ECLI:NL:RBMNE:2026:3797

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
12077121 \ AC EXPL 26-225
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:104 BWArt. 6:233 sub a BWArt. 6:265 BWArt. 6:96 lid 6 BWArt. 7:212 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst wegens onderverhuur voor illegale prostitutie en huurachterstand

De huurder heeft een deel van zijn woning onderverhuurd voor illegale prostitutie en een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd. De verhuurder, De Alliantie, vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming, betaling van de huurachterstand, boetes en afdracht van winst uit onderverhuur.

De kantonrechter stelt vast dat de huurder tekort is geschoten in zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst en algemene voorwaarden, met name door de illegale onderverhuur en de huurachterstand van ruim vijf maanden. Deze tekortkomingen rechtvaardigen ontbinding en ontruiming van de woning. De huurder krijgt veertien dagen om de woning te verlaten.

De gevorderde boetes, wettelijke rente en afdracht van winst worden afgewezen omdat de betreffende bedingen in de algemene huurvoorwaarden onredelijk bezwarend zijn voor de consument en daarom vernietigd worden. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en de maandelijkse huur tot ontruiming.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de verhuurder direct tot uitvoering kan overgaan. De huurder moet tevens de proceskosten betalen, deels verminderd vanwege de afwijzing van de boetevorderingen.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, de huurder moet ontruimen en de huurachterstand betalen, terwijl boete- en winstvorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Amersfoort
Zaaknummer: 12077121 \ AC EXPL 26-225
Vonnis van 17 juni 2026
in de zaak van
STICHTING DE ALLIANTIE,
gevestigd in Hilversum,
eisende partij,
hierna te noemen: De Alliantie,
gemachtigde: mr. W. Vos,
tegen
[gedaagde],
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. V.T.E. Kuijpers.

1.De procedure

1.1
De kantonrechter beschikt over de volgende stukken:
 de dagvaarding met producties 1 tot en met 8,
 het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 4 februari 2026, met de reactie van [gedaagde] .
1.2
Op 18 mei 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij zijn verschenen [A] (specialist rechtmatig wonen bij De Alliantie) met gemachtigde mr. M.W. Kox en [gedaagde] met gemachtigde mr. V.T.E. Kuijpers. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken. De kantonrechter heeft gezegd dat vandaag vonnis zal worden gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1
[gedaagde] huurt een woning van De Alliantie. Hij is zijn verplichtingen tegenover De Alliantie niet nagekomen. Hij heeft een deel van zijn woning onderverhuurd voor illegale prostitutie en daarnaast heeft hij een forse huurachterstand laten ontstaan. De Alliantie wil daarom dat [gedaagde] de woning verlaat en [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van de huurachterstand met rente en kosten en verder een boete vanwege het laten plaatsvinden van de illegale prostitutie en afdracht van de als gevolg van de onderverhuur genoten winst. [gedaagde] erkent dat hij zijn verplichtingen niet is nagekomen, maar hij wil de woning niet verlaten. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de woning wel moet verlaten. De huurachterstand moet [gedaagde] ook betalen. De overige vorderingen worden afgewezen.

