Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de kantonrechter van 30 juni 2026 in de zaak tussen
[betrokkene] uit [woonplaats] ,
de officier van justitie van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie
Procesverloop
Beoordeling door de kantonrechter
nietverhoogd hadden mogen worden. Ook deze verhoging strandt op het criterium
evenwichtigheid. De algemene maatregel van bestuur van 18 december 2024 die ten grondslag ligt aan deze verhoging, is in strijd met het in artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht vastgelegde evenredigheidsbeginsel. Ook deze algemene maatregel van bestuur is daarom onverbindend.
Afdoening van deze zaak
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de beslissing van de officier van justitie;
- stelt het bedrag van de administratieve sanctie op € 110,00;
- bepaalt dat de officier van justitie aan de betrokkene het te veel betaalde teruggeeft;
- veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 233,50.