ECLI:NL:RBMNE:2026:3862

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
16/249468-23
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 273f SrArt. 240b oud SrArt. 55 SrArt. 57 SrArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen mensenhandel minderjarige en vervaardigen kinderporno

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 2 juli 2026 de verdachte veroordeeld voor medeplegen van mensenhandel ten aanzien van een minderjarige en het vervaardigen en in bezit hebben van kinderporno. De feiten vonden plaats in april 2023 in Utrecht, waarbij het slachtoffer, een zeventienjarig meisje, werd geworven, gehuisvest en opgenomen met het oogmerk haar seksueel uit te buiten via een website.

De rechtbank achtte de verklaringen van het slachtoffer betrouwbaar en ondersteund door onder meer digitale bewijzen van telefoons van medeverdachten. De verdachte was betrokken bij het maken en beoordelen van erotische foto’s van het slachtoffer en het overleg over de exploitatie. Daarnaast werd vastgesteld dat de verdachte samen met anderen kinderpornografisch materiaal vervaardigde en bezat.

De rechtbank kwalificeerde de feiten als mensenhandel en vervaardigen en bezit van kinderporno, en wees af dat sprake was van eendaadse samenloop. Gelet op de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 180 dagen op, waarvan 179 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een taakstraf van 360 uur. Tevens werd een schadevergoeding van €5.000,- aan het slachtoffer toegekend, vermeerderd met wettelijke rente, en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 180 dagen gevangenisstraf waarvan 179 dagen voorwaardelijk en 360 uur taakstraf wegens medeplegen mensenhandel minderjarige en vervaardigen kinderporno.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/249468-23
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 2 juli 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1999] in [geboorteplaats] ,
BRP-adres: [adres] in [woonplaats]
(hierna: de verdachte).

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 18 juni 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. M.M. Rademaker;
  • de advocaat van de verdachte: mr. R. Schreudering (hierna: de advocaat);
  • de benadeelde partij: [slachtoffer] ;
  • de advocaat van de benadeelde partij: mr. C.C. Haanappel.

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1:in de periode van 21 april tot en met 25 april 2023 in Utrecht, samen met anderen, zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel (seksuele uitbuiting) van de minderjarige [slachtoffer] ;
feit 2:in de periode van 21 april tot en met 25 april 2023 in Utrecht, samen met anderen, zich schuldig heeft gemaakt aan het vervaardigen van kinderporno.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs en bewezenverklaring

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd. Voor zover van belang voor de beoordeling, zal de rechtbank de standpunten van de officier van justitie hierna bespreken.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft de rechtbank verzocht om de verdachte vrij te spreken van de feiten. Voor zover van belang voor de beoordeling, zal de rechtbank de standpunten van de advocaat hierna bespreken.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsmiddelen feiten 1 en 2
De rechtbank oordeelt dat de feiten zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan. Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
3.3.2.
Bewijsoverwegingen feiten 1 en 2
Inleiding
Op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast. Op 25 april 2023 is bij de politie de melding binnengekomen dat een meisje op blote voeten een ontmoetingscentrum in Utrecht in was gevlucht. De politie ging ter plaatse en trof haar daar huilend aan. Het bleek te gaan om [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) die op dat moment zeventien jaar was. Zij had een zwart Amerikaans rugby jackje aan en daaronder droeg ze niets. Ze vertelde dat er mannen met een mes achter haar aan zaten. Ze vertelde verder dat ze op 21 april 2023 op het station Utrecht Centraal werd aangesproken door drie mannen die haar onderdak konden geven en haar wilden helpen. Het grootste gedeelte van de tijd verbleef zij daarna in een woning. De politie komt er na onderzoek achter dat dit om de woning op het adres [adres] in [woonplaats] ging. Dit is de woning van de medeverdachte [medeverdachte 1] . Samen met de politie is zij terug naar de woning gegaan, omdat haar spullen daar nog lagen. De politie heeft haar telefoon, haar schoenen, haar BH, haar pinpas en OV-chipkaart in de woning aangetroffen.
Tijdens het eerste contact met de politie heeft [slachtoffer] verteld dat de jongens haar op de website [website] wilden zetten. [slachtoffer] heeft vervolgens op 25 april 2023 een informatiegesprek mensenhandel gevoerd bij de politie, op 16 mei 2023 heeft zij nogmaals een gesprek gehad bij de politie en op 10 november 2025 is zij gehoord bij de rechter-commissaris.
Betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer]
De rechtbank zal zich allereerst uitlaten over de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer] . In dat kader staat voorop dat in zijn algemeenheid zorgvuldig omgegaan moet worden met verklaringen van getuigen in strafzaken, zoals in dit geval ook met de verklaringen van [slachtoffer] . Dit geldt in het bijzonder bij onder andere mensenhandelzaken. De betrouwbaarheid van zowel belastende als ontlastende verklaringen van vermeende slachtoffers in zulke zaken kan onder druk staan of beïnvloed worden door gevoelens van onder meer angst, loyaliteit of wraak.
