [adres] te [woonplaats] aanstraalde. [65] De woning van de verdachte ligt binnen het bereik van deze mast. [66]
7.
[slachtoffer 11]
Uit de aangifte [67] blijkt dat slachtoffer [slachtoffer 11] telefonisch is benaderd. Het slachtoffer is eerst gebeld door een zogenaamde medewerker van de fraudeafdeling van de Rabobank, wegens frauduleuze handelingen die geconstateerd waren op zijn bankrekening. Het slachtoffer heeft daarna drie mails ontvangen van rabohoofdkantoorr@proton.me met daarin links, waar hij op heeft geklikt en waardoor hij betalingen heeft gedaan voor bestellingen op bol.com, Amazon en [website] .nl en geld is afgeschreven.
Op basis van het volgende is deze aangifte te koppelen aan de verdachte. Dezelfde modus operandi is gebruikt. Het slachtoffer is gebeld door het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] dat in de Alcatel telefoon van de verdachte heeft gezeten, die in zijn slaapkamer is aangetroffen. [68] Dit blijkt uit de historische verkeersgegevens van deze telefoon. [69] Uit de locatiegegevens blijkt dat dit telefoontoestel vooral de GSM-mast aan de [adres] te [woonplaats] aanstraalde. [70] De woning van de verdachte ligt binnen het bereik van deze mast. [71] Verder komen de gegevens van het slachtoffer uit een leadlijst, die is aangetroffen op de HP laptop van de verdachte. [72] Daarnaast is de mailbox van Rabobank Hoofdkantoor (het e-mailadres waarvan het slachtoffer mails ontving) aangetroffen in de iPhone 8 van de verdachte. [73]
8.
[slachtoffer 1]
Uit de aangifte [74] blijkt dat slachtoffer [slachtoffer 1] telefonisch is benaderd. Het slachtoffer is gebeld door een zogenaamde bankmedewerker van de fraudeafdeling van de Rabobank wegens frauduleuze handelingen die geconstateerd waren op zijn bankrekening en geblokkeerd moesten worden. Het slachtoffer kreeg een link via de mail, heeft hierop geklikt en een betaalbevestiging voor de Mediamarkt bevestigd met zijn Rabo-reader. Er is toen geld van zijn bankrekening afgeschreven. Ook was er geld afgeschreven van zijn creditcard.
Op basis van het volgende is deze aangifte te koppelen aan de verdachte. Dezelfde modus operandi is gebruikt. Het slachtoffer is gebeld door het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] , dat in de iPhone 8 van de verdachte heeft gezeten en die in zijn slaapkamer is aangetroffen. Dit blijkt uit de historische verkeersgegevens van deze telefoon. [75] Uit de locatiegegevens blijkt dat dit telefoontoestel vooral de GSM-mast aan de [adres] te [woonplaats] aanstraalde. [76] De woning van de verdachte ligt binnen het bereik van deze mast. [77] Verder komt het e-mailadres van het slachtoffer voor in een Telegramgesprek met ‘ [Telegram naam 3] ’ van eind september 2024 dat op de iPhone 15 van de verdachte is aangetroffen. [78] Ook dat verdraagt zich niet met de stelling van de verdachte dat hij zich slechts kort bezighield met de strafbare feiten.
9.
[slachtoffer 12]
Uit de aangifte [79] blijkt dat slachtoffer [slachtoffer 12] via de mail gevolgd door een telefoontje is benaderd. Het slachtoffer kreeg eerst een mail van MijnOverheid via [e-mail adres] .eu. Daarna is het slachtoffer gebeld door een zogenaamde medewerker van de fraudeafdeling van de Rabobank, genaamd de heer [valse naam 1] . Het slachtoffer diende een overschrijving te blokkeren en heeft hierdoor middels de Rabo Scanner geld overgemaakt naar de Coolblue. Er is toen geld van de bankrekening afgeschreven.
Op basis van het volgende is deze aangifte te koppelen aan de verdachte. Dezelfde modus operandi is gebruikt. Het terugkerende e-mailadres [e-mail adres] .eu is gebruikt om het slachtoffer te mailen. Het slachtoffer is gebeld door het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] , dat in de iPhone 8 van de verdachte heeft gezeten, die in zijn slaapkamer is aangetroffen. Dit blijkt uit de historische verkeersgegevens van deze telefoon. [80] Uit de locatiegegevens blijkt dat dit telefoontoestel vooral de GSM-mast aan de [adres] te [woonplaats] aanstraalde. [81] De woning van de verdachte ligt binnen het bereik van deze mast. [82]
10.
[slachtoffer 13]
Uit de aangifte [83] blijkt dat slachtoffer [slachtoffer 13] via de mail gevolgd door een telefoontje is benaderd. Het slachtoffer had eerst een mail uit naam van DigiD ontvangen en haar gegevens hierop ingevuld. Daarna is het slachtoffer gebeld door een medewerker van de fraudeafdeling van de Rabobank, genaamd [valse naam 1] , met het telefoonnummer [telefoonnummer] , wegens frauduleuze handelingen die op haar bankrekening zouden zijn geconstateerd. Het slachtoffer moest haar creditcardgegevens doorgeven en twee betalingen accepteren, zodat de fraude geblokkeerd kon worden. In plaats daarvan vonden er betalingen plaats en is er geld van haar rekening afgeschreven.
Op basis van het volgende is deze aangifte te koppelen aan de verdachte. Dezelfde modus operandi is gebruikt. Het slachtoffer dacht te zijn gebeld door een telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] , maar werd in werkelijkheid gebeld door het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] , dat in de iPhone 8 van de verdachte heeft gezeten. [84] Op deze telefoon zijn de applicaties Linphone en Zoiper aangetroffen, die doorgaans in combinatie met spoofing worden gebruikt. [85] Het is daarom aannemelijk dat de verdachte hiervan gebruik heeft gemaakt om zijn echte telefoonnummer te verhullen. Verder blijkt uit de locatiegegevens dat de iPhone 8 vooral de GSM-mast aan de [adres] te [woonplaats] aanstraalde. [86] De woning van de verdachte ligt binnen het bereik van deze mast. [87] Tevens is in de iPhone 15 van de verdachte in een Telegramgesprek met ‘ [Telegram naam 4] ’ een screenshot van 03-10-2024 aangetroffen met een bestelling van de Mediamarkt op naam van het slachtoffer. [88]
11.
[slachtoffer 14]
Uit de aangifte [89] blijkt dat slachtoffer [slachtoffer 14] via de mail gevolgd door een telefoontje is benaderd. Het slachtoffer ontving eerst een mail uit naam van MijnOverheid en had haar gegevens voor internetbankieren hierop ingevuld. Daarna werd zij gebeld door een zogenaamde medewerker van de Rabobank. Het slachtoffer moest gegevens doornemen en een bedrag overmaken, waarna er een bedrag van haar rekening is afgeschreven en terecht is gekomen bij Giftcard now.
Op basis van het volgende is deze aangifte te koppelen aan de verdachte. Dezelfde modus operandi is gebruikt. Het slachtoffer is gebeld door het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] , dat in de iPhone 8 van de verdachte heeft gezeten, die in zijn slaapkamer is aangetroffen. Dit blijkt uit de historische verkeersgegevens van deze telefoon. [90] Uit de locatiegegevens blijkt dat dit telefoontoestel vooral de GSM-mast aan de [adres] te [woonplaats] aanstraalde. [91] De woning van de verdachte ligt binnen het bereik van deze mast. [92]
12.
[slachtoffer 2]
Uit de aangifte [93] blijkt dat slachtoffer [slachtoffer 2] via de mail gevolgd door een telefoontje is benaderd. Het slachtoffer ontving eerst een mail uit naam van DigiD via [e-mail adres] .eu, met daarin een link waar zij op heeft geklikt en haar gegevens heeft ingevuld. Het slachtoffer werd daarna gebeld door een medewerker van de ING bank, omdat er frauduleuze handelingen zouden zijn geconstateerd op haar bankrekening. Er is toen een bedrag afgeschreven. Vervolgens moest het slachtoffer op de webpagina van Safari een link invullen, waarna zij een betaalverzoek heeft geaccepteerd en een betaling vanaf haar bankrekening is gedaan. Daarna werd haar fysieke betaalpas bij haar opgehaald, waarbij een code ter legitimatie werd opgenoemd. Vervolgens moest het slachtoffer zogenaamd een nieuwe pincode verzinnen door eerst na een pieptoon de oude pincode in te spreken. Er is daarna geld van haar bankrekening gepind.
