ECLI:NL:RBMNE:2026:3698
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Keurentjes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongedaanmaking inschrijving in BRP wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Eiseres werd op haar verzoek ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) maar het college maakte deze inschrijving ongedaan nadat bleek dat zij ten onrechte een Nederlands paspoort had ontvangen en geen rechtmatig verblijf had in Nederland.
Eiseres voerde aan dat zij wel rechtmatig verblijf had, onder meer omdat zij een aanvraag voor een verblijfsvergunning had ingediend en stukken over de mogelijkheid tot verkrijging van het Nederlanderschap had overgelegd. De rechtbank oordeelde echter dat het college zorgvuldig onderzoek had gedaan, onder meer door contact met de IND en het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en mocht uitgaan van de gegevens dat eiseres geen rechtmatig verblijf had.
De rechtbank stelde vast dat eiseres de stukken die haar rechtmatig verblijf zouden aantonen niet aan het college had overgelegd en dat ook tijdens de zitting geen bewijs werd geleverd. Daarnaast was het bestreden besluit een gebonden besluit, waarbij het college geen beoordelingsruimte had om de inschrijving te handhaven als niet aan de wettelijke voorwaarden was voldaan.
De door eiseres aangevoerde omstandigheden, zoals het ontbreken van een verblijfsstatus en de fout van de ambassade, vormden geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering op het gebonden besluit konden rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de ongedaanmaking van de inschrijving bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot ongedaanmaking van haar inschrijving in de BRP wordt ongegrond verklaard.