De rechtbank overweegt met betrekking tot de verklaring van [slachtoffer] dat zij uitgebreid, gedetailleerd en op veel en ook de belangrijkste punten consistent heeft verklaard. Ze weet goed te beschrijven hoe de woning eruit zag waar zij heeft verbleven, welke mannen er daar aanwezig waren en wat hun signalement is. Ook geeft ze precies weer hoe het is gegaan met de pogingen om haar op [website] te zetten, onder andere met de gesprekken tussen de mannen die daaraan vooraf gingen en het maken van de foto’s. Bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer] neemt de rechtbank ook mee dat zij zichzelf in haar verklaringen niet spaart. Zo vertelt ze dat ze vrijwillig seks heeft gehad met twee van de mannen en dat ze heeft gelogen over haar leeftijd. Ook vertelt ze dat het in het begin wel leuk was, dat het eerst leek alsof er weinig aan de hand was en dat ze zich toen niet bedreigd of gestrest voelde. Ze omschrijft vervolgens duidelijk hoe de sfeer omsloeg.
De advocaat heeft aangevoerd dat de verklaringen van [slachtoffer] teveel inconsistenties bevatten en daarom onvoldoende betrouwbaar zijn om voor het bewijs te gebruiken. De rechtbank is het daar niet mee eens. Het gaat slechts om enkele inconsistenties, op ondergeschikte onderdelen. Bovendien maakt het feit dat op enkele ondergeschikte onderdelen inconsistenties voorkomen, de verklaringen op zichzelf nog niet onbetrouwbaar. Deze verschillen kunnen namelijk veroorzaakt zijn door de feilbaarheid van het menselijke geheugen, als gevolg van tijdsverloop of (bijvoorbeeld tijdens het verhoor van de rechter-commissaris) teweeggebracht zijn onder invloed van emoties die (mede) ontstaan zijn door het delict. Zo vindt de rechtbank het voorstelbaar dat in de eerste melding bij de politie nog niets over [website] is gezegd, omdat [slachtoffer] op dat moment op de vlucht was voor de drie mannen. Vervolgens heeft zij in haar eerste fysieke contact met de politie het tijdens het informatief gesprek mensenhandel wel meteen over [website] gehad. De rechtbank overweegt dat het gaat om de totale indruk van de verklaringen en de wijze waarop deze zijn afgelegd en dat de enkele inconsistenties die door de advocaat zijn genoemd niet de kern van het verwijt raken.
Bovendien worden de verklaringen van [slachtoffer] op belangrijke punten ondersteund door andere bewijsmiddelen, zoals de inhoud van de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte 1] . Uit de gegevens van de telefoon blijkt dat er tijdens het verblijf van [slachtoffer] in de woning online is gezocht naar ‘ [website] ’, dat er erotische foto’s van [slachtoffer] met die telefoon zijn gemaakt en dat er is gezocht naar ‘foto vergroten online’ en ‘1024 pixel’. Dit sluit aan bij de verklaring van [slachtoffer] dat het niet lukte met het maken van foto’s en dat het formaat en de helderheid niet goed (genoeg) waren voor [website] . De rechtbank neemt ook de manier waarop [slachtoffer] door de politie is aangetroffen in aanmerking. Zij treffen haar huilend aan en het blijkt duidelijk dat zij op de vlucht was. Zij heeft allerlei belangrijke spullen in de woning van de verdachte achtergelaten en het enige wat zij aan had was een rugby [Snapchat gebruikersnaam medeverdachte 1] . Gelet op al het voorgaande acht de rechtbank de verklaringen van [slachtoffer] betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs.
Juridisch kader mensenhandel, sub 2º (feit 1)
Aan de verdachte is mensenhandel ten laste gelegd zoals omschreven in artikel 273f, eerste lid, sub 2, van het Wetboek van strafrecht (hierna: Sr). Dit artikel staat in titel XIII, de titel die ziet op ‘de misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid’. Uit de wetsgeschiedenis en de jurisprudentie over dit wetsartikel volgt dat mensenhandel is gericht op uitbuiting. Het belang van het individu staat voorop: dat belang is behoud van zijn of haar lichamelijke of geestelijke integriteit en vrijheid. Artikel 273f, eerste lid, onderdeel 2, Sr ziet op de bescherming van minderjarigen tegen (seksuele) uitbuiting door anderen. Hierbij is niet van belang of een verdachte bekend is met de minderjarigheid van het slachtoffer, aangezien de minderjarigheid een geobjectiveerd bestanddeel is.
Artikel 273f, eerste lid, sub 2º Sr ziet op het werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten of opnemen van een ander met het oogmerk van uitbuiting van die ander, terwijl die ander nog geen achttien jaren oud is. Het gebruik van dwangmiddelen, zoals beschreven onder sub 1º en sub 4º, is niet vereist. De overtuiging van de wetgever is dat aan de exploitatie van minderjarigen ‘misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht’ inherent is. Bij minderjarigen wordt ervan uitgegaan dat zij nog niet in staat zijn de gevolgen van hun handelingen te overzien en zelfstandig beslissingen te nemen. Een eventuele instemming van de minderjarige is dan ook irrelevant. Wel moeten de handelingen en het oogmerk van uitbuiting worden bewezen. Aangenomen wordt dat er een oogmerk van uitbuiting bestaat als de verdachte het oogmerk heeft om een minderjarige in de prostitutie te laten werken.
Het werven en huisvesten van [slachtoffer] met het oogmerk haar seksueel uit te buiten
Zoals hiervoor overwogen gaat de rechtbank uit van de verklaring van [slachtoffer] . Op basis van haar verklaring en de andere in de bijlage weergegeven bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte één van de mannen in de woning is geweest die haar op [website] wilde zetten. [slachtoffer] heeft de verdachte op een foto herkend als ‘de Turk met het korte haar’. De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij inderdaad de persoon op de betreffende foto is. De verdachte is vaker in de woning geweest terwijl [slachtoffer] daar ook was. [slachtoffer] heeft verklaard dat het de twee Turken waren die allemaal dingen over [website] tegen haar hebben gezegd. De verdachte heeft met de medeverdachten in de badkamer overlegd over het feit dat ze haar konden laten werken en zij hebben gesproken over welke percentages ieder daarvan zou krijgen. Daarnaast is hij betrokken geweest bij het maken en beoordelen van erotische foto’s van [slachtoffer] voor [website] . Ook gaat de rechtbank er vanuit dat het de verdachte is die ‘die andere turkoe’ wordt genoemd in het spraakbericht van de medeverdachte [medeverdachte 2] aan [slachtoffer] .
De rechtbank is van oordeel dat de drie medeverdachten nauw en bewust hebben samengewerkt. Alle drie de verdachten hebben handelingen verricht op de telefoon waarop zoekslagen zijn gemaakt naar de website [website] en waarmee erotische foto’s van [slachtoffer] zijn gemaakt. Zij stonden er allemaal omheen toen de foto’s werden beoordeeld op helderheid en formaat. Daarnaast is er tussen de drie verdachten overleg gevoerd over de percentages en verbleven zij in verschillende samenstellingen in de woning.
Uit de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden volgt naar het oordeel van de rechtbank dat de verdachten handelingen hebben verricht, namelijk het werven, huisvesten en opnemen, met het oogmerk om de minderjarige [slachtoffer] in de prostitutie te laten werken. Zij hebben [slachtoffer] onderdak geboden in de woning van de medeverdachte [medeverdachte 1] en onderdeel laten uitmaken van de groep die daar verbleef. Dat er in het begin van de periode dat [slachtoffer] in de woning van de medeverdachte [medeverdachte 1] verbleef nog geen sprake was van het haar in de prostitutie te laten werken, doet daar niets aan af. De verdachten zijn [slachtoffer] blijven huisvesten en opnemen op het moment dat zij initieerden om [slachtoffer] op [website] te zetten en toen zij ook daadwerkelijk handelingen gingen verrichten om dit te bewerkstelligen. De verdachten hebben erotische foto’s van haar gemaakt en zij hebben geprobeerd een profiel voor haar aan te maken. Ook hebben zij aan [slachtoffer] geadviseerd dat een man een aanbetaling moest doen en dat het dan geregeld zou kunnen worden en dat ze dit het beste via [website] kon regelen. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dan ook dat het oogmerk van de verdachten gericht is geweest op seksuele uitbuiting van [slachtoffer] .
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel in vereniging in de zin van artikel 273f, eerste lid, sub 2 Sr.
Vervaardingen en bezit van kinderporno (feit 2)
De verdachte wordt verder verdacht van het vervaardigen van en in bezit hebben van kinderporno. In de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte 1] is erotisch beeldmateriaal van [slachtoffer] gevonden. In het licht van het bewezenverklaarde onder feit 1 en in combinatie met de bewijsmiddelen, stelt de rechtbank vast dat de verdachte, samen met de medeverdachten, een deel van dit beeldmateriaal heeft vervaardigd. Uit het onderzoek naar de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte 1] blijkt dat er een groot aantal foto’s van [slachtoffer] zijn gemaakt met zijn telefoon op 24 april 2023. [slachtoffer] verbleef toen bij de medeverdachte [medeverdachte 1] in huis en zijn bank en vloerkleed worden ook op de foto’s herkend. Zij was op dat moment minderjarig. De verdachten hebben deze foto’s gemaakt met het doel om [slachtoffer] aan te bieden op [website] . Gelet op die context en het feit dat [slachtoffer] op die afbeeldingen poseert in een string, met ontblote borsten en voorovergebogen op een bank met haar billen in beeld, hebben deze afbeeldingen onmiskenbaar een seksuele strekking en vallen zij derhalve onder een ‘afbeelding van een seksuele gedraging’ als bedoeld in artikel 240b (oud) Sr. Het proces-verbaal van bevindingen op pagina 49 van het dossier in combinatie met de bijlage [documentcode] biedt voldoende grondslag voor deze conclusie. Door de foto’s samen te vervaardigen op de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte 1] , die zij allen gebruikten, hebben de verdachten de foto’s ook in hun bezit gehad. Daarnaast zijn de foto’s aangetroffen waarover zij allemaal de beschikking hebben gehad.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het vervaardingen en in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal in de zin van artikel 240b (oud) Sr.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
1
in de periode van 21 april
2023tot en met 25 april 2023 te Utrecht, tezamen en in vereniging, een ander, te weten [slachtoffer] (geboren op [2005] ) heeft geworven gehuisvest
enopgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer] , terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt;
2
in de periode van 21 april
2023tot en met 25 april 2023 te Utrecht tezamen en in vereniging, afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken, in bezit heeft gehad en heeft vervaardigd
waarop te zien is dat die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon gedeeltelijk naakt is of gekleed is in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en
- door de pose en de wijze van kleden van die persoon nadrukkelijk de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht (fotobijlage [documentcode] ).
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1:
mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de persoon ten aanzien van wie het in artikel 273f, eerste lid onder 2º van het Wetboek van Strafrecht omschreven feit wordt gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt
Feit 2:
medeplegen van een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben
Geen eendaadse samenloop
De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat geen sprake is van eendaadse samenloop (artikel 55, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht), maar van meerdaadse samenloop (artikel 57 van Pro het Wetboek van Strafrecht). De rechtbank overweegt dat de bewezenverklaarde feiten niet zien op dezelfde gedragingen en dat artikel 273f Sr en artikel 240b (oud) Sr een ander beschermd belang hebben. Dit verschil brengt mee dat de bewezen verklaarde gedragingen niet één feit in de zin van artikel 55, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht opleveren. Het werven, huisvesten en opnemen van [slachtoffer] met het oogmerk van uitbuiting (feit 1) en het maken en in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen van [slachtoffer] (feit 2) zijn twee verschillende verwijten en er kan niet worden gezegd dat de verdachte in wezen één verwijt wordt gemaakt.
4.2.
Strafbaarheid feit en de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straffen

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geëist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft aangevoerd dat het niet passend en geboden is om aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen. De behandeling van de zaak heeft lang op zich laten wachten. De verdachte is nu een stuk ouder en hij heeft zijn leven op de rit. Ook vindt de advocaat het niet passend als de verdachte een korte tijd de gevangenis in zou moeten en daarnaast nog een taakstraf zou moeten verrichten. De advocaat heeft verzocht om en geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, ook gelet op de beperkte rol van de verdachte.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straffen houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan het werven, opnemen en huisvesten van een minderjarig meisje met het oogmerk om haar seksueel uit te buiten. Zij wilden haar als prostituee aanbieden op [website] en daar zo zelf geld aan verdienen. Het door de verdachte gepleegde feit is te kwalificeren als mensenhandel. Mensenhandel is een zeer ernstig strafbaar feit en wordt daarom doorgaans ook zwaar bestraft. Dat komt omdat mensenhandel een grote inbreuk maakt op lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers, zeker als dat, zoals hier, een jong en kwetsbaar slachtoffer betreft. Ook heeft de verdachte, samen met anderen, kinderpornografische beelden van het slachtoffer vervaardigd en in zijn bezit gehad. Om haar aan te kunnen bieden op [website] hebben zij deze foto’s van [slachtoffer] gemaakt. Dat deze feiten een enorme impact op het slachtoffer hebben gehad, blijkt uit de slachtofferverklaring die namens haar op de zitting is voorgelezen. Door deze feiten is haar gevoel van veiligheid, haar vertrouwen in anderen, haar toekomstbeeld en haar gevoel van eigenwaarde ernstig beschadigd. Zij voelt de gevolgen van deze feiten op dit moment nog steeds.
Het strafblad en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 10 juni 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld.
De verdachte heeft op de zitting verklaard dat het goed gaat in zijn leven en dat hij in de afgelopen drie jaar veel positieve stappen heeft ondernomen. Hij heeft een eigen huis gekregen en hij is verloofd en gaat in september trouwen. De verdachte werkt als begeleider in de zorg.
Strafkader
Gelet op de ernst van het feit is uit oogpunt van vergelding in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geboden. Daarbij let de rechtbank op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg voor Vakinhoud Strafrecht (LOVS) ten aanzien van mensenhandel van minderjarigen. Het oriëntatiepunt voor seksuele uitbuiting van een minderjarige in een periode als in deze zaak, waarbij geen prostitutiewerkzaamheden zijn uitgevoerd, is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en ook voor het in bezit hebben en vervaardigen van kinderporno is een gevangenisstraf het oriëntatiepunt.
De rechtbank ziet in deze zaak echter aanleiding hiervan af te wijken. Dit heeft (deels) te maken met de jonge leeftijd van de verdachte en het feit dat hij zijn leven nu op orde lijkt te hebben. De belangrijkste reden ligt echter in de overschrijding van de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling op zitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. De termijn is in deze zaak gaan lopen op het moment dat de verdachte werd verhoord door de politie op 16 mei 2023. Dit betekent dat de redelijke termijn met ruim een jaar is overschreden. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die deze termijnoverschrijding rechtvaardigen. In de voornoemde overschrijding van de redelijke termijn en in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte ziet de rechtbank aanleiding om niet voor een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf maar voor een andere strafmodaliteit te kiezen. De rechtbank zal aan de verdachte en zeer hoge taakstraf en een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen.
