Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. M. Mahmoudi;
- de advocaat van de verdachte: mr. T. Vernooij, advocaat te Almere (hierna: de advocaat);
- het slachtoffer: [slachtoffer 1] ;
- de advocaat van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] : mr. J. Verschoor, advocaat te Groningen;
- de benadeelde partij: [benadeelde partij 2] ;
- de benadeelde partij: [benadeelde partij 3] ;
- de benadeelde partij: [benadeelde partij 4] ;
- de advocaat van de benadeelde partijen [achternaam van benadeelde partijen 2, 3 en 4] : mr. A. Wijburg, advocaat te Amsterdam.
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
Dit maakt dat enkel het derde verwijt op de tenlastelegging overblijft, namelijk het niet of onvoldoende opletten of de weg vrij was van andere verkeersdeelnemers. Anders gezegd, het verwijt dat de verdachte kan worden gemaakt dat heeft geleid tot de aanrijding, is dat hij de fietsers niet heeft gezien. Op grond van het dossier gaat de rechtbank ervan uit dat de fietsers verlichting hebben gevoerd. Het staat vast dat hij de fietsers niet heeft gezien, met zeer ernstige gevolgen. Maar volgens de officier van justitie had de verdachte de fietsers over een lange afstand en gedurende een ruime tijd moeten kunnen zien. Naar het oordeel van de rechtbank kan dat op grond van het dossier niet worden vastgesteld.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
- een gevangenisstraf van 6 maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar;
- een taakstraf van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert;
- een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) van 2 jaar.
6.Vordering benadeelde partij
7.Toegepaste wetsartikelen
- artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht;
- artikelen 5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
8.De beslissing
taakstrafvan
80 uren;
ontzegt de verdachte ter zake van het subsidiair bewezenverklaarde
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 maanden;
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast;