Uitspraak
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
‘without prejudice to the Seller’s right to claim full compensation’. Daarmee biedt dit artikel niet zozeer de grondslag voor een vergoeding van schade die Oeijen q.q. stelt te hebben geleden, maar verwijst het meer naar het wettelijk recht op schadevergoeding dat Oeijen q.q. heeft en waarop zij subsidiair een beroep doet. In de wet staat dat [gedaagde] de schade moet vergoeden die Oeijen q.q. lijdt, doordat [gedaagde] haar verplichtingen uit de overeenkomst niet nakomt, maar de overeenkomst in plaats daarvan is ontbonden. [5] Na de ontbinding van de koopovereenkomst door Oeijen q.q. is de Mock-Up nogmaals aangeboden op een openbare veiling. Bij deze nieuwe veiling is de Mock-Up verkocht voor € 6.250,00. Oeijen q.q. zeg dat hij dus € 13.750,00 (€ 20.000,00 - € 6.250,00) schade heeft geleden door de ontbinding van de koopovereenkomst. [gedaagde] heeft dit niet betwist. Zij heeft alleen tijdens de mondelinge behandeling gezegd dat € 20.000,00 geen reëel bedrag is omdat de Mock-Up minder waard is. Dat de Mock-Up minder waard is, maakt echter niet dat Oeijen q.q. minder schade zou hebben geleden. Wanneer de overeenkomst namelijk niet was ontbonden vanwege het niet-nakomen van [gedaagde] , had [gedaagde] € 20.000,00 moeten betalen aan Oeijen q.q. Oeijen q.q. heeft € 13.750,00 schade geleden, omdat hij door de ontbinding € 13.750,00 is misgelopen. Dit deel van de vordering kan dus worden toegewezen.
In the event of termination or dissolution as referred to in Article 19.1, the Buyer still owes [bedrijf 2] the Call Money’