Nu er meerdere strafbare feiten worden bewezenverklaard mag de taakstraf de duur van (in totaal) 240 uren overschrijden. Bij het bepalen van de hoogte heeft de rechtbank voor ogen gehouden dat de duur van de taakstraf en de daaraan verbonden vervangende hechtenis in een redelijke verhouding staat tot (onder meer) de ernst van de betreffende feiten, waarbij tevens van belang is dat de verdachte de taakstraf kan voltooien binnen de daarvoor bestemde termijn (zoals bedoeld in artikel 6:3:1 Sv Pro).
De rechtbank zal aan de verdachte opleggen een taakstraf van 360 uur en een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan 179 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

6.In beslag genomen voorwerpen

6.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de op de beslaglijst van telefoon van de verdachte aan hem moet worden teruggegeven.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft geen standpunt ingenomen met betrekking tot het beslag.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal teruggave aan de verdachte gelasten van de telefoon. Niet is gebleken van enig verband tussen de telefoon en de bewezenverklaarde strafbare feiten.

7.Vordering benadeelde partij

7.1.
Vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 9.500,- voor de feiten 1 en 2, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 6.500,- voor vergoeding van immateriële schade (smartengeld) en € 3.000,- toekomstige schade, wanneer blijkt dat het geestelijk letsel forser is dan op dit moment is geconstateerd. De benadeelde partij is zich ervan bewust dat die kosten pas voor vergoeding in aanmerking kunnen komen als deze kosten gemaakt zijn of indien het zeker is dat die kosten gemaakt zullen worden. De benadeelde partij gaat er dan ook vanuit dat de rechtbank haar op dit moment niet-ontvankelijk zal verklaren in deze schadepost.
7.2.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan volgens de officier van justitie gedeeltelijk worden toegewezen. De benadeelde partij dient ten aanzien van de toekomstige schade niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering. De verzochte immateriële schade dient geheel te worden toegewezen. De officier van justitie heeft verzocht om het toegekende gedeelte te vermeerderen met de wettelijke rente en om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
7.3.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft primair verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, omdat de verdachte moet worden vrijgesproken van de feiten. Subsidiair heeft de advocaat verzocht om de vordering sterk te matigen. Het gaat het om een korte periode en er heeft feitelijk geen seks plaatsgevonden met derden. Daarnaast blijkt uit de toegevoegde stukken bij de vordering niet dat dit feit heeft geleid tot de schade die wordt gevorderd.
7.4.
Oordeel van de rechtbank
Immateriële schade
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW Pro mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.
In dit geval is naar het oordeel van de rechtbank sprake van zo’n uitzonderlijke situatie. Daar komt nog eens bij dat uit de door de benadeelde partij overgelegde verklaring van haar behandelaar van maart 2026 (met o.a. behandelplan en diagnose) blijkt van verband tussen de geconstateerde PTSS en de bewezen verklaarde feiten. Dat maakt dat de benadeelde partij recht heeft op vergoeding van immateriële schade.
De rechtbank heeft bij het bepalen van dit bedrag gebruikt gemaakt van de ‘Rotterdamse Schaal’. De rechtbank heeft hiervoor gekeken naar hoofdstuk 16 ‘mensenhandel (art. 273f Sr)’ en aansluiting gezocht bij categorie c – tamelijk ernstig. In zo’n geval gaat het om mensenhandel die plaatsvindt gedurende een periode van minder dan ongeveer één maand, waarbij soms niet duidelijk is of dit de dader financieel gewin heeft opgeleverd. Er wordt geen geweld gebruikt jegens de benadeelde en de benadeelde wordt niet bedreigd. De bandbreedte binnen die categorie is € 2.000,- tot € 5.000,-. Nu het in de onderhavige zaak ging om seksuele uitbuiting van een minderjarige die heel kwetsbaar was, zal de rechtbank een bedrag bepalen aan de bovengrens van deze categorie. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel van een vergoeding van € 5.000,- billijk is.
De rechtbank wijst dit deel van de vordering van de benadeelde partij daarom tot dat bedrag toe. De gevorderde toekomstige schade komt niet voor vergoeding in aanmerking nu niet zeker is dat die kosten gemaakt zullen worden. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering daarom niet-ontvankelijk.
Wettelijke rente
De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, namelijk 25 april 2023, tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
Hoofdelijkheid
Omdat de verdachte de strafbare feiten waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (juridische term: hoofdelijk aansprakelijk). Hetzelfde geldt voor de toe te wijzen proceskosten. Voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding en de proceskosten niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
Proceskosten
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 5.000,- aan de Staat moet betalen.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 april 2023 (datum ontstaan schade) tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald.
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 50 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
Omdat de verdachte de strafbare feiten waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (juridische term:
hoofdelijk aansprakelijk). Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding en proceskosten niet meer aan de benadeelde partij of aan de Staat te betalen.
De verdachte mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partij. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.