3.De beoordeling

Ontbinding en ontruiming: beoordelingskader
3.1
Op grond van de wet, de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden die daarvan deel uitmaken [1] heeft [gedaagde] tegenover De Alliantie bepaalde verplichtingen waaraan hij zich moet houden.
3.2
In de algemene huurvoorwaarden is onder andere als verplichting opgenomen dat [gedaagde] :
- zich als een goed huurder gedraagt, [2]
- de woning gebruikt als woonruimte en geen beroeps- en of bedrijfsmatige activiteiten in delen van de woning ontplooit, [3]
- niet (een gedeelte van) de woning aan derden verhuurt of in gebruik geeft, [4]
- ervoor zorgt dat hij en derden die zich vanwege hem in (de directe omgeving van) de woning bevinden geen overlast, hinder of gevaar veroorzaken. [5]
Uit de wet volgt (ook) dat [gedaagde] verplicht is de huur op tijd te betalen, zich als een goed huurder te gedragen en de woonbestemming van de woning niet te wijzigen en dat hij niet bevoegd is de woning aan een ander in gebruik te geven. [6]
3.3
Als [gedaagde] zijn verplichtingen niet nakomt, is er sprake van een tekortkoming. Dat kan reden zijn om de huurovereenkomst te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [7] Bij de beoordeling of de tekortkoming de ontbinding rechtvaardigt spelen niet alleen de aard en de ernst van de tekortkoming een rol, maar moeten ook de belangen van partijen bij het al dan niet voortduren van de overeenkomst worden afgewogen.
[gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen
3.4
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen
.
Illegale prostitutie
3.5
[gedaagde] heeft een deel van zijn woning onderverhuurd voor illegale prostitutie. Toezichthouders van de gemeente hebben samen met de politie op 19 november 2025 vastgesteld dat de woning voor illegale prostitutie wordt gebruikt. Hoewel [gedaagde] in eerste instantie een en ander ontkende, heeft hij tijdens de mondelinge behandeling erkend dat hij een deel van de woning van oktober 2025 tot 19 november 2025 voor € 100,00 per dag aan dames heeft onderverhuurd, in de wetenschap dat zij het zouden gebruiken voor (illegale) prostitutie. Dit is zowel op grond van de wet als op grond van de huurovereenkomst (zie hiervoor 3.2) niet toegestaan en is een ernstige tekortkoming.
3.6
Dat [gedaagde] deze (verkeerde) keuze naar zijn zeggen heeft gemaakt omdat hij geld nodig had om zijn huur te kunnen betalen en hij niet wist dat dit niet was toegestaan, leidt de kantonrechter niet tot een ander oordeel. Uit de algemene huurvoorwaarden volgt duidelijk dat dit [gedaagde] niet is toegestaan. Dat hij de algemene huurvoorwaarden mogelijk niet goed heeft gelezen, komt voor zijn rekening en risico. Bovendien had [gedaagde] moeten begrijpen dat hij geen illegale activiteiten mag laten plaatsvinden in de woning.
Huurachterstand
3.7
Ook is [gedaagde] tekortgeschoten in zijn verplichting om (op tijd) de huur te betalen. Het staat namelijk vast dat hij een huurachterstand heeft laten ontstaan van € 3.706,44 tot en met mei 2026. De huurprijs vermeerderd met de servicekosten bedraagt op dit moment € 701,41 per maand, zodat sprake is van een huurachterstand van ruim vijf maanden. [gedaagde] heeft dus een forse huurachterstand laten ontstaan en ook dat is een ernstige tekortkoming. [gedaagde] moet de huurachterstand die hij heeft laten ontstaan betalen. De kantonrechter zal hem, zoals door De Alliantie gevorderd, veroordelen om dat te doen.
De tekortkomingen rechtvaardigen de ontbinding
3.8
Naar het oordeel van de kantonrechter rechtvaardigen de tekortkomingen van [gedaagde] de ontbinding van de huurovereenkomst. Het onderverhuren van de woning voor illegale prostitutie is een zeer ernstige tekortkoming die De Alliantie niet hoeft toe te laten. De Alliantie heeft een zwaarwegend belang om tegen illegale prostitutie op te treden. Illegale prostitutie is verboden en geeft overlast aan de buurt. De Alliantie beschermt het woongenot van ál haar huurders en zij heeft (daarom) een gerechtvaardigd belang om een signaal af te geven aan haar huurders dat zij het handelen van [gedaagde] niet accepteert. Daarnaast rechtvaardigt de huurachterstand van meer dan vijf maanden op zichzelf ook een ontbinding van de huurovereenkomst. Uit vaste rechtspraak volgt dat in het algemeen bij een huurachterstand van drie maanden of meer wordt gesproken van een tekortkoming die van voldoende gewicht is om ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning te rechtvaardigen.
3.9
Hoewel uit de stellingen van [gedaagde] blijkt dat niet is uitgesloten dat hij tijdelijk geen vaste verblijfplaats heeft wanneer de huurovereenkomst wordt ontbonden, is niet gebleken dat de ontbinding zal leiden tot een acute noodsituatie. [gedaagde] is een alleenstaande jongeman van 31 jaar en hij heeft tijdens de mondelinge behandeling verteld dat hij al hulp heeft gezocht bij het stadsloket van de gemeente en zij hem hebben verteld dat hij zo nodig (tijdelijk) gebruik kan maken van maatschappelijke opvang. Bovendien is [gedaagde] er al geruime tijd mee bekend dat De Alliantie de huurovereenkomst wilde laten ontbinden, zodat hij al geruime tijd heeft gehad om alternatieve woonruimte te zoeken.
Het belang van [gedaagde] om de woning te behouden weegt gelet op deze tekortkomingen niet op tegen het belang van De Alliantie bij ontbinding van de huurovereenkomst.
De huurovereenkomst wordt ontbonden en [gedaagde] moet de woning ontruimen
3.1
Het voorgaande betekent dat de kantonrechter de huurovereenkomst zal ontbinden en dat [gedaagde] de woning moet ontruimen. [gedaagde] moet de woning verlaten en leeg en netjes achterlaten. [gedaagde] krijgt hiervoor veertien dagen de tijd. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen. De kantonrechter vindt de door De Alliantie gevorderde termijn van vijf dagen na de ontbinding van de huurovereenkomst te kort. De termijn van veertien dagen gaat in vanaf het moment dat dit vonnis aan hem door de deurwaarder is bezorgd.