Op basis van het volgende is deze aangifte te koppelen aan de verdachte. Dezelfde modus operandi is gebruikt. Het terugkerende e-mailadres [e-mail adres] .eu is gebruikt om het slachtoffer te mailen. Het slachtoffer is gebeld door het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] , dat in de iPhone 8 van de verdachte heeft gezeten en die in zijn slaapkamer is aangetroffen. Dit blijkt uit de historische verkeersgegevens van deze telefoon. [94] Uit de locatiegegevens blijkt dat dit telefoontoestel vooral de GSM-mast aan de [adres] te [woonplaats] aanstraalde. [95] De woning van de verdachte ligt binnen het bereik van deze mast. [96] Tevens is in de iPhone 15 van de verdachte in een Telegramgesprek met ‘ [Telegram naam 4] ’ een screenshot van 04-10-2024 aangetroffen van een bezorgapp, waarop het afleveradres van het slachtoffer stond en de verzender Mediamarkt was. [97] Tot slot is er in de iPhone 15 van de verdachte ook in een Telegramgesprek met ‘ [Telegram naam 3] ’ een screenshot aangetroffen van een gekoppeld Gmail account van het slachtoffer. [98]
13.
[slachtoffer 15]
Uit de aangifte [99] blijkt dat slachtoffer [slachtoffer 15] via de mail gevolgd door een telefoontje is benaderd. Het slachtoffer ontving eerst een mail die zij uit naam van MijnOverheid had ontvangen via [e-mail adres] .eu met daarin een link, waarop zij had geklikt en haar gegevens had ingevuld. Daarna werd het slachtoffer gebeld door een zogenaamde medewerker van de fraudeafdeling van de Rabobank, genaamd de heer [valse naam 1] , wegens frauduleuze handelingen die met haar bankrekening zouden zijn geconstateerd. Het slachtoffer kreeg vier betaallinken toegestuurd, waardoor geld is afgeschreven. Het slachtoffer heeft haar creditcard gegevens ook gegeven. Er hebben vervolgens afschrijvingen vanaf haar bankrekening en vanaf haar creditcard plaatsgevonden.
Op basis van het volgende is deze aangifte te koppelen aan de verdachte. Dezelfde modus operandi is gebruikt. Het terugkerende e-mailadres [e-mail adres] .eu is gebruikt om het slachtoffer te mailen. Het slachtoffer dacht te zijn gebeld door een telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] , maar werd in werkelijkheid gebeld door het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] , dat in de iPhone 8 van de verdachte heeft gezeten. [100] Op deze telefoon zijn de applicaties Linphone en Zoiper aangetroffen, die doorgaans in combinatie met spoofing worden gebruikt. [101] Het is daarom aannemelijk dat de verdachte hiervan gebruik heeft gemaakt om zijn echte telefoonnummer te verhullen. Verder blijkt uit de locatiegegevens dat de iPhone 8 vooral de GSM-mast aan de [adres] te [woonplaats] aanstraalde. [102] De woning van de verdachte ligt binnen het bereik van deze mast. [103] Tevens is in de iPhone 15 van de verdachte in een Telegramgesprek met ‘ [Telegram naam 3] ’ een screenshot aangetroffen van een gekoppeld Gmail account van het slachtoffer. [104]
14.
[slachtoffer 16]
Uit de aangifte [105] blijkt dat slachtoffer [slachtoffer 16] via de mail gevolgd door een telefoontje is benaderd. Het slachtoffer ontving eerst een mail die zij uit naam van de Kamer van Koophandel of van DigiD had ontvangen, waar zij haar gegevens moest invullen. Daarna werd het slachtoffer gebeld door een zogenaamde medewerker van de Rabobank, genaamd de heer [valse naam 1] . Het slachtoffer ontving vervolgens van de mailbox Rabobank hoofdkantoor een link om een blokkade te activeren, maar nadat zij hierop klikte, hebben er vier transacties plaatsgevonden bij onder andere Amazon, de Mediamarkt en A-Mac.
Op basis van het volgende is deze aangifte te koppelen aan de verdachte. Dezelfde modus operandi is gebruikt. Het terugkerende e-mailadres [e-mail adres] .eu is gebruikt om het slachtoffer te mailen. Het slachtoffer dacht te zijn gebeld door een telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] , maar werd in werkelijkheid gebeld door het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] , dat in de iPhone 8 van de verdachte heeft gezeten. [106] Op deze telefoon zijn de applicaties Linphone en Zoiper aangetroffen, die doorgaans in combinatie met spoofing worden gebruikt. [107] Het is daarom aannemelijk dat de verdachte hiervan gebruik heeft gemaakt om zijn echte telefoonnummer te verhullen. Verder blijkt uit de locatiegegevens dat de iPhone 8 vooral de GSM-mast aan de [adres] te [woonplaats] aanstraalde. [108] De woning van de verdachte ligt binnen het bereik van deze mast. [109] De woning van de verdachte ligt binnen het bereik van deze mast. [110] Tevens zijn de gegevens van het slachtoffer in de notities aangetroffen van de iPhone 15 van de verdachte. [111]
15.
[slachtoffer 17]
Uit de aangifte [112] blijkt dat slachtoffer [slachtoffer 17] telefonisch is benaderd. Het slachtoffer is gebeld door een zogenaamde medewerker van de Rabobank, omdat er frauduleuze handelingen op haar rekening zouden zijn geconstateerd. Hiervoor moest een blokkade middels de Rabo Scanner plaatsvinden, maar in plaats daarvan werd er geld van haar bankrekening afgeschreven.
Op basis van het volgende is deze aangifte te koppelen aan de verdachte. Dezelfde modus operandi is gebruikt. Het slachtoffer is gebeld door het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] , dat in de iPhone 8 van de verdachte heeft gezeten en die in zijn slaapkamer is aangetroffen. Dit blijkt uit de historische verkeersgegevens van deze telefoon. [113] Uit de locatiegegevens blijkt dat dit telefoontoestel vooral de GSM-mast aan de [adres] te [woonplaats] aanstraalde. [114] De woning van de verdachte ligt binnen het bereik van deze mast. [115] Tevens is in de iPhone 15 van de verdachte in een Telegramgesprek met ‘ [Telegram naam 4] ’ een screenshot van 14-10-2024 aangetroffen met een ingekomen betaling op naam van het slachtoffer, dat vervolgens in drie bedragen van de rekening werd gepind. [116]
16.
[slachtoffer 18]
Uit de aangifte [117] blijkt dat slachtoffer [slachtoffer 18] is gebeld door een zogenaamde medewerker van de ING helpdesk, omdat er frauduleuze handelingen op zijn rekening zouden zijn geconstateerd die moesten worden tegengehouden. Hiervoor had het slachtoffer een mail uit naam van de Kamer van Koophandel ontvangen via [e-mail adres] .eu.
Het slachtoffer heeft gegevens van zijn creditcard moeten doorgeven. Vervolgens kreeg het slachtoffer een link van de mailbox ING Hoofdkantoor, waarop hij heeft geklikt en waarna er geld is afgeschreven.
Op basis van het volgende is deze aangifte te koppelen aan de verdachte. Dezelfde modus operandi is gebruikt. Het terugkerende e-mailadres [e-mail adres] .eu is gebruikt om het slachtoffer te mailen. Het slachtoffer dacht te zijn gebeld door een telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] , maar werd in werkelijkheid gebeld door het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] , dat in de iPhone 8 van de verdachte heeft gezeten. [118] Op deze telefoon zijn de applicaties Linphone en Zoiper aangetroffen, die doorgaans in combinatie met spoofing worden gebruikt. [119] Het is daarom aannemelijk dat de verdachte hiervan gebruik heeft gemaakt om zijn echte telefoonnummer te verhullen. Verder blijkt uit de locatiegegevens dat de iPhone 8 vooral de GSM-mast aan de [adres] te [woonplaats] aanstraalde. [120] De woning van de verdachte ligt binnen het bereik van deze mast. [121] Tevens zijn de gegevens van het slachtoffer aangetroffen in de notities van de iPhone 15 van de verdachte. [122]
17.
[slachtoffer 19]
Uit de aangifte [123] blijkt dat slachtoffer [slachtoffer 19] via de mail gevolgd door een telefoontje is benaderd. Het slachtoffer ontving eerst een mail uit naam van de Kamer van Koophandel via [e-mail adres] .eu, met daarin een link waarop zij geklikt had en haar gegevens had ingevuld. Daarna is het slachtoffer gebeld door een zogenaamde medewerker van de Bunq bank, omdat er frauduleuze handelingen op haar rekening zouden zijn geconstateerd die moesten worden tegengehouden. Het slachtoffer heeft gegevens van haar creditcard moeten doorgeven. Vervolgens kreeg het slachtoffer betaalverzoeken die zij heeft geaccepteerd, waarna er geld is afgeschreven.
