Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de hoofdverblijfplaats;
- de zorgregeling;
- het gezag;
- de vervangende toestemming voor het aanvragen van de ID-kaarten en het in bezit houden van de ID-kaarten;
- het huurrecht;
- de kinderalimentatie;
- de partneralimentatie;
- het vaststellen van de scheiding en deling van de partnerschapsgemeenschap;
- verdeling van het vermogen ten aanzien van een belastingschuld en kosten van de kinderopvang.
- de brief (met bijlagen) van de vader van 19 mei 2026;
- de brief (met bijlage) van de moeder van 21 mei 2026;
- de e-mail (met bijlagen) van de Jeugdbescherming West (hierna: de GI) van 22 mei 2026.
- de moeder via een digitale videoverbinding;
- de advocaat van de moeder;
- de vader met zijn advocaat;
- [A.] en [B.] namens de GI.
2.Waar de procedure over gaat
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] );
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2022 in [geboorteplaats 2] .
- bepaald dat de vader gerechtigd is tot het uitsluitend gebruik van de woning aan de [adres] in [plaats] ;
- een zorgregeling vastgesteld waarbij de vader iedere week op maandag van 09.30 uur tot 17.00 uur omgang heeft met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en waarbij de GI de regie heeft om deze zorgregeling verder uit te breiden;
- beslist dat de vader vanaf de datum van die beschikking een bedrag van € 25,- per kind per maand moet betalen aan de moeder, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
- aan haar vervangende toestemming te verlenen voor het aanvragen van ID-kaarten voor de kinderen;
- te bepalen dat de ID-kaarten van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de moeder blijven en dat zij ze in bezit zal houden;
- te bepalen dat de vader met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift (peildatum) een bedrag van € 225,- per kind per maand aan kinderalimentatie zal voldoen;
- te bepalen dat de vader als bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de moeder met ingang van de datum van indiening verzoekschrift, een bedrag van € 250,- per maand aan partneralimentatie zal voldoen;
- de scheiding en deling van de partnerschapsgemeenschap vast te stellen, zoals omschreven in punt 12.1 in het verzoekschrift.
- het huurrecht van de woning;
- het gezamenlijk gezag van de ouders te beëindigen en de vader te belasten met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;
- het hoofdverblijf van de kinderen bij hem;
- als zorgregeling vast te stellen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] om de week van vrijdag 9.00 uur tot zondag 17.30 uur bij de moeder verblijven, waarbij de moeder de kinderen brengt en ophaalt;
- te bepalen dat de vader hoofdaanvrager wordt van de kinderbijslag en dientengevolge het recht op het kindgebonden budget heeft;
- de rechtbank citeert: “te bepalen, een verklaring voor recht dat de moeder bij helfte draagplichtig van de schulden bij de belastingdienst kinderopvangtoeslag 2023 beschikkingsnummer [beschikkingsnummer] van 8 augustus 2025 en voor de kinderopvang “ [naam] ” factuurnummers: 13965, 16433, 22077.”
3.De beoordeling
In de voorlopige voorzieningenprocedure is beslist dat de vader een bedrag aan kinderalimentatie aan de moeder moet betalen. De vader betaalt tot op heden dit bedrag aan de moeder.
2023) in de bodemprocedure wel zou moeten overleggen. Inmiddels is het 2026. Gelet op het verloop van de bodemprocedure, heeft de vader meer dan voldoende mogelijkheden gehad om stukken over te leggen en inzicht te geven in zijn huidige inkomen. Dat de vader dit heeft nagelaten moet voor zijn rekening en risico komen. De rechtbank kan de draagkracht van de vader niet berekenen en wijst daarom het verzoek van de moeder toe. Dat verzoek komt de rechtbank namelijk niet onredelijk voor. De rechtbank zal bepalen dat de vader een bedrag van € 225,- per kind per maand aan kinderalimentatie moet betalen aan de moeder.