ECLI:NL:RBMNE:2026:380
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Werknemer zonder schriftelijk contract onterecht op staande voet ontslagen
De werknemer trad per 1 juni 2025 mondeling in dienst bij de werkgever, een horecagelegenheid, zonder schriftelijke arbeidsovereenkomst. De werknemer werkte vijf dagen per week tegen €20 per uur en vroeg herhaaldelijk om een schriftelijk contract, wat de werkgever weigerde. Daarnaast ontstond een achterstand in loonbetaling.
Op 15 augustus 2025 weigerde de werknemer te werken zolang het loon niet werd betaald en er geen contract was. De werkgever reageerde met een ontslag op staande voet, gemeld via een WhatsApp-bericht op 19 augustus 2025. De kantonrechter oordeelde dat er geen dringende reden was voor het ontslag, omdat de werknemer zijn arbeidsprestatie mocht opschorten wegens tekortkomingen van de werkgever.
De kantonrechter kende de werknemer een billijke vergoeding van €2.400 toe vanwege het onterechte ontslag en veroordeelde de werkgever tot betaling van €845 aan achterstallig loon, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente. Tevens werden de proceskosten van €1.039 aan de zijde van de werknemer toegewezen. Beide broers van de werkgever werden hoofdelijk aansprakelijk gesteld.
Uitkomst: Werknemer werd onterecht op staande voet ontslagen; werkgever moet loon, billijke vergoeding en proceskosten betalen.