Op basis van het volgende is deze aangifte te koppelen aan de verdachte. Dezelfde modus operandi is gebruikt. Het terugkerende e-mailadres [e-mail adres] .eu is gebruikt om het slachtoffer te mailen. Het slachtoffer is gebeld door het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] , dat in de iPhone 8 van de verdachte heeft gezeten en die in zijn slaapkamer is aangetroffen. Dit blijkt uit de historische verkeersgegevens van deze telefoon. [124] Uit de locatiegegevens blijkt dat dit telefoontoestel vooral de GSM-mast aan de [adres] te [woonplaats] aanstraalde. [125] De woning van de verdachte ligt binnen het bereik van deze mast. [126] Tevens is in de iPhone 15 van de verdachte in een Telegramgesprek met ‘ [Telegram naam 4] ’ een screenshot van 29-10-2024 aangetroffen met daarop een bestelling op naam van het slachtoffer. [127] Tot slot is in de notities van deze iPhone het creditcardnummer van het slachtoffer aangetroffen. [128]
Met betrekking tot het medeplegen
Ten aanzien van feit 3 komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van medeplegen, te weten onder de variant van koerier, nu de verdachte niet is herkend noch voldeed aan het signalement van degene die de bankpassen en/of creditcards aan de deur kwam ophalen. Blijkbaar is een ander hiervoor ingezet. Ook ten aanzien van feit 4 komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van medeplegen, omdat onder dit feit ook de slachtoffers [slachtoffer 7] en [slachtoffer 2] zijn genoemd, bij wie een koerier is langs geweest die niet de verdachte betrof.

Ten aanzien van feit 5
Ten aanzien van drie slachtoffers is het bij een poging tot oplichting gebleven, nu er uiteindelijk geen afschrijvingen bij hen hebben plaatsgevonden. Ten aanzien van twee van deze slachtoffers heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank volstaat daarom met de verwijzing naar de vindplaatsen van de bewijsmiddelen ten aanzien van deze twee slachtoffer, te weten [slachtoffer 20] [129] en [slachtoffer 6] [130] .
Ten aanzien van slachtoffer [slachtoffer 5] overweegt de rechtbank als volgt. Uit de aangifte [131] blijkt dat er volgens dezelfde modus operandi is geprobeerd om het slachtoffer op te lichten. Het slachtoffer had namelijk een phishing mail ontvangen van MijnOverheid via [e-mail adres] .eu, waarna zij gebeld is door een zogenaamde medewerker van de Rabobank omdat er vreemde transacties op haar bankrekening in de wacht zouden staan en haar pas geblokkeerd zou zijn. Het slachtoffer moest vervolgens informatie over haar bankrekening doorgeven en iets op de webpagina van Safari invoeren, zodat de afschriften konden worden geblokkeerd. In plaats daarvan zag het slachtoffer een betaling van €89,- naar een bedrijf, maar de transactie was uiteindelijk mislukt. Het slachtoffer blijkt te zijn gebeld met telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] dat in de iPhone 8 heeft gezeten [132] , waarvan de rechtbank heeft geconcludeerd dat deze ten tijde van de pleegdatum op 2 oktober 2024 in gebruik was bij de verdachte. Tevens werd rond de start van het gesprek de zendmast aan de [adres] te [woonplaats] aangestraald. [133] Het adres van de verdachte bevindt zich binnen het dekkingsgebied van deze zendmast.
Op basis van al het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene was die ook slachtoffer [slachtoffer 5] heeft geprobeerd op te lichten. De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van het onderdeel medeplegen.
4.3.9.
Vrijspraak t.a.v. feit 6 (witwassen)
De officier van justitie heeft op verzoek van de raadsman ter terechtzitting toegelicht dat met het voorhanden hebben van ‘enig (groot) geldbedrag’ in de beschuldiging wordt gedoeld op de bij- en afschrijvingen op de bankrekeningen van de verdachte. De rechtbank stelt echter vast dat het totale saldo over de tenlastegelegde periode slechts in beperkte mate is gewijzigd door contante stortingen. De rechtbank stelt ook vast dat geen grondig financieel onderzoek heeft plaatsgevonden naar de geldstromen op de bankrekening.
Daarnaast waren er diverse designer items in de woning van de verdachte aanwezig, waarvan er enkele aankoopbonnen zijn aangetroffen die dateren van langer geleden (2017, 2021 en 2022). Deze luxe items kunnen daarom niet worden gekoppeld aan de onderhavige bewezen strafbare feiten, noch kan worden vastgesteld dat het niet anders zou kunnen dan dat de goederen uit de opbrengst van misdrijven zijn bekostigd. Voor zover al sprake zou zijn van een vermoeden dat de goederen afkomstig zijn uit witwassen, geldt dat de verdachte hierover een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven. Hij stelt immers dat hij de goederen grotendeels heeft gekregen van zijn vriendin. Ook naar die verklaring is slechts in beperkte mate onderzoek verricht. Zo is nagelaten zijn vriendin daarover te horen.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verdachte van dit feit vrijspreken.
4.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
feit 1
op 27 augustus 2024 te Almere opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) (een) geautomatiseerd werk, te weten de server van de (beveiligde) internetbankieren omgeving van de Rabobank en het computersysteem van rekeninghouder [slachtoffer 3] is binnengedrongen, door een technische ingreep en een valse sleutel en door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door het bellen van voornoemde rekeninghouder en zich voor te doen als bankmedewerker en deze rekeninghouder te bewegen tot het installeren van het programma Anydesk en Quicksupport en vervolgens het accepteren van een externe (remote) verbinding;feit 2
op 4 november 2024 te Almere een of meer voorwerpen en gegevens, te weten:- (een Apple iPhone 8 met daarop) de applicaties LinPhone, Zoiper, Anydesk en Quicksupport en 68 notities bevattende persoonsgegevens (namen, telefoonnummers, e-mailadressen), en- (een HP laptop met daarop) de bestanden ‘’ [bestandsnaam] '', ‘’ [bestandsnaam] ’’, ‘’ [bestandsnaam] ’’, ‘’ [bestandsnaam] ’’, ‘’ [bestandsnaam] ’’, ‘’ [bestandsnaam] ’’, ‘’ [bestandsnaam] ’’, ‘’ [bestandsnaam] ’’ en ‘’ [bestandsnaam] ’’, bevattende leads/persoonsgegevens van tienduizenden personen (namen, adressen, telefoonnummers, geboortedata, e-mailadressen, bankrekeningnummers) en belscripts, en- (een Apple iPhone 15 met daarop) notities bevattende persoons- en/of bankgegevensvoorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist dat die bestemd waren tot het plegen van een feit als bedoeld in artikel 326 van Pro het Wetboek van Strafrecht, terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;feit 3
in de periode van 4 juli 2024 tot en met 28 oktober 2024 te Almere tezamen en in vereniging met een of meer anderen meermalen met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, meerdere rekeninghouders van de ABN AMRO bank en de Rabobank en de ING bank en de Bunq bank en de KNAB bank, te weten in ieder geval
1. [slachtoffer 7] ;2. [slachtoffer 8] ;3. [slachtoffer 3] ;4. [slachtoffer 4] en/of [organisatie] ;5. [slachtoffer 9] ;6. [slachtoffer 10] ;7. [slachtoffer 11] ;8. [slachtoffer 1] ;9. [slachtoffer 12] ;10. [slachtoffer 13] ;11. [slachtoffer 14] ;12. [slachtoffer 2] ;13. [slachtoffer 15] ;14. [slachtoffer 16] ;15. [slachtoffer 17] ;16. [slachtoffer 18] en/of17. [slachtoffer 19]heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag en enig goed en het ter beschikking stellen van (inlog)gegevens (waaronder autorisatiecodes en pincodes) van zijn/haar bankaccounts, althans gegevens, door:(Variant: phishing e-mail en/of remote desktop tool)- voornoemde rekeninghouders op enig eerder moment een e-mail als waren afkomstig van de KvK of Mijn Overheid of DigiD te sturen en vervolgens- voornoemde rekeninghouders hierna te bellen en vervolgens zich onder valse naam voor te doen als een bankmedewerker en vervolgens- voornoemde rekeninghouders te vertellen dat er iets aan de hand is met de bankrekening en/of dat er een vreemde inlogregistratie heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of er vreemde transacties te zien waren op de bankrekening of dat er fraude werd gepleegd met de bankrekening en/of dat er internetfraudeurs actie