8.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straffen en maatregel zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47, 57, 63, 240b (oud) en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
  • verklaart bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4. is omschreven;
  • verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1. is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straffen
- veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 180 (honderdtachtig) dagen;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf
een gedeelte van 179 (honderdnegenenzeventig) dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde/voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;
- als voorwaarde geldt dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- veroordeelt verdachte verder tot een
taakstraf van 360 (driehonderdzestig) uren;
- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 180 dagen hechtenis;
beslag feiten 1 en 2
- gelast de teruggave aan de verdachte van de op de beslaglijst genoemde telefoon met het voorwerpnummer PL0900-MDRCC23006_771843;
vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer]
  • wijst de vordering van gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 5.000,-;
  • veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 april 2023 tot de dag van volledige betaling;
  • veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
  • verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
  • veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
schadevergoedingsmaatregel
  • legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 5.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 april 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 50 dagen gijzeling;
  • bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
  • legt aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op het toegewezen bedrag aan de Staat te betalen;
  • bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij op één of meerdere tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 21 april tot en met 25 april 2023 te Utrecht en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging, althans alleen,
A) een ander of anderen, te weten [slachtoffer] (geboren op [2005] )
(telkens)
(sub 2)
- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer] , terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,
immers heeft verdachte en/of zijn medeverdachte(n)
- die [slachtoffer] benaderd op Utrecht Centraal Station en vervoerd naar de woning van medeverdachte [medeverdachte 1] ( [adres] te [woonplaats] ) en/of
- die [slachtoffer] opgesloten in die woning waar haar werd meegedeeld dat zij kon werken in de prostitutie vanuit deze locatie en dat als zij niet mee zou werken zij zou worden gekidnapt in het huis, haar vingers eraf zouden worden gesneden, er muizen over haar lichaam zouden gaan lopen en dat ze zou worden gemarteld net zolang totdat zij zou meewerken en/of
- seksueel getinte foto’s van die [slachtoffer] gemaakt en/of
- een seksadvertentie voor die [slachtoffer] gemaakt
2
hij op één of meerdere tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 21 april tot en met 25 april 2023 te Utrecht en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen
- van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken heeft verworven, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft en/of heeft vervaardigd
waarop te zien is dat:
en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht (fotobijlage [documentcode] )
Bijlage II: Bewijsmiddelen [1]
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 25 april 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op dinsdag 25 april 2023 hoorden wij dat wij moesten gaan naar een meeting centrum te Utrecht. Wij zagen een huilend meisje op een stoel zitten. Wij zagen dat zij een zwart Amerikaans rugby jackje droeg en daaronder niets aan had. Wij zagen dat zij huilde en hoorden haar zeggen dat er mannen met een mes achter haar aan zaten. Wij zagen via onze politiesystemen dat het om de volgende persoon ging: [slachtoffer] , geboren [2005] (17 jaar).
Wij hoorden haar zeggen dat zij vrijdag
(de rechtbank begrijpt 21 april 2023)in het station Utrecht Centraal werd aangesproken door drie mannen, die haar onderdak konden geven en haar wilden helpen. Wij hoorden haar zeggen dat zij de eerste nacht verbleef in een hotel en vervolgens bij de mannen verbleef in een woning. Na een kort onderzoek zagen wij dat dit om de [adres] te [woonplaats] ging. [2]
Wij hoorden de betrokkene zeggen dat haar spullen nog steeds in de woning op de [adres] te [woonplaats] lagen. [3] Wij reden met ons politievoertuig richting de woning. Ik zag de telefoon van de betrokkene op de bank liggen en onder het tafeltje zag ik haar schoenen liggen. Ik zag dat de BH van de betrokkene op de vensterbank lag. Ik zag buiten op het balkon op drie dozen haar Openbaar Vervoersbewijs en pinpas liggen. [4]
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 25 april 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op dinsdag 25 april 2023 zag ik in de richting van de [straat] drie mannen lopen. De mannen kwamen overeen met het signalement dat door de dame was gegeven. Hierop ben ik naar de mannen gereden en heb ik hen staande gehouden.
Ik zag de man een rijbewijs gaf. Ik zag dat op het rijbewijs de volgende gegevens stonden:
- [medeverdachte 2] ;
- geboren op [1998] te [geboorteplaats] .
Omdat twee mannen geen geldig identiteitsbewijs konden tonen, hebben wij ze aangehouden.
Betrokkene
Achternaam : [medeverdachte 1]
Voornamen : [voornamen]
Geboren : [1995]
Geboorteplaats : [geboorteplaats] in Nederland
Betrokkene
Achternaam : [verdachte]
Voornamen : [voornamen]
Geboren : [1999]
Geboorteplaats : [geboorteplaats] in Nederland [5]
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 2 juni 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik belde naar [slachtoffer] om haar te vertellen dat er drie jongens waren aangehouden door de politie naar aanleiding van de melding waar zij ook bij betrokken was. Wij zijn naar [slachtoffer] gegaan en hebben een gesprek gehad met [slachtoffer] . [6] Wij gaven aan dat wij zeker wilden weten of we het over dezelfde personen hebben. Hierop toonden wij drie foto's aan [slachtoffer] en stelden de vraag wie de personen op de foto's zijn.
