ECLI:NL:RBMNE:2026:3741
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.S. Koppert
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling huurachterstand na oplevering woning
De zaak betreft een vordering van de verhuurder tegen de huurder voor betaling van een huurachterstand over de periode tot en met maart 2026. De huurder had sinds 1 november 2023 een woning gehuurd en betaalde de huur niet volledig. De verhuurder had aanvankelijk ook ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming, incassokosten en rente gevorderd, maar deze vorderingen werden ingetrokken omdat de woning al was opgeleverd en de algemene voorwaarden niet voldeden.
Tijdens de mondelinge behandeling erkende de huurder de huurachterstand. De kantonrechter stelde vast dat de huurachterstand €12.388,66 bedroeg en veroordeelde de huurder tot betaling van dit bedrag aan de verhuurder. De huurder bood aan een betalingsregeling te treffen, maar de kantonrechter gaf aan dat dit een zaak is voor partijen onderling.
Daarnaast werd de huurder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van in totaal €2.638,46, inclusief dagvaardingskosten, griffierecht, salaris gemachtigde en nakosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 17 juni 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van €12.388,66 huurachterstand en proceskosten van €2.638,46.