waren en/of hierbij te verwijzen naar de e-mail van de KvK of Mijn Overheid of DigiD en vervolgens- voornoemde rekeninghouders te vertellen dat de bankrekening gekloond moest en de echte bankrekening geblokkeerd moest worden en er een virusscanner geïnstalleerd moest worden en de betalingen gereconstrueerd of geblokkeerd moesten worden en vervolgens- voornoemde rekeninghouders een e-mail te sturen als waren afkomstig van de bank met daarin een blokkade-code en een link naar een betaalopdracht, en vervolgens- voornoemde rekeninghouders te bewegen tot het uitvoeren van de (iDeal-)transactie zodat de blokkade zou worden verwerkt en- (in sommige gevallen) voornoemde rekeninghouders te bewegen tot het installeren van het programma Anydesk en/of Quicksupport en vervolgens het accepteren van een externe (remote) verbinding, waarna de computers van deze rekeninghouders binnengedrongen en/of overgenomen werden,waarna voornoemde rekeninghouders werden bewogen tot de afgifte van geld (middels digitale overschrijving) en het ter beschikking stellen van voornoemde (inlog)gegevensEN/OF(Variant: koerier)- voornoemde rekeninghouders te bellen en vervolgens zich onder valse naam voor te doen als een bankmedewerker en vervolgens- voornoemde rekeninghouders te vertellen dat er iets aan de hand is met de betaalrekening en/of dat er fraude werd gepleegd met de bankrekening en/of er vreemde transacties te zien waren op de bankrekening en/of dat er internetfraudeurs actie waren en/of de bankrekening geblokkeerd moest worden en vervolgens- voornoemde rekeninghouders te vertellen dat er een medewerker van de bank langs zou komen om de bankpassen op te halen en vervolgens voornoemde rekeninghouders te vragen de pincodes in te spreken na het horen van piepjes en vervolgens- bij de woning van voornoemde rekeninghouders langs te gaan en zich voor te doen als medewerker van de bank en daar om afgifte van voornoemde bankpassen te vragen en daarbij een code te noemen, en vervolgens de woning met de bankpassen te verlaten, waarna voornoemde rekeninghouders werden bewogen tot de afgifte van geld en het ter beschikkingstellen van voornoemde (inlog)gegevens;feit 4
in de periode van 4 juli 2024 tot en met 28 oktober 2024 te Almere tezamen en in vereniging met een of meer anderen meerdere geldbedragen, die aan meerdere rekeninghouders van de ABN AMRO bank en de Rabobank en de ING bank en de Bunq bank en de KNAB bank, te weten in ieder geval
1. [slachtoffer 7] ;2. [slachtoffer 3] ;3. [slachtoffer 9] ;4. [slachtoffer 10] ;5. [slachtoffer 1] ;6. [slachtoffer 2] ;7. [slachtoffer 15]
toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) de weg te nemen geldbedragen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten door met oplichting verkregen, althans onder valse voorwendselen verkregen (en/of door de rekeninghouders onder valse voorwendselen ingevoerde) gebruikersnamen en/of wachtwoorden en/of gegevens voor het inloggen op internetbankieren en het autoriseren van een betaling en autoriseren van een overboeking, tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren en/of het weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, te weten door zich onder valse naam voor te doen als een bankmedewerker en vervolgens de rekeninghouders te overtuigen om een betaling of overboeking te autoriseren, al dan niet middels een toegestuurde betaallink;
feit 5
in de periode van 2 oktober 2024 tot en met 4 november 2024 te Almere meermalen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, meerdere rekeninghouders van de ABN AMRO bank en de Rabobank, te weten in ieder geval1. [slachtoffer 20] ;2. [slachtoffer 6] ;3. [slachtoffer 5] ;heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag en enig goed en het ter beschikking stellen van (inlog)gegevens (waaronder autorisatiecodes en pincodes) van zijn/haar bankaccounts, althans gegevens, door- voornoemde rekeninghouders te bellen en vervolgens zich onder valse naam voor te doen als een bankmedewerker en vervolgens- voornoemde rekeninghouders te vertellen dat er iets aan de hand is met de bankrekening en/of dat er een vreemde inlogregistratie heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of er vreemde transacties te zien waren op de bankrekening en/of dat iemand in Duitsland bestellingen zou plaatsen en/of zou proberen te inloggen op de bankrekening en vervolgens- voornoemde rekeninghouders een e-mail te sturen als waren afkomstig van de bank met daarin een blokkade-code en/of een link naar een betaalopdracht en/of een URL laten intypen en vervolgens- voornoemde rekeninghouders te bewegen tot het uitvoeren van de (iDeal-)transactie zodat de blokkade zou worden verwerkt en/of zodat de transactie zou worden geblokkeerd,waarna voornoemde rekeninghouders werden bewogen tot de afgifte van geld (middels digitale overschrijving), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

5.Kwalificatie en strafbaarheid

5.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1
computervredebreuk;
feit 2
voorwerpen/gegevens voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een in artikel 326 van Pro het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf, voor zover het feit betrekking heeft op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
feit 3
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;
feit 4
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, meermalen gepleegd;
feit 5
poging tot oplichting, meermalen gepleegd.
5.2.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

6.Straf

6.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 34 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt primair om de verdachte een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de duur van zijn voorarrest, of dat voorarrest niet te veel overstijgt. De advocaat verzoekt om hier een voorwaardelijk deel aan toe te voegen, met een proeftijd van 2 jaren. Subsidiair verzoekt de advocaat om de gevangenisstraf zoveel mogelijk te matigen. Tot slot verzoekt de advocaat er bij de strafoplegging rekening mee te houden dat de oplegging van een voorwaardelijk strafdeel effect heeft op de toepassing van de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich gedurende een aantal maanden schuldig gemaakt aan grootschalige oplichtingspraktijken. Dit heeft de verdachte op geraffineerde wijze gedaan door zich, veelal volgens een script, consequent voor te doen als een bankmedewerker die zogenaamd juist de slachtoffers wilde helpen om fraude tegen te gaan. De verdachte heeft hierdoor veel slachtoffers gemaakt. Hij heeft hiervoor gebruik gemaakt van verschillende applicaties voor spoofing en het opzetten van een remote verbinding op afstand. De verdachte is op heterdaad aangehouden, toen hij nog met een slachtoffer aan de lijn was. De rechtbank neemt de verdachte ook kwalijk dat hij niet uit eigen beweging is gestopt met het plegen van deze strafbare feiten en dat hij blijkbaar de intentie had om dit voort te zetten en nog meer slachtoffers te maken.
Evident is dat oplichting een grove inbreuk maakt op het vertrouwen van bankcliënten. Anno 2026 is juist het verhaal over frauduleuze handelingen van internetcriminelen zodanig realistisch en dus geloofwaardig (vooral als men door een echte alarmlijn van de bank lijkt te worden gebeld of berichten uit naam van de overheid ontvangt), dat slachtoffers hier gemakkelijk in mee gaan. Het is door oplichtingspraktijken als de onderhavige voor burgers steeds moeilijker te onderscheiden wanneer zij daadwerkelijk met de bank spreken, hetgeen leidt tot meer wantrouwen tegenover banken. De plotselinge bank- en creditcardafschrijvingen zullen verder ook voor de nodige schrik, wanhoop en stress hebben geleid bij de nietsvermoedende slachtoffers. Banken en creditcardmaatschappijen zijn hierdoor steeds meer genoodzaakt om extra tijd en geld te besteden aan de voorlichting van hun klanten om ervoor te zorgen dat er niet nog meer mensen slachtoffer van dergelijke phishingpraktijken worden. Deze oplichtingspraktijken schaden niet alleen de bankcliënten zelf, maar doen ook afbreuk aan het algemene vertrouwen in het betalingsverkeer en het vertrouwen tussen mensen onderling.