Hierop verklaarde [slachtoffer] het volgende:
Foto 1: Dat was één van de Turken. Deze heeft lang haar.
Foto 2: Ja, dat is die andere Turk. Deze is met kort haar.
Foto 3: Dit is die Chinees. [7]
[slachtoffer] verklaarde samengevat en zoveel mogelijk in eigen bewoording weergegeven dat:
- Zij seks met ze had gehad en de jongens daarna over geld begonnen tegen haar
- De jongens tegen haar zeiden dat ze wel goed was in dat soort dingen
- Die jongens toen over die [website] dingen begonnen en zeiden dat ze haar in het huis konden houden en dat ze haar op [website] konden zetten
- De jongens tegen haar zeiden, dan verdienen wij er wat aan en verdien jij er wat aan en kan je hier gewoon slapen en in dit huis zijn
- Het die twee Turken waren die dit allemaal zeiden
- De twee Turken eerst overleg hadden met de Chinees, omdat het zijn huis was
- De Turken met de Chinees overleg hadden in de badkamer
- Dat de Turken en de Chinees in de badkamer overlegden wie welk percentage kreeg
- Zij had gehoord dat die Turken tegen die Chinees zeiden, we kunnen die chickie laten werken
- De Turken eerst met de Chinees moesten overleggen of hij wel akkoord ging, omdat het zijn huis was
- Het een heel drama was toen de Turkse jongens haar op [website] wilde zetten
- De Turkse jongens de hele tijd op die site aan het kijken waren [8]
- Die Turken foto's van haar gemaakt hebben
- Dat dit foto's waren van haar lichaam
- Zij nog weet dat ze foto's aan het maken waren van haar lichaam en telkens zeiden dat het niet goed was
- Het een kut formaat was of dat de helderheid niet goed was
- Zij toen ging meekijken en zag dat het op [website] was en dat het daar een precieze resolutie of formaat moet zijn
- Zij toen wist dat het voor [website] was
- Het de Turk met korte haren was die de telefoon vast hield toen zij meekeek, maar iedereen er omheen hing om te kijken.
- Zij met iedereen bedoelt; de Turk met kort haar, die Turk met lang haar, die Chinees en die Spanjaard. [9]
Wij toonden [slachtoffer] vervolgens de foto's van fotobijlage minderjarige behorende bij proces-verbaal van bevindingen met documentcode [documentcode] . [slachtoffer] verklaarde het volgende over de getoonde foto's:
Foto 1: De foto is gemaakt in het huis van de Chinees, zij herkent de bank
Foto 4: Dit is een foto waarbij zij moest poseren voor een foto voor [website] , waarbij het niet lukte met de pixels
De foto's met de roze string zijn geposeerde foto's. [slachtoffer] verklaarde dat de foto's volgens haar waren gemaakt door de Turk met het korte haar. [slachtoffer] verklaarde verder dat zij nog weet dat die twee Turkse jongens en die Chinese jongen eromheen stonden om die foto's te bekijken toen het niet lukte.
Pagina 3, foto's:
Zij verklaarde dat de foto's met blote borsten voor de verificatie waren. Zij hadden een foto gemaakt met haar borsten en hoofd op die manier, speciaal voor [website] .
Pagina 4, de bovenste 4 foto's: Gemaakt voor de verificatie
De foto's waarop zij ligt met de roze string: Gemaakt door de jongens.
De onderste foto's, één in een roze string met ontblote borsten staand en één foto van blote billen in een roze string -> Foto met die pixels voor [website] .
Nummer 11: was voor die pixels. [10]
Nummer 17: [slachtoffer] verklaarde dat deze foto's allemaal door de jongens zijn gemaakt. [11]
De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 18 juni 2026, voor zover inhoudende, zakelijke weergegeven:
U houdt mij voor dat er foto’s aan [slachtoffer] zijn getoond en dat zij degene op foto twee, op pagina 43 van het dossier, de Turk met het korte haar noemt. Ik zie de foto in het dossier van mijn advocaat. Ja, dat ben ik inderdaad.
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 19 juni 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Documentcode: [documentcode]
De mobiele telefoon van [medeverdachte 1] is in beslag genomen. [12] Bij dit proces-verbaal is een fotobijlage gevoegd van erotische foto's en screenshots uit video's, afkomstig van de iPhone 5s die onder [medeverdachte 1] in beslag is genomen. Deze fotobijlage heb ik getoond aan collega [verbalisant 1] en zij herkende de vrouw als [slachtoffer] . De bijlage is gemaakt, omdat het slachtoffer minderjarig is en zij schaars gekleed en erotisch op de foto's staat. [13]
[Snapchat gebruikersnaam medeverdachte 1] reageert op 24 april 2023 vanaf 00:48 uur door enkele foto's en video's te verspreiden. Op twee video's zie ik het slachtoffer in een roze string. Haar billen worden ingesmeerd en er wordt een tik op gegeven. Vervolgens wordt uitgezoomd en komt het hele lichaam van het slachtoffer van de achterkant in beeld. Zij ligt op een grijze hoekbank die staat op een grijs vloerkleed. Bij het onderzoeksteam zijn foto's bekend van de woning aan de [adres] waar een zelfde grijze hoekbank staat en grijs vloerkleed ligt.
