Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
17 juni 2026. Hiervan zijn aantekeningen gemaakt. Tijdens deze behandeling zijn via videobellen gehoord:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 25 juni 2026 uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak tussen een man en een vrouw die sinds 2007 gehuwd waren onder huwelijkse voorwaarden. De vrouw verzocht onder meer om partneralimentatie en om afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden, terwijl de man tegenverzoeken indiende, waaronder een gebruikersvergoeding voor de woning.
De rechtbank oordeelde dat de echtscheiding kan worden uitgesproken omdat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Het verzoek van de vrouw tot partneralimentatie werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan haar stelplicht en onderbouwingsplicht omtrent haar behoefte en behoeftigheid. De rechtbank vond dat zij onvoldoende financiële gegevens had verstrekt en geen standpunt had ingenomen over haar behoefte.
Met betrekking tot de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden stelde de rechtbank vast dat de verzoeken onvoldoende concreet en geformuleerd waren, waardoor partijen niet ontvankelijk werden verklaard. De rechtbank benadrukte dat een volledige en samenhangende afwikkeling vereist is, inclusief juridische standpunten en stukken.
De vrouw mag de woning zes maanden na inschrijving van de echtscheiding blijven bewonen, maar moet een gebruiksvergoeding van € 510,24 per maand aan de man betalen, gelijk aan de helft van de hypotheeklasten en levensverzekering. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. De uitspraak is openbaar gedaan en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit, wijst het verzoek om partneralimentatie af en verklaart het verzoek tot afwikkeling van huwelijkse voorwaarden niet-ontvankelijk.