De door de verdachte genoemde omstandigheid dat hij slechts ‘op afstand’ als in een soort ‘computerspel’ te werk ging, in de veronderstelling dat de slachtoffers hun schade wel vergoed zouden krijgen, gaat niet op. Daargelaten dat deze veronderstelling niet zonder meer juist is (getuige de hierna te bespreken vorderingen benadeelde partij) en dat niet blijkt dat de verdachte zich enige moeite heeft getroost om zich daarin te verdiepen, merkt de rechtbank op dat het zorgen baart dat de verdachte het kennelijk niet zo erg vindt dat zijn gedrag voor forse schade bij de bank zou kunnen leiden. Verder was de verdachte in sommige gevallen langdurig met de slachtoffers aan de telefoon, heeft hij hen angst aangepraat en vervolgens hiervan misbruik heeft gemaakt waardoor die angst juist bewaarheid werd. Dat maakt dat de gepleegde misdrijven een sterk ‘hands-on’ karakter hebben, waarbij de verdachte alle registers heeft ingezet om de slachtoffers te bespelen. De rechtbank neemt dit in strafverzwarende zin mee.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met een uittreksel van de justitiële documentatie betreffende de verdachte van 28 april 2026. Daaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten in beeld is gekomen bij justitie. De verdachte is daarom een first offender.
Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van een advies van Reclassering Nederland van 7 november 2025, waaruit blijkt dat de reclassering geen meerwaarde meer ziet in een pedagogische aanpak en er geen ankers lijken te zijn voor een reclasseringstraject met bijzondere voorwaarden. Er zijn namelijk geen delictgerelateerde factoren gevonden. De verdachte lijkt verder ook geen hulpvraag te hebben ten aanzien van praktische zaken in zijn leven. De reclassering adviseert daarom een straf zonder bijzondere voorwaarden aan de verdachte op te leggen.
Verder heeft de verdachte op zitting van 3 juni 2026 verklaard dat hij nu een baan heeft bij PostNL als plan- en supportmedewerker, waar hij mogelijk een vast contract krijgt, en bezig is met het opstarten van een professionele voetbalcarrière.
Strafkader
De rechtbank heeft bij de strafoplegging voornamelijk rekening gehouden met de ernst van de feiten, de gevolgen voor de slachtoffers en de professionele en grootschalige wijze waarop de verdachte te werk is gegaan. Gelet op de combinatie van het voorgaande kan er met geen andere straf worden volstaan dan een forse gevangenisstraf. De rechtbank houdt in strafverminderende zin rekening met de jonge leeftijd van de verdachte, zijn blanco strafblad en de tijd die de verdachte reeds in detentie heeft doorgebracht. De rechtbank ziet geen aanleiding om een voorwaardelijk strafdeel aan de verdachte op te leggen, omdat er volgens de reclassering geen doelen zijn waaraan met bijzondere voorwaarden moet worden gewerkt. De rechtbank zal de verdachte daarom een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen in het kader van het strafdoel van vergelding. Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf van 24 maanden op, met aftrek van het voorarrest.
Tenuitvoerlegging van de straf
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

7.Vordering benadeelde partijen

7.1.
Vordering van de benadeelde partijen
1. ABN AMRO Bank N.V. heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 1.018,00 voor de feiten 3 en 4, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag is ter vergoeding van materiële schade en ziet op het bedrag dat de bank reeds aan slachtoffer [slachtoffer 8] heeft uitgekeerd.
Daarnaast vraagt de benadeelde partij ook een vergoeding van € 120,00 voor gemaakte proceskosten.
2. [slachtoffer 4] en/of [organisatie] hebben zich gesteld als benadeelde partij en vorderen de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 11.791,53 voor de feiten 1, 3 en 4, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag is ter vergoeding van materiële schade.
Daarnaast vraagt de benadeelde partij [slachtoffer 4] ook een vergoeding van € 51,60 voor gemaakte proceskosten.
3. ING Bank N.V. heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 4.454,80 voor de feiten 3 en 4, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag is ter vergoeding van materiële schade en ziet op het bedrag van € 3.794,80 dat de bank reeds aan slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 18] heeft uitgekeerd.
Daarnaast vraagt de benadeelde partij ook een vergoeding van € 660,00 voor gemaakte onderzoekskosten.
4. Coöperatieve Rabobank U.A. heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 12.615,21 voor de feiten 3 en 4, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag is ter vergoeding van materiële schade en ziet op het bedrag van € 11.295,21 dat de bank reeds aan slachtoffers [slachtoffer 7] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 12] , [slachtoffer 14] , [slachtoffer 16] en [slachtoffer 17] heeft uitgekeerd.
Daarnaast vraagt de benadeelde partij ook een vergoeding van € 1.320,00 voor gemaakte onderzoekskosten.
5. [slachtoffer 11] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 813,00 voor de feiten 3 en 4, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag is ter vergoeding van materiële schade.
6. [slachtoffer 1] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 969,00 voor de feiten 3 en 4, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag is ter vergoeding van materiële schade.
7. [slachtoffer 10] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 3.300,00 voor de feiten 3 en 4, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag is ter vergoeding van immateriële schade.
8. [slachtoffer 16] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 5.000,00 voor de feiten 3 en 4, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag is ter vergoeding van immateriële schade.
9. [slachtoffer 2] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 6.630,00 voor de feiten 3 en 4, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag is ter vergoeding van materiële schade.
10. [slachtoffer 19] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 2.118,34 voor de feiten 3 en 4, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag is ter vergoeding van € 1.436,95 aan materiële schade en .€ 681,39 aan immateriële schade.
11. [slachtoffer 14] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van schadevergoeding van immateriële schade, maar heeft hiervoor geen bedrag ingevuld.
12. [slachtoffer 8] heeft zich gesteld als benadeelde partij en heeft aangegeven dat er vanaf zijn bankrekening een overboeking van € 1.018,00 heeft plaatsgevonden, maar dat dit bedrag reeds door ABN AMRO Bank N.V. is vergoed.
7.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vordert de gehele toewijzing van de vorderingen van benadeelde partijen ABN AMRO Bank N.V., ING Bank N.V. en Coöperatieve Rabobank U.A., [slachtoffer 19] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 11] en [slachtoffer 4] en/of [organisatie] . Verder vordert de officier van justitie om de benadeelde partij [slachtoffer 16] niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, de benadeelde partij [slachtoffer 10] deels niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering en deels af te wijzen, en afwijzing van de vorderingen van benadeelde partijen [slachtoffer 8] en [slachtoffer 14] .
7.3.
Standpunt van de verdediging
Primair verzoekt de advocaat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering wegens de bepleite vrijspraak. Subsidiair verzoekt de advocaat de niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen [slachtoffer 4] en/of [organisatie] , [slachtoffer 1] in de vordering, en de afwijzing van de vordering van de benadeelde partijen [slachtoffer 14] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 16] , [slachtoffer 19] , [slachtoffer 8] , dan wel niet-ontvankelijkverklaring. Meer subsidiair verzoekt de advocaat ten aanzien van de benadeelde partijen ABN AMRO N.V., ING Bank N.V. en Coöperatieve Rabobank U.A. geen schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
7.4.
Oordeel van de rechtbank
1.
ABN AMRO Bank N.V.
De vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de onder 3 en 4 bewezenverklaarde feiten, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2024 tot de dag van volledige betaling.
Met betrekking tot de schadevergoedingsmaatregel overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank wijst in de onderhavige zaak vorderingen toe van zowel natuurlijke personen als rechtspersonen. De rechtbank ziet voor wat betreft de vraag of de schadevergoedingsmaatregel moet worden opgelegd, geen reden om dat bij de rechtspersonen niet te doen en bij de natuurlijke personen wel. Dat zou immers met zich brengen dat de rechtspersonen in een ongunstig positie worden gebracht ten opzichte van de natuurlijke personen. De natuurlijke personen zouden dan de Staat voor hen kunnen laten incasseren, dat daartoe het dwangmiddel van gijzeling kan inzetten, terwijl de rechtspersonen separaat kostbare en tijdrovende incassoprocedures zouden moeten starten. In geval van betaling aan de Staat zou dat geld worden verdeeld over de natuurlijke personen, terwijl de rechtspersonen achter het net vissen. De rechtbank acht dat onwenselijk. Daaraan doet niet af dat rechtspersonen in beginsel weerbaarder zijn dan natuurlijke personen.
De rechtbank legt daarom de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 1.018,00 aan de Staat moet betalen.
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 10 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
De rechtbank bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank begroot de kosten van de benadeelde partij op dit moment op € 120,00, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
2.