Op 25 april 2023 omstreeks 02.19 uur ontving de gebruiker van de telefoon een bericht van [website] met daarin een 'telefoon verificatiecode'. Op https://klantenservice. [website] .nl staat dat het bij [website] verplicht is een telefoonnummer te plaatsen bij een advertentie. Daarvoor moet het telefoonnummer geverifieerd worden.
Op 24 april 2023 is met de telefoon ook op het web gezocht naar ' [website] '. Een andere zoekvraag op het web, op dezelfde dag, was 'hoelang wachten tot [website] profiel het doet'. Tevens is gezocht naar '1024 foto', 'foto vergroten online' en 1024 pixel'. Dit is opvallend omdat het slachtoffer op 2 juni 2023 verklaarde over pixels van foto's die steeds niet goed waren om op [website] te plaatsen. [14]
Nadat ik de zoekfilter in de fotomap instelde op 'iphone', met als doel te bekijken welke foto's met de iPhone zijn gemaakt, zag ik twintig foto's van het slachtoffer in een roze string, met ontblote borsten en voorovergebogen op een bank met haar billen in beeld. Deze foto's zijn op 24 april 2023 tussen 18:41:11 uur en 18:54:51 uur gemaakt. Vermoedelijk met de inbeslaggenomen Apple iPhone 5s (bijlage 3). [15] Van het slachtoffer staan meer foto's in de telefoon. Op andere foto's, gemaakt tussen 24 april 2023 18:53:01 uur en 25 april 00:37:24 uur, is het slachtoffer te zien met haar gezicht en in een donkere broek en trui. Andere foto's tonen het slachtoffer in lingerie in verschillende pikante posities en met ontblote borsten of billen (in haar hand). Eén van de foto's, waarbij het slachtoffer vooroverbuigt voor de spiegel bevat de tekst "Call me if you need me" gevolgd door een hartje en een voor mij onbekende smiley. [16]
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 13 juni 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
De telefoon van [medeverdachte 2] is in beslag genomen. [17] Ik heb in de telefoon van [medeverdachte 2] gezocht in de periode van vrijdag 21 april 2023 tot en met dinsdag 25 april 2023. Ik zag dat de datum en tijd in de telefoon overeenkwamen met de werkelijke datum en tijd.
SnapchatMet de genoemde telefoon is met de accountnaam [Snapchat accountnaam] gebruik gemaakt van Snapchat. Het account [Snapchat accountnaam] maakt gebruik van de naam [Snapchat gebruikersnaam medeverdachte 2] . Tussen 22 april 2023 en 24 april 2023 zijn chatgesprekken gevoerd met het account [Snapchat accountnaam slachtoffer] . Het account [Snapchat accountnaam slachtoffer] maakt gebruik van de naam [Snapchat gebruikersnaam slachtoffer] . Zij stuurt op 24 april 2023 tussen foto’s en een filmpje naar [Snapchat gebruikersnaam medeverdachte 2] . Op twee foto's is het gezicht van de mij ambtshalve bekende [slachtoffer] te zien.
Op 24 april 2023 om 16.26.18 stuurt [Snapchat accountnaam] het volgende spraakbericht naar [Snapchat gebruikersnaam slachtoffer] (De stem in dit spraakbericht werd door collega [verbalisant 2] herkend als de stem van verdachte [medeverdachte 2] .):
Ja lieverd, luister dan, kijk eh, ik en die andere turkoe hebben niet zo een goeie gevoel d'r bij, ik zeg je heel eerlijk. Weet je wat je best kan doen, aan die gozer, zeg tegen hem, luister, ik heb geen, om jou te vertrouwen zeg maar, moet ik aanbetaling krijgen. Zodra je die aanbetaling heb bevestigd, dan kan 't geregeld worden, begrijp je. Als ie dat niet wil doen, moet ie gewoon opkankere. En [Snapchat gebruikersnaam medeverdachte 1] is volgens mij nu bijjou thuis, die chinees, ja hoor, ik heb voor een ID alvast, ID heeft. Ik weet niet, ID zou naar jou gebracht worden. Probeer effe via [website] te regelen met hem of ... (onverstaanbaar) solo, ik kom zo d'r aan ja, straks. [18]

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Midden-Nederland, Dienst Regionale Recherche, met proces-verbaalnummer 2023143370, onderzoek 03Dragon, doorgenummerd pagina 1 tot en met 146. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste Pro lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
2.Pagina 15.
3.Pagina16.
4.Pagina 17.
5.Pagina 19.
6.Pagina 32.
7.Pagina 33.
8.Pagina 34.
9.Pagina 35.
10.Pagina 39.
11.Pagina 40.
12.Pagina 49.
13.Pagina 51.
14.Pagina 52.
15.Pagina 53.
16.Pagina 54.
17.Pagina 58.
18.Pagina 59.