De gevorderde machtiging om de ontruiming zelf uit te voeren wordt afgewezen
3.11
De Alliantie wil een machtiging om de ontruiming zelf uit te voeren, maar de bevoegdheid tot reële executie van de veroordeling tot ontruiming vloeit al voort uit de wet. [8] Deze vordering wordt daarom afgewezen.
De gevorderde ontruimingskosten zijn niet toewijsbaar
3.12
De door De Alliantie gevorderde ontruimingskosten worden ook niet toegewezen, omdat de hoogte van de kosten op dit moment nog niet te begroten is. [gedaagde] moet er wel rekening mee houden dat als hij de woning na dit vonnis niet vrijwillig ontruimt, De Alliantie de kosten van een gedwongen ontruiming bij hem in rekening mag brengen.
[gedaagde] moet tot de ontruiming een bedrag gelijk aan de overeengekomen huur betalen
3.13
Op grond van de huurovereenkomst moet [gedaagde] tot de datum van de ontbinding de overeengekomen huur (laatstelijk € 701,41) betalen. Na de ontbinding van de huurovereenkomst tot de ontruiming moet [gedaagde] aan De Alliantie dezelfde maandelijkse vergoeding (een gebruikersvergoeding) betalen die hij ook vóór de ontbinding maandelijks aan De Alliantie moest betalen. [9] Omdat de huurachterstand is berekend tot en met mei 2026, veroordeelt de kantonrechter [gedaagde] tot het betalen van (een vergoeding) ter hoogte van de maandelijkse huur vanaf juni 2026 tot het moment dat [gedaagde] de woning heeft ontruimd.
De overige vorderingen worden afgewezen vanwege oneerlijke bedingen in de algemene huurvoorwaarden
3.14
De Alliantie wil dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van wettelijke rente over de huurachterstand en een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast maakt zij maakt op grond van artikel 14.1 van de algemene huurvoorwaarden aanspraak op een boete van € 11.000,00, vanwege het overtreden van artikel 5.2, artikel 5.4 en artikel 5.7 van de algemene huurvoorwaarden. Verder wil zij dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot afdracht van de genoten winst door de onderverhuur van de woning, op grond van artikel 6:104 BW Pro. De kantonrechter wijst deze vorderingen af, omdat in de algemene huurvoorwaarden wat dit betreft voor [gedaagde] onredelijk bezwarende bedingen zijn opgenomen. De kantonrechter legt dit oordeel hierna uit.
Ambtshalve toets
3.15
Omdat de huurovereenkomst is gesloten tussen een professionele partij, handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf (De Alliantie) en een huurder die als consument moet worden beschouwd ( [gedaagde] ) zijn op de huurovereenkomst consumentenbeschermende bepalingen van toepassing
. [10] De kantonrechter moet daarom ambtshalve beoordelen of bepalingen uit de huurovereenkomst of de algemene voorwaarden die relevant zijn voor de beoordeling van de vordering, voor een consument onredelijk bezwarend zijn. [11] [12] Als een beding onredelijk bezwarend is voor een consument, dan moet de kantonrechter dat beding vernietigen en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen, ook als De Alliantie een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak. [13]
Het buitengerechtelijke incassokostenbeding
3.16
In artikel 12.1 van de algemene huurvoorwaarden staat “
Indien huurder een natuurlijk persoon is, niet handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf, is huurder een vergoeding verschuldigd voor de buitengerechtelijke incassokosten berekend conform de daarvoor geldende wet- en regelgeving. (….)”
3.17
De kantonrechter stelt vast dat dit beding in het nadeel van consumenten afwijkt van de wettelijke regeling over de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten en dat mag niet. Consumenten zijn namelijk op grond van de wet alleen de buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd, als de consument eerst met een aanmaningsbrief de mogelijkheid krijgt om binnen een termijn van veertien dagen de vordering alsnog te voldoen zonder bijkomende kosten. [14] Maar op grond van artikel 12.1 van de algemene voorwaarden kan De Alliantie direct, zonder voorafgaande kosteloze aanmaningsbrief, aanspraak maken op de vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten. Weliswaar wordt in artikel 12.1 naar de geldende wet- en regelgeving verwezen, maar alleen voor zover het gaat om de berekening van de kosten. Als dat anders is bedoeld, is dat - gelet op de woordkeuze ‘berekend conform’ - onvoldoende duidelijk. Daarbij is in artikel 14.3 van de algemene huurvoorwaarden ook nog opgenomen dat “
Indien huurder een ander voorschrift dat voortvloeit uit de wet, de huurovereenkomst of de Algemene Huurvoorwaarden overtreedt, verbeurt huurder een direct opeisbare boete van € 25,- per dag dat de overtreding voortduurt tot ten hoogste € 25.000,-.“. Ook dit beding is onvoldoende duidelijk, omdat ‘een ander voorschrift uit de huurovereenkomst’ ook kan zien op het voorschrift aan de huurder om de huur tijdig te betalen. De mogelijkheid van het in rekening brengen van een boete naast buitengerechtelijke incassokosten levert een onevenredig hoge schadevergoeding op. Dit leidt ertoe dat het buitengerechtelijke incassokostenbeding op zichzelf en in combinatie met het boetebeding onredelijk bezwarend is en wordt daarom vernietigd. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
Het rentebeding
3.18
In artikel 12.1 van de algemene huurvoorwaarden staat verder
“Indien huurder een aan verhuurder verschuldigd bedrag niet volledig en stipt op de vervaldag voldoet, treedt verzuim zonder ingebrekestelling in en is huurder vanaf dat moment de wettelijke rente verschuldigd.“Dit rentebeding is op zichzelf niet onredelijk bezwarend, maar dat is het wel in combinatie met het boetebeding in artikel 14.3. De mogelijkheid van het in rekening brengen van een boete naast rente levert een onevenredig hoge schadevergoeding op. Het rentebeding wordt daarom ook vernietigd en de over de huurachterstand gevorderde wettelijke rente wordt afgewezen.