[slachtoffer 4] en/of [organisatie]
De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer 4] een vordering heeft ingediend, mede namens de [organisatie] . Op basis van de ingediende stukken ter onderbouwing kan de rechtbank onvoldoende opmaken of [slachtoffer 4] gemachtigd was om een vordering deels in te dienen namens deze vereniging, omdat dit kennelijk een informele vereniging betreft en de rechtbank niet beschikt over – bijvoorbeeld – statuten waaruit helder blijkt wie waartoe bevoegd is.
De rechtbank acht derhalve slechts de gevorderde schade van [slachtoffer 4] ten bedrage van € 9.311,30 toewijsbaar. Voor het overige verklaart de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 september 2024 tot de dag van volledige betaling.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 9.311,30 aan de Staat moet betalen.
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 71 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
De rechtbank bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. In dit geval moeten beide partijen elk hun eigen kosten betalen, omdat de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen.
3.
ING Bank N.V.
De vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de onder 3 en 4 bewezenverklaarde feiten, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2024 tot de dag van volledige betaling.
Met betrekking tot de schadevergoedingsmaatregel overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank wijst in de onderhavige zaak vorderingen toe van zowel natuurlijke personen als rechtspersonen. De rechtbank ziet voor wat betreft de vraag of de schadevergoedingsmaatregel moet worden opgelegd, geen reden om dat bij de rechtspersonen niet te doen en bij de natuurlijke personen wel. Dat zou immers met zich brengen dat de rechtspersonen in een ongunstig positie worden gebracht ten opzichte van de natuurlijke personen. De natuurlijke personen zouden dan de Staat voor hen kunnen laten incasseren, dat daartoe het dwangmiddel van gijzeling kan inzetten, terwijl de rechtspersonen separaat kostbare en tijdrovende incassoprocedures zouden moeten starten. In geval van betaling aan de Staat zou dat geld worden verdeeld over de natuurlijke personen, terwijl de rechtspersonen achter het net vissen. De rechtbank acht dat onwenselijk. Daaraan doet niet af dat rechtspersonen in beginsel weerbaarder zijn dan natuurlijke personen.
De rechtbank legt daarom de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 3.794,80 aan de Staat moet betalen.
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 37 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
De rechtbank bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank begroot de kosten van de benadeelde partij op dit moment op € 660,00, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
4.
Coöperatieve Rabobank U.A.
De vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de onder 3 en 4 bewezenverklaarde feiten, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2024 tot de dag van volledige betaling.
Met betrekking tot de schadevergoedingsmaatregel overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank wijst in de onderhavige zaak vorderingen toe van zowel natuurlijke personen als rechtspersonen. De rechtbank ziet voor wat betreft de vraag of de schadevergoedingsmaatregel moet worden opgelegd, geen reden om dat bij de rechtspersonen niet te doen en bij de natuurlijke personen wel. Dat zou immers met zich brengen dat de rechtspersonen in een ongunstig positie worden gebracht ten opzichte van de natuurlijke personen. De natuurlijke personen zouden dan de Staat voor hen kunnen laten incasseren, dat daartoe het dwangmiddel van gijzeling kan inzetten, terwijl de rechtspersonen separaat kostbare en tijdrovende incassoprocedures zouden moeten starten. In geval van betaling aan de Staat zou dat geld worden verdeeld over de natuurlijke personen, terwijl de rechtspersonen achter het net vissen. De rechtbank acht dat onwenselijk. Daaraan doet niet af dat rechtspersonen in beginsel weerbaarder zijn dan natuurlijke personen.
De rechtbank legt daarom de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 11.295,21 aan de Staat moet betalen.
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 81 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
De rechtbank bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank begroot de kosten van de benadeelde partij op dit moment op € 1.320,00, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
5.
[slachtoffer 11]
De vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 3 bewezenverklaarde feiten, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 juli 2024 tot de dag van volledige betaling.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 813,00 aan de Staat moet betalen.
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 8 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
De rechtbank bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
6.
[slachtoffer 1]
De vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de onder 3 en 4 bewezenverklaarde feiten, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank stelt namelijk op grond van de bijlagen van de vordering vast dat de creditcard op naam van mevrouw [B] is, maar dat de aflossing van deze creditcard plaatsvindt door middel van de en/of rekening, die tevens op naam van de benadeelde partij staat. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de benadeelde partij ook in zijn vermogen is getroffen en er daarom sprake is van rechtstreekse schade. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 september 2024 tot de dag van volledige betaling.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 969,00 aan de Staat moet betalen.
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 9 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
De rechtbank bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
7.
[slachtoffer 10]
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW Pro als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.
De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij geen gegevens heeft verstrekt waaruit blijkt dat zij door het strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen.
Ook kan de rechtbank niet vaststellen dat anderszins sprake is van een aantasting in de persoon, omdat de benadeelde partij niet met concrete gegevens heeft onderbouwd welke gevolgen, strekkende tot geestelijk letsel, het strafbare feit voor haar heeft gehad. Van een uitzonderlijke situatie waarin geen onderbouwing nodig is, is in dit geval geen sprake, gelet op rechtspraak van de Hoge Raad.
De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om de vordering alsnog te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. In dit geval wordt de vergoeding tot schadevergoeding afgewezen, maar moet de verdachte toch de kosten van de benadeelde partij vergoeden, omdat de benadeelde partij slachtoffer is geworden van het handelen van de verdachte en eventuele proceskosten daarom niet voor rekening van de benadeelde partij dienen te komen.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
8.
[slachtoffer 16]
Zoals reeds onder benadeelde partij nummer 7 is vermeld, gelden er hoge eisen voor de toewijzing van immateriële schade. De rechtbank is van oordeel dat hier niet aan is voldaan.
De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om de vordering alsnog te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. In dit geval wordt de vergoeding tot schadevergoeding afgewezen, maar moet de verdachte toch de kosten van de benadeelde partij vergoeden, omdat de benadeelde partij slachtoffer is geworden van het handelen van de verdachte en eventuele proceskosten daarom niet voor rekening van de benadeelde partij dienen te komen.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
9.
[slachtoffer 2]
De vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 3 bewezenverklaarde feiten, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 6.630,00 aan de Staat moet betalen.
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 58 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
De rechtbank bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
10.
[slachtoffer 19]
De vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 3 bewezenverklaarde feiten, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade ter hoogte van € 1.436,95 daarom geheel toe.
Zoals reeds onder benadeelde partij nummer 7 is vermeld, gelden er hoge eisen voor de toewijzing van immateriële schade. De rechtbank is van oordeel dat hier niet aan is voldaan.
De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om de vordering alsnog te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij ten aanzien van dit deel niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering voor dit gedeelte aan de burgerlijke rechter voorleggen.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 1.436,95 aan de Staat moet betalen.
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 14 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
De rechtbank bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding deels wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
11.
[slachtoffer 14]
De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van immateriële schade af, omdat de benadeelde partij in de vordering geen bedrag hieraan heeft gekoppeld en bovendien geen onderbouwing hiervoor heeft gegeven middels enige stukken.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. In dit geval wordt de vergoeding tot schadevergoeding afgewezen, maar moet de verdachte toch de kosten van de benadeelde partij vergoeden, omdat de benadeelde partij slachtoffer is geworden van het handelen van de verdachte en eventuele proceskosten daarom niet voor rekening van de benadeelde partij dienen te komen.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
12.
[slachtoffer 8]
De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade af, omdat de benadeelde partij heeft aangegeven dat het weggenomen bedrag reeds door ABN AMRO Bank N.V. is vergoed en er derhalve geen bedrag meer wordt gevorderd.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. In dit geval wordt de vergoeding tot schadevergoeding afgewezen, maar moet de verdachte toch de kosten van de benadeelde partij vergoeden, omdat de benadeelde partij slachtoffer is geworden van het handelen van de verdachte en eventuele proceskosten daarom niet voor rekening van de benadeelde partij dienen te komen.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.

8.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- artikelen 36f, 45, 47, 57, 138ab, 234, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart feit 6 niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
bewezenverklaring
  • verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3, 4 en 5 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 4.4 is omschreven;
  • verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 5.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstraf van 24 maanden;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
vorderingen tot schadevergoeding van benadeelde partijen:
1.
ABN AMRO Bank N.V.
- wijst de vordering van ABN AMRO Bank N.V. toe tot een bedrag van € 1.018,00, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan ABN AMRO Bank N.V. van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2024 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op dit moment begroot op € 120,00, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van ABN AMRO Bank N.V. aan de Staat € 1.018,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
2.
