NS Reizigers B.V. vordert betaling van €339,52 aan openstaande abonnementskosten en reiskosten van gedaagde. Gedaagde erkent de hoofdsom, maar betwist de extra kosten omdat zij pas op de hoogte was van de vordering bij ontvangst van de dagvaarding.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde verantwoordelijk is voor het controleren van haar post en e-mail, en dat de aanmaning rechtsgeldig naar het juiste adres is gestuurd. De buitengerechtelijke incassokosten van €40 worden daarom toegewezen. Ook de proceskosten van €460,78 worden aan gedaagde opgelegd, omdat geen sprake is van rauwelijks dagvaarden.
De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dagvaarding tot volledige betaling. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het ook bij hoger beroep direct kan worden uitgevoerd.