Het boetebeding
3.19
In artikel 14.1 van de algemene huurvoorwaarden staat
“Indien huurder een voorschrift uit deze Algemene Huurvoorwaarden overtreedt dat is opgenomen in onderstaande tabel, verbeurt huurder een direct opeisbare boete, waarvan de hoogte volgt uit onderstaande tabel.”Vervolgens volgt uit die tabel per overtreding welke boete bij constatering verschuldigd is, met welk bedrag die boete per dag dat de overtreding voortduurt wordt vermeerderd en wat het maximum boetebedrag per constatering is. Zo volgt uit de tabel onder andere dat voor overtreding van
  • artikel 5.2 (bedrijfsmatige activiteiten) een boete van € 5.000,00 verschuldigd is bij constatering, te vermeerderen met € 25,00 per dag dat de overtreding voortduurt met een maximum boetebedrag van € 25.000,00.
  • artikel 5.4 (onderverhuur/ingebruikgeving) een boete van € 5.000,00 verschuldigd is bij constatering, te vermeerderen met € 50,00 per dag dat de overtreding voortduurt met een maximum boetebedrag van € 5.000,00.
  • artikel 5.7 (overlast/hinder/gevaar) een boete van € 1.000,00 verschuldigd is bij constatering, te vermeerderen met € 25,00 per dag dat de overtreding voortduurt met een maximum boetebedrag van € 10.000,00.
3.2
In artikel 14.2 staat
“In geval van onderverhuur is huurder naast de direct opeisbare boete genoemd in artikel 14.1 een bedrag aan de verhuurder verschuldigd gelijk aan het verschil tussen de inkomsten gegenereerd middels de onderverhuur en de kale huurprijs die huurder in de periode van onderhuur aan verhuurder heeft voldaan. Indien verhuurder niet bekend is welke inkomsten huurder middels onderverhuur heeft gegenereerd, wordt vermoed dat de inkomsten steeds 250% van de kale huurprijs hebben bedragen.”
3.21
De kantonrechter is van oordeel dat het cumulatieve effect van artikel 14.1 en 14.2 onredelijk bezwarend is voor de consument. Een tekortkoming kan, zoals in dit geval, leiden tot overtreding van meerdere voorschriften uit de algemene huurvoorwaarden en daarmee tot een zeer hoge boete bij constatering ongeacht de duur van de overtreding(en) en ongeacht of De Alliantie daadwerkelijk schade heeft geleden als gevolg van de overtreding. Die boete kan daarnaast nog worden vermeerderd worden met een boete per dag dat de overtreding voortduurt ter hoogte van € 75,00 met een maximumboetebedrag van € 40.000,00. Dat komt neer op meer dan 4,5 jaren aan huur. Daar bovenop staat in artikel 14.2 van de algemene huurvoorwaarden nog de verplichting tot afdracht van genoten winst, die bovendien vermoed wordt 250% van de huurprijs te bedragen. Weliswaar heeft De Alliantie een groot belang om zoveel mogelijk te waarborgen dat huurders de verplichtingen uit de algemene huurvoorwaarden nakomen en moet daar dus een voldoende afschrikwekkende sanctie voor gebruikt kunnen worden, maar naar het oordeel van de kantonrechter leidt het cumulatieve effect van het beding tot een onevenredig hoge schadevergoeding. Dit leidt tot het oordeel dat artikel 14.1 en 14.2 in onderling verband en samenhang onredelijk bezwarende bedingen zijn. Deze bedingen worden daarom vernietigd en de gevorderde boete en afdracht van de genoten winst door onderverhuur worden afgewezen. Weliswaar vordert De Alliantie de afdracht genoten winst door onderverhuur op grond van de wet, maar – zoals hiervoor overwogen – als een beding onredelijk bezwarend is voor een consument, dan moet de kantonrechter dat beding vernietigen en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen, ook als De Alliantie een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak. [15]
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.22
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat de vordering van De Alliantie met betrekking tot de boetes wordt afgewezen, vindt de kantonrechter het redelijk het door haar betaalde griffierecht van € 1.504,00 deels voor haar eigen rekening te laten komen. De proceskosten van De Alliantie worden daarom begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,02
- griffierecht
529,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.224,52
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard
3.23
De Alliantie wil dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat De Alliantie het vonnis direct kan (laten) uitvoeren, als [gedaagde] niet aan het vonnis (waaronder de veroordeling tot ontruiming) voldoet. [gedaagde] kan dus niet wachten met voldoen aan het vonnis in de periode dat tegen het vonnis nog hoger beroep mogelijk is of als hij hoger beroep heeft ingesteld en nog niet op dat hoger beroep is beslist. Of het vonnis uitvoerbaar bij voorraad zal worden verklaard, moet worden beoordeeld door een afweging van de belangen van partijen. De belangen die hierbij worden meegewogen, zijn genoemd onder 3.9 en 3.10. De kantonrechter is van oordeel dat de belangen van De Alliantie om direct over te kunnen gaan tot uitvoering van het vonnis zwaarder wegen dan de belangen van [gedaagde] om de uitkomst van een eventueel hoger beroep af te wachten. Daarom zal het vonnis uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
ontbindt de huurovereenkomst tussen De Alliantie en [gedaagde] betreffende de [adres] te ( [postcode] ) [plaats] ,
4.2
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van De Alliantie zijn, en de sleutels af te geven aan De Alliantie,
4.3
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan De Alliantie:
- € 3.706,44 aan achterstallige huur tot en met mei 2026,
- € 701,41 per maand vanaf juni 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
4.4
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.224,52, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.5
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.6
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.G.F. van der Kraats en in het openbaar uitgesproken door mr. V.E.J.A. Boots op 17 juni 2026.

Voetnoten

1.Algemene huurvoorwaarden woonruimte de Alliantie d.d. 1 november 2017 (verder: algemene huurvoorwaarden) op grond van artikel 8.2. van de huurovereenkomst
2.Artikel 5.1 algemene huurvoorwaarden
3.Artikel 5.2 algemene huurvoorwaarden
4.Artikel 5.4 algemene huurvoorwaarden
5.Artikel 5.7 algemene huurvoorwaarden
6.Artikelen 7:212, 7:213, 7:214, 7:221 van het Burgerlijk Wetboek (BW)
7.Dit volgt uit artikel 6:265 BW Pro.
8.Artikelen 555 e.v. juncto artikel 444 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
9.Artikel 7:225 BW Pro
10.HvJ EU, 30 mei 2023, ECLI:EU:C:2013:341
11.Zoals bedoeld in artikel 6:233 sub a BW Pro
12.De kantonrechter moet dit ambtshalve doen, dat wil zeggen: uit zichzelf, ook als [gedaagde] daar niet om vraagt.
13.Dit volgt uit vaste jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie, waaronder in het bijzonder het Dexia-arrest (ECLI:EU:C:2021:68) en het Gupfinger-arrest (ECLI:EU:C:2022:971).
14.Artikel 6:96 lid 6 BW Pro.
15.Dit volgt uit vaste jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie, waaronder in het bijzonder het Dexia-arrest (ECLI:EU:C:2021:68) en het Gupfinger-arrest (ECLI:EU:C:2022:971).