[slachtoffer 4] en/of [organisatie]
- wijst de vordering van [slachtoffer 4] en/of [organisatie] toe tot een bedrag van € 9.311,30 bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 4] en/of [organisatie]
van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 september 2024 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer 4] en/of [organisatie] wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;
- Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 4] en/of [organisatie] aan de Staat € 9.311,30 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 september 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 71 dagen gijzeling;
- Bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
3.
ING Bank N.V.
- wijst de vordering van ING Bank N.V. toe tot een bedrag van € 3.794,80, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan ING Bank N.V. van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2024 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op dit moment begroot op € 660,00, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van ING Bank N.V. aan de Staat € 3.794,80 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 37 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
4.
Coöperatieve Rabobank U.A.
- wijst de vordering van Coöperatieve Rabobank U.A. toe tot een bedrag van € 11.295,21, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan Coöperatieve Rabobank U.A. van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2024 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op dit moment begroot op € 1.320,00, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van Coöperatieve Rabobank U.A. aan de Staat € 11.295,21 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 81 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
5.
[slachtoffer 11]
- wijst de vordering van [slachtoffer 11] toe tot een bedrag van € 813,00, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 11] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 juli 2024 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 11] aan de Staat € 813,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 juli 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 8 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
6.
[slachtoffer 1]
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 969,00, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 september 2024 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 969,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 september 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 9 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
7.
[slachtoffer 10]
  • verklaart [slachtoffer 10] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
  • veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
8.
[slachtoffer 16]
- verklaart [slachtoffer 16] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
9.
[slachtoffer 2]
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 6.630,00, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 6.630,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 58 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
10.
[slachtoffer 19]
- wijst de vordering van [slachtoffer 19] toe tot een bedrag van € 1.436,95, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 19] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling;
  • verklaart [slachtoffer 19] wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering;
  • veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 19] aan de Staat € 1.436,95 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 14 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
11.
[slachtoffer 14]
  • verklaart [slachtoffer 14] niet-ontvankelijk in de vordering;
  • veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
12.
[slachtoffer 8]
- wijst de vordering van [slachtoffer 8] af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.A. Groeneveld, voorzitter, mrs. J.T. Pouw en M.
Rasterhoff, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.R.V. Joerawan als griffier en is in het
openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.
De oudste en jongste rechter zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na nadere omschrijving van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 27 augustus 2024 tot en met 13 september 2024 te Almere, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) (een) geautomatiseerd(e) werk(en), te weten de server(s) van de (beveiligde) internetbankieren omgeving van de Rabobank en/of de ING bank en/of de ABN AMRO en/of de/het computersyste(e)m(en) van een of meerdere rekeninghouder(s), te weten
1. [slachtoffer 3] en/of
2. [slachtoffer 4] en/of [organisatie]
is/zijn binnengedrongen, door het doorbreken van een beveiliging en/of door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door het bellen van voornoemde rekeninghouder(s) en zich voor te doen als bankmedewerker en/of deze rekeninghouder(s) te bewegen tot het installeren van het programma Anydesk en/of Quicksupport, in elk geval een remote desktop tool en/of vervolgens het accepteren van een externe (remote) verbinding;
2.
hij op of omstreeks 4 november 2024 te Almere, althans in Nederland, een of meer stoffen, voorwerpen en/of gegevens, te weten:
- (een Apple iPhone 8 met daarop) de applicaties LinPhone, Zoiper, Anydesk en Quicksupport en/of 68 notities bevattende persoonsgegevens (namen, telefoonnummers, e-mailadressen), en/of
- (een HP laptop met daarop) de bestanden ‘’ [bestandsnaam] '', ‘’ [bestandsnaam] ’’, ‘’ [bestandsnaam] ’’, ‘’ [bestandsnaam] ’’, ‘’ [bestandsnaam] ’’, ‘’ [bestandsnaam] ’’, ‘’ [bestandsnaam] ’’, ‘’ [bestandsnaam] ’’ en ‘’ [bestandsnaam] ’’, bevattende leads/persoonsgegevens van tienduizenden personen (namen, adressen, telefoonnummers, geboortedata, e-mailadressen, bankrekeningnummers) en/of belscript(s), en/of
- (een Apple iPhone 15 met daarop) notities bevattende persoons- en/of bankgegevens,
heeft vervaardigd, heeft ontvangen, zich heeft verschaft, heeft verkocht, heeft overgedragen, heeft verworven, heeft vervoerd, heeft ingevoerd, heeft uitgevoerd, heeft verspreid, anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist dat die bestemd waren tot het plegen van een feit als bedoeld in artikel 326 van Pro het Wetboek van Strafrecht, in elk geval een der in de artikelen 226, eerste lid, onderdelen 2° tot en met 5°, 231, eerste lid, 231a, eerste lid, 231b en 232, eerste lid, omschreven misdrijven dan wel een der misdrijven omschreven in de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
3.
hij in of omstreeks de periode van 4 juli 2024 tot en met 28 oktober 2024 te Almere, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meerdere rekeninghouder(s) van de ABN AMRO bank en/of de Rabobank en/of de ING bank en/of de Bunq bank en/of de KNAB bank, te weten in ieder geval
1. [slachtoffer 7] ;
2. [slachtoffer 8] ;
3. [slachtoffer 3] ;
4. [slachtoffer 4] en/of [organisatie] ;
5. [slachtoffer 9] ;
6. [slachtoffer 10] ;
7. [slachtoffer 11] ;
8. [slachtoffer 1] ;
9. [slachtoffer 12] ;
10. [slachtoffer 13] ;
11. [slachtoffer 14] ;
12. [slachtoffer 2] ;
13. [slachtoffer 15] ;
14. [slachtoffer 16] ;
15. [slachtoffer 17] ;
16. [slachtoffer 18] en/of
17. [slachtoffer 19]
heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag en/of enig goed en/of het ter beschikking stellen van (inlog)gegevens (waaronder autorisatiecode(s) en/of pincode(s)) van zijn/haar bankaccount(s), althans gegevens, door:
(Variant: phishing e-mail en/of remote desktop tool)
- voornoemde rekeninghouder(s) op enig (eerder) moment een e-mail als waren afkomstig van de KvK en/of Mijn Overheid en/of DigiD te sturen en/of (vervolgens)
- voornoemde rekeninghouder(s) (hierna) te bellen en/of (vervolgens) zich onder valse naam voor te doen als een bankmedewerker en/of (vervolgens)
- voornoemde rekeninghouder(s) te vertellen dat er iets aan de hand is met de bankrekening en/of dat er een vreemde inlogregistratie heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of er vreemde transacties te zien waren op de bankrekening en/of dat er fraude werd gepleegd met de bankrekening en/of dat er internetfraudeurs actie waren en/of hierbij te verwijzen naar de e-mail van de KvK en/of Mijn Overheid en/of DigiD en/of (vervolgens)
- voornoemde rekeninghouder(s) te vertellen dat de bankrekening gekloond moest en de echte bankrekening geblokkeerd moest worden en/of er een virusscanner geïnstalleerd moest worden en/of de betalingen gereconstrueerd of geblokkeerd moesten worden en/of (vervolgens)
- voornoemde rekeninghouder(s) een e-mail te sturen als waren afkomstig van de bank met daarin een blokkade-code en/of een link naar een betaalopdracht, en/of (vervolgens)
- voornoemde rekeninghouder(s) te bewegen tot het uitvoeren van de (iDeal-)transactie zodat de blokkade zou worden verwerkt en/of
- (in sommige gevallen) voornoemde rekeninghouder(s) te bewegen tot installeren van het programma Anydesk en/of Quicksupport, in elk geval een remote desktop tool, en/of (vervolgens) het accepteren van een externe (remote) verbinding, waarna de computer(s) van deze rekeninghouder(s) binnengedrongen en/of overgenomen werden,
waarna voornoemde rekeninghouder(s) werden bewogen tot de afgifte van geld (middels digitale overschrijving) en/of het ter beschikking stellen van voornoemde (inlog)gegevens
EN/OF
(Variant: koerier)
- voornoemde rekeninghouder(s) te bellen en/of (vervolgens) zich onder valse naam voor te doen als een bankmedewerker en/of (vervolgens)
- voornoemde rekeninghouder(s) te vertellen dat er iets aan de hand is met de betaalrekening en/of dat er fraude werd gepleegd met de bankrekening en/of er vreemde transacties te zien waren op de bankrekening en/of dat er internetfraudeurs actie waren en/of de bankrekening geblokkeerd (moest worden) en/of (vervolgens)
- voornoemde rekeninghouder(s) te vertellen dat er een medewerker van de bank langs zou komen om de bankpas(en) en/of creditcard(s) op te halen en/of (vervolgens) voornoemde rekeninghouder(s) te vragen de pincode(s) in te spreken na het horen van piepjes en/of (vervolgens)
- bij de woning van voornoemde rekeninghouder(s) langs te gaan en/of zich voor te doen als medewerker van de bank en/of daar om afgifte van voornoemde bankpas(sen) en/of creditcard(s) te vragen en/of daarbij een code te noemen, en/of (vervolgens) de woning met de bankpas(sen) en/of creditcard(s) te verlaten,
waarna voornoemde rekeninghouder(s) werden bewogen tot de afgifte van geld en/of het ter beschikkingstellen van voornoemde (inlog)gegevens;
4.
hij in of omstreeks de periode van 4 juli 2024 tot en met 28 oktober 2024 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer geldbedrag(en), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een of meerdere rekeninghouder(s) van de ABN AMRO bank en/of de Rabobank en/of de ING bank en/of de Bunq bank en/of de KNAB bank, te weten in ieder geval
1. [slachtoffer 7] ;
2. [slachtoffer 8] ;
3. [slachtoffer 3] ;
4. [slachtoffer 4] en/of [organisatie] ;
5. [slachtoffer 9] ;
6. [slachtoffer 10] ;
7. [slachtoffer 11] ;
8. [slachtoffer 1] ;
9. [slachtoffer 12] ;
10. [slachtoffer 13] ;
11. [slachtoffer 14] ;
12. [slachtoffer 2] ;
13. [slachtoffer 15] ;
14. [slachtoffer 16] ;
15. [slachtoffer 17] ;
16. [slachtoffer 18] en/of
17. [slachtoffer 19]
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) het/de weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten door met oplichting verkregen, althans onder valse voorwendselen verkregen (en/of door de rekeninghouder(s) onder valse voorwendselen ingevoerde) gebruikersna(a)m(en) en/of wachtwoord(en) en/of inlog(gegevens) voor het inloggen op internetbankieren en/of het autoriseren van een betaling en/of autoriseren van een overboeking, in elk geval (een) sleutel(s) tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren en/of het weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, te weten door zich onder valse naam voor te doen als een bankmedewerker en/of (vervolgens) de rekeninghouder(s) te overtuigen om een betaling of overboeking te autoriseren, al dan niet middels een toegestuurde betaallink;
5.
hij in of omstreeks de periode van 2 oktober 2024 tot en met 4 november 2024 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meerdere rekeninghouder(s) van de ABN AMRO bank en/of de Rabobank, te weten in ieder geval
1. [slachtoffer 20] ;
2. [slachtoffer 6] ;
3. [slachtoffer 5] ;
heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag en/of enig goed en/of het ter beschikking stellen van (inlog)gegevens (waaronder autorisatiecode(s) en/of pincode(s)) van zijn/haar bankaccount(s), althans gegevens, door
- voornoemde rekeninghouder(s) te bellen en/of (vervolgens) zich onder valse naam voor te doen als een bankmedewerker en/of (vervolgens)
- voornoemde rekeninghouder(s) te vertellen dat er iets aan de hand is met de bankrekening en/of dat er een vreemde inlogregistratie heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of er vreemde transacties te zien waren op de bankrekening en/of dat iemand in Duitsland bestellingen zou plaatsen en/of zou proberen te inloggen op de bankrekening en/of (vervolgens)
- voornoemde rekeninghouder(s) een e-mail te sturen als waren afkomstig van de bank met daarin een blokkade-code en/of een link naar een betaalopdracht en/of een URL laten intypen, en/of (vervolgens)
- voornoemde rekeninghouder(s) te bewegen tot het uitvoeren van de (iDeal-)transactie zodat de blokkade zou worden verwerkt en/of zodat de transactie zou worden geblokkeerd,
waarna voornoemde rekeninghouder(s) werden bewogen tot de afgifte van geld (middels digitale overschrijving), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
6.
hij in of omstreeks de periode van 16 augustus 2024 tot en met 4 november 2024 te Almere, althans in Nederland, één of meer voorwerp(en), te weten diverse designer items en/of enig (groot) geldbedrag, (telkens) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, dan wel heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die/dat voorwerp(en), was of wie bovenomschreven voorwerp, te weten voornoemd(e) geldbedrag(en), voorhanden had, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat
bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig (al dan niet eigen) misdrijf en/of (telkens) één of meer voorwerpen(en) te weten diverse designer items en/of enig (groot) geldbedrag, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig (al dan niet eigen) misdrijf.

Voetnoten

2.Pagina 16.
3.Pagina 24 en 32.
4.Pagina 33.
5.Pagina 34 en 35.
6.Slachtoffers [slachtoffer 7] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 9] .
7.Pagina 39 tot en met 41.
8.Pagina 58.
9.Pagina 60.
10.Pagina 87.
11.Pagina 85.
12.Pagina 245, 246 en 250.
13.Pagina 102 en 103.
14.Pagina 239.
15.Pagina 112 en 113.
16.Pagina 204.
17.Pagina 228 tot en met 230.
18.Pagina 205.
19.Pagina 206 tot en met 225.
20.Pagina 234 tot en met 238.
21.Pagina 231 tot en met 233.
22.Pagina 225 en 226.
23.Pagina 382 en 383.
24.Pagina 259.
25.Pagina 114 en 115.
26.Pagina 497 tot en met 502.
27.Pagina 507 en 508.
28.Pagina 519 en 520.
29.Pagina 218.
30.Pagina 388.
31.Pagina 383.
32.Pagina 206 tot en met 220.
33.Pagina 46 en 47.
34.Pagina 268.
35.Pagina 115.
36.Pagina 266 tot en met 268.
37.Pagina 59.
38.Pagina 42 e.v.
39.Pagina 33.
40.Pagina 519.
41.Pagina 33.
42.Pagina 24 e.v.
43.Pagina 32 en 33.
44.Pagina 519.
45.Pagina 271.
46.Pagina 33 en 41.
47.Pagina 46.
48.Pagina 33.
49.Pagina 519.
50.Pagina 266 tot en met 268.
51.Pagina 271.
52.Pagina 33 en 41.
53.Pagina 50 e.v.
54.Pagina 225.
55.Pagina 41.
56.Pagina 271.
57.Pagina 33 en 41.
58.Pagina 55 e.v.
59.Pagina 41 en 241.
60.Pagina 113.
61.Pagina 271.
62.Pagina 41.
63.Pagina 288 e.v.
64.Pagina 271 en 383.
65.Pagina 271.
66.Pagina 41.
67.Pagina 291 e.v.
68.Pagina 271.
69.Pagina 383.
70.Pagina 271.
71.Pagina 41.
72.Pagina 262.
73.Pagina 263.
74.Pagina 298.
75.Pagina 278 en 279.
76.Pagina 271.
77.Pagina 41.
78.Pagina 236.
79.Pagina 302 e.v.
80.Pagina 278 en 279.
81.Pagina 271.
82.Pagina 41.
83.Pagina 306 e.v.
84.Pagina 41 en 241.
85.Pagina 113.
86.Pagina 271.
87.Pagina 41.
88.Pagina 233.
89.Pagina 309 e.v.
90.Pagina 278 en 279.
91.Pagina 271.
92.Pagina 41.
93.Pagina 316 e.v.
94.Pagina 278 en 279.
95.Pagina 271.
96.Pagina 41.
97.Pagina 233.
98.Pagina 238.
99.Pagina 321 e.v.
100.Pagina 41 en 241.
101.Pagina 113.
102.Pagina 271.
103.Pagina 41.
104.Pagina 238.
105.Pagina 327 e.v.
106.Pagina 41 en 241.
107.Pagina 113.
108.Pagina 271.
109.Pagina 41.
110.Pagina 41.
111.Pagina 205 en 206.
112.Pagina 333 e.v.
113.Pagina 278 en 279.
114.Pagina 271.
115.Pagina 41.
116.Pagina 232.
117.Pagina 337 e.v.
118.Pagina 41 en 241.
119.Pagina 113.
120.Pagina 271.
121.Pagina 41.
122.Pagina 205 en 206.
123.Pagina 341 e.v.
124.Pagina 278 en 279.
125.Pagina 271.
126.Pagina 41.
127.Pagina 233.
128.Pagina 205 en 206.
129.Pagina 59, 73, 74, 114, 115.
130.Pagina 60, 87, 88, 204, 205, 246 tot en met 249.
131.Pagina 312.
132.Pagina 278 en 279.
133.Pagina 278 en 279.